Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Samenvatting
Het hof beslist dat de beslissing van de rechtbank over het gezag in stand moet blijven en dat het contact tussen de vader en [de minderjarige] moet worden uitgebreid naar minimaal eenmaal per maand videobellen. Het hof legt hierna uit waarom.
2.De feiten
3.De procedure bij de rechtbank
4.De procedure bij het hof
- het beroepschrift, ontvangen op 23 oktober 2025
- het verweerschrift van de moeder
- de stukken van de vader, ingediend op 26 februari 2026
- de stukken van de vader, ingediend op 10 maart 2026
- de vader
- de advocaat van de vader
- de moeder met haar advocaat
- twee vertegenwoordigers van de GI
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (de raad) als adviseur
5.Het oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat (het toewerken naar) terugplaatsing bij de moeder thuis erg belangrijk is voor [de minderjarige] en niet in gevaar moet worden gebracht. De moeder voorziet de vader maandelijks van informatie over de ontwikkelingen van [de minderjarige] , maar heeft daar al professionele ondersteuning bij nodig. Aannemelijk is dat het uitvoeren van gezamenlijk gezag in combinatie met haar herstelproces en het terugplaatsingstraject een te zware opgave is voor de moeder.