Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 24 juni 2025;
- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep;
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep met producties;
- een journaalbericht namens de vrouw van 6 november 2025 met producties 1-5;
- een journaalbericht namens de vrouw van 10 november 2025 met productie 6;
- een journaalbericht namens de man van 10 november 2025 met productie XI-XXVI;
- een journaalbericht namens de vrouw van 13 november met een geactualiseerd vermogensoverzicht;
- een journaalbericht namens de man van 17 november 2025 met productie XXVII;
- een journaalbericht namens de vrouw van 18 november 2025 met een productie.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat,
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
3.De feiten
- [kind1] , geboren [in] 2000,
- [kind2] , geboren [in] 2002,
- [kind3] , geboren [in] 2005.
4.De omvang van het geschil
- de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
- bepaald dat de man vanaf de datum waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, dus 7 mei 2025, € 3.569,- bruto per maand aan de vrouw moet betalen als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud (partneralimentatie);
- de navolgende wijze van verdeling van de aandelen in [naam1] B.V. gelast:
- partijen benoemen binnen één week na de datum van de beschikking een deskundige die de aandelen bindend zal taxeren. Als partijen het niet eens worden over de keuze van een deskundige, dan moet de man binnen één week na afgifte van deze beschikking schriftelijk drie erkende deskundigen voorstellen aan de vrouw. Uit die drie deskundigen moet de vrouw binnen één week er schriftelijk één kiezen. Als de man niet drie deskundigen noemt, binnen de genoemde termijn, dan is het aan de vrouw om een deskundige te kiezen. Als omgekeerd de vrouw niet binnen de genoemde termijn een keuze uit de drie genoemde deskundigen maakt, dan is de man gerechtigd om zelf een van die deskundigen te kiezen;
- ieder van partijen draagt de helft van de kosten van de taxatie;
- na de taxatie van de aandelen heeft de man het exclusieve recht om de aandelen tegen de door de taxateur vastgestelde waarde toebedeeld te krijgen, onder vergoeding van de helft van de waarde aan de vrouw, waarbij de man - desgewenst - gebruik mag maken van een betalingsregeling, zoals is weergegeven in artikel 3 van Pro de huwelijkse voorwaarden. Voor zover de man de aandelen niet tegen de door de taxateur vastgestelde waarde toebedeeld wil of kan krijgen, zullen de aandelen worden verkocht aan een derde en dienen partijen de verkoopopbrengst bij helfte te verdelen;
- bepaald dat de auto van het merk Landrover en de auto van het merk Fiat Arbath aan de vrouw worden toebedeeld en dat de motor aan de man wordt toebedeeld, onder vergoeding van € 4.950,- door de vrouw aan de man.
- het verzoek van de vrouw om partneralimentatie vast te stellen alsnog af te wijzen;
- te bepalen dat de waarde van de aandelen van [naam1] B.V. op de peildatum moet worden vastgesteld tegen de intrinsieke waarde, rekening houdend met de latente belastingclaim;
- aanvullende verzoeken ten aanzien van de partneralimentatie:de man verzoekt
voorwaardelijk, indien het hof zich onvoldoende geïnformeerd acht ten aanzien van de mogelijkheid van de man onttrekkingen te doen uit zijn onderneming, rekening houdend met de wijze waarop de waarde van de aandelen tot stand is gekomen, een deskundige te benoemen die het hof op deze punten adviseert; - te bepalen dat de vrouw hetgeen zij sinds 7 februari 2025 te veel aan partneralimentatie heeft ontvangen aan de man dient terug te betalen en wel binnen veertien dagen na de beschikking van het hof, bij gebreke waarvan de vrouw zonder nadere aankondiging in verzuim is en wettelijke rente over hetgeen moet worden terugbetaald verschuldigd zal zijn;
- aanvullend verzoek ten aanzien van de aandelen van [naam1] B.V., in het geval dat het hof de waarde van de aandelen van [naam1] B.V. op een andere wijze vaststelt dan op basis van de intrinsieke waarde minus de latente belastingclaim, de deskundige te vragen zich uit te laten over de financierbaarheid van de uitkoopsom die de man aan de vrouw dient te voldoen, rekening houdend met de mogelijkheid zoals genoemd in de huwelijkse voorwaarden op in termijnen te voldoen, waarbij er rente vergoed dient te worden over het openstaande bedrag;
- aanvullend ten aanzien van de Landrover Defendereen deskundige te benoemen die de waarde van de Landrover Defender vaststelt, waarna de man veertien dagen de tijd krijgt om aan de vrouw te laten weten of hij de Landrover Defender tegen de genoemde waarde toebedeeld wenst te krijgen, onder vergoeding van de helft van die waarde aan de vrouw. Indien de man de Landrover Defender niet toebedeeld wenst te krijgen, krijgt de vrouw veertien dagen de tijd zich uit te laten of zij de auto toebedeeld wenst te krijgen, onder vergoeding van de helft van die waarde aan de man. Indien ook de vrouw de Landrover Defender niet toebedeeld wenst te krijgen, dan zal de auto worden verkocht en dient de opbrengst bij helfte te worden gedeeld.;
- kosten rechtens.
- in het principaal hoger beroepde bestreden beschikking, met uitzondering van de beslissing ten aanzien van de vastgestelde partneralimentatie, te bekrachtigen; en
- in het incidenteel hoger beroepde bestreden beschikking te vernietigen, voor zover deze beschikking ziet op de daarin vastgestelde partneralimentatie, en opnieuw beschikkende de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie vast te stellen op € 27.809,- bruto per maand, dan wel op een bijdrage als het hof juist oordeelt; en
- voorwaardelijkte bepalen dat de man de Landrover binnen drie dagen na de beschikking van het hof aan de vrouw dient af te geven in de staat waarin deze zich bevond op 25 maart 2025 op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat de man niet of niet volledig aan deze veroordeling voldoet.
5.De motivering van de beslissing
huwelijksewelstand zoals partijen die genoten. De man stelt tot slot dat de vrouw geen behoefte heeft aan grote eenmalige uitgaven, zoals vakantiewoningen en auto’s. Het hof overweegt in dit kader dat dit weliswaar eenmalige uitgaven waren, maar dat partijen tijdens hun huwelijk deze gelden wel tot hun beschikking hadden. De uitleg van de man dat alleen de kosten van de huishouding bepalend zijn voor de vaststelling van de behoefte van de vrouw is te beperkt, zodat het hof hieraan voorbij gaat.
6.De slotsom
7.Aanhechten draagkrachtberekeningen
8.De beslissing
uiterlijk 17 maart 2026aan de vrouw af te geven. Aan de verplichting tot afgifte van de Landrover wordt een dwangsom verbonden van € 500,- per dag dat de man nalatig is om de Landrover aan de vrouw af te geven, met een maximum van € 25.000,-.