Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:1601

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
200.362.857
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep gezagsverzoek vader afgewezen wegens belang minderjarige

De vader en moeder zijn de ouders van een minderjarige geboren in 2021. De moeder heeft eenhoofdig gezag over het kind. De vader verzocht de rechtbank om gezamenlijk gezag, maar dit verzoek werd afgewezen. In hoger beroep betoogt de vader dat hij meer betrokken wil zijn bij de zorg en het leven van het kind en dat hij het gezag nodig heeft om dit te realiseren.

De moeder stelt dat de vader weinig betrokken is geweest bij de opvoeding en de problematiek van het kind niet kent. Het kind kampt met diverse gezondheidsproblemen en ontwikkelingsstoornissen, waaronder vermoedens van ADHD en autisme, waarvoor diagnostiek loopt. De moeder verstrekt informatie aan de vader, maar er is geen effectieve communicatie of samenwerking tussen de ouders.

De raad voor de kinderbescherming adviseert het eenhoofdig gezag van de moeder te handhaven, omdat de minimale communicatie die nodig is voor gezamenlijk gezag ontbreekt. Het hof oordeelt dat het belang van het kind vereist dat het verzoek wordt afgewezen. De vader heeft onvoldoende zicht op de problematiek en het welzijn van het kind en er zijn nog stappen nodig in het contactherstel en de statusvoorlichting. Gezamenlijk gezag kan mogelijk in de toekomst aan de orde komen, maar nu is het te vroeg.

Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank Gelderland van 3 oktober 2025, waarin het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag is afgewezen.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag over het minderjarige kind.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.362.857
(zaaknummer rechtbank Gelderland 452128)
beschikking van 17 maart 2026
inzake
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] (gemeente [gemeentenaam] ),
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. M. Roerdink,
en
[verweerster],
wonende op een geheim adres,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. K.J.M. Slangen.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 3 oktober 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 22 december 2025;
- het verweerschrift met producties.
2.2
De mondelinge behandeling heeft op 17 februari 2026 plaatsgevonden.
Aanwezig waren:
- de advocaat van de vader;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming.

3.De feiten

3.1
De vader en de moeder zijn de ouders van [de minderjarige] , geboren op [in] 2021 (hierna: [de minderjarige] ). De moeder heeft alleen het gezag over [de minderjarige] .

4.De omvang van het geschil

4.1
Bij de bestreden beschikking is het verzoek van de vader om hem samen met de moeder te belasten met het gezag over [de minderjarige] afgewezen.
4.2
De vader is met één grief in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van zijn verzoek om gezamenlijk gezag.
De vader verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen voor zover het betreft het gezag, en, opnieuw beschikkende, te bepalen dat, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zijn verzoek tot gezamenlijk gezag alsnog wordt toegewezen althans dat het hof een beslissing neemt die het hof juist acht.
4.3
De moeder voert verweer en zij vraagt het hof het verzoek van de vader af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5.De motivering van de beslissing

5.1
Ingevolge artikel 1:253c lid 1 van het Burgerlijk Wetboek kan de tot het gezag bevoegde ouder van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag over het kind te belasten. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en de andere ouder met gezamenlijk gezag niet instemt, het verzoek slechts wordt afgewezen indien
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of b. afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
5.2
De vader stelt dat hij in het verleden ook een gedeelte van de zorg droeg voor [de minderjarige] . Hij wil graag meer betrokken worden in het leven van [de minderjarige] en vindt het belangrijk dat hij en [de minderjarige] contact hebben. De vader is bereid zich te verdiepen in de problematiek van [de minderjarige] om meer zicht te krijgen op wat hij nodig heeft. Hiervoor stelt de vader het gezag nodig te hebben. De vader voelt zich zonder gezag achtergesteld bij de moeder in zijn rol als ouder, vooral in het hulpverleningstraject bij [naam] . De vader volgt de adviezen van [naam] op en wil het belang van [de minderjarige] voorop stellen. Hij vindt het lastig om te reageren op de informatie die hij van de moeder krijgt over [de minderjarige] .
5.3
De moeder voert aan dat de vader niet betrokken is geweest bij de opvoeding van [de minderjarige] . De vader kent [de minderjarige] niet en weet niets van zijn problematiek. Er zijn veel zorgen over [de minderjarige] ; het is een kwetsbaar kind. Het is nog onduidelijk waar zijn problematiek vandaan komt. De kinderarts is betrokken en er wordt gekeken of er neuropsychologisch onderzoek wordt ingezet. [de minderjarige] krijgt logopedie en hij staat op de wachtlijst voor diagnostiek naar adhd en autisme. De afgelopen weken was [de minderjarige] flink ziek.
De moeder verstrekt uitgebreide informatie aan de vader over hoe het gaat met [de minderjarige] , maar de vader reageert daar niet op. De vader is betrokken bij het hulpverleningstraject van [naam] . De moeder zal [de minderjarige] binnenkort statusvoorlichting geven. Pas daarna kan er worden ingezet op contactherstel tussen de vader en [de minderjarige] . Voor gezamenlijk gezag vindt de moeder het nog te vroeg. Er is geen communicatie tussen de ouders, terwijl het voor [de minderjarige] juist belangrijk is dat voortvarend beslissingen kunnen worden genomen.
5.4
De raad heeft het hof op de mondelinge behandeling geadviseerd om het eenhoofdig gezag van de moeder over [de minderjarige] in stand te laten. Voor gezamenlijk gezag is een minimale communicatie nodig maar die is er niet. Alhoewel de moeder de vader informeert, is er geen afstemming in het contact of enige samenwerking. De vader heeft beperkt zicht op wat er speelt bij [de minderjarige] en wat hij nodig heeft. Om beslissingen te kunnen nemen over [de minderjarige] en om goed bij hem te kunnen aansluiten, zal de vader zich moeten verdiepen in [de minderjarige] en zich laten informeren door hulpverlening over hoe het met hem gaat. Daarin worden voorzichtig stapjes gezet. Ook is belangrijk dat eerst wordt gedaan aan statusvoorlichting om daarna toe te werken naar contact tussen de vader en [de minderjarige] . Gezamenlijk gezag is mogelijk iets voor de toekomst.
5.5
Het hof is net als de rechtbank van oordeel dat afwijzing van het verzoek tot gezamenlijk gezag in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk is. De vader heeft nog steeds geen contact met [de minderjarige] . De vader weet weinig over [de minderjarige] , zijn problematiek en wat hij nodig heeft, terwijl dit juist belangrijk is als de vader (met de moeder) voor [de minderjarige] wil zorgen en voor hem beslissingen wil nemen. De vader wordt door de moeder op de hoogte gehouden van hoe het met [de minderjarige] gaat en hij wordt betrokken bij het hulpverleningstraject van [naam] , zoals blijkt uit de verslaglegging daarvan. Er is echter geen enkele afstemming of samenwerking tussen de ouders. De vader vindt het nog lastig hoe hij moet reageren op de informatie die hij krijgt van de moeder. Hierin zijn dus nog de nodige stappen te zetten, voordat sprake kan zijn van gezamenlijk gezag. Daarbij is de communicatie tussen ouders nog belangrijker als een kind kampt met de nodige problematiek en er geregeld, voortvarend, gezagsbeslissingen moeten worden genomen, zoals bij [de minderjarige] het geval is. Het is een kwetsbare jongen met gedragsproblemen, fysieke klachten, eetproblemen en epilepsie. In de nabije toekomst zullen er allerlei beslissingen moeten worden genomen over bijvoorbeeld diagnostiek naar adhd en autisme, waarvoor hij op de wachtlijst staat, neuropsychologisch onderzoek en logopedie.
Overigens blijkt uit het vorenstaande dat de vader, anders dan hij stelt, het gezag niet nodig heeft om zich te verdiepen in (de problematiek van) [de minderjarige] en dat hij ook geen achtergestelde positie heeft in het hulpverleningstraject van [naam] als ouder zonder gezag.
5.6
Nog afgezien van het vorenstaande, is het hof met de raad en de moeder eens dat het voor [de minderjarige] belangrijk is dat er eerst statusvoorlichting komt, dat daarna wordt gewerkt aan contactherstel tussen de vader en [de minderjarige] en het opbouwen van een omgangsregeling. Afhankelijk van hoe dat verloopt, zal het gezag ter sprake kunnen komen, maar daarvoor is het nu nog te vroeg.

6.De slotsom

Op grond van het vorenstaande zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen voor zover deze ziet op het gezag.

7.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 3 oktober 2025.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Lieber, J.U.M. van der Werff en S. Kuijpers, bijgestaan door mr. L.J.G. Scheffer-Overbeek als griffier, en is op 17 maart 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.