De moeder van twee minderjarige kinderen, geboren in 2017 en 2018, is in hoger beroep gegaan tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar kinderen. De kinderrechter had deze machtiging verlengd tot 5 juni 2026, omdat de kinderen nog niet thuis kunnen wonen. De moeder wenst dat de uithuisplaatsing wordt beëindigd en dat haar kinderen bij haar terugkeren.
Het hof heeft de stukken bestudeerd, waaronder het beroepschrift, het verweerschrift van de gecertificeerde instelling (GI) en heeft de minderjarige kinderen gehoord. Tijdens de zitting bleek dat de GI een onderzoek zal laten verrichten naar het opvoedperspectief, met name gericht op de jongste minderjarige die graag bij de moeder wil wonen. De oudste minderjarige wil bij de pleegmoeder blijven.
Het hof oordeelt dat het in het belang van de kinderen is dat zij tijdens het onderzoek bij de pleegmoeder blijven wonen, omdat een proefplaatsing bij de moeder nu schadelijk zou zijn voor de ontwikkeling en stabiliteit van de kinderen. De uitkomst van het onderzoek moet worden afgewacht. Daarom wordt de machtiging tot uithuisplaatsing bekrachtigd en verlengd tot 5 juni 2026.