Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:2460

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
200.350.359/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7.1 VMRG-voorwaarden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbindingsovereenkomst gevelpanelen niet gegrond wegens ontbreken tekortkoming

Winter Trust en HC sloten een overeenkomst voor de productie en levering van Raficlad gevelpanelen voor het renovatieproject Bisonspoor. Winter Trust vorderde gedeeltelijke ontbinding wegens vermeende tekortkoming van HC in de levering van de resterende panelen.

De rechtbank wees deze vorderingen af, waarna Winter Trust hoger beroep instelde. Het hof oordeelde dat HC haar verplichtingen was nagekomen door te produceren en leveren op basis van door Winter Trust aangeleverde maatgegevens. Winter Trust leverde deze gegevens niet tijdig aan, waardoor verdere productie werd belemmerd.

Daarnaast was HC niet gehouden om de resterende bruto-panelen tegen de oorspronkelijke prijs te leveren, mede gelet op de toepasselijke VMRG-voorwaarden en gestegen grondstofprijzen. Winter Trust had de overeenkomst niet rechtsgeldig ontbonden en de vordering tot terugbetaling werd afgewezen.

Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot ontbinding en terugbetaling af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.350.359/01
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 568415
arrest van 21 april 2026
in de zaak van
Claster Nederland B.V., voorheen genaamd Winter Trust B.V.
die is gevestigd in Maarssen
die hoger beroep heeft ingesteld
bij de rechtbank: eiseres
hierna:
Winter Trust
advocaat: mr. B. Steeghs
en
Holland Composites Building Products B.V.
die is gevestigd in Lelystad
bij de rechtbank: gedaagde
hierna:
HC
advocaat: mr. S. Booij

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1
Winter Trust heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, op 18 september 2024 tussen partijen heeft uitgesproken.
1.2
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
• de dagvaarding in hoger beroep
• het tussenarrest van 18 februari 2025, waarin een mondelinge behandeling na aanbrengen is gelast (deze is niet gehouden)
• de memorie van grieven met producties
• de memorie van antwoord
• een akte in geding brengen producties van Winter Trust
• het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 10 februari 2026 is gehouden.
1.3
Hierna hebben partijen het hof gevraagd arrest te wijzen.

2.De kern van de zaak

2.1
Partijen hebben een overeenkomst gesloten met betrekking tot de productie en levering van gevelpanelen. Winter Trust stelt dat HC tekort is geschoten in de nakoming van deze overeenkomst en maakt aanspraak op gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst en ongedaanmaking van de uit dat deel van de overeenkomst voortvloeiende prestaties.
2.2
De rechtbank heeft geoordeeld dat HC niet tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst door de resterende hoeveelheid gevelpanelen niet voor dezelfde prijs aan Winter Trust te willen leveren. Winter Trust mocht de overeenkomst daarom niet ontbinden en HC heeft geen ongedaanmakingsverbintenis. De door Winter Trust gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomst is ontbonden c.q. de gevorderde ontbinding en terugbetaling van reeds gedane betalingen zijn afgewezen.
2.3
Winter Trust is het met dit oordeel niet eens. De bedoeling van het hoger beroep is dat de afgewezen vorderingen alsnog worden toegewezen.
2.4
Het hof zal beslissen dat de overeenkomst door Winter Trust niet rechtsgeldig is ontbonden en niet alsnog kan worden ontbonden omdat geen sprake is van een tekortkoming van HC. Dit heeft tot gevolg dat de overeenkomst is blijven bestaan en dat de vordering van Winter Trust tot gedeeltelijke terugbetaling wordt afgewezen. Het hof zal deze beslissing hierna toelichten nadat eerst de relevante feiten zijn weergegeven.

3.De relevante feiten

3.1
Winter Trust is een projectontwikkelaar en vastgoedbeheerder. HC produceert onder andere gevelpanelen en heeft daarvoor het merk ‘Raficlad’ ontwikkeld.
3.2
Winter Trust herontwikkelt c.q. renoveert het winkelcentrum Bisonspoor in Maarssen. Onderdeel daarvan is vervanging van de buitengevel.
3.3
Op 13 juli 2018 hebben Winter Trust en HC een overeenkomst gesloten voor de productie en levering van Raficlad gevelpanelen en bevestigingsmiddelen voor een bedrag van € 231.096 (exclusief btw). In de overeenkomst is onder meer opgenomen:
Hoeveelheden en prijzen
De nu ontvangen informatie maakt het voor ons nog niet mogelijk om de oppervlaktes in detail door te rekenen en werkvoorbereiding te starten. Indien meer aanzichten en doorsnedes
voorhanden zijn, ontvangen wij ze graag – idealiter ontvangen we een up to date 3D CAD
model.
(…)
Tevens begrepen we dat de gevels in verschillende fases zullen worden uitgevoerd. Alhoewel montage per gevel gemakkelijk gefaseerd kan plaatsvinden, raden wij met klem aan om de productie in een enkele opdracht en aansluitende productie te doen om de kosten van het Raficlad® plaatmateriaal op het huidige prijspeil te kunnen behouden. In ons voorstel is hier nu rekening mee gehouden.
Daarnaast is, uitgaande van opdracht in week 26, een planning aangehouden voor de periode van juli tot en met oktober 2018 en is een betaalschema opgenomen waarbij 35% direct bij opdracht voldaan dient te worden, 25% bij productie gereed eerste helft voordat snijwerkzaamheden plaatsvinden, 25% bij productie gereed tweede helft voordat snijwerkzaamheden plaatsvinden en 15% naar rato levering af fabriek.
3.4
Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van de Vereniging Metalen Ramen en Gevelbranche (de ‘VMRG-Voorwaarden’) van toepassing verklaard. Daarin is onder meer bepaald:
7.1
Als er zich na de datum waarop de overeenkomst is gesloten, prijsverhogingen voordoen, bijvoorbeeld door veranderde wet- en regelgeving van de overheid, en de nakoming van de overeenkomst is door de opdrachtnemer nog niet voltooid, dan mag de opdrachtnemer een stijging in de prijsbepalende factoren doorberekenen aan opdrachtgever.
3.5
Winter Trust heeft aannemer Bouwbedrijf [naam1] opdracht gegeven om de door HC geproduceerde en geleverde gevelpanelen te monteren. [naam1] heeft op haar beurt montagewerkzaamheden uitbesteed aan HC.
3.6
Vanaf juli 2018 heeft facturering plaatsgevonden alsmede correspondentie over de samples en de afmetingen van de platen.
3.7
Tijdens de uitvoering van de overeenkomst tussen Winter Trust en HC, heeft [naam1] haar activiteiten gestaakt. [naam1] is op 10 mei 2022 failliet verklaard.
3.8
Op 4 november 2020 heeft HC voor het laatst geproduceerde gevelpanelen geleverd aan Winter Trust. Op dat moment heeft Winter Trust de eerste drie termijnfacturen, een gedeelte van de vierde termijnfactuur en een aantal meerwerkfacturen van HC voldaan.
3.9
Op 18 januari 2021 stuurt de heer [naam2] (werkzaam voor Winter Trust) een e-mail aan HC, waarin hij aankondigt dat Bouwbedrijf [naam3] contact met HC zal opnemen en vraagt ‘wat de exacte hoeveelheid resterende panelen is’.
3.1
Op 27 januari 2021 ontvangt HC een offerteaanvraag van [naam3] , waaruit blijkt dat [naam3] [naam1] als aannemer op het project Bisonspoor zal opvolgen en dat in het vierde kwartaal van 2021 de volgende fase uitgevoerd zal gaan worden.
3.11
In reactie op het verzoek van 18 januari 2021 van Winter Trust, stuurt de heer [naam4] (werkzaam voor HC) op 5 februari 2021 een e-mail met als bijlage een ‘netto paneeloverzicht’. Volgens dit overzicht is van de 1.375,34 m2 netto bestelde panelen een hoeveelheid van 736,32 m2 netto geproduceerd en geleverd.
3.12
Op 1 maart 2022 reageert [naam2] van Winter Trust daar per mail op:
Als het goed is hebben jullie nog 639m2 netto aan Raficlad liggen bedoelt voor Bisonspoor.
Hier hebben we een paar vragen over;
Kun je aangeven hoeveel er nu bruto in opslag ligt?
Is dit ook al daadwerkelijk geproduceerd en is het al op maat gesneden?
Kun je aangeven wat de staat van de voorraad is. De vorige keer dat we elkaar spraken wilde je dit nog nagaan.
Kun je aan aantal foto’s maken van de voorraad zodat we een beter beeld kunnen krijgen?
3.13
De heer [naam5] van HC laat daarop per mail van 18 maart 2022 weten:
Ik reageer even op uw plotselinge vraag welke voor ons als een verrassing opkomt na de lange tijd waarin geen enkel contact over project is geweest.
Het laatste contact over deze opdracht is nu ruim een jaar geleden.
Laatst geleverde panelen op 4-11-2020…
In de tussen tijd hebben we met een faillissement van “ [naam1] ” als montage partij van Wintertrust te maken gehad, waarin wij een noemenswaardige som geld hebben verloren.
De eerdere communicatie rond dit project met 2 à 3 opvolgende mogelijke montage aannemers verliep lastig en de status van met welke aannemer Wintertrust nu gekozen heeft het project mee te vervolgen is ons volledig onduidelijk.
Er liggen hier nog een paar platen maar na meer dan een jaar op ons achter terrein is de staat daarvan niet meer om over naar huis te schrijven.
Bij het uitblijven van enig perspectief en zelfs geluiden uit de markt dat er voor het resterende deel van het project wellicht met andere plaat afwerkingsmaterialen gewerkt zou gaan worden, hebben wij onze focus van het project verlegd. Ik hoop dat u dat van ons begrijpt.
Wanneer er ook daadwerkelijk gekozen is door Wintertrust om met ander materiaal en aannemer verder te gaan op het werk, wensen wij u daar succes mee.
Wanneer er eventueel toch nog een wens is enkele platen Raficlad te gebruiken, zullen wij daar eerst intern sterk over nadenken en daarna eventueel een nieuwe prijsaanbieding doen
.
3.14
[naam2] van Winter Trust reageert op 5 april 2022:
Met de getekende offerte (…) hebben we 1375,34 m2 netto Raficlad besteld. Het was uw uitdrukkelijke verzoek dat wij het materiaal in één keer zouden bestellen, omdat u dan een betere prijs kon geven. De bestelling is dan ook in één keer gedaan én volledig betaald.
Een deel van het Raficlad is sindsdien geleverd, maar ca. 46,5% is nog niet geleverd. (…)
Nu wij informeren naar de details van het nog niet geleverde Raficlad, schets u het beeld dat “er nog maar een paar platen” op uw terrein staan waarvan de status “niet meer om over naar huis te schrijven is”. Wij vernemen graag wat u daarmee bedoelt. Immers de Raficlad zou bestand moeten zijn tegen alle weersinvloeden.
(…)
Dat u uw “focus verlegd” heeft is uiteraard uw vrije keuze, maar neemt niet weg dat u reeds betaald materiaal in opslag heeft, waar wij recht op hebben. Ik weet niet wat u bedoelt met “een paar platen”, maar dit zou 639 m2 netto Raficlad moeten zijn.
(…)
We vertrouwen erop dat u aan uw contractuele verplichtingen kunt voldoen en het materiaal
in de juiste staatkunt leveren op eerste verzoek, wanneer wij zover zijn.
3.15
Daarop schrijft [naam5] van HC in zijn mail van 9 mei 2022 onder meer:
Wanneer er nieuwe inzichten zijn vanuit u als klant over eventuele verdere voortgang op het project worden we daar graag van op de hoogte gebracht.
Wanneer er dan ook een aflever en of snijbehoefte is van platen maken wij daar graag een aangepaste prijsopstelling van. Het zal u niet ontgaan zijn dat prijzen erg zijn gestegen in de afgelopen 4 jaar.
Wat betreft de contractuele verplichting welke u aanhaalt en met name materialen in juiste staat kunnen leveren op eerste verzoek, kan ik duidelijk zijn. Dit staat niet in ons contract en werk zo ook niet met ons product Raficlad.
(…)
Nogmaals, als Wintertrust toch verder wil met Raficlad op volgende fases juichen we dat van harte toe, en gaan we graag in gesprek over de mogelijkheden in de huidige tijdsgeest. (…)
3.16
Op 20 maart 2023 stuurt de advocaat van Winter Trust een brief aan HC. In deze brief staat dat Winter Trust er om haar moverende redenen uiteindelijk voor heeft gekozen om de resterende geveldelen niet te voorzien van Raficlad panelen en sommeert Winter Trust HC om binnen 14 dagen de resterende circa 703 m2 (bruto) geproduceerde en betaalde Raficlad panelen aan haar te leveren.
3.17
In antwoord hierop laat [naam5] van HC op 24 maart 2023 weten dat HC nieuwe Raficlad beplating wil produceren voor Wintertrust, maar dan wel onder nieuw overeen te komen voorwaarden, en dat de bruto geproduceerde beplating na al die jaren niet meer leverbaar is en restanten zijn opgeruimd.

4.De toelichting op de beslissing van het hof

Standpunten van partijen
4.1
Winter Trust legt aan haar vorderingen ten grondslag dat HC is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Winter Trust heeft betaald voor de productie van 1.513 m2 bruto gevelpanelen en slechts 810 m2 bruto gevelpanelen geleverd gekregen. Omdat HC niet aan de sommatie heeft voldaan om het resterende bruto plaatmateriaal te leveren, is zij in verzuim komen te verkeren en was Winter Trust gerechtigd de overeenkomst partieel te ontbinden. Daardoor is er een ongedaanmakingsverbintenis ontstaan en Winter Trust vordert het door haar teveel betaalde terug.
4.2
HC is het hier niet mee eens. Van een tekortkoming van haar kant is geen sprake. De overeenkomst van partijen verplicht niet tot levering van bruto plaatmateriaal op afroep. Op grond van de overeenkomst is HC gehouden om, volgens een planning en na ontvangst van de benodigde maatgegevens, gevelpanelen te produceren en netto, exact op maat gesneden panelen te leveren. Aan die verplichting heeft HC voldaan. Zij heeft geproduceerd wat zij op basis van de door Winter Trust aangeleverde gegevens kon produceren en heeft geleverd (laatstelijk in november 2020) wat zij kon leveren. Winter Trust laat sinds november 2020 na de voor de verdere uitvoering van de overeenkomst benodigde maatgegevens aan te leveren. Omstreeks maart 2022 heeft Winter Trust er zelfs voor gekozen om de resterende geveldelen van project Bisonspoor niet te voorzien van Raficlad panelen. Daarmee komt Winter Trust haar eigen verplichtingen voortvloeiende uit de overeenkomst niet na en frustreert zij nakoming door HC (die zonder de benodigde gegevens niet kan produceren). Daarmee is volgens HC sprake van schuldeisersverzuim van Winter Trust. HC heeft aangeboden alsnog voor Winter Trust te produceren mits zij de gegevens ontvangt op basis waarvan de panelen kunnen worden geproduceerd en mits een prijsverhoging wordt doorgevoerd. Van dat aanbod heeft Winter Trust geen gebruik gemaakt.
Inhoud en uitvoering overeenkomst
4.3
Het hof stelt vast dat Winter Trust HC in juli 2018 opdracht heeft gegeven tot de productie en levering van Raficlad gevelpanelen ten behoeve van het renovatieproject Bisonspoor in Maarssen. De planning voor deze opdracht besloeg een periode van vier maanden. Met de overeenkomst heeft HC de verplichting op zich genomen om gevelpanelen voor Winter Trust te produceren en op maat gesneden te leveren. Het was aan Winter Trust om de daarvoor benodigde maatgegevens aan HC aan te leveren. Winter Trust heeft niet voldoende gemotiveerd bestreden dat die maatgegevens van cruciaal belang waren voor de productie van de gevelpanelen door HC en dat HC hiervoor afhankelijk was van Winter Trust. HC heeft ook voldoende aangetoond dat Winter Trust zich van de noodzaak van het aanleveren van verdere maatgegevens bewust was althans behoorde te zijn. Zo wijst HC er terecht op dat de overeenkomst van 13 juli 2018 uitdrukkelijk vermeldt dat het met de reeds verstrekte gegevens (waaronder de breedte van de panelen van 1.200 mm) nog niet mogelijk was de werkvoorbereiding te starten (zie hierboven, onder rov. 3.3).
4.4
HC is met de opdracht aan de slag gegaan tot en met november 2020. Vervolgens deden zich aan de kant van Winter Trust problemen voor. Aannemer [naam1] ervoer uitvoeringsperikelen, de verplaatsing van huurders verliep moeizaam, corona stak de kop op en uiteindelijk failleerde [naam1] . Contact over verdere uitvoering van de overeenkomst tussen partijen bleef geruime tijd uit en was daarmee onduidelijk. Uiteindelijk stelde Winter Trust HC niet meer in staat tot verdere uitvoering van de overeenkomst in die zin dat de benodigde maatgegevens voor de ‘netto-panelen’ niet werden aangeleverd, en was het ook niet meer haar bedoeling dat HC die overeenkomst onverkort zou uitvoeren omdat Winter Trust voor de resterende gevel van het Bisonspoor-project voor andere gevelbekleding heeft gekozen.
Geen tekortkoming van HC
4.5
Winter Trust heeft aangevoerd dat zij op 20 maart 2023 heeft verzocht om levering van het resterende bruto (volgens haar geproduceerde, maar nog niet op maat gesneden) Raficlad-materiaal. HC wijst er terecht op dat Winter Trust in maart 2023 in redelijkheid echter geen levering van plaatmateriaal meer kon verlangen tegen het prijspeil dat partijen dat op 13 juli 2018 (voor levering later in 2018) overeengekomen waren. Ook de overeenkomst geeft Winter Trust dat recht niet. Daarbij is in de eerste plaats van belang dat Winter Trust wist of behoorde te weten, dat productie van de bruto-panelen pas zou plaatsvinden nadat zij de maatgegevens voor de panelen had aangeleverd (zie hierboven, onder rov. 4.3 laatste zinsnede). HC heeft verder onweersproken gesteld dat de in 2018/2019 voor de platen ingekochte grondstoffen door tijdsverloop onbruikbaar waren geworden (voor zover zij niet gebruikt zouden zijn voor uitvoering van andere opdrachten), en dat er voor het produceren van de platen dus opnieuw grondstoffen ingekocht moeten worden. Ook heeft Winter Trust niet weersproken dat de inkoopprijzen voor (onder meer) de betreffende grondstoffen inmiddels fors gestegen waren.
4.6
Het hof is gelet op het voorgaande van oordeel dat Winter Trust in maart 2023 tegenover HC in redelijkheid geen recht had op levering van bruto-panelen tegen de oorspronkelijke prijs zoals die overeengekomen was voor levering in 2018. Dat HC niet gehouden was om de panelen tegen die oorspronkelijke prijs te leveren, volgt – zoals HC terecht opmerkt – overigens ook reeds uit artikel 7.1 van de algemene voorwaarden. Dat die contractsbepaling (mede) ziet op (fors) gestegen marktprijzen van grondstoffen, heeft Winter Trust ook niet voldoende duidelijk en gemotiveerd weersproken.
4.7
HC was in 2023, zoals vermeld, niet gehouden om de resterende bruto-panelen tegen de oorspronkelijk overeengekomen prijs te leveren. Tussen partijen staat niet ter discussie dat Winter Trust elke prijsverhoging voor de resterende bruto-panelen geweigerd heeft. Dit betekent dat niet kan worden aangenomen dat HC in de nakoming van haar contractuele verplichtingen tekortgeschoten is door in 2023 niet alsnog tot levering van de bruto-panelen over te gaan. Duidelijk is immers dat HC nog steeds bereid is de resterende panelen te leveren, mits een prijsverhoging wordt betaald. Van een tekortkoming of verzuim van de zijde van HC is dus geen sprake. Dit betekent dat de vordering van Winter Trust niet toewijsbaar is.
Gewekte indruk over productie
4.8
Aan Winter Trust moet overigens worden toegegeven dat HC in 2019 bij haar de indruk heeft gewekt dat alle bruto-platen al geproduceerd waren en dat HC daarmee kennelijk ten onrechte betaling heeft verkregen van de derde termijn van 25% van overeengekomen aanneemsom. Zij wijst er terecht op dat HC op 13 september 2019 een factuur heeft verzonden voor “25% bij productie gereed tweede helft voordat snijwerkzaamheden plaatsvinden”. Deze factuur is destijds door Winter Trust ook betaald. HC heeft verder met haar e-mail van 24 september 2019 gemeld dat “alle tafels bruto geproduceerd” waren. Winter Trust heeft daarop, zoals HC in dat verband verzocht, de derde betalingstermijn van 25% voldaan. HC heeft daarmee, zo begrijpt het hof, feitelijk eerder betaald gekregen dan waar zij gelet op het overeengekomen betaalschema recht op had (zie hierboven, onder rov. 3.3).
4.9
Winter Trust heeft echter niet (mede) aan haar vordering ten grondslag gelegd dat HC ten onrechte of te vroeg betaling zou hebben verkregen van de derde termijn. Winter Trust stelt dat uit onder meer de termijnfactuur en correspondentie van HC, waaronder het bericht van 24 september 2019, afgeleid moet worden dat HC de bruto-panelen wél allemaal geproduceerd had. Dat laatste was – zoals Winter Trust vanwege het niet-aanleveren van de benodigde maatgegevens zelf welbeschouwd ook wist of behoorde te weten – niet het geval.
4.1
Het gegeven dat HC met haar voorgenoemde factuur en mededeling ten onrechte al betaling verkreeg van de derde termijn, brengt naar het oordeel van het hof in de gegeven omstandigheden ook niet mee dat HC in 2023 gehouden was om resterende bruto-platen alsnog tegen het oorspronkelijke prijspeil te leveren. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat het feit dat de maatgegevens in 2019/2020 niet aan HC aangeleverd zijn, kennelijk te wijten was aan problemen bij de door Winter Trust ingeschakelde aannemer [naam1] . Dat HC in 2019/2020 niet in de gelegenheid is geweest om resterende panelen te produceren, is daarom een omstandigheid die in de onderlinge verhouding tussen HC en Winter Trust, voor rekening komt van Winter Trust. Het is niet het voortijdig verkrijgen van betaling van de factuur, maar de vertraging aan de zijde van Winter Trust die er uiteindelijk toe geleid heeft dat de overeenkomst in 2022/2023 nog niet behoorlijk was uitgevoerd. In de genoemde situatie valt HC ook niet te verwijten dat zij niet zou hebben voldaan aan een beweerdelijk op haar rustende informatie- of waarschuwingsverplichting ter zake van de houdbaarheid van de grondstoffen. Winter Trust heeft overigens ook niet aannemelijk gemaakt dat en hoe deze informatie van invloed zou zijn geweest op de (vertraging veroorzakende) situatie waarin zij verkeerde. Dat brengt naar het oordeel van het hof mee dat HC in 2022/2023 in redelijkheid van Winter Trust kon en mocht verlangen dat zij gecompenseerd zou worden voor prijsstijgingen die zich sinds het sluiten van de overeenkomst in juli 2018 hadden voorgedaan.
Oordeel hof beperkt tot ontbinding
4.11
Het hof voegt hier nog aan toe dat een overeenkomst weliswaar ook op een andere wijze dan door ontbinding kan eindigen, maar Winter Trust heeft zich niet op het standpunt gesteld dat de overeenkomst (ook) is opgezegd en heeft zich ook niet beroepen op de rechtsgevolgen van een dergelijke opzegging. Het hof beperkt zich daarom slechts tot de vraag in hoeverre al dan niet terecht is ontbonden c.q. alsnog kan worden ontbonden.
Slotsom en proceskosten
4.12
De slotsom is dat het hoger beroep van Winter Trust niet slaagt. Omdat Winter Trust in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof haar tot betaling van de proceskosten in hoger beroep veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening
. [1]
4.13
De kostenveroordeling van Winter Trust in deze uitspraak kan ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).

5.De beslissing

Het hof:
5.1
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, van 18 september 2024;
5.2
veroordeelt Winter Trust tot betaling van de volgende proceskosten van HC:
€ 6.803 aan griffierecht
€ 7.594 aan salaris van de advocaat van HC (2 procespunten x het toepasselijke tarief V à
€ 3.797);
5.3
bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag. Als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;
5.4
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
5.5
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. M. Willemse, A.A.J. Smelt en E.F. Verheul, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
21 april 2026.

Voetnoten

1.HR 10 juni 2022, ECLI: NL:HR:2022:853.