ECLI:NL:GHARL:2026:240

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
23/2708 t/m 23/2713
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:45 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen naheffingsaanslag BPM wegens waardebepaling gebruikte personenauto’s

Belanghebbende is geconfronteerd met een naheffingsaanslag BPM van € 11.712 over zeven gebruikte personenauto’s, die na bezwaar en rechtbankuitspraak is verminderd tot € 10.755. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de handelsinkoopwaarde verder verminderd moest worden wegens schade, het ontbreken van een oordeel van de RDW over de kilometerstand en een waardevermindering wegens schadeverleden bij één auto.

Het Hof heeft de taxatierapporten en foto’s beoordeeld, maar belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er meer schade was dan reeds door de Inspecteur en rechtbank was erkend. Het ontbreken van een RDW-oordeel over kilometerstanden werd niet als waardeverminderend aangemerkt zonder concrete aanwijzingen van onregelmatigheden. Voor de schadeverledenwaardevermindering bij auto 7 ontbrak een deskundigenonderzoek, waardoor dit betoog faalde.

Het Hof concludeert dat de naheffingsaanslag niet te hoog is vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond. Vergoeding van griffierecht en proceskosten wordt afgewezen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag BPM wordt bevestigd op € 10.755.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN

locatie Arnhem
nummers BK-ARN 23/2708 tot en met 23/2713
uitspraakdatum: 13 januari 2026
Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende]te
[verstigingsplaats](hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 23 augustus 2023, nummers ARN 22/2621 tot en met 22/2623, 22/2627, 22/2632 en 22/2634, in het geding tussen belanghebbende en
de
inspecteurvan de
Belastingdienst/Centrale Administratieve processen/Team Auto bpm(hierna: de Inspecteur)

1.Ontstaan en loop van het geding

1.1.
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (hierna: BPM) opgelegd van € 11.712 ter zake van zeven personenauto’s.
1.2.
De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar de naheffingsaanslag verminderd tot een bedrag van € 10.888.
1.3.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd, de naheffingsaanslag verminderd tot € 10.755, de Staat veroordeeld om belanghebbende een vergoeding van immateriële schade te betalen van € 500, de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 2.374 en de Inspecteur opgedragen het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 360 aan haar te vergoeden.
1.4.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
1.5.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 december 2025. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. P.A.J.M. Lodestijn, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede mr. [naam1] en mr. [naam2] namens de Inspecteur.

2.Vaststaande feiten

2.1.
Aan belanghebbende is op 30 juli 2021 een naheffingsaanslag in de BPM opgelegd van € 11.712 ter zake van zeven personenauto’s. De Inspecteur heeft de naheffingsaanslag bij uitspraak op bezwaar van 26 januari 2022 verminderd tot € 10.888. Ter zake van auto 4 (Opel Crossland) is de naheffing daarbij verminderd tot € 0, zodat deze niet meer in geschil is. De gegevens van de nog in geschil zijnde auto’s betreffen de volgende.
Auto 1 (Nissan Qashqai 1.3 DIG-T Tekna)
2.2.
Belanghebbende heeft op 24 februari 2021 een gebruikte personenauto van het merk Nissan Qashqai 1.3 DIG-T Tekna (hierna: auto 1) gekocht voor € 19.123,30. De datum eerste toelating – in Denemarken – is 24 september 2020. De auto is op 8 maart 2021 door de RDW goedgekeurd. Belanghebbende heeft op 11 maart 2021 voor de BPM aangifte gedaan naar een bedrag van € 2.521 en dit bedrag voldaan.
2.3.
Voor de waardebepaling van de auto heeft belanghebbende een taxateur ingeschakeld. Op 8 maart 2021 heeft de expertise plaatsgevonden. De tellerstand bedraagt op dat moment 2.694 kilometer. In het taxatierapport van 10 maart 2021 is een handelsinkoopwaarde vermeld van € 14.744, gebaseerd op een waarde in onbeschadigde staat van € 21.811 (Eurotax-koerslijst), een op basis van een schadecalculatie bepaalde schade van € 2.406 (waarin rekening is gehouden met een correctie van € 200 ‘conform autotelex Matrix’), een waardevermindering van € 3.025 wegens ‘geen oordeel km stand’ door de RDW en een waardevermindering van € 1.636 wegens een huurverleden. In het taxatierapport is een bruto BPM berekend van € 7.146.
2.4.
De Inspecteur heeft op 17 maart 2021 een ‘onderzoek waardebepaling’ door een taxateur van Domeinen Roerende Zaken (hierna: DRZ) laten doen. Van dit onderzoek is op 18 maart 2021 een rapport opgemaakt. In het rapport is een consumentenprijs (historische nieuwprijs) van € 42.035 vermeld, een (laagste) handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat van € 21.786 (koerslijstwaarde Eurotax XchangeNet) en is geen waardevermindering toegepast wegens schade. In het rapport is vermeld dat alle opgegeven herstelwerkzaamheden niet zijn aangetroffen, dat het voertuig in nieuwstaat is en geen beschadigingen zijn waargenomen welke waardevermindering tot gevolg hebben. In het rapport is de handelsinkoopwaarde van de auto aldus vastgesteld op € 21.786.
2.5.
De tenaamstelling van de auto in het kentekenregister heeft plaatsgevonden op 28 april 2021.
2.6.
De Inspecteur heeft met betrekking tot auto 1 een bedrag van € 970 nageheven. De Inspecteur is daarbij uitgegaan van een historische nieuwprijs van € 42.035, een historische bruto BPM van € 7.146 en een handelsinkoopwaarde van € 21.786. De verschuldigde BPM is berekend op € 3.491, zodat een bedrag van € 970 (= € 3.491 -/- € 2.521) is nageheven. De Inspecteur heeft de naheffing bij uitspraak op bezwaar gehandhaafd en de Rechtbank heeft dit bevestigd.
Auto 2 (Volkswagen Tiguan 2.0 TSI 4Motion)
2.7.
Belanghebbende heeft op 9 maart 2021 een gebruikte personenauto van het merk Volkswagen Tiguan 2.0 TSI 4Motion (hierna: auto 2) gekocht voor € 28.000. De datum eerste toelating – in Duitsland – is 9 juni 2020. De auto is op 26 maart 2021 door de RDW goedgekeurd. Belanghebbende heeft op 19 april 2021 voor de BPM aangifte gedaan naar een bedrag van € 4.140 en dit bedrag voldaan.
2.8.
Voor de waardebepaling van de auto heeft belanghebbende een taxateur ingeschakeld. Op 29 maart 2021 heeft de expertise plaatsgevonden. De tellerstand bedraagt op dat moment 21.474 kilometer. In het taxatierapport van 7 april 2021 is een handelsinkoopwaarde vermeld van € 16.304, gebaseerd op een waarde in onbeschadigde staat van € 28.824 (Eurotax-koerslijst), een op basis van een schadecalculatie bepaalde schade van € 7.058 (waarin rekening is gehouden met een correctie van € 250 ‘conform autotelex Matrix’), een waardevermindering van € 3.300 wegens ‘geen oordeel km stand’ door de RDW en een waardevermindering van € 2.162 wegens een huurverleden. In het taxatierapport is een bruto BPM berekend van € 15.121.
2.9.
De Inspecteur heeft op 23 april 2021 een ‘onderzoek waardebepaling’ door een taxateur van DRZ laten doen. Van dit onderzoek is op 30 april 2021 een rapport opgemaakt. In het rapport is een consumentenprijs (historische nieuwprijs) van € 60.404 vermeld, een (laagste) handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat van € 33.865 (koerslijstwaarde Eurotax XchangeNet) en is geen waardevermindering toegepast wegens schade. In het rapport is vermeld dat geen waardevermindering aan het voertuig is toegekend, omdat alle opgegeven schadeposities niet zijn aangetroffen of als gebruiksschade kunnen worden aangemerkt, waarbij rekening is gehouden met leeftijd en kilometerstand van de auto. In het rapport is de handelsinkoopwaarde van de auto aldus vastgesteld op € 33.865.
2.10.
De tenaamstelling van de auto in het kentekenregister heeft plaatsgevonden op 28 mei 2021.
2.11.
De Inspecteur heeft met betrekking tot auto 2 een bedrag van € 2.923 nageheven. De Inspecteur is daarbij uitgegaan van een historische nieuwprijs van € 60.404, een historische bruto BPM van € 15.121 en een handelsinkoopwaarde van € 28.824 (de waarde in onbeschadigde staat conform taxatierapport belanghebbende). De verschuldigde BPM is berekend op € 7.063, zodat een bedrag van € 2.923 (= € 7.063 -/- € 4.140) is nageheven. De Inspecteur heeft de naheffing bij uitspraak op bezwaar gehandhaafd en de Rechtbank heeft dit bevestigd.
Auto 3 (Renault Kadjar 1.3 TCe Zen)
2.12.
Belanghebbende heeft op 30 maart 2021 een gebruikte personenauto van het merk Renault Kadjar 1.3 TCe Zen (hierna: auto 3) gekocht voor € 15.083. De datum eerste toelating – in Frankrijk – is 20 november 2019. De auto is op 28 april 2021 door de RDW goedgekeurd. Belanghebbende heeft op 3 mei 2021 voor de BPM aangifte gedaan naar een bedrag van € 1.123 en heeft een bedrag van € 1.079 voldaan.
2.13.
Voor de waardebepaling van de auto heeft belanghebbende een taxateur ingeschakeld. Op 12 april 2021 heeft de expertise plaatsgevonden. De tellerstand bedraagt op dat moment 36.124 kilometer. In het taxatierapport van 28 april 2021 is een handelsinkoopwaarde vermeld van € 5.555, gebaseerd op een waarde in onbeschadigde staat van € 15.804 (Eurotax-koerslijst), een op basis van een schadecalculatie bepaalde schade van € 6.489 (waarin rekening is gehouden met een correctie van € 350 ‘conform autotelex Matrix’), een waardevermindering van € 2.575 wegens ‘geen oordeel km stand’ door de RDW en een waardevermindering van € 1.185 wegens een huurverleden. In het taxatierapport is een bruto BPM berekend van € 6.920.
2.14.
De Inspecteur heeft op 11 mei 2021 een ‘onderzoek waardebepaling’ door een taxateur van DRZ laten doen. Van dit onderzoek is op 12 mei 2021 een rapport opgemaakt, dat op 14 mei 2021 is verzonden. In het rapport is een consumentenprijs (historische nieuwprijs) van € 33.950 vermeld en een (laagste) handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat van € 14.869 (koerslijstwaarde Xray rental). Na bezwaar heeft de Inspecteur een waardevermindering wegens vastgestelde schade in aanmerking genomen van € 1.112 (= (72% van de bruto schadecalculatie van € 1.544, waaronder een Nederlandstalig boekenpakket ad € 85), zodat de handelsinkoopwaarde € 13.757 bedraagt.
2.15.
De tenaamstelling van de auto in het kentekenregister heeft plaatsgevonden op 28 mei 2021.
2.16.
De Inspecteur heeft met betrekking tot auto 3 een bedrag van € 1.790 nageheven. Na bezwaar is deze naheffing verminderd tot € 1.573. De Inspecteur is daarbij uitgegaan van een historische nieuwprijs van € 33.950, een historische bruto BPM van € 6.650 en een handelsinkoopwaarde van € 13.757. De verschuldigde BPM is berekend op € 2.652, zodat het nageheven bedrag – zoals dit luidt na uitspraak op bezwaar – € 1.573 (= € 2.652 -/- € 1.079) bedraagt. De Rechtbank heeft dit bevestigd.
Auto 5 (Opel Mokka X 1.4)
2.17.
Belanghebbende heeft op 27 november 2020 een gebruikte personenauto van het merk Opel Mokka X 1.4 (hierna: auto 5) gekocht voor € 13.393. De datum eerste toelating – in Spanje – is 2 april 2019. De auto is op 12 januari 2021 door de RDW goedgekeurd. Belanghebbende heeft op 18 januari 2021 voor de BPM aangifte gedaan naar een bedrag van € 2.799 en dit bedrag voldaan.
2.18.
Voor de waardebepaling van de auto heeft belanghebbende een taxateur ingeschakeld. Op 11 januari 2021 heeft de expertise plaatsgevonden. De tellerstand bedraagt op dat moment 26.325 kilometer. In het taxatierapport van 11 januari 2021 is een handelsinkoopwaarde vermeld van € 7.598, gebaseerd op een waarde in onbeschadigde staat van € 16.727 (Eurotax-koerslijst), een op basis van een schadecalculatie bepaalde schade van € 7.129 (waarin rekening is gehouden met een correctie van € 350 ‘conform autotelex Matrix’) en een waardevermindering van € 2.000 wegens ‘geen oordeel km stand’ door de RDW. In het taxatierapport is een bruto BPM berekend van € 13.762.
2.19.
De Inspecteur heeft op 28 januari 2021 een ‘onderzoek waardebepaling’ door een taxateur van DRZ laten doen. Van dit onderzoek is op 29 januari 2021 een rapport opgemaakt. In het rapport is een consumentenprijs (historische nieuwprijs) van € 37.346 vermeld en een (laagste) handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat van € 22.941 (koerslijstwaarde AutotelexPro (Marge)). In het rapport van 29 januari 2021 is een waardevermindering wegens vastgestelde schade in aanmerking genomen van € 1.135 (= (72% van de bruto schadecalculatie van € 1.577, waaronder een Nederlandstalig boekenpakket ad € 85), zodat DRZ is uitgegaan van een handelsinkoopwaarde van € 21.806.
2.20.
De tenaamstelling van de auto in het kentekenregister heeft plaatsgevonden op 28 april 2021.
2.21.
De Inspecteur heeft met betrekking tot auto 5 een bedrag van € 2.409 nageheven. Daarbij is hij afgeweken van de in het – onder 2.19 – genoemde rapport van DRZ vermelde handelsinkoopwaarde, omdat de Inspecteur is uitgegaan van een tweede rapport van DRZ van 25 mei 2021 – dat niet tot de stukken behoort – waarin DRZ de handelsinkoopwaarde heeft vastgesteld op € 14.878. De reden voor het tweede rapport is gelegen in het feit dat het eerste rapport uitging van een verkeerde datum eerste toelating. Na bezwaar is de naheffing verminderd tot € 2.396. De Inspecteur is daarbij uitgegaan van een historische nieuwprijs van € 37.346, een historische bruto BPM van € 13.762 en een handelsinkoopwaarde van € 14.838. Uit de uitspraak op bezwaar (blz. 13) volgt dat deze handelsinkoopwaarde is berekend door een koerslijstwaarde van Eurotaxglass te hanteren van € 16.013 waarop een waardevermindering wegens vastgestelde schade in aanmerking is genomen van € 1.175 (= 72% van de bruto schadecalculatie van € 1.631, een iets hoger schadebedrag dan in het eerste rapport is vermeld door een correctie van het uurloon bij schadeherstel). De verschuldigde BPM is berekend op € 5.195, zodat het nageheven bedrag – zoals dit luidt na uitspraak op bezwaar – € 2.396 (= € 5.195 -/- € 2.799) bedraagt. De Rechtbank heeft dit bevestigd.
Auto 6 (Renault Captur 1.3 TCe Intens)
2.22.
Belanghebbende heeft op 25 maart 2021 een gebruikte personenauto van het merk Renault Captur 1.3 TCe Intens (hierna: auto 6) gekocht voor € 17.083. De datum eerste toelating – in Frankrijk – is 17 juni 2020. De auto is op 23 april 2021 door de RDW goedgekeurd. Belanghebbende heeft op 26 april 2021 voor de BPM aangifte gedaan naar een bedrag van € 1.287 en dit bedrag voldaan.
2.23.
Voor de waardebepaling van de auto heeft belanghebbende een taxateur ingeschakeld. Op 20 april 2021 heeft de expertise plaatsgevonden. De tellerstand bedraagt op dat moment 28.643 kilometer. In het taxatierapport van 23 april 2021 is een handelsinkoopwaarde vermeld van € 6.949, gebaseerd op een waarde in onbeschadigde staat van € 15.629 (Eurotax-koerslijst), een op basis van een schadecalculatie bepaalde schade van € 4.858 (waarin rekening is gehouden met een correctie van € 300 ‘conform autotelex Matrix’), een waardevermindering van € 2.650 wegens ‘geen oordeel km stand’ door de RDW en een waardevermindering van € 1.172 wegens een huurverleden. In het taxatierapport is een bruto BPM berekend van € 5.658.
2.24.
De Inspecteur heeft op 3 mei 2021 een ‘onderzoek waardebepaling’ door een medewerker van DRZ laten doen. Belanghebbende heeft de auto niet getoond bij DRZ. DRZ heeft op basis van de aangifte en het taxatierapport onderzoek gedaan naar de waarde van de auto. Van dit onderzoek is op 4 mei 2021 een rapport opgemaakt. In het rapport is een consumentenprijs (historische nieuwprijs) van € 31.100 vermeld, een (laagste) handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat van € 15.605 (koerslijstwaarde Eurotax XchangeNet) en is geen waardevermindering toegepast wegens schade. In het rapport is de handelsinkoopwaarde van de auto aldus vastgesteld op € 15.605.
2.25.
De tenaamstelling van de auto in het kentekenregister heeft plaatsgevonden op 25 mei 2021.
2.26.
De Inspecteur heeft met betrekking tot auto 6 een bedrag van € 1.736 nageheven. De Inspecteur is daarbij uitgegaan van een historische nieuwprijs van € 31.100, een historische bruto BPM van € 5.658 en een handelsinkoopwaarde van € 15.605. De verschuldigde BPM is berekend op € 3.023, zodat een bedrag van € 1.736 (= € 3.023 -/- € 1.287) is nageheven. De Inspecteur heeft de naheffing bij uitspraak op bezwaar gehandhaafd. De Rechtbank heeft geoordeeld dat de auto meer dan normale gebruikssporen heeft en de schade in goede justitie vastgesteld op € 1.000 (schade aan velgen en achterbumper, Nederlands boekenpakket), en een waardevermindering wegens vastgestelde schade in aanmerking genomen van € 720 (= (72% van het bedrag van € 1.000) en de handelsinkoopwaarde vastgesteld op € 14.885 (= € 15.605 -/- € 720). De Rechtbank heeft de naheffing ter zake van auto 6 gelet hierop verminderd naar € 1.359.
Auto 7 (Renault Captur 1.3 TCe Intens)
2.27.
Belanghebbende heeft op 2 april 2021 een gebruikte personenauto van het merk Renault Captur 1.3 TCe Intens (hierna: auto 7) gekocht voor € 16.917. De datum eerste toelating – in Frankrijk – is 17 juni 2020. De auto is op 28 april 2021 door de RDW goedgekeurd. Belanghebbende heeft op 3 mei 2021 voor de BPM aangifte gedaan naar een bedrag van € 1.095 en dit bedrag voldaan.
2.28.
Voor de waardebepaling van de auto heeft belanghebbende een taxateur ingeschakeld. Op 21 april 2021 heeft de expertise plaatsgevonden. De tellerstand bedraagt op dat moment 25.962 kilometer. In het taxatierapport van 28 april 2021 is een handelsinkoopwaarde vermeld van € 5.798, gebaseerd op een waarde in onbeschadigde staat van € 15.464 (Eurotax-koerslijst), een op basis van een schadecalculatie bepaalde schade van € 4.356 (waarin rekening is gehouden met een correctie van € 300 ‘conform autotelex Matrix’), een waardevermindering van € 2.650 wegens ‘geen oordeel km stand’ door de RDW, een waardevermindering van € 1.160 wegens een huurverleden en een waardevermindering van € 1.500 wegens een schadeverleden. In het taxatierapport is een bruto BPM berekend van € 5.658.
2.29.
De Inspecteur heeft op 11 mei 2021 een ‘onderzoek waardebepaling’ door een taxateur van DRZ laten doen. Van dit onderzoek is op 12 mei 2021 een rapport opgemaakt. In het rapport is een consumentenprijs (historische nieuwprijs) van € 31.000 vermeld en een (laagste) handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat van € 15.637 (koerslijstwaarde Eurotax XchangeNet). Na bezwaar heeft de Inspecteur een waardevermindering wegens vastgestelde schade in aanmerking genomen van € 875 (= (72% van de bruto schadecalculatie van € 1.215), zodat de handelsinkoopwaarde € 14.762 bedraagt.
2.30.
De tenaamstelling van de auto in het kentekenregister heeft plaatsgevonden op 17 mei 2021.
2.31.
De Inspecteur heeft met betrekking tot auto 7 een bedrag van € 1.540 nageheven. Na bezwaar is deze naheffing verminderd tot € 1.534. De Inspecteur is daarbij uitgegaan van een historische nieuwprijs van € 31.100, een historische bruto BPM van € 5.658 en een handelsinkoopwaarde van € 14.762. De verschuldigde BPM is berekend op € 2.629, zodat het nageheven bedrag – zoals dit luidt na uitspraak op bezwaar – € 1.534 (= € 2.629 -/- € 1.095) bedraagt. De Rechtbank heeft dit bevestigd.
2.32.
De Rechtbank heeft de naheffingsaanslag, gelet op de vermindering ter zake van auto 6 (zie 2.26), verminderd tot € 10.755.

3.Geschil

3.1.
In geschil is of de naheffingsaanslag – zoals deze luidt na de uitspraak van de Rechtbank – tot een te hoog bedrag is vastgesteld. Belanghebbende beantwoordt die vraag bevestigend, de Inspecteur ontkennend.
3.2.
Belanghebbende betoogt i) dat aanleiding bestaat voor een (verdere) waardevermindering van de handelsinkoopwaarde wegens schade, ii) dat het ontbreken van een oordeel van de RDW over de kilometerstand van de auto’s leidt tot een waardevermindering, en iii) dat – alleen ter zake van auto 7 – een waardevermindering wegens het schadeverleden van de auto van € 1.500 dient te worden toegepast. De gemachtigde van belanghebbende heeft zijn stellingen dat ten onrechte geen rekening is gehouden met een waardevermindering wegens het huurverleden van de auto’s ter zitting van het Hof ingetrokken. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraken van de Rechtbank en de Inspecteur, en tot vermindering van de naheffingsaanslag.
3.3.
De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank. Ter zitting van het Hof heeft de Inspecteur zijn verzoek aan het Hof om met toepassing van artikel 8:45 van Pro de Algemene wet bestuursrecht belanghebbende te verplichten bepaalde stukken over te leggen, laten varen.

4.Beoordeling van het geschil

Handelsinkoopwaarde; waardevermindering in verband met schade
4.1.
Bij toepassing van de taxatiemethode kan als referentie voor het bepalen van de handelsinkoopwaarde van de te registreren auto, gebruik worden gemaakt van de handelsinkoopwaarde van een referentieauto die is opgenomen in een in de handel algemeen toegepaste koerslijst. De in deze koerslijst opgenomen handelsinkoopwaarde is in dat geval slechts een uitgangspunt. De getaxeerde waarde zal in dat geval van die koerslijstwaarde verschillen vanwege meer dan normale gebruiksschade en/of andere bijzondere of afwijkende kenmerken en eigenschappen van het te waarderen motorrijtuig ten opzichte van gebruikte motorrijtuigen zoals deze in de regel op de binnenlandse markt worden ingekocht. Dergelijke kenmerken en eigenschappen leiden tot een bij de taxatie in aanmerking te nemen verschil ten opzichte van de koerslijstwaarde voor zover zij in die waarde niet of niet volledig zijn verdisconteerd. De invloed van dergelijke kenmerken en eigenschappen kan zowel waardedrukkend als waardeverhogend zijn (vgl. HR 12 mei 2023, ECLI:NL:HR:2023:692, r.o. 2.4.2 en 2.4.3; HR 22 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1703, r.o. 3.2.3).
4.2.
Belanghebbende draagt ter ondersteuning van haar – onder 3.2 genoemde – standpunten de taxatierapporten aan. Daarnaast heeft zij in beroep een aantal uitvergrote foto’s van de auto’s ingebracht.
4.3.
Belanghebbende, op wie de bewijslast rust, heeft niet aannemelijk gemaakt dat op basis van de taxatierapporten, de foto’s en de daarop gegeven toelichting meer schade in aanmerking moet worden genomen dan waarvan de Inspecteur en de Rechtbank zijn uitgegaan. Aangezien belanghebbende in hoger beroep haar standpunt niet nader heeft onderbouwd, ziet het Hof geen aanknopingspunten voor een andersluidend oordeel dan dat van de Rechtbank. Of de taxatierapporten om formele of materiële redenen moeten worden uitgesloten van bewijs, zoals de Inspecteur heeft gesteld, kan derhalve in het midden blijven.
4.4.
Met betrekking tot auto’s 1 en 2 acht het Hof (derhalve) niet aannemelijk dat sprake is van meer dan normale gebruiksschade. Daarbij merkt het Hof op dat het ontbreken van een Nederlandstalig boekenpakket bij een auto in elk geval niet aan te merken als aan die auto toegebrachte schade (vgl. HR 20 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:640, r.o. 3.4). Nu verder niet in geschil is dat de auto’s voorkomen op een koerslijst, kan de taxatiemethode dus niet worden toegepast. Voor dat geval heeft de gemachtigde van belanghebbende ter zitting van het Hof verklaard dat de naheffing ter zake van auto’s 1 en 2 niet te hoog is.
4.5.
Met betrekking van auto’s 3, 5, 6 en 7 acht het Hof voorts, gezien de leeftijd van de auto’s en het aantal gereden kilometers (auto 3: 16 maanden en 36.124 km; auto 5: 20 maanden en 26.325 km; auto 6: 9 maanden en 28.643 km; auto 7: 9 maanden en 25.962 km), niet aannemelijk dat het waardeverminderende effect van de in aanmerking genomen gecalculeerde herstelkosten meer bedraagt dan de door de Inspecteur en de Rechtbank in aanmerking genomen 72%.
Handelsinkoopwaarde; waardevermindering in verband met ‘geen oordeel kilometerstand’
4.6.
Belanghebbende heeft voorts gesteld dat de omstandigheid dat de RDW geen oordeel heeft gegeven over de juistheid van de kilometerstanden, reden is om de waarde van de auto’s 3, 5, 6, en 7 te verminderen met respectievelijk € 2.575, € 2.000, € 2.650, € 2.650.
4.7.
Naar het oordeel van het Hof kan het ontbreken van een oordeel door de RDW over de kilometerstand een waardedrukkende factor zijn, te meer omdat dit in bepaalde situaties zou kunnen duiden op tellerfraude en dit oordeel een omstandigheid is die, ook bij latere overdrachten, aan de auto blijft kleven. De bewijslast dat ook in de onderhavige gevallen sprake is van een dergelijk waardedrukkend effect, rust op belanghebbende (vgl. Hof Arnhem-Leeuwarden 21 maart 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:2453, r.o. 4.22).
4.8.
Belanghebbende heeft niet gesteld dat sprake is van onregelmatigheden met betrekking tot de kilometerstanden. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat overigens sprake is van een waardevermindering door het ontbreken van een oordeel door de RDW over de kilometerstanden die niet reeds in de koerslijst zijn verdisconteerd. Belanghebbende heeft volstaan met algemene stellingen en zich daarbij niet toegespitst op de concrete situatie van de onderhavige auto’s. In de taxatierapporten wordt door de taxateur ook geen melding gemaakt van mogelijk onjuiste kilometerstanden of anderszins twijfel geuit over de betrouwbaarheid daarvan. Dat de vermelding ‘geen oordeel kilometerstand’ als een waardeverminderend stigma moet worden beschouwd, los van een waardevermindering wegens daadwerkelijke tellerfraude, is in de taxatierapporten onvoldoende onderbouwd met de enkele verwijzing naar de daarin opgenomen tabel. Gelet daarop is belanghebbende met de taxatierapporten niet erin geslaagd een waardevermindering in verband met ‘geen oordeel kilometerstand’ aannemelijk te maken.
Handelsinkoopwaarde; waardevermindering wegens schadeverleden
4.9.
Belanghebbende betoogt inzake auto 7 dat rekening moet worden gehouden met het schadeverleden van de auto door een waardevermindering toe te passen van € 1.500. Daartoe verwijst belanghebbende naar hetgeen is vermeld in het – onder 2.28 genoemde – taxatierapport, waarin rekening is gehouden met deze waardevermindering, gebaseerd op een tabel van de Federatie TMV, en waaruit op basis van een afwijkende lakdikte van de linker voorportier zou volgen dat sprake is van een schadeverleden. De Inspecteur heeft het betoog van belanghebbende gemotiveerd betwist. Daarbij heeft de Inspecteur erop gewezen dat in de inkoopfactuur niets is vermeld over een schadeverleden en dit ook overigens niet uit volgt uit de stukken.
4.10.
Een belastingplichtige die stelt dat een schadeverleden een waardeverminderende invloed heeft op het voertuig, dient dit aan te tonen door middel van een deskundigenonderzoek. Een verwijzing naar een algemeen bekend feit en/of een schatting in goede justitie is daartoe niet voldoende (vgl. HR 2 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:147, r.o. 3.6.2).
4.11.
Belanghebbende heeft naar het oordeel van het Hof niet aan deze bewijslast voldaan. Niet gebleken is dat een deskundigenonderzoek als bedoeld in overweging 4.10 is uitgevoerd. Weliswaar is in het door belanghebbende gebruikte taxatierapport een waardevermindering wegens schadeverleden toegepast, maar voor de hoogte daarvan is verwezen naar de daarin opgenomen tabel van de Federatie TMV. Uit niets volgt dat de taxateur zelf nader onderzoek heeft gedaan naar het schadeverleden en naar wat de waardeverminderende invloed daarvan is geweest. De enkele verwijzing naar de lakdikte van het linker voorportier is, mede gelet op de gemotiveerde betwisting door de Inspecteur, niet toereikend als bewijs voor de waardevermindering. Dit betekent dat belanghebbende geen recht heeft op de door haar bepleite vermindering.
SlotsomOp grond van het vorenstaande is het hoger beroep ongegrond.

5.Griffierecht en proceskosten

Het Hof ziet geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht of een veroordeling in de proceskosten.

6.Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.B.A. Brummer, voorzitter, mr. A.E. Keulemans en mr. R.R. van der Heide, in tegenwoordigheid van mr. H. de Jong als griffier.
De beslissing is op 13 januari 2026 in het openbaar uitgesproken.
De griffier, De voorzitter,
(H. de Jong) (G.B.A. Brummer)
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.