Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
- dat de man het gebruik en genot heeft ingebracht van de gebouwen en verhardingen, inclusief de aanwezige silo’s, ondergrond en erf aan de [adres] in [plaats] en ongeveer 56.21.89 hectare cultuurgronden (artikel 3 lid 2 aanhef Pro en onder a en b);
- dat de man de economische en juridische eigendom van machines en werktuigen, de inventaris en “
- dat de stille reserves als bedoeld in artikel 3 bij Pro het eindigen van de maatschap aan de man toekomen, indien en voor zover aanwezig (artikel 9 lid Pro 7);
- dat in geval van eindigen van de maatschap zonder dat de bedrijfsvoering door één van de maten wordt voortgezet, de zaken van de maatschap zo spoedig mogelijk worden geliquideerd (artikel 17 lid Pro 1) en dat bij liquidatie aan elk van de maten het saldo van zijn kapitaalrekening wordt uitgekeerd en het overschot gelijkelijk wordt verdeeld (artikel 17 lid Pro 3).
welke rusten op de door hem conform artikel 3 lid 5 ingebrachte Pro bedrijfsmiddelen” in onderling overleg tussen partijen op het moment van het aangaan van de maatschap, zijnde 1 januari 2016, zijn vastgesteld op:
- Machines en werktuigen nihil
- Inventaris nihil
- Veestapel nihil
- Onroerende zaken incl. betalingsrechten € 3.590.000
- Veestapel € 100.000
- Machines € 25.000
- Fosfaatrechten € 529.290
- de stille reserves van de fosfaatrechten,
- de betekenis van ‘P.M’ of
- de waarde van (toekomstige) fosfaatrechten