Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
24 maart 2026nummer 07/00562
111
[woonplaats](hierna: belanghebbende)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen
4.Beoordeling van het geschil
Over de gebruiksoppervlakte (gbo) wil ik aanvoeren dat we met 143 m2, zoals nu begroot, moeten leven. Dat geeft de BAG ons ook op. Ik kan hoog of laag springen, maar ik kom niet aan een gbo van 118 m2. Het programma ‘woningweter’ geeft 118 m2 aan, maar verder kan ik het niet onderbouwen.”. Nu de uitspraak en het proces-verbaal van de zitting voor het Hof de enige kenbronnen zijn van wat ter zitting van de Rechtbank verhandeld is, moet het ervoor worden gehouden dat de gemachtigde van belanghebbende zijn beroepsgrond met betrekking tot de gebruiksoppervlakte van de onroerende zaak uitdrukkelijk en ondubbelzinnig heeft prijsgegeven. Onder die omstandigheid is het in strijd met een goede procesorde daarop terug te komen in hoger beroep. De Rechtbank is, naar het oordeel van het Hof, terecht ervan uitgegaan dat de gebruiksoppervlakte van de onroerende zaak niet langer in geschil is.
5.Proceskosten en griffierecht
6.Beslissing
24 maart 2026.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).