Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:2183

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
21-003711-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor belediging, vernieling en wederrechtelijk binnendringen met voorwaardelijke straf

Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het beledigen van zijn toenmalige begeleidster door naar haar te spugen, het beschadigen van haar auto met bakstenen, het wederrechtelijk binnendringen en vertoeven in het gemeentehuis, en het vernielen van een toegangshek. Het hof achtte verdachte verminderd toerekeningsvatbaar vanwege zijn persoonlijke problematiek, waaronder een licht verstandelijke beperking en ADHD.

De politierechter had verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken en had de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf afgewezen. Het hof vernietigde het vonnis vanwege een onjuiste kwalificatie en legde een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken op met een proeftijd van twee jaar. De vordering tot tenuitvoerlegging van de eerdere straf wees het hof af vanwege zorgen over de detentiegeschiktheid van verdachte.

De schadevergoedingsvorderingen van de benadeelden werden deels toegewezen: €551,84 voor de beschadigde auto en €2.016,96 voor het vernielde toegangshek, beide vermeerderd met wettelijke rente. De gevorderde administratiekosten en een deel van de autoschade werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof legde schadevergoedingsmaatregelen op, maar bepaalde de gijzeling op nul dagen vanwege de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar en gedeeltelijke toewijzing van schadevergoedingen.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003711-25
Uitspraakdatum: 30 maart 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden , zittingsplaats Leeuwarden , gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden , van 29 augustus 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 18-135664-25 en 18-178092-25, 18-186597-25, 18-187666-25, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 18-280260-22, tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1965 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 30 maart 2026 is besproken, en wat er op de zitting bij de politierechter is besproken.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
  • het vernietigen van het vonnis van de politierechter;
  • het vrijspreken van verdachte voor de zaak met parketnummer 18-178092-25 (het wederrechtelijk vertoeven in het gemeentehuis);
  • het veroordelen van verdachte voor de andere ten laste gelegde feiten tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren;
  • het tenuitvoerleggen van een gedeelte van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 3 weken, om te zetten in een taakstraf van 16 uren;
  • het geheel toewijzen van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] , te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
  • het gedeeltelijk toewijzen van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] , te weten tot een bedrag van € 2.016,96, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw,
mr. B.M.J.C. van Lee, hebben aangevoerd.

Het vonnis

In het vonnis is bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een belediging van zijn begeleidster door naar haar te spugen en het beschadigen van haar auto (met bakstenen), het wederrechtelijk binnendringen en vertoeven in het gemeentehuis van zijn gemeente en het vernielen van een toegangshek van de politie. De politierechter heeft verdachte hiervoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 weken. Daarnaast heeft de politierechter de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 3 weken afgewezen en de proeftijd daarvan met 1 jaar verlengd. Verder heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] geheel toegewezen, bestaande uit € 982,32 aan materiële schade. Deze vordering is vermeerderd met de wettelijke rente en de politierechter heeft ter hoogte van datzelfde bedrag de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Tot slot heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] toegewezen tot een bedrag van € 1.026,96, bestaande uit materiële schade. Deze vordering is vermeerderd met de wettelijke rente en de politierechter heeft ter hoogte van datzelfde bedrag de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Het meer gevorderde is door de politierechter afgewezen.
Het hof vernietigt het vonnis omdat de kwalificatie in de zaak met parketnummer
18-186597-25 niet overeenkomt met de bewezenverklaring. Verder zal het hof aan verdachte een andere straf opleggen en een andere beslissing nemen op de vordering tenuitvoerlegging en de vorderingen van de benadeelde partijen. Het hof doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Zaak met parketnummer 18-135664-25:1.
hij op of omstreeks 5 mei 2025 te [plaats 1] , [gemeente] , opzettelijk [benadeelde 1] , in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door in de richting van die [benadeelde 1] te spugen;
2.
hij op of omstreeks 5 mei 2025 te [plaats 1] , [gemeente] , opzettelijk en wederrechtelijk een auto [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Zaak met parketnummer 18-186597-25:
hij op of omstreeks 18 juni 2025 te [plaats 2] , [gemeente] , in een voor de openbare dienst bestemd lokaal, te weten het gemeentehuis [plaats 2] , wederrechtelijk is binnengedrongen.
Zaak met parketnummer 18-178092-25:
hij op of omstreeks 11 juni 2025 te [plaats 2] , [gemeente] , in een voor de openbare dienst bestemd lokaal, te weten het gemeentehuis [plaats 2] , wederrechtelijk aldaar vertoevende zich niet op de vordering van de bevoegde ambtenaar, aanstonds heeft verwijderd.
Zaak met parketnummer 18-187666-25:
hij op of omstreeks 18 juni 2025 te [plaats 3] opzettelijk en wederrechtelijk een toegangshek, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde 2] ( [adres 2] ), toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsoverweging in de zaak met parketnummer 18-178092-25 (het wederrechtelijk vertoeven in het gemeentehuis op 11 juni 2025)
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat pas tijdens het verhoor op 11 juni 2025 aan verdachte een brief is uitgereikt waarin staat dat verdachte van 22 mei 2025 tot 22 november 2025 de toegang van het gemeentehuis is ontzegd. Hoewel een medewerker van de gemeente heeft verklaard dat aan verdachte op 22 mei 2025 schriftelijk een officiële ontzegging per post is toegezonden en verdachte heeft verklaard dat hij wist dat hij niet welkom was, vraagt de verdediging om verdachte het voordeel van de twijfel te gunnen. Er zit een verschil tussen ergens niet welkom zijn en het formeel ontzeggen van de toegang.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het wederrechtelijk vertoeven in het gemeentehuis van [plaats 2] op 11 juni 2025. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Als cassatie wordt ingesteld, neemt het hof de bewijsmiddelen op in een aanvulling op dit arrest.
Het hof overweegt daartoe als volgt.
Op 11 juni 2025 is verdachte het gemeentehuis van [plaats 2] binnen gegaan. Medewerksters van het gemeentehuis hebben verdachte toen mondeling gewezen op het verbod. Verdachte is vervolgens weggegaan, maar is na een korte tijd weer teruggekomen. Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij wel wist dat hij er niet mocht komen. Verdachte wist al van het verbod en omdat de medewerksters van het gemeentehuis hem opnieuw hebben gewezen op het verbod, was het hem voldoende duidelijk dat hij daar niet mocht zijn. Verdachte is desondanks het gemeentehuis weer binnen gegaan en er gebleven, waarop de politie is gebeld. De politie heeft verdachte vervolgens gevorderd om het pand te verlaten. Verdachte zei dat hij zou blijven zitten tot hij antwoorden zou krijgen van de gemeente. Opnieuw werd hem door de politie duidelijk gemaakt dat hij niet welkom was in het gemeentehuis omdat hij een verbod had om daar te zijn. Verdachte zei tegen de politie dat hij wist dat hij niet welkom is bij het gemeentehuis, waarop hem nogmaals gemaand is het pand te verlaten. Toch bleef hij zitten. Pas toen de politie aanstalten maakte om hem vast te pakken om hem naar buiten te begeleiden, stond verdachte op en verliet hij het pand. Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het wederrechtelijk vertoeven in het gemeentehuis van [plaats 2] op 11 juni 2025.
Verdachte heeft de andere hem ten laste gelegde feiten ondubbelzinnig bekend en namens hem is ten aanzien van die feiten geen vrijspraak bepleit. Om die reden behoeft de bewezenverklaring ten aanzien van deze feiten geen nadere motivering.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 18-135664-25 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 18-186597-25 en in de zaak met parketnummer 18-178092-25 en in de zaak met parketnummer 18-187666-25 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Zaak met parketnummer 18-135664-25:
1.
hij op 5 mei 2025 te [plaats 1] , [gemeente] , opzettelijk [benadeelde 1] , in haar tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door in de richting van die [benadeelde 1] te spugen;
2.
hij op 5 mei 2025 te [plaats 1] , [gemeente] , opzettelijk en wederrechtelijk een auto [kenteken] ), die aan [benadeelde 1] , toebehoorde heeft beschadigd.
Zaak met parketnummer 18-186597-25:
hij op 18 juni 2025 te [plaats 2] , [gemeente] , in een voor de openbare dienst bestemd lokaal, te weten het gemeentehuis [plaats 2] , wederrechtelijk is binnengedrongen.
Zaak met parketnummer 18-178092-25:hij op 11 juni 2025 te [plaats 2] , [gemeente] , in een voor de openbare dienst bestemd lokaal, te weten het gemeentehuis [plaats 2] , wederrechtelijk aldaar vertoevende zich niet op de vordering van de bevoegde ambtenaar, aanstonds heeft verwijderd.
Zaak met parketnummer 18-187666-25:
hij op 18 juni 2025 te [plaats 3] opzettelijk en wederrechtelijk een toegangshek dat geheel aan [benadeelde 2] , [adres 2] , toebehoorde heeft vernield.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het in de zaak met parketnummer 18-135664-25 onder 1 bewezenverklaarde levert op:
eenvoudige belediging.
Het in de zaak met parketnummer 18-135664-25 onder 2 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.
Het in de zaak met parketnummer 18-186597-25 bewezenverklaarde levert op:
in een voor de openbare dienst bestemd lokaal wederrechtelijk binnendringen.
Het in de zaak met parketnummer 18-178092-25 bewezenverklaarde levert op:
wederrechtelijk in een voor de openbare dienst bestemd lokaal vertoevende, zich niet op de vordering van de bevoegde ambtenaar aanstonds verwijderen.
Het in de zaak met parketnummer 18-187666-25 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft primair verzocht toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en verdachte schuldig te verklaren zonder daarbij een straf of maatregel op te leggen. Subsidiair heeft de verdediging verzocht aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen van een paar weken.
Oordeel van het hof
Het hof heeft onmiddellijk na het onderzoek ter terechtzitting uitspraak gedaan in aanwezigheid van verdachte en de raadsvrouw van verdachte, mr. B.M.J.C. van Lee.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich op 5 mei 2025 schuldig gemaakt aan het beledigen van zijn toenmalige begeleidster en het beschadigen van haar auto. Dit heeft hij gedaan door naar haar te spugen en met twee bakstenen op haar motorkap te bonken. Verdachte heeft vanuit emotie gehandeld en door naar haar te spugen een gebrek aan respect getoond. Verder heeft hij een inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van aangeefster, waardoor deze hinder en schade heeft ondervonden.
Daarnaast heeft verdachte zich op 11 en 18 juni 2025 schuldig gemaakt aan het wederrechtelijk vertoeven, dan wel wederrechtelijk binnendringen in het gemeentehuis [plaats 2] . Verdachte wist dat hij er niet mocht komen en heeft met zijn gedrag hinder en overlast veroorzaakt.
Tot slot heeft verdachte zich op 18 juni 2025 schuldig gemaakt aan het vernielen van een toegangshek van de [benadeelde 2] . Dit heeft hij gedaan door meerdere keren aan de kabel onder aan het hek te trekken, waardoor de kabel op een gegeven moment los hing. Hierdoor heeft hij een inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de [benadeelde 2] , waardoor deze hinder en schade heeft ondervonden.
Strafblad
Het hof heeft bij de strafoplegging gelet op het strafblad van verdachte van 23 februari 2026, waaruit blijkt dat hij in het verleden eerder onherroepelijk is veroordeeld wegens strafbare feiten, waaronder vernieling. Verder blijkt uit het strafblad dat verdachte na de bewezenverklaarde feiten onherroepelijk is veroordeeld wegens het plegen van andere, soortgelijke, strafbare feiten. Gelet hierop is artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing.
Persoon van verdachte
Verder neemt het hof in aanmerking de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die op de zitting door verdachte en zijn raadsvrouw naar voren zijn gebracht en zoals deze ook blijken uit de verschillende rapportages die over verdachte zijn opgesteld.
Het hof heeft onder meer gelet op de twee meest recente reclasseringsadviezen die over verdachte zijn opgemaakt. Dit betreffen de reclasseringsadviezen van 12 augustus 2025 en 22 september 2025, beide opgesteld door Reclassering Nederland. Uit voornoemde adviezen komt naar voren dat bij verdachte forse beperkingen in zijn maatschappelijk functioneren worden waargenomen. Verdachte heeft een licht verstandelijke beperking, is gediagnosticeerd met ADHD en heeft een stoornis in cannabisgebruik. Daarnaast functioneert verdachte op emotioneel ontwikkelingsniveau voornamelijk in de adaptiefase van 0 tot 6 maanden. Voornoemde leidt niet zelden tot het herhaald uiten van zijn ongenoegen jegens hulpverlening en instanties, alsook tot het stellig afwijzen van bemoeienissen en interventies. Verdachte houdt op stelselmatige wijze anderen, waaronder de in zijn ogen tekortschietende instanties en hulpverlening, verantwoordelijk voor de problemen in zijn leven. Hoewel verdachte herhaalt dat hij hulp wil, blijft hij in conflict raken met hulpverlenende instanties. De reclassering ziet in het licht hiervan een hoge kans op recidive, maar geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag te veranderen. Ingegeven door de persoonlijke problematiek van verdachte, ziet de reclassering contra-indicaties voor het uitvoeren van een taakstraf. Daarnaast uit de reclassering zorgen over de detentiegeschiktheid van verdachte.
Op de zitting in hoger beroep is door de verdediging naar voren gebracht dat op 6 oktober 2025 aan verdachte een indicatiebesluit is afgegeven in het kader van de Wet langdurige zorg, op grond waarvan verdachte aanspraak kan maken op 24-uurszorg. In dat kader heeft verdachte sinds kort een nieuwe begeleider. Die begeleiding lijkt vooralsnog goed te gaan.
Verminderd toerekeningsvatbaar
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot de persoon van verdachte, acht het hof verdachte ten tijde van het plegen van onderhavige feiten verminderd toerekeningsvatbaar. Hier houdt het hof in strafmatigende zin rekening mee.
Strafoplegging
Anders dan door de verdediging primair is bepleit, is het hof van oordeel dat de combinatie van de bewezenverklaarde feiten te ernstig is om geen enkele straf of maatregel op te leggen. De oplegging van een straf dient niet alleen als een signaal naar de samenleving, maar ook als een signaal naar verdachte toe. Verdachte moet weten dat hij dit niet mag doen. Desondanks ziet het hof gezien de persoonlijke problematiek van verdachte en het gegeven dat hij sinds kort een nieuwe begeleider heeft, aanleiding om in dit geval te volstaan met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient daarbij als stok achter de deur, om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst nieuwe strafbare feiten te plegen.
Rekening houdend met het bovenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken, met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden.
De aldus gemotiveerde strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 982,32 ingediend, bestaande uit materiële schade. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen. De vordering tot schadevergoeding is in hoger beroep nog steeds aan de orde. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de politierechter gevorderde schadevergoeding.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft primair verzocht de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk te verklaren vanwege onduidelijkheden in de vordering tot schadevergoeding. Subsidiair heeft de verdediging verzocht de kostenpost voor onderdelen van € 430,48 af te wijzen, nu dat betrekking zou hebben op een nieuwe bumper, terwijl in de aangifte niet genoemd is dat verdachte de bumper vernield zou hebben en evenmin dat daar geweld tegen gepleegd is.
Oordeel van het hof
De benadeelde partij heeft in haar verzoek tot schadevergoeding een bijlage overgelegd waarin de schade aan haar auto is gecalculeerd. In de schade-calculatie wordt onderscheid gemaakt tussen vijf kostenposten, te weten: onderdelen, arbeidsloon, bijkomende kosten, spuitwerk en milieutoeslag. Bij elkaar opgeteld wordt een bedrag van € 982,32 gevorderd.
Op de zitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij door het in de zaak met parketnummer 18-135664-25 onder 2 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 551,84. Dit bedrag bestaat uit de volgende kostenposten: arbeidsloon, bijkomende kosten, spuitwerk en milieutoeslag. Dit deel wijst het hof toe en moet door verdachte worden vergoed.
Voor het meer materieel gevorderde, te weten € 430,48, kan het hof niet vaststellen dat deze schade rechtstreeks is veroorzaakt door het handelen van verdachte. De kostenpost ‘onderdelen’ lijkt te zien op het vernieuwen van de bumper, terwijl uit het dossier niet valt af te leiden dat verdachte de bumper heeft beschadigd. Deze schade is dan ook onvoldoende onderbouwd. Dit deel wijst het hof af.
Wettelijke rente
Het hof bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 5 mei 2025, de dag waarop verdachte de auto heeft beschadigd.
Schadevergoedingsmaatregel
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze.
Gijzeling
Het hof bepaalt de duur van de gijzeling, gelet op de persoon van de verdachte en het feit dat zijn vermogen onder bewind is gesteld, op 0 dagen.
Proceskosten
Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.206,96 ingediend, bestaande uit materiële schade. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 1.026,96. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangegeven dat verdachte de vordering tot schadevergoeding wil voldoen, behoudens de gevorderde € 190,00 aan administratiekosten.
Oordeel van het hof
De benadeelde partij heeft in zijn verzoek tot schadevergoeding een bijlage overgelegd waarin het schadebedrag wordt gespecificeerd. Voor het herstellen van het toegangshek wordt € 2.016,96 gevorderd en de administratiekosten zijn € 190,00. Bij elkaar opgeteld wordt een bedrag van € 2.206,96 gevorderd.
Op de zitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij door het in de zaak met parketnummer 18-187666-25 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 2.016,96. De gevorderde schade is door de verdediging inhoudelijk niet gemotiveerd betwist en verdachte wil die schade voldoen. Dit deel wijst het hof daarom toe en moet door verdachte worden vergoed.
Het meer materieel gevorderde, te weten € 190,00 aan administratiekosten, hoeft verdachte niet te vergoeden, omdat onvoldoende onderbouwd is of en in hoeverre werkzaamheden verricht zijn om de kosten te innen of vast te stellen. Dat deel wijst het hof af.
Wettelijke rente
Het hof bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 18 juni 2025, de dag waarop verdachte het toegangshek heeft vernield.
Schadevergoedingsmaatregel
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze.
Gijzeling
Het hof bepaalt de duur van de gijzeling, gelet op de persoon van de verdachte en het feit dat zijn vermogen onder bewind is gesteld, op 0 dagen.
Proceskosten
Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen, gelet op de bevindingen van de reclassering ten aanzien van de detentie(on)geschiktheid van verdachte.
Oordeel van het hof
In de zaak met parketnummer 18-280260-22 is verdachte op 10 maart 2023 door de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden , veroordeeld. Aan verdachte is toen een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd van 3 weken, met een proeftijd van 3 jaren. Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van deze voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze vordering is in hoger beroep ook aan de orde.
Verdachte heeft voor het einde van de proeftijd vijf nieuwe strafbare feiten gepleegd. Daarom kan de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden bevolen. Toch wijst het hof de vordering tot tenuitvoerlegging af op grond van wat over verdachte op de zitting is gebleken. Uit de verschillende reclasseringsadviezen die over verdachte zijn opgesteld blijkt dat verdachte een licht verstandelijke beperking heeft en op emotioneel ontwikkelingsniveau voornamelijk functioneert in de adaptiefase van 0 tot 6 maanden. Hoewel de reclassering niet kan beoordelen of verdachte detentiegeschikt is, hebben zij daar zorgen over. Zij zien eveneens contra-indicaties voor het uitvoeren van een taakstraf.
Omdat de proeftijd op 23 maart 2026 is geëindigd, is verlenging van de proeftijd, zoals de politierechter heeft gedaan, niet meer mogelijk. Verdachte heeft sinds kort een nieuwe begeleider op grond van de CIZ-indicatie. Dit lijkt goed te gaan. In plaats van het bevelen van de tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf, acht het hof het daarom van belang dat de huidige begeleiding wordt voortgezet. Het hof gaat de eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf ook niet omzetten in een taakstraf vanwege de te verwachten uitvoeringsproblemen. De vordering tot tenuitvoerlegging wordt daarom afgewezen.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 139, 266 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-135664-25 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 18-186597-25 en in de zaak met parketnummer 18-178092-25 en in de zaak met parketnummer 18-187666-25 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 18-135664-25 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 18-186597-25 en in de zaak met parketnummer 18-178092-25 en in de zaak met parketnummer 18-187666-25 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-135664-25 onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 551,84 (vijfhonderdeenenvijftig euro en vierentachtig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-135664-25 onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 551,84 (vijfhonderdeenenvijftig euro en vierentachtig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 5 mei 2025.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-187666-25 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 2.016,96 (tweeduizend zestien euro en zesennegentig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-187666-25 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 2.016,96 (tweeduizend zestien euro en zesennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 18 juni 2025.
Vordering tot tenuitvoerlegging
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket Noord-Nederland van 18 juni 2025, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van Noord-Nederland van 10 maart 2023, parketnummer 18-280260-22, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 3 weken.
Dit arrest is gewezen door mr. J.A.M. Kwakman, mr. F.E.J. Goffin en mr. P.S. Bakker, in aanwezigheid van de griffier mr. S.A. van der Zwaag en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 30 maart 2026.