Het huwelijk van partijen werd in 2016 ontbonden. De man is daarna hertrouwd, maar zijn echtgenote is in 2025 overleden na een ernstige ziekte. De rechtbank had in 2015 bepaald dat de man €251 per maand aan partneralimentatie aan de vrouw moest betalen, met een wettelijke indexering tot €334 per maand vanaf 2025.
De man verzocht de rechtbank om deze alimentatie te verlagen of op nihil te stellen vanwege de hoge kosten die hij maakte voor de zorg en aanpassingen voor zijn zieke echtgenote, waaronder woningaanpassingen en hulpmiddelen, en zijn eigen gezondheidsklachten. De rechtbank wees dit verzoek af en het hof bevestigde deze beslissing in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende bewijs had geleverd dat de kosten noodzakelijk waren en dat hij geen bewijs had overgelegd van eventuele vergoedingen of afwijzingen daarvan. Ook vond het hof dat de man zijn transitievergoeding niet mocht aanwenden voor deze kosten ten koste van zijn alimentatieverplichting. De man voldeed aan zijn sollicitatieplicht en het hof zag geen reden om de alimentatie te verlagen.