ECLI:NL:GHARL:2026:1936

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
200.325.121
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 157 lid 2 RvArt. 237 RvArt. 238 RvArt. 239 RvArt. 240 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over terugbetaling Rusland-deal en uitleg samenwerkingsovereenkomst met onrechtmatig handelen

Deze civiele zaak betreft twee hoofdonderdelen: ten eerste de terugbetaling door Inno-Care en haar borgen aan Mosadex voor een transactie inzake Covid-testen, de zogenaamde Rusland-deal, waarbij een recht van retour is overeengekomen. Ten tweede de uitleg van een samenwerkingsovereenkomst tussen Care4HomeCare en Inno-Care, waarbij Inno-Care tijdens de looptijd zelfstandig contracten sloot met derden en facturaties verrichtte, wat mogelijk in strijd was met de overeenkomst.

In het hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat Mosadex een recht van retour heeft voor 50.000 testen ter waarde van €1.512.500 inclusief btw. Inno-Care en haar borgen hebben afgezien van tegenbewijs, waardoor deze vordering toewijsbaar is, maar onduidelijkheid over de rechthebbende na fusie en splitsing van Mosadex leidt tot aanhouding van verdere beslissing.

Ten aanzien van de samenwerkingsovereenkomst oordeelt het hof dat Inno-Care tekort is geschoten door zelfstandig contracten te sluiten en te factureren aan Spoedtest en TUI, wat schadeplichtigheid oplevert. De vorderingen van Care4HomeCare tegen Holland Diagnostics en de individuele bestuurders en medewerkers worden afgewezen wegens ontbreken van onrechtmatig handelen. Het hof wijst een voorschot toe en verwijst de schadevaststelling naar een schadestaatprocedure.

Daarnaast is het hoger beroep van Holland Diagnostics tegen Mosadex c.s. deels gegrond, waarbij het hof een verhoging van het liquidatietarief met factor 2 toewijst wegens de wijze van procederen, maar geen volledige proceskostenveroordeling. De zaak wordt aangehouden voor nadere akten over de rechthebbende van de vordering van Mosadex.

Uitkomst: Vordering Mosadex wordt aangehouden wegens onduidelijkheid rechthebbende; vorderingen Care4HomeCare deels toegewezen, deels afgewezen; proceskostenverhoging voor Holland Diagnostics.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof: 200.325.121
zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen: 387289
arrest van 31 maart 2026
in de zaak van

1.Mosadex C.V.

(opgehouden te bestaan)
2. Care4HomeCare MSBL B.V.
die is gevestigd in ’s-Hertogenbosch
die hoger beroep hebben ingesteld
en bij de rechtbank optraden als eiseressen in conventie, verweersters in reconventie
hierna: gezamenlijk Mosadex c.s. en afzonderlijk Mosadex en Care4HomeCare
advocaat: mr. C.J. Jager
tegen

1.Holland Diagnostics B.V.

die is gevestigd in Harderwijk
die ook hoger beroep heeft ingesteld
en bij de rechtbank optrad als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie
advocaat: mr. E. van Meulen
en

2.Inno-Care B.V.

die is gevestigd in Harderwijk

3. [bestuurder1 Inno-Care]

die woont in [woonplaats1]

4. [bestuurder2 Inno-Care]

die woont in [woonplaats2]

5. [medewerker1 Inno-Care]

die woont in [woonplaats3]

6. [medewerker2 Inno-Care]

die woont in [woonplaats4]
en bij de rechtbank optraden als gedaagden in conventie, eisers in reconventie
hierna: gezamenlijk (geïntimeerden 1 tot en met 6) Inno-Care c.s. en afzonderlijk Holland Diagnostics, Inno-Care, [bestuurder1 Inno-Care] , [bestuurder2 Inno-Care] , [medewerker1 Inno-Care] en [medewerker2 Inno-Care]
advocaat: mr. M.R. Gerritsen

1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.
In het arrest van 9 september 2025 (hierna: het tussenarrest) heeft het hof Inno-Care, [bestuurder1 Inno-Care] en [bestuurder2 Inno-Care] toegelaten tegenbewijs te leveren tegen de stelling van Mosadex dat zij hoofdelijk een bedrag van € 1.512.500 inclusief btw aan Mosadex verschuldigd zijn (rechtsoverwegingen 3.29-3.31 en 3.37 van het tussenarrest). Op 4 februari 2026 was op verzoek van hen een getuigenverhoor ingepland, maar op 28 januari 2026 hebben Inno-Care, [bestuurder1 Inno-Care] en [bestuurder2 Inno-Care] het hof geïnformeerd af te zien van het leveren van tegenbewijs. Van de zijde van Mosadex c.s. is vervolgens op 28 januari 2026 een brief met een ‘Akte schorsing rechtsgeding’ toegestuurd met de mededeling dat Mosadex C.V. is opgehouden te bestaan en de rechten daarvan zijn overgegaan op Mosadex B.V. Daarop heeft het hof op 6 februari 2026 een regiegesprek gehouden met de advocaten van partijen en is de zaak op de rol van 10 februari 2026 gezet voor akte aan de zijde van Mosadex. Op die datum heeft Mosadex B.V. de ‘Akte volgend op akte schorsing rechtsgeding’ ingediend en op 24 februari 2026 heeft Inno-Care c.s. bij antwoordakte daarop gereageerd.

2.De kern van de zaak

2.1.
Deze zaak bestaat - kort gezegd - uit de volgende onderdelen:
1) Mosadex wil betaling van Inno-Care voor een transactie tussen partijen inzake Covid-testen (door partijen ook wel de Rusland-deal genoemd), waarbij een recht van retour is overeengekomen. Daarbij wil Mosadex de hoofdelijke veroordeling van [bestuurder1 Inno-Care] , [bestuurder2 Inno-Care] , [medewerker1 Inno-Care] en [medewerker2 Inno-Care] , omdat zij borg stonden voor de terugbetaling door Inno-Care of onrechtmatig hebben gehandeld.
2) Care4HomeCare vindt dat Inno-Care c.s. schadeplichtig zijn omdat zij buiten de samenwerkingsovereenkomst tussen Care4HomeCare en Inno-Care om analyses van Covid-testen voor derden hebben uitgevoerd en daarvoor ook Holland Diagnostics hebben opgericht. Holland Diagnostics heeft volgens Care4HomeCare onrechtmatig gehandeld door die analyses uit te voeren, waardoor zij ook schadeplichtig is tegenover haar.
2.2.
Over het
eerste onderdeelheeft het hof Inno-Care, [bestuurder1 Inno-Care] en [bestuurder2 Inno-Care] toegelaten tegenbewijs te leveren over de hoogte van het bedrag dat zij verschuldigd zijn aan Mosadex vanwege het door Inno-Care verleende recht van retour. Zij hebben afgezien van het leveren van tegenbewijs.
2.3.
Over het
tweede onderdeelheeft het hof in het tussenarrest geoordeeld dat laboratoriumwerkzaamheden niet onder de exclusiviteitsbepaling van de samenwerkingsovereenkomst vallen, waardoor het Inno-Care vrij stond om die werkzaamheden voor derden uit te voeren en Holland Diagnostics op te richten om laboratoriumwerkzaamheden uit te voeren (rechtsoverwegingen 3.39-3.50 en 3.66). Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat Inno-Care wel is tekortgeschoten in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst door tijdens de samenwerking zelfstandig een contract te sluiten met en te facturen aan Spoedtest en Tui (rechtsoverwegingen 3.51-3.60 van het tussenarrest). Vervolgens heeft het hof geoordeeld dat Holland Diagnostics, [bestuurder1 Inno-Care] , [bestuurder2 Inno-Care] , [medewerker1 Inno-Care] en [medewerker2 Inno-Care] niet onrechtmatig hebben gehandeld tegenover Care4HomeCare (rechtsoverwegingen 3.66-3.71 van het tussenarrest).
2.4.
Naast deze twee onderdelen speelt het hoger beroep van Holland Diagnostics tegen Mosadex c.s. Volgens Holland Diagnostics hebben Mosadex c.s. onrechtmatig tegenover haar gehandeld door de wijze waarop Mosadex c.s. procederen.
Uitkomst van dit arrest
2.5.
Inzake het
eerste onderdeelkan het hof aan de hand van de door Mosadex B.V. overgelegde aktes niet vaststellen dat de vordering van Mosadex op Inno-Care en de borgen is overgegaan op Mosadex B.V. Mosadex B.V. krijgt daarom de mogelijkheid om zich daar nog nader over uit te laten.
2.6.
Over
het tweede onderdeeloordeelt het hof dat de vorderingen van Care4HomeCare tegenover Holland Diagnostics, [bestuurder1 Inno-Care] , [bestuurder2 Inno-Care] , [medewerker1 Inno-Care] en [medewerker2 Inno-Care] in het eindarrest zullen worden afgewezen. Ook komt het hof tot het oordeel dat een deel van de vorderingen van Care4HomeCare tegenover Inno-Care voor toewijzing vatbaar zijn en dat het hoger beroep van Holland Diagnostics voor een deel zal slagen. De overige beslissingen worden aanhouden. Het hof licht hierna toe hoe het tot deze uitkomst komt.

3.De toelichting op de beslissing van het hof

Onderdeel één: de Rusland-deal
3.1.
De Rusland-deal is gesloten tussen Mosadex en Inno-Care en [bestuurder1 Inno-Care] , [bestuurder2 Inno-Care] , [medewerker1 Inno-Care] en [medewerker2 Inno-Care] hebben zich in privé borg gesteld voor het recht van retour (zie rechtsoverweging 3.5 en 3.6 van het tussenarrest). In het tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat Mosadex een recht van retour heeft voor alle 50.000 testen. De akte waar de afspraak over het recht van retour in staat, levert op grond van artikel 157 lid 2 Rv Pro dwingend bewijs op van de verklaring van Inno-Care en de borgen dat zij een bedrag van 50.000 stuks á € 25 (is € 1.512.500 inclusief btw) zullen betalen aan Mosadex als de Russische afnemer de testen niet afneemt (rechtsoverwegingen 3.21-3.31 van het tussenarrest). Daarbij is in het tussenarrest geoordeeld dat Mosadex de borgen [medewerker1 Inno-Care] en [medewerker2 Inno-Care] niet kan aanspreken, omdat hun borgstellingen rechtsgeldig zijn vernietigd (rechtsoverwegingen 3.34-3.36 van het tussenarrest).
3.2.
Omdat Inno-Care, [bestuurder1 Inno-Care] en [bestuurder2 Inno-Care] hebben afgezien van het leveren van tegenbewijs, kan de vordering van Mosadex voor een bedrag van € 1.512.500 inclusief btw worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente, zoals geoordeeld in rechtsoverwegingen 3.32-3.33 van het tussenarrest. Mosadex heeft echter laten weten dat zij is opgehouden te bestaan.
Onduidelijk of de vordering van Mosadex is overgegaan op Mosadex B.V.
3.3.
Mosadex B.V. heeft in haar akte schorsing rechtsgeding gesteld dat de rechten van Mosadex C.V. onder algemene titel zijn overgegaan op Mosadex B.V. In haar opvolgende akte heeft zij toegelicht dat de beherend vennoot (Mosadex Holding B.V.) en de commanditaire vennoot op 27 januari 2025 zijn gefuseerd, waarbij Mosadex Holding B.V. als de verkrijgende vennootschap geldt. Zij voert aan dat alle vermogensbestanddelen die Mosadex Holding B.V. hield namens en voor rekening van Mosadex zijn overgegaan op Mosadex Holding B.V. Zij heeft dat onderbouwd met de akte van fusie. Vervolgens stelt Mosadex B.V. dat op 28 januari 2025 Mosadex Holding B.V. is gesplitst, waarbij een gedeelte van het vermogen van Mosadex Holding B.V. (als splitsende vennootschap) is overgegaan op een nieuwe vennootschap met ook de naam Mosadex Holding B.V. (als verkrijgende vennootschap). De naam van de eerdere Mosadex Holding B.V. is gewijzigd in Mosadex B.V. De rechten op Inno-Care en de borgen zijn volgens Mosadex B.V. bij haar gebleven.
3.4.
In de antwoordakte van Inno-Care en de borgen wordt terecht opgemerkt dat uit de door Mosadex B.V. overlegde stukken niet is vast te stellen dat de vordering die Mosadex had op Inno-Care op dit moment in het vermogen van Mosadex B.V. valt. Daarbij is het hof van oordeel dat het eerste punt dat Inno-Care en de borgen hierover aanvoeren (dat onduidelijk is of de vordering in deze procedure voor het einde van Mosadex daadwerkelijk deel uitmaakte van het CV-vermogen) niet op gaat, omdat zij eerder niet hebben betwist dat Mosadex een vordering op hen had. Sterker nog, een groot deel van die vordering is al toegewezen door de rechtbank en ligt in hoger beroep niet meer voor, omdat Inno-Care en de borgen daar geen hoger beroep tegen hebben ingesteld (zie rechtsoverweging 3.21 van het tussenarrest). De overgang van de vordering op Mosadex Holding B.V. op 27 januari 2025 kan het hof daarom, mede gelet op de overgelegde akte van fusie, wel vaststellen. Echter, of die vordering bij de splitsing op 28 januari 2025 bij Mosadex B.V. is gebleven, kan op basis van de overgelegde stukken (nog) niet worden vastgesteld. De beschrijving aan de hand waarvan bepaald kan worden welke vermogensbestanddelen zijn behouden door Mosadex B.V. (zoals vermeld in hoofdstuk III, bepaling 3 van de akte afsplitsing) ontbreekt namelijk bij de overgelegde splitsingsakte.
3.5.
Dit brengt mee dat het hof de vordering zoals hiervoor in 3.2 is verwoord nog niet kan toewijzen, omdat niet duidelijk is wie de rechthebbende is op die vordering. Het hof zal Mosadex B.V. de mogelijkheid bieden om zich daar bij akte over uit te laten, waarna Inno-Care en de borgen daarop mogen reageren.
Onderdeel twee: de vorderingen van Care4HomeCare
3.6.
In het tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat Inno-Care is tekortgeschoten in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst door tijdens de looptijd van die overeenkomst zelfstandig afspraken te maken met Spoedtest en TUI en hen te factureren voor de werkzaamheden die zijn uitgevoerd in de gezamenlijke teststraat (zie rechtsoverwegingen 3.51-3.55 en 3.57-3.59 van het tussenarrest). De gevorderde verklaring voor recht (vordering d) zal in het eindarrest beperkt worden toegewezen; in die zin dat Inno-Care toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst door in de periode tot 29 maart 2021 een contract aan te gaan met en te factureren aan Spoedtest en TUI. Het hof komt daarom niet toe aan de subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen onder e en f (zie ook rechtsoverwegingen 3.56 en 3.60 van het tussenarrest).
3.7.
In rechtsoverweging 3.66 van het tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat geen sprake is van onrechtmatig handelen door Holland Diagnostics tegenover Care4HomeCare, noch van ongerechtvaardigde verrijking ten koste van Care4HomeCare. Het hof heeft in rechtsoverwegingen 3.66 tot en met 3.71 van het tussenarrest geoordeeld dat ook geen sprake is van (ander) onrechtmatig handelen door [bestuurder1 Inno-Care] , [bestuurder2 Inno-Care] , [medewerker1 Inno-Care] en [medewerker2 Inno-Care] (hierna: de UBO’s). Dat brengt mee dat de vorderingen van Care4HomeCare tegen Holland Diagnostics en de UBO’s niet toewijsbaar zijn.
3.8.
Zoals in rechtsoverwegingen 3.56 en 3.60 van het tussenarrest is geoordeeld, heeft Care4HomeCare voldoende aannemelijk gemaakt dat de mogelijkheid bestaat dat zij door de tekortkomingen van Inno-Care - het sluiten van een contract met en het factureren aan Spoedtest en TUI in de periode dat de samenwerking tussen Care4HomeCare en Inno-Care liep - schade heeft geleden. Om die reden ligt de vordering om Inno-Care te veroordelen tot betaling van de daardoor geleden schade nader op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de datum van verzuim, ook voor toewijzing gereed.
3.9.
Naast de verwijzing naar de schadestaatprocedure, vordert Care4HomeCare de betaling van een voorschot te hoogte van € 450.000,-. In rechtsoverweging 3.60 van het tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat de door Care4HomeCare genoemde kosten voor de werkzaamheden voor TUI voor een totaalbedrag van € 336.000,- (€ 184.000,- + 152.000,-) door Inno-Care onvoldoende zijn betwist. Care4HomeCare heeft gesteld dat zij voor de werkzaamheden voor de analyse van de door Spoedtest aangeleverde tests kosten heeft gemaakt voor een bedrag van € 481.321,76. In haar productie 50 heeft zij deze kosten onderbouwd voor een bedrag van € 473.226,77. Inno-Care heeft deze bedragen niet betwist. Inno-Care erkent ook dat er nog afgerekend moet worden. Daarbij heeft zij onder meer verwezen naar een beoordelingsrapportage van 8 november 2021. In al de drie de scenario’s die Inno-Care aan de hand van die rapportage omschrijft komt Care4HomeCare een aanzienlijk hoger bedrag toe dan het gevorderde voorschot. Dit brengt mee dat ook het voorschot van € 450.000,- voor toewijzing gereed ligt.
3.10.
Care4HomeCare vordert ook een bedrag van € 6.775,- aan buitengerechtelijke incassokosten. Deze moeten volgens Inno-Care worden afgewezen, omdat Care4HomeCare geen poging heeft gedaan om het geschil buiten rechte te regelen. Het hof volgt Inno-Care daarin, omdat Care4HomeCare onvoldoende heeft onderbouwd dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht die op grond van artikel 6:96 BW Pro voor vergoeding in aanmerking komen. De gevorderde proceskosten komen in het eindarrest aan bod.
Beslag en beslagkosten
3.11.
De rechtbank heeft geoordeeld dat de door Mosadex gelegde beslagen ten laste van [medewerker1 Inno-Care] en [medewerker2 Inno-Care] en de door Care4HomeCare gelegde beslagen ten laste van Inno-Care c.s. ongegrond waren en dat Care4HomeCare aansprakelijk is voor de door Inno-Care c.s. daardoor geleden schade op te maken bij staat. Mosadex c.s. komen in hoger beroep tegen deze oordelen op. De vorderingen van Mosadex tegen [medewerker1 Inno-Care] en [medewerker2 Inno-Care] komen ook in hoger beroep niet voor toewijzing in aanmerking, waardoor het hof het oordeel van de rechtbank daarover volgt. Datzelfde geldt voor de beslagen die Care4HomeCare heeft gelegd ten laste van Holland Diagnostics en de UBO’s, omdat ook het hof tot het oordeel komt dat Care4HomeCare geen vordering heeft op hen. Anders dan Care4HomeCare betoogt, hebben Inno-Care c.s. voldoende aannemelijk gemaakt dat de mogelijkheid bestaat dat zij door deze onterecht gelegde beslagen schade hebben geleden. Het beroep van Mosadex c.s. op eigen schuld staat een verwijzing naar de schadestaatprocedure niet in de weg. Dat kan in die procedure aan de orde komen.
3.12.
Uit wat hiervoor in 3.8 en 3.9 is geoordeeld, volgt dat Care4HomeCare wel een vordering heeft op Inno-Care. De precieze hoogte daarvan staat (nog) niet vast, maar het hof is van oordeel dat de door Care4HomeCare gelegde beslagen ten laste van Inno-Care daarom niet onrechtmatig zijn. Wat Inno-Care heeft aangevoerd, is onvoldoende om aan te kunnen nemen dat hierbij sprake is geweest van misbruik van recht. De klacht van Mosadex c.s. tegen de toewijzing van de verklaring voor recht dat zij onrechtmatig gehandeld hebben door ten onrechte beslag te leggen met veroordeling om de daardoor geleden schade te vergoeden, slaagt daarom alleen voor zover die betrekking heeft op Inno-Care.
3.13.
Mosadex c.s. vorderen ook betaling van beslagkosten. Deze zijn door de rechtbank afgewezen, omdat de beslagstukken niet waren overgelegd. Mosadex c.s. hebben in hoger beroep alle beslagstukken overgelegd. Zij vorderen een bedrag van € 37.868,07 aan beslagkosten van Inno-Care c.s., maar hebben dit bedrag niet uitgesplitst naar de vorderingen van Mosadex (onderdeel 1 van deze procedure) en de vorderingen van Care4HomeCare (onderdeel 2 van deze procedure). Ook ontbreekt een toelichting welke beslagstukken betrekking hebben op welke partij. Dit had wel op de weg van Mosadex c.s. gelegen. Het is niet aan het hof om per exploot na te gaan om welke vordering en welke partij het gaat en wat dan de explootkosten zijn. Het hof zal de beslagkosten daarom alleen begroten aan de hand van het liquidatietarief, waarbij een half punt van het door Mosadex c.s. gevorderde tarief van € 3.999 per punt kan worden toegewezen voor Mosadex tegenover Inno-Care, [bestuurder1 Inno-Care] en [bestuurder2 Inno-Care] en een half punt van datzelfde tarief voor Care4HomeCare tegenover Inno-Care.

4.Het hoger beroep van Holland Diagnostics

4.1.
Holland Diagnostics heeft een klacht gericht tegen het oordeel van de rechtbank over de proceskosten. Volgens haar hebben Mosadex c.s. Holland Diagnostics benadeeld door haar in deze procedure te betrekken, terwijl zij in feite buiten het geschil staat tussen Mosadex c.s. en Inno-Care en al helemaal niets te maken heeft met de Rusland-deal. Holland Diagnostics wordt ongegrond aansprakelijk gehouden en werd ten onrechte genoodzaakt om lijvige processtukken en producties door te nemen om vast te kunnen stellen welke onderdelen haar positie betroffen. Door deze wijze van procederen handelen Mosadex c.s. onrechtmatig tegenover haar, dan wel maken zij misbruik van procesrecht, aldus steeds Holland Diagnostics. Zij vordert primair een verklaring voor recht en de veroordeling van Mosadex c.s. tot betaling van schadevergoeding nader op te maken bij staat. Daarbij voert Holland Diagnostics aan dat de schade onder meer bestaat uit de kosten die zij heeft moeten maken voor het inschakelen van een advocaat. Dan wel vordert zij veroordeling van Mosadex c.s. in de kosten van zowel de procedure bij de rechtbank als bij het hof met een factor 2 of 1,5.
4.2.
Op grond van artikelen 237-241 Rv wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld tot betaling van een forfaitair vastgesteld salaris van de advocaat (het liquidatietarief). In buitengewone omstandigheden, zoals misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door de wijze van procederen, kan van dit uitgangspunt worden afgeweken door een veroordeling in de volledige kosten voor de procedure. Daar is pas sprake van als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid vanwege het recht op toegang tot de rechter. [1]
4.3.
De keuze van Mosadex c.s. om de twee onderdelen, namelijk de vorderingen van Mosadex en de vorderingen van Care4HomeCare in één procedure aanhangig te maken, is weliswaar meer belastend voor Holland Diagnostics, maar is op zichzelf niet onrechtmatig en is geen misbruik van procesrecht. De vorderingen van Care4HomeCare tegen Holland Diagnostics zijn ook niet evident ongegrond in die zin dat Care4HomeCare van tevoren had moeten begrijpen dat die vorderingen kansloos waren, omdat daarbij de uitleg van de samenwerkingsovereenkomst een rol speelde. Weliswaar was Holland Diagnostics geen partij bij die overeenkomst, maar dat neemt niet weg dat zij een samenwerking had met Inno-Care die raakte aan die samenwerkingsovereenkomst. Dit brengt mee dat er geen ruimte is voor een veroordeling in de volledige kosten van de procedure.
4.4.
Wel ziet het hof reden om een hogere proceskostenveroordeling toe te wijzen dan het gebruikelijke liquidatietarief voor deze vorderingen. De wijze waarop Mosadex c.s. deze procedure hebben gevoerd, namelijk door twee verschillende zaken onder te brengen in één procedure, heeft ertoe geleid dat Holland Diagnostics en haar advocaat meer tijd hebben moeten besteden dan nodig was om verweer te kunnen voeren tegen de vorderingen die tegen haar zijn ingesteld. Het hoger beroep van Holland Diagnostics slaagt daarom in die zin dat haar subsidiaire vordering om Mosadex c.s. te veroordelen in de proceskosten conform het liquidatietarief met een factor twee in het eindarrest zal worden toegewezen.

5.De conclusie

Onderdeel 1: de Rusland-deal
5.1.
Het hof zal Mosadex B.V. toelaten om een akte te nemen over de vraag of zij rechthebbende is op de vordering op Inno-Care en de borgen inzake de Rusland-deal, zoals hiervoor overwogen in 3.2, 3.4 en 3.5. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.
Onderdeel 2: vorderingen van Care4HomeCare
5.2.
Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.

6.De beslissing

Het hof:
6.1.
verwijst de zaak naar de rol van
28 april 2026voor akte van Mosadex B.V., zoals hiervoor in 5.1 is geconcludeerd;
6.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.P.M. Hennekens, H.L. Wattel en C. Bakker, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026.

Voetnoten

1.HR 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2366, ro. 3.5.2.