Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:2259

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
200.358.254
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overeenstemming partijen over kinderalimentatie en vernietiging eerdere beschikking

De man en de vrouw, ouders van een minderjarige geboren in 2024, waren in hoger beroep verwikkeld over de hoogte van de kinderalimentatie. De rechtbank had eerder bepaald dat de man vanaf 1 augustus 2024 een bedrag van €75 per maand zou betalen, oplopend tot €238 vanaf 6 maart 2025.

De bewindvoerder van de man kwam in hoger beroep met het verzoek om de alimentatie over de gehele periode nihil te stellen. De vrouw verzocht de rechtbankbeschikking te bekrachtigen. Tijdens de mondelinge behandeling bereikten partijen overeenstemming over een vaste bijdrage van €75 per maand vanaf 1 augustus 2024, die ook in 2025 en 2026 zal worden betaald.

Het hof vernietigde de eerdere beschikking en legde de nieuwe afspraak vast, waarbij het bedrag voor het eerst wordt geïndexeerd op 1 januari 2027. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026.

Uitkomst: Het hof vernietigt de eerdere beschikking en legt vast dat de man vanaf 1 augustus 2024 €75 per maand kinderalimentatie betaalt, met indexering vanaf 2027.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.358.254
(zaaknummer rechtbank Overijssel 329790)
beschikking van 16 april 2026
inzake
De Financiële Hulpverlener B.V.,
gevestigd te Deventer,
in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [verzoeker] ,
wonende te [woonplaats1] , gemeente [gemeente1] ,
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de bewindvoerder,
advocaat: mr. C.C.J.L. Huurman-Ip Vai Ching,
en
[verweerster],
wonende te [woonplaats2] , gemeente [gemeente2] ,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. D. Beuving.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 8 mei 2025, uitgesproken onder zaaknummer 329790 (hierna ook: de bestreden beschikking).

2.Het geding in hoger beroep

- het beroepschrift met producties, ingekomen op 13 augustus 2025;
- het verweerschrift met producties;
- een journaalbericht namens de vrouw van 19 februari 2026 met producties;
- een journaalbericht namens de bewindvoerder van 27 februari 2026 met producties en
- een journaalbericht namens de bewindvoerder van 9 maart 2026 met producties.
2.2
De mondelinge behandeling heeft op 10 maart 2026 plaatsgevonden. Hierbij waren aanwezig:
- [verzoeker] (hierna: de man), bijgestaan door mr. Huurman-Ip Vai Ching en
- de vrouw, bijgestaan door mr. Beuving.

3.De feiten

3.1
De man en de vrouw hebben een relatie gehad. Zij zijn de ouders van [minderjarige1] , geboren [in] 2024.
3.2
De man heeft [minderjarige1] erkend. De vrouw oefent alleen het gezag over haar uit.
3.3
Bij beschikking van 5 maart 2025 heeft de kantonrechter de goederen die de man (zullen) toebehoren onder bewind gesteld.

4.De omvang van het geschil

4.1
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige1] (kinderalimentatie) als volgt bepaald:
- met ingang van 1 augustus 2024 tot 6 maart 2025 op € 75,- per maand;
- met ingang van 6 maart 2025 op € 238,- per maand,
voor de toekomst telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
4.2
De bewindvoerder is met drie grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De bewindvoerder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, de kinderalimentatie over de periode van 1 augustus 2024 tot 6 maart 2025 en met ingang van 6 maart 2025 op nihil te stellen.
4.3
De vrouw voert verweer en zij vraagt het hof de verzoeken van de bewindvoerder af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5.De motivering van de beslissing

5.1
Bij de mondelinge behandeling hebben partijen overeenstemming bereikt en het hof verzocht die overeenstemming in een beschikking vast te leggen. Hieruit leidt het hof af dat partijen hun verzoek in hoger beroep dienovereenkomstig hebben gewijzigd.
5.2
Partijen zijn overeengekomen dat de man aan de vrouw met ingang van 1 augustus 2024 een bedrag van € 75,- per maand als kinderalimentatie zal betalen. Ook in de jaren 2025 en 2026 zal de man dit bedrag van € 75,- per maand aan de vrouw betalen. Dit bedrag zal derhalve op 1 januari 2027 voor het eerst worden geïndexeerd. Het hof zal deze afspraak in de beslissing (het dictum) opnemen. In de beslissing wordt de datum waarop het bedrag voor het eerst wordt geïndexeerd niet opgenomen, omdat die datum al volgt uit het feit dat het hof de beschikking in 2026 geeft. [1]
5.3
Gelet hierop zal het hof de bestreden beschikking vernietigen en beslissen als volgt.

6.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 8 mei 2025 en opnieuw beschikkende:
bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van 1 augustus 2024 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige1] € 75,- per maand zal betalen, de toekomstige termijnen telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, K.A.M. van Os-ten Have en E.H. Schijven-Bours, bijgestaan door de griffier, en is op 16 april 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Voetnoten

1.Hoge Raad 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1165