ECLI:NL:GHARL:2026:1866
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vaststelling proceskostenvergoeding bij bestuursstrafrechtelijke zaak
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter inzake een bestuursstrafrechtelijke zaak op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter had de sanctie gematigd tot € 285,- en een proceskostenvergoeding van € 56,69 toegekend.
De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de kantonrechter ten onrechte een te lage wegingsfactor (0,25) had toegepast bij de berekening van de proceskostenvergoeding, terwijl dit 0,5 had moeten zijn. Het hof oordeelde dat de matiging van de sanctie wegens overschrijding van de redelijke termijn een licht gewicht van de zaak rechtvaardigt, niet zeer licht, en vernietigde daarom het besluit over de proceskostenvergoeding.
Het hof stelde de proceskostenvergoeding opnieuw vast op € 116,75 voor de procedure bij de kantonrechter, gebaseerd op het aantal punten en de juiste wegingsfactor. Daarnaast kende het hof een proceskostenvergoeding van € 23,35 toe voor het hoger beroep, omdat de betrokkene dit moest instellen om de fout in de proceskostenvergoeding te herstellen.
Het gerechtshof veroordeelde de advocaat-generaal tot het vergoeden van de totale proceskosten van € 140,10 aan de betrokkene. Dit arrest werd gewezen door Van Schuijlenburg en uitgesproken in een openbare zitting.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de beslissing van de kantonrechter over de proceskostenvergoeding en stelt deze opnieuw vast met een hogere vergoeding, inclusief een vergoeding voor het hoger beroep.