Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:1918

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
21-001411-23
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 3a lid 5 OpiumwetArt. 97 SvArt. 359a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en beschikkingsmacht over drugs in woning

Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes weken wegens het aanwezig hebben van amfetamine en MDMA in zijn woning. In hoger beroep vernietigt het hof dit vonnis en spreekt verdachte vrij.

De politie betrad de woning op 10 november 2020 met een mondelinge machtiging van de rechter-commissaris, die later schriftelijk werd bevestigd. De verdediging stelde dat sprake was van een onherstelbaar vormverzuim omdat geen schriftelijke machtiging vooraf was getoond, maar het hof oordeelde dat het binnentreden rechtmatig was en bewijsuitsluiting niet aan de orde was.

Het hof overwoog dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte wetenschap had van en beschikkingsmacht had over de drugs die in een afgesloten kluis in zijn slaapkamer werden aangetroffen. Verdachte zat in een rolstoel en anderen hadden toegang tot zijn woning en mogelijk tot de kluis. Het hof achtte het alternatieve scenario van verdachte aannemelijk genoeg om twijfel te rechtvaardigen.

De in beslag genomen voorwerpen, waaronder MDMA, speed, 3MMC en een patroon voor een vuurwapen, worden onttrokken aan het verkeer. Diverse pasjes worden in bewaring gegeven ten behoeve van de rechthebbenden. De overige voorwerpen worden aan verdachte teruggegeven.

Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter en doet opnieuw recht door verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat hij wetenschap had van en beschikkingsmacht had over de drugs in zijn woning.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001411-23
Uitspraakdatum: 30 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 21 maart 2023 met parketnummer 08-335864-21 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] ,
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 16 maart 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het aan hem ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J.O.A.N. de Vries, hebben aangevoerd.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft bij vonnis van 21 maart 2023, waartegen het beroep is gericht, verdachte ter zake van het aan hem ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Op de zitting bij de politierechter is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 10 november 2020, te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 129,78 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of ongeveer 44,48 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde amfetamine en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Vrijspraak

Op de zitting van het hof is door de raadsvrouw primair vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit, omdat sprake zou zijn van een onherstelbaar vormverzuim. De politie is de woning van verdachte binnengetreden zonder dat vooraf een schriftelijk vastgelegde machtiging aan verdachte is getoond. Bovendien zet de raadsvrouw vraagtekens bij de beslissing van de rechter-commissaris om niet zelf naar de woning af te reizen. Tegelijkertijd circuleren er verschillende bevoegdheidsgrondslagen in het dossier, zonder dat duidelijk is welke is toegepast. Dit alles heeft volgens de raadsvrouw tot gevolg dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Gelet op de ernst van het verzuim, het belang van de geschonden norm en het nadeel voor verdachte moet het verzuim worden gesanctioneerd met bewijsuitsluiting, aldus de raadsvrouw.
Het hof gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Bij de politie is gemeld dat de woning van verdachte een dealpand was. Naar aanleiding daarvan heeft de politie op 10 november 2020 post gevat bij de woning van verdachte om te zien of er dealverkeer was. Op een bepaald moment zagen agenten dat er een man het pand in ging, die kort daarop het pand verliet met een oranje plastic tas. Bij controle bleek dat er illegaal zwaar knalvuurwerk in de oranje tas zat. De man vertelde dat er nog meer vuurwerk lag opgeslagen in de berging van de woning. Hierop heeft de hulpofficier van justitie contact opgenomen met de officier van justitie ter zake een doorzoeking ter inbeslagname op grond van artikel 97 wetboek Pro van strafvordering. De officier van justitie nam mondeling contact op met de Rechter-Commissaris, die op voormelde datum om 19.45 uur een mondelinge machtiging aan de hulpofficier van justitie verleende tot doorzoeking van de woning van verdachte. De officier van justitie heeft op 17 november 2020 de mondelinge vordering schriftelijk bevestigd en de rechter-commissaris heeft op 25 november 2020 schriftelijk de mondelinge machtiging aan de hulpofficier van justitie tot doorzoeking van de woning van verdachte bevestigd. De hulpofficier van justitie betrad op 10 november 2020 omstreeks 20.15 uur de woning van verdachte ter doorzoeking en inbeslagneming krachtens de verleende mondelinge machtiging van de rechter-commissaris. Voorafgaand aan het binnentreden van de woning deelde hij het doel van het binnentreden mee, maar toonde geen machtiging omdat er is binnengetreden met een machtiging van de rechter-commissaris. Het binnentreden vond vervolgens plaats met toestemming van de bewoner.
Gelet op de hiervoor geschetste gang van zaken is het hof van oordeel dat verbalisanten niet onrechtmatig zijn binnengetreden in de woning. Het is duidelijk op basis van welke grondslag is binnengetreden. Ook staat vast dat door de rechter-commissaris voorafgaand aan de doorzoeking een mondelinge machtiging aan de hulpofficier van justitie is gegeven tot doorzoeking van de woning van verdachte. Het hof ziet geen redenen om te twijfelen aan het oordeel van zowel de rechter-commissaris als de officier van justitie dat hun komst niet kon worden afgewacht en daarmee volstond in deze situatie de mondelinge machtiging. De hulpofficier van justitie heeft tot slot geen eigen machtiging hoeven tonen nu werd binnen getreden met een machtiging van de rechter-commissaris. Van een vormverzuim is geen sprake.
Verdachte ontkent te hebben geweten dat er amfetamine en MDMA in de kluis in zijn slaapkamer lag. Door en namens verdachte is op de zitting van het hof het volgende alternatieve scenario naar voren gebracht:
Ten tijde van het feit zat verdachte in een rolstoel vanwege een gebroken enkel. Een neef en buurjongens van hem hielpen hem met boodschappen doen en pasten op zijn kat. Deze jongens hadden een sleutel van de woning van verdachte. Eén van deze jongens zou de amfetamine en MDMA in de kluis in de slaapkamer van verdachte kunnen hebben verstopt zonder zijn medeweten. Verdachte was namelijk wel eens van huis vanwege ziekenhuisbezoeken. Ook kon hij, omdat hij in een rolstoel zat, zelf niet in zijn slaapkamer komen. Verdachte gebruikte de kluis niet en had om die reden de sleutel in de kluis gelaten. De sleutel van de kluis was verdachte destijds echter al langere tijd kwijt.
Het hof stelt voorop dat voor de vraag of verdachte opzettelijk drugs aanwezig heeft gehad als bedoeld in art. 2 onder Pro C Opiumwet, van belang is of deze drugs zich in de machtssfeer van verdachte bevinden (beschikkingsmacht) en of verdachte weet van de aanwezigheid van de drugs, althans van de aanmerkelijke kans daarop (wetenschap).
Het hof overweegt dat uit het dossier niet ondubbelzinnig naar voren komt dat verdachte wist van de drugs die in zijn woning zijn aangetroffen. Ook over de beschikkingsmacht over de drugs biedt het dossier geen uitsluitsel, nu deze zijn aangetroffen in een gesloten kluis waarvan de sleutel niet in de woning van verdachte lijkt te zijn gevonden. Tegelijk biedt het dossier wel aanwijzingen dat anderen dan verdachte toegang hadden tot zijn woning en dat tenminste één van hen ook daadwerkelijk spullen in of bij zijn woning opsloeg.
Hoewel het alternatieve scenario dat verdachte naar voren brengt vragen oproept, is het hof van oordeel dat op basis van het dossier onvoldoende concrete en feitelijke vaststellingen kunnen worden gedaan over verdachtes wetenschap van en beschikkingsmacht over de in zijn woning aangetroffen amfetamine en MDMA.
Gelet op het voorgaande heeft het hof uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Daarom spreekt het hof verdachte daarvan vrij.

Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen en nog niet teruggegeven:
- 44,48 gram MDMA;
- zakje speed;
- buisje met 3 MMC;
- patroon voor een vuurwapen;
- 6 mobiele telefoons;
- 2 mobiele telefoons;
- 1 mobiele telefoon (paars, merk Oppo);
- SD-kaartje;
- harddrive;
- diverse pasjes;
- sporttas;
- kluis;
- laptop (merk Compaq);
- laptop (merk HP);
- weegschaal.
Onttrekking aan het verkeer
Ten aanzien van de hoeveelheden MDMA, speed en 3MMC en het patroon voor een vuurwapen stelt het hof vast dat deze van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit van die voorwerpen in strijd is met de wet en zij kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten. Deze voorwerpen zullen daarom worden onttrokken aan het verkeer.
Bewaring ten behoeve van rechthebbende
Ten aanzien van de diverse pasjes is onduidelijk wie de rechthebbenden zijn. Daarom zal het hof de bewaring van deze goederen ten behoeve van de rechthebbenden gelasten.
Teruggave aan verdachte
De overige voorwerpen zullen aan verdachte worden teruggegeven, nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 44,48 gram MDMA
- zakje speed
- buisje met 3 MMC
- patroon voor een vuurwapen.
Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 6 mobiele telefoons
- 2 mobiele telefoons
- 1 mobiele telefoon (paars, merk Oppo)
- SD-kaartje
- harddrive
- diverse pasjes
- sporttas
- kluis
- laptop (merk Compaq)
- laptop (merk HP)
- weegschaal.
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- diverse pasjes.
Dit arrest is gewezen door mr. A.F. van Kooij, mr. F.E.J. Goffin en mr. O. Anjewierden, in aanwezigheid van de griffier mr. G. Krist en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 30 maart 2026.