De kinderrechter heeft op 15 oktober 2025 besloten tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen in een netwerkpleeggezin, een maatregel die het hof bij hoger beroep bekrachtigt. De moeder is het niet eens met deze beslissing en voert aan dat zij in staat is voor haar kinderen te zorgen en hulpverlening accepteert.
De gecertificeerde instelling (GI) en de raad voor de kinderbescherming betwisten dit en wijzen op de ernstige psychische problematiek van de moeder, die leidt tot wantrouwen en extreme bezorgdheid, wat de kinderen belast. De kinderen vertonen in het pleeggezin positieve ontwikkelingen, terwijl de moeder onvoldoende inzicht toont in haar gedrag en het effect daarvan op de kinderen.
Het hof concludeert dat zolang de moeder niet adequaat is onderzocht en behandeld, een veilige terugkeer van de kinderen niet mogelijk is. De moeder heeft onvoldoende medewerking verleend aan de GGZ-behandeling en vertoont overtuigingen die niet door professionals worden gedeeld. De uithuisplaatsing blijft daarom noodzakelijk en wordt verlengd tot 21 april 2026.