Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
[appellant] heeft gevorderd dat het (onder oplegging van een dwangsom) [geïntimeerde] wordt verboden om de woning [adres] te betreden of te gebruiken en dat [geïntimeerde] wordt veroordeeld om zich te onthouden van enige inmenging of obstructie met betrekking tot die woning
2.4 De bedoeling van het hoger beroep van [appellant] is dat de toegewezen vorderingen van [geïntimeerde] alsnog worden afgewezen en dat zijn eigen vorderingen worden toegewezen. [geïntimeerde] wil dat het afgewezen deel van haar vorderingen alsnog wordt toegewezen.
2.5 Het hof zal de vorderingen van [geïntimeerde] deels toewijzen en die van [appellant] afwijzen. Deze beslissing wordt hierna uitgelegd. Het hof zal eerst de relevante feiten vermelden en vervolgens ingaan op de standpunten van partijen. De bezwaren (‘grieven’) van partijen tegen het vonnis van de kantonrechter worden in dat kader thematisch besproken.
5 februari 2019 het pand gesplitst in twee huisadressen, [nummer1] en [nummer2] . Uit de plattegrond bij dit huisnummerbesluit volgt dat het voorste (bij de weg gelegen) deel van het pand het [nummer1] heeft en het achterste deel het [nummer2] . Deze wijzigingen zijn ook doorgevoerd in het kadaster.
[naam1] dat hij [nummer2] huurt. In beide gevallen is volgens het contract sprake van een huurovereenkomst voor bepaalde tijd van twee jaar vanaf 10 december 2018.
[geïntimeerde] heeft bij de betaling van de huur vermeld dat de betaling betrekking had op [nummer1] . [geïntimeerde] heeft vanaf 22 februari 2019 huur betaald, haar broer met ingang van december 2018.
‘
Goedemiddag ze beginnen deze week met het dak en de achterkant van het huis weet niet of de kamers nog bewoonbaar zijn anders moeten ze naar de voorkant verhuizen er komt een steiger aan de achterkant van het huis op het terras te staan dus je hebt geen loperij door het huis.’
[geïntimeerde] appte terug:
‘(…) De achterzijde is woonbaar. Daar slapen ik en de kinderen. Als ik het goed begrijp moet alles in de kamers weg? En wanneer gaan ze beginnen? Ik zou graag wat duidelijkheid willen wat ze gaan doen en verwacht wordt van mij’
[appellant] reageerde:
‘
Ok dat begrijp ik kom er morgen vroeg ff op terug’.
4.4. De beoordeling van het geschil
[geïntimeerde] stelt dat zij bij het aangaan van de overeenkomst met [appellant] juist met [appellant] heeft besproken dat zij in het achterste deel van het pand zou gaan wonen. In de bovenverdieping van het achterste deel zou een extra slaapkamer worden gerealiseerd, zodat [geïntimeerde] en haar beide kinderen ieder een eigen slaapkamer zouden hebben. Dat die slaapkamer met zijn medeweten is gerealiseerd, heeft [appellant] overigens niet bestreden. Volgens [geïntimeerde] ging zij ervan uit dat de achterzijde van het pand, waar zij woonde, [nummer1] was en de voorzijde [nummer2] .
Voor het standpunt van beiden is wel wat te zeggen.
Het hof tekent daar wel bij aan dat in het huurcontract ook is vermeld dat de huurovereenkomst per 10 december 2018 ingaat, terwijl partijen het erover eens zijn dat de huurovereenkomst pas in februari 2019 is ingegaan. Er kan dan ook voorshands niet zonder meer van worden uitgegaan dat in het huurcontract de tussen partijen gemaakte afspraken correct zijn vastgelegd. In dit verband is van belang dat partijen het erover eens zijn dat de huurcontracten al veel eerder - in de eerste helft van december 2018 - zijn opgesteld dan dat deze - op 22 februari 2019 - zijn ondertekend. In de tussentijd is het pand gesplitst in de nummers [nummer1] en [nummer2] (zie 3.3). Toen het contract werd opgesteld, was de splitsing dus nog niet gerealiseerd. [geïntimeerde] heeft - niet bestreden door [appellant] - betwist dat zij toen het contract werd ondertekend wist welke nummers de beide delen van het pand zouden krijgen.
Wat de brievenbussen betreft heeft [geïntimeerde] , onbestreden door [appellant] , aangevoerd dat de brievenbussen pas geruime tijd na het aangaan van de huurovereenkomst door [appellant] zijn opgehangen. De nummering op die bussen kan daarom niet in het voordeel van [appellant] worden betrokken bij de uitleg van de afspraken van partijen over wat gehuurd is door [geïntimeerde] .
Ook aan het feit dat [geïntimeerde] in de inleidende dagvaarding geen onderscheid heeft gemaakt tussen [nummer1] en [nummer2] kent het hof geen betekenis toe. Toen de dagvaarding werd geschreven, was nog niet duidelijk dat tussen partijen een verschil van mening bestond over de vraag welk deel van de woning door [geïntimeerde] werd gehuurd.
€ 5.000,-. [4]
. [7] 4.19 De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).