Uitspraak
[verdachte] ,
B E S L I S S I N G:
mr. A.B.A.P.M. Ficq en mr. M. Nooijen, raadsheren, in tegenwoordigheid van
A. van de Wardt, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 11 maart 2026 besloten tot verlenging van de voorlopige hechtenis van verdachte met een termijn van 120 dagen. Deze beslissing volgt op een vordering van de advocaat-generaal en is gebaseerd op het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, die verdachte veroordeelde tot vijftien maanden gevangenisstraf, een tbs-maatregel met voorwaarden en een maatregel tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking.
De rechtbank had op 30 januari 2025 het bevel tot gevangenhouding van verdachte bevolen, dat krachtens artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering geldig was tot 31 maart 2026. Verdachte stelde op 11 februari 2026 hoger beroep in. Het hof oordeelt dat de grondslagen voor het bevel tot gevangenhouding, namelijk ernstige bezwaren en de recidivegrond, nog steeds aanwezig zijn.
Het hof sluit aan bij een eerdere uitspraak van het Hof Amsterdam en stelt dat de tbs-maatregel met voorwaarden als een vrijheidsbenemende maatregel geldt, waardoor verlenging van de voorlopige hechtenis mogelijk is. De voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in het huis van bewaring te [plaats] of een andere wettige plaats van detentie in Nederland.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt verlengd met 120 dagen vanwege de tbs-maatregel met voorwaarden en recidivegrond.