Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:2332

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
21-001579-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bedreiging met zware mishandeling en vernieling met voorwaardelijke gevangenisstraf en contactverbod

Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor bedreiging met zware mishandeling en het opzettelijk vernielen van een slaapkamerraam van de woning van het slachtoffer. De feiten vonden plaats op 27 juni 2024, waarbij verdachte een heggenschaar naar het raam gooide terwijl het slachtoffer daar lag te slapen.

De politierechter sprak verdachte vrij van de woordelijke bedreiging, maar het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen die vrijspraak. Het hof vernietigde het vonnis voor zover het aan zijn oordeel was onderworpen en deed opnieuw recht. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, gecombineerd met een taakstraf van 50 uur, te vervangen door 25 dagen hechtenis bij niet-naleving.

Het hof legde bijzondere voorwaarden op, waaronder een meld- en behandelplicht en een contactverbod met het slachtoffer voor de duur van één jaar, dat dadelijk uitvoerbaar is. De maatregel bevat een vervangende hechtenis van één week per overtreding met een maximum van zes maanden. Het hof baseerde zijn oordeel mede op het strafblad, een reclasseringsrapport en een verklaring van een reclasseringswerker, die het recidiverisico als niet laag inschatte.

De straf en maatregelen zijn passend geacht gezien de ernst van de feiten, de persoon van verdachte en het belang van bescherming van het slachtoffer. Het contactverbod is specifiek vormgegeven met uitzondering voor communicatie over het minderjarige kind en onder toezicht van betrokken hulpverleners.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 weken, een taakstraf van 50 uur en een contactverbod van 1 jaar.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001579-25
Uitspraakdatum: 3 april 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 4 april 2025 met parketnummer 18-210292-24 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 3 april 2026 en wat op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
  • veroordeling van verdachte voor de aan hem onder 1 (behoudens de woordelijke bedreiging waarvan de politierechter verdachte vrijsprak) en 2 ten laste gelegde feiten tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 weken met een proeftijd van 3 jaren en met aftrek van het voorarrest, in combinatie met een taakstraf van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis;
  • het verbinden van bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke gevangenisstraf in de vorm van een meldplicht en een behandelplicht, waarbij de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn;
  • oplegging van de maatregel als omschreven in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) inhoudende een contactverbod met [slachtoffer] voor de duur van 1 jaar, dadelijk uitvoerbaar te verklaren, waarbij per overtreding 1 week vervangende hechtenis moet worden toegepast met een maximum van 6 maanden.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M. Schlepers, hebben aangevoerd.
Het hof heeft onmiddellijk na het sluiten van het onderzoek op de terechtzitting uitspraak gedaan.

Het vonnis

De politierechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft bij vonnis van 4 april 2025, waartegen het hoger beroep is gericht:
  • verdachte veroordeeld voor de aan hem onder 1 (behoudens de hem impliciet cumulatief tenlastegelegde woordelijke bedreiging van [slachtoffer] ; daarvan sprak de politierechter verdachte vrij) en 2 ten laste gelegde feiten tot een gevangenisstraf van 10 weken met aftrek van het voorarrest, waarvan 4 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. De politierechter heeft aan de voorwaardelijke straf bijzondere voorwaarden verbonden in de vorm van, kort gezegd, een meld- en behandelplicht en deze voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaard;
  • de maatregel als omschreven in artikel 38v Sr aan verdachte opgelegd, inhoudende een contactverbod met [slachtoffer] voor de duur van 1 jaar, waarbij per overtreding 1 week vervangende hechtenis moet worden toegepast met een maximum van 6 maanden. Deze maatregel is door de politierechter dadelijk uitvoerbaar verklaard.
Omdat de politierechter verdachte vrijsprak van de tenlastegelegde woordelijke bedreiging van [slachtoffer] en verdachte tegen die vrijspraak niet in hoger beroep kan komen, zal het hof verdachte in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.
Het hof vernietigt het vonnis voor zover dat aan het oordeel van het hof is onderworpen en doet daarom opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen:
1.
hij op of omstreeks 27 juni 2024 te [plaats] , meermaals, althans eenmaal, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door - een heggenschaar, althans een scherp voorwerp, naar/in het slaapkamerraam, althans een raam van de woning van die [slachtoffer] te gooien, terwijl die voornoemde [slachtoffer] daar lag te slapen.
2.
hij op of omstreeks 27 juni 2024 te [plaats] , opzettelijk en wederrechtelijk een slaapkamerraam in de woning van [slachtoffer] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Verdachte heeft ter zitting bij het hof de aan hem ten laste gelegde feiten expliciet bekend. Door de verdediging zijn daarnaast ter terechtzitting in hoger beroep geen bewijsverweren gevoerd. Het hof beschouwt de verdachte dan ook als een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv).
Het hof is van oordeel dat, op basis van het dossier en hetgeen op de zitting ter sprake is gekomen, wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de aan hem ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op 27 juni 2024 te [plaats] , eenmaal, [slachtoffer] heeft bedreigd met zware mishandeling, door een heggenschaar naar/in het slaapkamerraam van de woning van die [slachtoffer] te gooien.
2.
hij op 27 juni 2024 te [plaats] , opzettelijk en wederrechtelijk een slaapkamerraam in de woning van [slachtoffer] heeft vernield.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Eendaadse samenloop van:

Het onder 1 bewezenverklaarde:
bedreiging met zware mishandeling.
Het onder 2 bewezenverklaarde:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

Bij het bepalen van de straffen en de maatregel houdt het hof, zoals op de zitting van 3 april 2026 mondeling is gemotiveerd, rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Hierbij heeft het hof in het bijzonder gelet op het volgende.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met zware mishandeling en vernieling door een heggenschaar te gooien door het slaapkamerraam van de woning van aangeefster. Door zo te handelen heeft verdacht aangeefster gevoelens van angst en onveiligheid bezorgd. Daarnaast heeft er geen blijk van gegeven het eigendomsrecht van aangeefster te respecteren.
Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op het strafblad van verdachte van 6 maart 2026. Daaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor andersoortige feiten.
Verder heeft het hof acht geslagen op het reclasseringsrapport van 26 maart 2025, dat over verdachte is opgemaakt. Dit heeft het hof gedaan in combinatie met de op de zitting door deskundige [naam 1] afgelegde verklaring. Zij is reclasseringswerker en is betrokken bij het toezicht op verdachte. Zij heeft op de zitting van het hof verklaard dat verdachte nu beter zijn afspraken nakomt dan ten tijde van het opmaken van het reclasseringsrapport. Daarnaast heeft zij verklaard dat verdachte op de goede weg is, maar dat het risico op recidive niet laag is. Het niet hebben van een relatie zorgt er, aldus de reclasseringswerker, voor dat het recidiverisico ten aanzien van verdachte is verlaagd. Toch moet er volgens haar nog genoeg gebeuren wil het recidiverisico beheersbaar zijn. Ten slotte acht [naam 1] het van belang dat het hof de bijzondere voorwaarden oplegt overeenkomstig de politierechter.
Verdachte heeft op de zitting van 3 april 2026 verklaard dat hij sinds twee maanden agressieregulatie training volgt en dat hij nu de consequenties van zijn eigen handelen meer inziet.
Gelet op al het voorgaande is het hof, alles afwegende, van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 weken met een proeftijd van 3 jaren, in combinatie met een taakstraf van 50 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 25 dagen hechtenis, passend en geboden is.
Het hof zal aan de voorwaardelijke gevangenisstraf bijzondere voorwaarden verbinden in de vorm van een meldplicht en een behandelplicht. De exacte inhoud hiervan zal in de beslissing worden opgenomen. Het hof zal de door verdachte in voorarrest doorgebrachte dagen aftrekken van de taakstraf. Het hof ziet dat verdachte zijn leven probeert te verbeteren en op de goede weg is, maar acht een voorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk als stok achter de deur voor verdachte om hem ervan te weerhouden opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen.
Het hof zal bevelen dat deze bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn, omdat er, gelet op hetgeen reclasseringsmedewerker [naam 1] op de zitting van het hof heeft verklaard, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen de onaantastbaarheid van het lichaam.
Het hof ziet verder aanleiding om, ter bescherming van aangeefster, een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid van verdachte als bedoeld in artikel 38v Sr op te leggen in de vorm van een contactverbod. De maatregel zal worden opgelegd voor de duur van één jaar, met aftrek van de periode dat de maatregel al van kracht is geweest.
Deze maatregel houdt een contactverbod, te weten dat verdachte op geen enkele wijze - direct of indirect – contact zal opnemen met aangeefster, behalve voor zover dit contact geschiedt met betrekking tot hun minderjarige kind en blijft binnen de tussen aangeefster en verdachte in dat verband gesloten “overeenkomst onderling contact” van 22 oktober 2025, inhoudende dat:
  • bij haal- en brengmomenten is er kort contact tussen ouders. Tijdens deze contactmomenten wordt er alleen informatie uitgewisseld over het kind. Deze informatie betreft een mededeling;
  • e-mail is het enige communicatiemiddel tussen ouders. Mevrouw [naam 2] , trajectbegeleider Zorg- en veiligheidshuis [plaats] , zal in de cc meegenomen worden en bij ongewenste communicatie contact opnemen met [naam 1] , reclasseringsmedewerker Lj&r;
  • gesprekken bij instellingen/scholen in het belang van het kind zullen, zover dit mogelijk is, gezamenlijk plaats vinden;
  • in geval van noodsituaties kunnen ouders telefonisch contact met elkaar hebben. De [verdachte] zal de reclassering informeren wanneer deze situatie zich heeft voorgedaan.
Het hof zal bevelen dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is, omdat er – zoals hierboven al is overwogen – uit de verklaring van [naam 1] blijkt dat er nog ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw strafbare feiten zal plegen of zich belastend zal gedragen tegenover aangeefster.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 38v, 38w, 55, 57, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Verklaartde verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep voor zover het is gericht tegen de vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde ten aanzien van de woordelijke bedreiging.
Vernietigthet vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaartzoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaartniet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaarthet onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeeltde verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) weken.
Bepaaltdat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

  • dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat noodzakelijk vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken plaatsvinden. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen 14 dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij de reclassering van het Leger der Heils op het adres [adres 2] ;
  • dat de veroordeelde meewerkt aan diagnostiek en zich, indien geïndiceerd, laat behandelen door [zorgverlener] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.
Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dat noodzakelijk vindt.
Geeft opdrachtdat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.
Heft ophet door de politierechter gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid ten aanzien van de bijzondere voorwaarden.
Beveeltdat voormelde voorwaarden en het uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Veroordeeltde verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.
Beveeltdat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Legt opde maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de verdachte voor de duur van 1 jaar op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met: slachtoffer [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , behalve voor zover dit geschiedt met betrekking tot hun minderjarige kind en blijft binnen de tussen [slachtoffer] en verdachte gesloten “overeenkomst onderling contact” van 22 oktober 2025, inhoudende dat:
  • Bij haal- en brengmomenten is er kort contact tussen ouders. Tijdens deze contactmomenten wordt er alleen informatie uitgewisseld over het kind. Deze informatie betreft een mededeling;
  • e-mail is het enige communicatiemiddel tussen ouders. Mevrouw [naam 2] , trajectbegeleider Zorg en veiligheidshuis [plaats] zal in de cc meegenomen worden en bij ongewenste communicatie contact opnemen met [naam 1] , reclasseringswerker Lj&R;
  • gesprekken bij instellingen/scholen in het belang van het kind zullen, zover dit mogelijk is, gezamenlijk plaats vinden;
  • in geval van noodsituaties kunnen ouders telefonisch contact met elkaar hebben. De [verdachte] zal de reclassering informeren wanneer deze situatie zich heeft voorgedaan.
Beveeltdat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een gezamenlijk maximum van 6 maanden.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Beveeltdat de tijd die de verdachte al onderworpen is geweest aan de door de politierechter opgelegde en dadelijk uitvoerbaar verklaarde vrijheidsbeperkende maatregel bij de uitvoering van de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel in mindering zal worden gebracht.
Beveeltdaarnaast dat de vervangende hechtenis die eventueel al is tenuitvoergelegd, eveneens bij een eventuele tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis in mindering wordt gebracht.
Dit arrest is gewezen door mr. J. Dolfing, mr. J. Hielkema en mr. F.E.J. Goffin, in aanwezigheid van de griffier mr. L. Dijkman en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 3 april 2026.