Uitspraak
de vrouw,
de man,
1.De verdere procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
.
3.De feiten
.De levering aan de kopers heeft [in] 2024 plaatsgevonden.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om een hoger beroep tussen een vrouw en een man die gehuwd zijn geweest met uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen. De vrouw heeft in eerste aanleg vorderingen ingesteld voor gebruiksvergoedingen met betrekking tot de woning en een vakantiewoning, alsook een vergoeding voor roerende zaken. De rechtbank heeft de vorderingen van de vrouw afgewezen en de man veroordeeld tot betaling van de helft van de hypotheekrente over de jaren 2020-2022. In hoger beroep heeft de vrouw de vernietiging van het vonnis van de rechtbank gevorderd, terwijl de man het vonnis wenst te bekrachtigen. Het hof heeft geoordeeld dat de woning volledig eigendom was van de man en dat er geen grond was voor de gevorderde gebruiksvergoedingen, omdat de huwelijkse voorwaarden uitsluiting van gemeenschap van goederen inhielden. Het hof heeft de vordering van de man tot betaling van de eigenaarslasten afgewezen en het conservatoire beslag opgeheven. De proceskosten zijn gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.