Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:2656

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
29 april 2026
Zaaknummer
21-005064-20
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 57 SrArt. 60a SrArt. 63 SrArt. 138ab Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor grootschalige oplichting, identiteitsfraude en computervredebreuk in georganiseerde criminele organisatie

In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verdachte veroordeeld voor meerdere strafbare feiten, waaronder oplichting, misbruik van persoonsgegevens, computervredebreuk en deelneming aan een criminele organisatie. Verdachte en medeverdachten pleegden in georganiseerd verband grootschalige oplichting via Marktplaats, waarbij zij slachtoffers benaderden met valse identiteiten en bankgegevens.

De werkwijze bestond uit het benaderen van slachtoffers via WhatsApp, het sturen van valse identiteitsbewijzen en bankpassen, het ontfutselen van inlog- en transactiecodes, en het zonder toestemming overboeken van geld naar rekeningen van katvangers. Medeverdachten haalden vervolgens het geld op bij pinautomaten en haalden bestelde goederen op.

Het hof achtte het bewijs overtuigend, waaronder verklaringen, tapgesprekken, camerabeelden en banktransacties. Verdachte speelde een sturende rol in de organisatie en handelde gewetenloos, met een grote impact op de slachtoffers. Het hof matigde de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn en legde een gevangenisstraf van 36 maanden op, met aftrek van voorarrest. Daarnaast werden schadevergoedingen toegewezen aan de benadeelden.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf voor grootschalige oplichting, identiteitsfraude, computervredebreuk en deelname aan een criminele organisatie.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005064-20
Uitspraakdatum: 24 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 17 december 2020 met parketnummer 08-953028-16 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] ,
wonende te [postcode] [plaats] , [straat] .

Hoger beroep

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het hiervoor genoemde vonnis van de rechtbank Overijssel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 21 november 2025, 19 december 2025 en 10 maart 2026 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Het hof heeft verder kennis genomen van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. V.P.J. Tuma, advocaat te Arnhem, naar voren hebben gebracht.

Het vonnis

De rechtbank heeft de tenlastegelegde feiten bewezen verklaard, deze gekwalificeerd als:
- oplichting, meermalen gepleegd (feit 1 en feit 2);
  • identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens van een ander gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en de identiteit van een ander te misbruiken (feit 3);
  • computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt, meermalen gepleegd (feit 4), en;
  • deelneming aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven (feit 5);
en verdachte daarvoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van veertig maanden en twee weken, waarvan tien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van het voorarrest.
Daarnaast heeft de rechtbank de vorderingen van de volgende benadeelde partijen toegewezen: [benadeelde 1] (€ 250,-), [benadeelde 2] (€ 100,-), [benadeelde 3] (€ 90.088,87), [benadeelde 4] (€ 720,-), [benadeelde 5] (€ 727,24), [slachtoffer] (€ 940,-), [benadeelde 7] (€ 4.578,20), [benadeelde 8] (€ 679,-), [benadeelde 9] (€ 969,-), [benadeelde 10] (€ 163,44) en [slachtoffer] (€ 755,-). De benadeelde partij [benadeelde 10] is voor het meerdere niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot schadevergoeding. De toegewezen schadebedragen zijn steeds vermeerderd met de wettelijke rente en ook heeft rechtbank steeds de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
Verder heeft de rechtbank een geldbedrag van € 175.000,- verbeurd verklaard, bij niet betaling te vervangen door 365 dagen vervangende hechtenis.
De vordering van de benadeelde partijen [slachtoffer] en [slachtoffer] zijn door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard. Deze benadeelde partijen hebben niet te kennen gegeven de vordering tot schadevergoeding in hoger beroep te handhaven, zodat deze vorderingen niet aan de orde zijn in hoger beroep.
Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het bestreden vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de rechtbank. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Op de zitting bij de rechtbank is de tenlastelegging nader omschreven en nadien gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 11 maart 2016 tot en met 16 maart 2016 te [plaats] en/of één of meer andere plaatsen, althans in Nederland, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- [benadeelde 1] (aangifte 31, p. 1348 ev. dossier),
- [slachtoffer] (aangifte 34, p. 1383 ev. dossier)
- [benadeelde 2] (aangifte 35, p. 1393 ev. dossier) en/of
- [slachtoffer] (aangifte 30, p. 1425 ev. dossier)
en/of één of meer andere personen
(telkens) heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s)
- naar aanleiding van een door die aangevers/benadeelden op Marktplaats geplaatste advertentie met daarin een te koop gevraagd artikel,
- middels het mobiele nummer [telefoonnummer] via 'Whattsapp' contact opgenomen met die aangevers/benadeelden,
- zich voorgedaan als [naam] en/of [naam] (en/of daarbij) een afbeelding van een identiteitsbewijs en/of bankpas naar die aangevers/benadeelden verstuurd/verzonden,
- aan aangevers/benadeelden gevraagd om een afbeelding van een identiteitsbewijs en/of bankpas terug te sturen,
- daarbij te kennen gegeven het gevraagde artikel te kunnen leveren,
- aangegeven dat na de betaling op rekeningnummer [rekeningnummer] direct de
gevraagde goederen op te zullen sturen;
2.
hij in op omstreeks de periode van 10 april 2016 tot en met 4 februari 2017 te [plaats] , althans in Nederland (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens)
- [slachtoffer] (aangever 73, p.1600 dossier),
- [slachtoffer] (aangever 87, p.1700 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 293, p. 1900 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 291, p. 2100 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 312, p. 2200 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 304, p. 2400 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 310, p. 2700 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 319, p. 2900 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 355, p. 3100 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 323, p. 3300 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 388, p. 3400 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 387, p. 3600 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 359, p. 3700 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 325, p. 3900 dossier)
- [benadeelde 7] (aangever 372, p. 4100 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 348, p. 4300 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 317, p. 4500 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 327, p. 4700 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 334, p.5032 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 341, p. 5200 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 340, p. 5400 dossier)
- [slachtoffer] (p. 5600 dossier)
- [benadeelde 8] (aangever 93, p. 6500 dossier)
- [benadeelde 9] (aangever 356, p.7000 dossier)
- [benadeelde 10] (aangever 376, p.7200 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 303, p.7600 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 313, p. 7900 dossier)
- [slachtoffer] (aangever 353, p. 8000 dossier)
en/of één of meer andere personen
heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten het ter beschikking stellen van inloggegevens en/of (transactie)codes van de bankrekening van voornoemde personen bij de [benadeelde 4] en/of [benadeelde 3] en/of [bedrijf 3]
bank aan verdachte en/of diens mededader(s) immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s)
- naar aanleiding van een door voornoemde personen op Marktplaats geplaatste advertentie met daarin een te koop aangeboden artikel,
- middels een mobiele telefoon via 'WhatsApp' contact opgenomen met voornoemde personen en daarbij snel overeenstemming bereikt met betrekking tot de koop/verkoopprijs,
- een afbeelding van een (vals) identiteitsbewijs en/of bankpas, althans een niet op verdachtes naam staand identiteitsbewijs en/of bankpas naar voornoemde persoon/personen verzonden,
- aan voornoemde persoon/personen gevraagd om ook een afbeelding en/of de gegevens van hun identiteitskaart en bankpas terug te sturen,
- aangegeven voor de betaling gebruik te willen maken van een zakelijke bankrekening,
- aangegeven dat het voor het doen van de zakelijke betaling noodzakelijk was om de telefoon van hem, verdachte toe te voegen aan de rekening van voornoemde personen,
- aangegeven de betaling direct in orde te zullen maken,
- een of meer Whatsapp bericht(en) naar voornoemde persoon/personen verzonden waarin werd uitgelegd dat die persoon/personen een cijfer- en/of bevestigingscode moest(en) doorgeven ter bevestiging van de betaling,
- waarna voornoemde persoon/personen die code('s) heeft/hebben doorgegeven en/of
- vervolgens nog één of meerdere Whatsapp berichten gestuurd waarin hij heeft aangegeven dat voornoemde persoon/personen nog een uur moest wachten om de betaling op hun bankrekening te kunnen zien,
althans woorden van dergelijke aard of strekking (al dan niet in een andere volgorde en/of samenstelling);
3.
hij in of omstreeks 19 oktober 2016 tot en met 06 februari 2017 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander of anderen te weten:
- ( een deel / delen van) de voorna(a)m(en) en/of achterna(a)m(en) van na te noemen personen en/of
- een afbeelding van een identiteitskaart en/of een rijbewijs en/of een bankpas op naam van [slachtoffer] (aangifte p. 9107 ev. dossier),
[naam] (aangifte 235, p. 9206 ev. dossier),
[slachtoffer] (aangifte 293, p. 1900 ev dossier),
en/of één of meer andere personen heeft/hebben gebruikt door
- ( telkens) (een deel / delen van) de voorna(a)m(en) en/of achterna(a)m(en) van voornoemde [slachtoffer] , [naam] en/of [slachtoffer] te noemen en/of te vermelden in een Whatsapp-bericht of een email-bericht naar en/of
- die afbeeldingen met die identificerende gegevens (telkens) te versturen/verzenden in een Whatsapp-bericht of een email-bericht naar
- [slachtoffer] (aangifte 325),
- [slachtoffer] (aangifte 341)
- [slachtoffer] (aangifte 348)
en/of
- [slachtoffer] (aangifte 291),
- [slachtoffer] (aangifte 293),
- [slachtoffer] , (aangifte 312)
en/of
- [slachtoffer] , (aangifte 355)
- [slachtoffer] , (aangifte 323)
- [slachtoffer] (aangifte 319),
en/of één of meer andere personen
met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en/of de identiteit van de ander te verhelen en/of te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan;
4.
hij in of omstreeks de periode van 25 april 2016 en/of op of omstreeks 18 december 2016 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk (telkens) in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten de webserver en/of persoonlijke mobiel bankieren pagina/app/bankomgeving van de bank ( [benadeelde 4] en/of [benadeelde 3] ) van één of meer personen, waaronder:
- [slachtoffer] (aangifte 91, p. 9310 ev. dossier),
- [slachtoffer] (aangifte 328, p. 9321 ev. dossier),
en/of één of meer andere personen,
is binnengedrongen
a. door het doorbreken van een beveiliging,
b. door een technische ingreep,
c. met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of
d. door het aannemen van een valse hoedanigheid,
door
- na een door hiervoor genoemde personen geplaatste advertentie op Marktplaats i.v.m. een door hen te koop aangeboden artikel,
- via Whatsapp contact met die personen te maken en snel overeenstemming te bereiken over de vraagprijs,
- het via Whatsapp naar voornoemde personen versturen van een kopie van een bankpas en/of ID bewijs op naam van [naam] en/of [slachtoffer] en/of één of meer andere personen waardoor/waarmee hij, verdachte en/of zijn mededader(s) zich heeft/hebben voorgedaan als een bonafide koper van één of meer goederen
- via Whatsapp (vervolgens) aan te geven dat er voor de betaling van goederen gebruik diende te worden gemaakt van een zakelijke rekening,
- met behulp van door die/een valse hoedanigheid, althans onrechtmatig, althans vals verkregen inloggegevens/inlogcodes en/of bevestigingscodes in te loggen op/in de webserver en/of de mobiel internetbankieren pagina/app/bankomgeving van de bank van die [slachtoffer] , [slachtoffer] en/of
één of meer andere personen;
en hij vervolgens de gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen door middel van voornoemd geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevond voor zichzelf en/of een ander heeft overgenomen, afgetapt en/of opgenomen (te weten door (telkens) met behulp van die vals verkregen bevestigingscodes een geldbedrag van die rekening(en) over te boeken naar een andere rekening);
5.
hij in of omstreeks de periode van 22 november 2016 tot en met 06 februari 2017 te [plaats] , althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten: [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of één of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven (oplichting in vereniging, computervredebreuk, witwassen, heling en/of één of meer andere misdrijven);
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, met uitzondering van het onder feit 4 ten laste gelegde medeplegen en het ten aanzien van dat feit tenlastegelegde bestanddeel ‘door een technische ingreep’ en de strafverzwarende omstandigheid van art. 138ab lid 2 Sr.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft – overeenkomstig de overgelegde pleitnota – bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1, 4 en 5 tenlastegelegde, omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat hij deze feiten gepleegd heeft.
Met betrekking tot feit 2 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van het hof voor zover het de vier aangevers [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] en [slachtoffer] betreft. Voor de overige aangevers moet vrijspraak volgen vanwege onvoldoende bewijs.
Met betrekking tot feit 3 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van het hof voor zover het de drie aangevers [slachtoffer] , [slachtoffer] en [slachtoffer] betreft. Ook hier moet volgens de raadsman voor de overige aangevers vrijspraak volgen vanwege onvoldoende bewijs.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat de rechtbank de bewijsmiddelen die gebruikt zijn voor het oordeel over de bewezenverklaring (grotendeels) op de juiste wijze uiteen heeft gezet.
Het hof neemt daarom deze bewijsoverwegingen en de uiteenzetting van de bewijsmiddelen in de bewijsbijlage over en zal deze hierna cursief weergeven. Hierbij geldt dat waar ‘rechtbank’ en ‘officieren van justitie’ geschreven staat, respectievelijk het ‘hof’ en de ‘advocaat-generaal’ gelezen moet worden. Aanvullingen van het hof worden niet cursief weergegeven.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte verklaard dat hij niet de hoofddader is, maar hooguit als medeplichtige is aan te merken. Hij heeft weliswaar goederen opgehaald, geld gepind en pasjes geregeld, maar is nooit de rekening of de online bankierenomgeving van andere mensen binnengedrongen. Volgens verdachte werd hij door iemand anders aangestuurd. Van deze persoon kreeg hij concrete instructies en aanwijzingen, die hij vervolgens weer aan andere personen moest doorgeven. [1]
Het hof overweegt dat deze verklaring op geen enkele wijze nader geconcretiseerd of verifieerbaar is gemaakt. De verklaring vindt ook geen steun in het dossier. De verdachte heeft geen naam willen noemen van de persoon van wie hij aanwijzingen en instructies kreeg. Het hof meent daarom dat aan de verklaring van verdachte dat hij heeft gehandeld in opdracht van een ander geen geloof kan worden gehecht. Bovendien bevat het dossier daarvoor geen enkele aanwijzing. Het tegendeel lijkt eerder het geval. Uit de bewijsmiddelen, waarop hierna wordt ingegaan volgt dat in sommige gevallen de tijdspanne waarbinnen de opnamelimiet van de bankrekening van de benadeelde is verhoogd of de overschrijving op de rekening van de katvanger is geschied en de door verdachte gegeven instructies aan de pinner zodanig klein is dat het onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk is dat daartussen (nog) instructies van een derde aan verdachte kunnen zijn gegeven.
Verder heeft de verdediging aangevoerd dat de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] , afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg, onbetrouwbaar is en daarom moet worden uitgesloten van het bewijs. Hiertoe heeft de verdediging aangevoerd dat [medeverdachte 1] – ten opzichte van zijn eerdere verklaring bij de politie – tegenstrijdig heeft verklaard en dat hij daarmee zijn eigen straatje wil schoonvegen en zijn eigen rol wil minimaliseren.
Het hof overweegt dat, hoewel [medeverdachte 1] er belang bij kan hebben zijn eigen rol te minimaliseren, dit niet per definitie betekent dat zijn verklaring onbetrouwbaar is. Het hof heeft onderzocht of de verklaringen van [medeverdachte 1] over de rol van verdachte aansluit bij de overige bewijsmiddelen en of deze zijn verklaring ondersteunen. De conclusie van het hof is dat dit het geval is. Het hof acht de verklaringen daarom betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.
4.3.1 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

4.3.1.1 Met betrekking tot het onder 1 en 2 ten laste gelegde

De rechtbank zal de feiten 1 en 2 vanwege de samenhang tezamen behandelen. Deze feiten betreffen het (mede)plegen van oplichting, waarbij de volgende werkwijzen gehanteerd zouden zijn.
werkwijze 1(feit 1 van de tenlastelegging)
A.
De aangever plaatst op Markplaats een advertentie waarin hij bijvoorbeeld een spelcomputer te koop vraagt en vermeldt daarbij zijn telefoonnummer. X reageert via WhatsApp op deze advertentie en bericht dat hij zo’n spelcomputer te koop heeft. Hij gebruikt daarbij de naam van een andere persoon. Vervolgens komen X en de aangever een bedrag voor de spelcomputer overeen. X wint het vertrouwen van de aangever door hem via WhatsApp een kopie van een identiteitsbewijs en/of bankpasje (op naam van die andere persoon) toe te sturen. X vraagt de aangever het overeengekomen bedrag over te maken op een door hem doorgegeven bankrekeningnummer. De aangever maakt daarop het overeengekomen bedrag over op dat bankrekeningnummer, maar X stuurt geen spelcomputer op en de aangever is zijn geld kwijt.
B.
De bankrekening waarvan het nummer door X aan de aangever is doorgegeven staat op naam van een katvanger. Het door de aangever overgemaakte bedrag nemen X of een van zijn handlangers, kort nadat de overboeking heeft plaatsgevonden, contant op bij een pinautomaat.
werkwijze 2(feit 2 van de tenlastelegging)
A.
De aangever plaatst op Markplaats een advertentie waarin hij bijvoorbeeld een DVD recorder te koop aanbiedt en vermeldt daarbij zijn telefoonnummer. X reageert via WhatsApp op deze advertentie en bericht dat hij interesse heeft in de DVD recorder. Hij gebruikt daarbij de naam van een andere persoon. Vervolgens komen X en de aangever een bedrag voor de DVD recorder overeen. Ook hier wint X het vertrouwen van de aangever door hem via WhatsApp een kopie van een identiteitsbewijs en/of bankpasje (op naam van die andere persoon of van diens vrouw) toe te sturen. X vraagt of aangever een foto van zijn bankpas terugstuurt. X bericht dat hij het overeengekomen bedrag wil betalen via een zakelijke bankrekening. X vraagt aangever de betaling te bevestigen door een cijfer- en/of bevestigingscode door te geven. De aangever laat zich door X instrueren om de betaling te bevestigen. Op deze wijze ontfutselt X alle noodzakelijke gegevens voor het mobielbankierenaccount van de aangever.
B.
X kan hierdoor het mobielbankierenaccount van de aangever activeren op zijn telefoon en is in staat om, zonder toestemming van de aangever, geldbedragen over te schrijven naar de bankrekening van een katvanger. Ook betaalt hij vanaf de bankrekening van de aangever goederen die hij online bestelt bij een webshop (van onder meer Media Markt en BCC), waarbij hij laat weten dat de goederen opgehaald zullen worden.
De op de bankrekening van de katvanger overgeboekte bedragen nemen handlangers van X, kort nadat de overboeking heeft plaatsgevonden, contant op bij een pinautomaat. De online bestelde goederen halen handlangers van X af bij de betreffende winkel.
Aan [verdachte] is onder 1 ten laste gelegd dat hij de vier genoemde personen heeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag (zoals X in werkwijze 1, onder A) en onder 2 dat hij de 28 genoemde personen heeft bewogen tot afgifte van de inloggegevens en transactiecodes van hun bankrekeningen (zoals X in werkwijze 2, onder A). [2]
De bewijsoverwegingen met betrekking tot de feiten 1 en 2
De onder 1 en 2 van de tenlastelegging genoemde 32 aangevers zijn allen telefonisch, via WhatsApp, benaderd. Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende zes telefoonnummers:
[telefoonnummer] periode 11maart 2016 t/m 28 april 2016 7 aangevers
[telefoonnummer] periode 22 november 2016 t/m 10 december 2016 9 aangevers
[telefoonnummer] periode 14 december 2016 t/m 7 januari 2017 11 aangevers
[telefoonnummer] op 9 januari 2017 1 aangever
[telefoonnummer] op 20 januari 2017 1 aangever
[telefoonnummer] periode 25 januari 2017 t/m 4 februari 2017 3 aangevers
De vraag is of verdachte [verdachte] telkens degene is geweest die de betreffende telefoonnummers in de contacten met de aangevers heeft gebruikt. De rechtbank zal deze vraag per telefoonnummer beantwoorden.
[telefoonnummer]
Dit telefoonnummer is in de periode van 11 maart 2016 tot en met 28 april 2016 in het contact met de volgende zeven aangevers gebruikt.
Aangever[slachtoffer]is op 11 maart 2016 via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam] (adres: [adres] ) noemde en een kopie van zijn identiteitsbewijs naar [slachtoffer] gestuurd heeft. [slachtoffer] heeft € 250,-- overgemaakt naar bankrekening [rekeningnummer] op naam van [naam] (dat zou een collega van [naam] zijn), als aanbetaling voor een formaatzaag die hij niet ontvangen heeft. In het appverkeer is door de persoon die zich [naam] noemde in eerste instantie bankrekening [rekeningnummer] genoemd. Deze bankrekening stond op naam van [bedrijf 4] en is geopend door [verdachte] .
Aangever[benadeelde 1]is op 12 maart 2016 via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam] (adres: [adres] ) noemde. Deze persoon heeft (een deel van) een paspoort op naam van [naam] naar [benadeelde 1] geappt. Daarop heeft [benadeelde 1] € 250,-- overgemaakt op bankrekening [rekeningnummer] , als voorschot voor een Samsung telefoon. Deze telefoon is niet geleverd.
Aangeefster[slachtoffer]is op 16 maart 2016 via WhatsApp eveneens benaderd door een persoon die zich [naam] (adres: [adres] ) noemde. [slachtoffer] heeft een bedrag van € 35,-- overgemaakt naar bankrekening [rekeningnummer] , als betaling voor Makro zegels. Deze zegels heeft [slachtoffer] niet ontvangen.
Op 16 maart 2016 is aangeefster[benadeelde 2]via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam] noemde (adres: [adres] [plaats] ). [benadeelde 2] heeft € 105,-- overgemaakt naar bankrekening [rekeningnummer] , als betaling voor een hoverboard die zij niet ontvangen heeft.
Aangever[slachtoffer]is vervolgens op 10 april 2016 via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam] (adres: [adres] ) noemde. Deze persoon heeft (een deel van) een paspoort op naam van [naam] naar [slachtoffer] geappt en heeft [slachtoffer] gevraagd om een foto van diens ID-kaart en bankpas terug te sturen. [slachtoffer] heeft op instructie van de persoon die zich [naam] noemde inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan die persoon doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door die persoon (voor een trommel) zou bevestigen. Vervolgens is op 11 april 2016 € 500,-- van de rekening van [slachtoffer] overgeboekt naar bankrekening [rekeningnummer] ten name [naam] . Dit bedrag is dezelfde dag bij een geldautomaat gepind door een persoon die aan het litteken op zijn gezicht en aan het trainingspak dat hij droeg, herkend is als verdachte [verdachte] .
Aangever[benadeelde 5]is op 24 april 2016 via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam] (adres: [adres] ) noemde. [benadeelde 5] heeft op aanwijzing van die persoon een kopie van zijn ID-kaart en bankpas verstrekt en vervolgens heeft hij inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door die persoon (voor een koptelefoon) zou bevestigen.
Vervolgens is op 25 april 2016 € 700,-- van de rekening van [benadeelde 5] overgeboekt naar bankrekening [rekeningnummer] ten name [naam] . Dit bedrag is dezelfde dag bij een geldautomaat gepind door een persoon die aan het litteken op zijn gezicht en aan het trainingspak dat hij droeg, herkend is als verdachte [verdachte] .
Aangever[benadeelde 8]is op 28 april 2016 via WhatsApp eveneens benaderd door een persoon die zich [naam] (adres: [adres] ) noemde. [benadeelde 8] heeft op instructie van die persoon een iPhone in zijn [benadeelde 4] bankierenomgeving geactiveerd. Vervolgens heeft [benadeelde 8] inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door die persoon (voor een drietal coincards) zou bevestigen.
Vervolgens is op 28 april 2016 van de bankrekening van [benadeelde 8] een bedrag van € 679,-- overgemaakt naar de bankrekening van Media Markt met de omschrijving [omschrijvingsnummer] . Dit betreft het ordernummer van een nieuwe iPhone. Verdachte [verdachte] heeft bekend dat hij deze iPhone bij de vestiging van Media Markt aan de [plaats] in [plaats] heeft afgehaald.
Twee van de vier personen van wie de naam gebruikt is (te weten [naam] en [naam] ) hebben aangifte gedaan van het valselijk gebruik van hun identiteit/paspoort. Verder blijkt uit het dossier dat de persoon van wie (een deel van) het paspoort naar een aangever is geappt (te weten [naam] ) niet degene is geweest die deze app verstuurd heeft.
De rechtbank stelt vast dat:
- in vier van de zeven zaken de door [verdachte] geopende bankrekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf 4] is opgegeven;
- meerdere malen de naam (soms met bijbehorend paspoort) van een andere persoon is gebruikt;
- verdachte [verdachte] in twee zaken herkend is als degene die het overgeboekte geld – kort na de overboeking – heeft gepind;
- verdachte [verdachte] in één zaak degene is die de vanaf de bankrekening van de aangever betaalde iPhone heeft afgehaald.
Op grond van deze feiten en omstandigheden – in onderling verband en samenhang bezien – acht de rechtbank bewezen dat verdachte [verdachte] telkens degene is geweest die in het contact met de aangevers gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] .
In aanvulling hierop – en in het verlengde van de conclusie van de rechtbank – overweegt het hof dat verdachte op de terechtzitting in hoger beroep ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde heeft bekend dat in de zaken waar het geld dat van de benadeelden op de rekeningnummer van de pizzeria is overgemaakt (te weten: [slachtoffer] , [benadeelde 1] , [slachtoffer] en [benadeelde 2] op de bankrekening [rekeningnummer] ), hij dat dan heeft gedaan. Verdachte heeft daarbij verklaard hij in deze vier gevallen alleen heeft gehandeld. Hiermee volgt naar het oordeel van het hof dat het telefoonnummer waarmee de betreffende benadeelden zijn benaderd, te weten het telefoonnummer [telefoonnummer] , bij verdachte in gebruik was. De stelling van verdachte dat (later) ook anderen gebruik maakten van het telefoonnummer is op geen enkele wijze onderbouwd en deze stelling vindt ook geen steun in het dossier.
[telefoonnummer]
Dit telefoonnummer is gebruikt in de periode van 22 november 2016 tot en met 10 december 2016 in het contact met negen aangevers. In elk van die contacten noemde de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] zich [naam] (adres: [adres] ). Dit betreft de volgende aangevers.
Op 22 november 2016 heeft aangeefster[slachtoffer]een WhatsApp-bericht ontvangen van [naam] , die reageerde op een advertentie van [slachtoffer] op Marktplaats waarin zij een blokfluit te koop aanbood. Nadat beide partijen een aantal dagen later een verkoopprijs overeengekomen waren heeft [naam] haar een foto van een identiteitsbewijs op naam van [naam] gestuurd. [slachtoffer] heeft op verzoek van [naam] een foto van haar bankpas naar hem gestuurd en het pasnummer aan hem doorgegeven. Vervolgens heeft [slachtoffer] de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening aan [naam] doorgegeven, waarmee zij de ontvangst van een overboeking door [naam] zou bevestigen. [naam] heeft op 5 december 2016 meerdere malen naar [slachtoffer] gebeld om haar uit te leggen welke codes ze moest doorgeven. In die gesprekken heeft hij zich telkens voorgesteld als ‘ [naam] ’. Het telefoonnummer waarmee naar [slachtoffer] is gebeld is [telefoonnummer] en [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer was.
Op 5 december 2016 is buiten medeweten van [slachtoffer] een bedrag van € 1.000,-- overgeboekt van haar bankrekening naar bankrekening [rekeningnummer] . Deze rekening stond niet op naam van [naam] .
Aangever[slachtoffer]heeft op 24 november 2016 een WhatsApp-bericht ontvangen van [naam] , die reageerde op een advertentie van [slachtoffer] waarin hij een dwarsfluit te koop aanbood. Ook hier werd een verkoopprijs overeengekomen. [naam] heeft – naast een foto van een identiteitskaart van [naam] – een foto van de bankpas op naam van [naam] (dat zou de vrouw van [naam] zijn) naar [slachtoffer] gestuurd. [slachtoffer] heeft op aanwijzing van [naam] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [naam] zou bevestigen.
Vervolgens is op 24 november 2016 € 9.500,-- van de rekening van [slachtoffer] overgeboekt naar rekening [rekeningnummer] ten name van [naam] . Van dit bedrag is dezelfde dag een bedrag van € 5.000,-- bij een geldautomaat gepind door [naam] , in aanwezigheid van medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ). [medeverdachte 1] heeft hierover verklaard dat hij samen met [verdachte] en [naam] naar de pinautomaat is gereden. De gepinde € 5.000,-- heeft hij van [naam] ontvangen en direct afgegeven aan [verdachte] .
Aangever[slachtoffer]is op 28 november 2016 benaderd door [naam] , die belangstelling toonde voor een door [slachtoffer] op Marktplaats te koop aangeboden DVD recorder. [naam] heeft een foto van de bankpas op naam van [naam] (dat zou de vrouw van [naam] zijn) naar [slachtoffer] gestuurd. [slachtoffer] heeft op aanwijzing van [naam] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bank-rekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [naam] (voor de DVD recorder) zou bevestigen.
Vervolgens is op 29 november 2016 buiten medeweten van [slachtoffer] van diens bankrekening € 4.999,-- overgemaakt naar de bankrekening van Media Markt, voor de aankoop van een televisie. Op 30 november 2016 is met telefoonnummer [telefoonnummer] (waarvan [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn nummer was) over deze televisie gebeld met Media Markt.
Aangever[slachtoffer]is op 1 december 2016 via WhatsApp benaderd door [naam] . Die heeft hem een foto van de bankpas op naam van [slachtoffer] (dat zou de vrouw van [naam] zijn) gestuurd. [slachtoffer] heeft op aanwijzing van [naam] een foto van zijn bankpas gestuurd en vervolgens de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [naam] (voor een fototas) zou bevestigen.
Dezelfde dag is een bedrag van € 1.000,-- van de rekening van [slachtoffer] overgeboekt naar rekening [rekeningnummer] ten name van [naam] . Deze [naam] heeft verklaard dat hij in ruil voor € 50 ,-- zijn bankrekening ter beschikking heeft gesteld en dat hij op 1 december 2016 van zijn rekening € 1.000,-- gepind heeft. Hij was daarbij vergezeld door een persoon die door verbalisanten herkend is als medeverdachte [medeverdachte 2] .
Aangeefster[slachtoffer]heeft op 3 december 2016 een WhatsApp-bericht ontvangen van [naam] , die reageerde op een advertentie van [slachtoffer] op Marktplaats waarin zij een filmcamera te koop aanbood. [naam] heeft haar een foto van de bankpas op naam van [slachtoffer] (dat zou de vrouw van [naam] zijn) gestuurd. [slachtoffer] heeft op haar beurt op verzoek van [naam] een foto van haar bankpas naar hem gestuurd en de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening aan hem doorgegeven, waarmee zij de ontvangst van een overboeking door [naam] voor de filmcamera zou bevestigen. [naam] heeft op 3 december 2016 naar [slachtoffer] gebeld over die bevestiging. In dat gesprek heeft hij zich voorgesteld als ‘ [naam] ’. Het telefoonnummer waarmee naar [slachtoffer] is gebeld is [telefoonnummer] (het nummer waarvan [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer was).
Op 3 december 2016 is buiten medeweten van [slachtoffer] een bedrag van € 975,-- overgeboekt van haar bankrekening naar bankrekening [rekeningnummer] van [bedrijf 5] , inzake de aankoop van een MacBook.
Op 4 december 2016 is aangever[slachtoffer]via WhatsApp benaderd door [naam] , die reageerde op een advertentie van [slachtoffer] waarin hij een saxofoon te koop aanbood. [naam] heeft ook aan hem een foto van de bankpas op naam van [slachtoffer] (dat zou de vrouw van [naam] zijn) gestuurd. [slachtoffer] heeft op aanwijzing van [naam] een foto van zijn bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [naam] zou bevestigen. Vervolgens is op 4 december 2016 in totaal € 3.406,95 van de rekening van [slachtoffer] overgeboekt naar de rekening [rekeningnummer] ten name van [naam] .
Diezelfde dag is van dit bedrag € 3.400,-- bij een geldautomaat gepind door medeverdachte
[medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft hierover verklaard dat hij dit geld in opdracht van [verdachte] heeft gepind. Deze verklaring wordt ondersteund door een aantal tapgesprekken tussen het telefoonnummer van [medeverdachte 1] en het telefoonnummer van [verdachte] ( [telefoonnummer] ), waarin de op te nemen bedragen aan [medeverdachte 1] worden doorgegeven.
Aangeefster[slachtoffer]is op 4 december 2016 via WhatsApp benaderd door [naam] . Nadat beide partijen tot overeenstemming waren gekomen over de verkoop van een radio door [slachtoffer] aan [naam] , heeft zij een kopie van haar rijbewijs en bankpas gestuurd. Vervolgens heeft [slachtoffer] op instructie van die persoon een iPhone in haar [benadeelde 4] bankieren-omgeving geactiveerd en de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening aan [naam] doorgegeven, waarmee zij de ontvangst van een overboeking door [naam] voor de radio zou bevestigen. Op 4 december 2016 is van de rekening van [slachtoffer] in totaal € 787,-- overgeboekt naar een rekening van [bedrijf 6] , voor een aantal afhaalmaaltijden en blikjes Red Bull.
Dezelfde dag is met het telefoonnummer waarvan [verdachte] heeft verklaard dat die van hem was ( [telefoonnummer] ) gebeld met [medeverdachte 1] en met de [bedrijf 7] (gelieerd aan [bedrijf 6] ) te [plaats] over het ophalen van maaltijden en de blikjes drank.
Aangever[slachtoffer]is op 8 december 2016 via WhatsApp benaderd door [naam] . [naam] heeft hem een foto van de bankpas op naam van [slachtoffer] (dat zou een zakelijke rekening van [naam] zijn) gestuurd. [slachtoffer] heeft op aanwijzing van [naam] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [naam] (voor een filmcamera) zou bevestigen.
Dezelfde dag is € 2.500,-- van de bankrekening van [slachtoffer] overgeboekt naar bankrekening [rekeningnummer] ten name van [naam] . Dit bedrag is eveneens op 8 december 2016 gepind door [medeverdachte 1] . Vlak voorafgaand aan het moment van pinnen heeft [medeverdachte 1] hierover telefonisch contact met het telefoonnummer van [verdachte] ( [telefoonnummer] ).
Aangever[slachtoffer]heeft op 10 december 2016 een WhatsApp-bericht ontvangen van [naam] , die reageerde op een advertentie van [slachtoffer] voor een telescoop. [naam] heeft ook aan hem een foto van de bankpas op naam van [slachtoffer] (dat zou de vrouw van [naam] zijn) gestuurd. [slachtoffer] heeft op aanwijzing van [naam] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [naam] (voor de telescoop) zou bevestigen.
Dezelfde dag is een bedrag van € 5.000,-- van de bankrekening van [slachtoffer] overgeboekt naar bankrekening [rekeningnummer] ten name van [naam] . Dit bedrag is eveneens op 10 december 2016 in delen van de rekening van [naam] gepind. Ten tijde van het pinnen van die (in totaal) € 5.000,-- heeft er telefonisch contact plaatsgevonden over het pinnen van de geldbedragen tussen het telefoonnummer van [verdachte] ( [telefoonnummer] ) en het telefoonnummer dat in gebruik was bij medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ).
[naam] heeft aangifte gedaan van identiteitsfraude. Eind oktober 2016 heeft [naam] – in verband met de verkoop van door hem op Marktplaats te koop aangeboden oordopjes – een foto van zijn bankpas en identiteitsbewijs via WhatsApp opgestuurd naar een persoon die zich [naam] noemde en gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Nadien is hij door ongeveer zestien personen benaderd omdat zij waren opgelicht door iemand die gebruik maakte van zijn naam en gegevens.
De rechtbank acht op grond van de aangifte van [naam] , de telkens meegestuurde (delen van) bankpassen op naam van [naam] / [naam] / [slachtoffer] , de aangehaalde verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] en de genoemde tapgesprekken, in onderling verband en samenhang bezien, bewezen dat verdachte [verdachte] telkens degene is geweest die in het contact met de aangevers gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] .
[telefoonnummer]
Dit telefoonnummer is gebruikt in de periode van 14 december 2016 tot en met 7 januari 2017 in het contact met elf aangevers. In elk van die contacten noemde de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] zich [naam] . Dit betreft de volgende aangevers.
Aangever[slachtoffer]is op 13 december 2016 via WhatsApp benaderd door [naam] in verband met een advertentie voor blokfluiten die [slachtoffer] op Marktplaats had gezet. [slachtoffer] heeft een foto van de bankpas op naam van [slachtoffer] (dat zou de zakelijke rekening van [slachtoffer] zijn) naar [slachtoffer] gestuurd. [slachtoffer] heeft op zijn beurt op aanwijzing van [slachtoffer] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [slachtoffer] (voor een blokfluit) zou bevestigen.
Op 14 december 2016 is € 5.000,-- overgeboekt van de rekening van [slachtoffer] naar rekening [rekeningnummer] ten name van [naam] . Deze [naam] heeft verklaard dat hij ’s nachts naar huis liep en toen door een groep jongeren is gedwongen om zijn bankpas en pincode af te geven. Op 14 december 2016 heeft medeverdachte [medeverdachte 1] net na middernacht in totaal € 5.000,-- gepind van de rekening van [naam] . [medeverdachte 1] heeft verklaard dat het gepinde geld telkens aan [verdachte] heeft afgegeven en daar dan € 100,-- of € 150,-- voor kreeg.
Aangever[slachtoffer]heeft op 15 december 2016 een WhatsApp-bericht ontvangen van [naam] , die reageerde op een door [slachtoffer] op Marktplaats geplaatste advertentie voor een videocamera. Nadat beide partijen een prijs overeengekomen waren heeft [slachtoffer] een foto van de bankpas op naam van [slachtoffer] (dat zou de zakelijke rekening van [slachtoffer] zijn) naar [slachtoffer] gestuurd. Ook heeft hij een foto van (een deel van) het rijbewijs van [slachtoffer] naar [slachtoffer] gestuurd. [slachtoffer] heeft op aanwijzing van [slachtoffer] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [slachtoffer] (voor de videocamera) zou bevestigen.
Dezelfde dag is in totaal € 940,-- van de bankrekening van [slachtoffer] overgemaakt naar een bankrekening met nummer [rekeningnummer] Op 15 december 2016 is met het telefoonnummer van [verdachte] ( [telefoonnummer] ) naar [slachtoffer] gebeld over de betaling van het door [slachtoffer] verschuldigde bedrag. In dat gesprek noemde de persoon die belde zich ‘ [naam] ’.
Aangever[slachtoffer]heeft op 18 december 2016 via WhatsApp contact gehad met [naam] , die reageerde op een advertentie van [slachtoffer] voor een dwarsfluit. Ook hier heeft [slachtoffer] een foto van de bankpas op naam van [slachtoffer] naar [slachtoffer] gestuurd. [slachtoffer] heeft op zijn beurt op aanwijzing van [slachtoffer] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, ter bevestiging van de overboeking door [slachtoffer] .
Vervolgens is op 18 december 2016 in totaal € 8.000,-- van de rekening van [slachtoffer] overgeboekt naar rekening [rekeningnummer] ten name van [naam] . Van dit bedrag is dezelfde dag € 4.500,-- gepind bij een pinautomaat. Een bedrag van € 3.500,-- is door de [benadeelde 3] teruggestort op de rekening van [slachtoffer] . [naam] heeft aangifte gedaan van diefstal van zijn bankpas. Deze diefstal zou na 15 december 2016 hebben plaatsgevonden.
Aangever[slachtoffer]is op 18 december 2016 via WhatsApp benaderd door [naam] . Die heeft ook hier een foto van de bankpas op naam van [slachtoffer] naar [slachtoffer] gestuurd. [slachtoffer] heeft op aanwijzing van [slachtoffer] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [slachtoffer] (voor een DVD recorder) zou bevestigen.
Dezelfde dag is € 1.000,-- van de rekening van [slachtoffer] overgeboekt naar rekening [rekeningnummer] ten name van [naam] , die verklaard heeft dat zij haar bankpas in goed vertrouwen heeft uitgeleend aan medeverdachte [medeverdachte 2] . De € 1.000,-- is op 20 december 2016 gepind door een persoon die door twee verbalisanten herkend is als [medeverdachte 2] .
Aangeefster[slachtoffer]heeft op 24 december 2016 een WhatsApp-bericht ontvangen van [naam] . Zij heeft een fototas aan hem verkocht. [slachtoffer] heeft haar een foto van een bankpas op naam van [slachtoffer] toegestuurd. [slachtoffer] heeft op verzoek van [slachtoffer] een foto van haar bankpas toegestuurd en ter bevestiging van de betaling de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening aan hem doorgegeven.
Dezelfde dag is in totaal € 6.000,-- van de rekening van [slachtoffer] overgemaakt naar rekening [rekeningnummer] ten name van [naam] . Van dat bedrag is € 510,-- diezelfde dag nog gepind. [naam] heeft verklaard dat hij zijn bankpas heeft uitgeleend aan [naam] . Deze [naam] heeft op zijn beurt verklaard dat hij op verzoek van medeverdachte [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) de pas van [naam] heeft geregeld voor verdachte [verdachte] . [naam] heeft verklaard dat hij gezien heeft dat [verdachte] het geld gepind heeft.
Aangever[slachtoffer]heeft eveneens op 24 december 2016 een WhatsApp-bericht ontvangen van [naam] . Hij heeft een verrekijker aan hem verkocht. [slachtoffer] heeft een foto van de bankpas op naam van [slachtoffer] (dat zou de vrouw van [slachtoffer] zijn) toegestuurd. Ook heeft hij een foto van het rijbewijs van [slachtoffer] naar [slachtoffer] gestuurd. [slachtoffer] heeft op verzoek van [slachtoffer] een foto van zijn bankpas naar [slachtoffer] gestuurd en ter bevestiging van zijn betaling de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven.
Dezelfde dag is € 5.000,-- van de rekening van [slachtoffer] overgemaakt naar rekening [rekeningnummer] ten name van [naam] . Dit bedrag heeft medeverdachte [medeverdachte 1] gepind. Hij heeft zichzelf herkend op de printjes van het pinnen. De bankpas van [naam] heeft hij volgens zijn verklaring gekregen van verdachte [verdachte] .
Op 31 december 2016 heeft aangever[slachtoffer]een WhatsApp-bericht ontvangen van [naam] , die reageerde op een advertentie van [slachtoffer] op Marktplaats waarin hij een radio te koop aanbood. Nadat beide partijen een verkoopprijs overeengekomen waren, heeft [slachtoffer] op verzoek van [slachtoffer] een foto van zijn bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan [slachtoffer] doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [slachtoffer] zou bevestigen. [slachtoffer] heeft op 31 december 2016 meerdere malen naar [slachtoffer] gebeld om hem uit te leggen welke codes hij moest doorgeven. In die gesprekken heeft hij zich telkens voorgesteld als ‘ [naam] ’. Het telefoonnummer waarmee naar [slachtoffer] is gebeld is het door [verdachte] gebruikte nummer [telefoonnummer] .
Op 31 december 2016 en 1 januari 2017 is in totaal € 10.250,-- buiten medeweten van [slachtoffer] overgeboekt van zijn bankrekening naar bankrekening [rekeningnummer] ten name van [naam] . Van dit bedrag is op 31 december 2016 in totaal € 5.000,-- gepind.
Aangever[slachtoffer]is op 2 januari 2017 via WhatsApp benaderd door [naam] . Die heeft hem ook hier een foto van de bankpas op naam van [slachtoffer] gestuurd. [slachtoffer] heeft op verzoek van [slachtoffer] een foto van zijn bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [slachtoffer] (voor een verrekijker) zou bevestigen.
Dezelfde dag is € 4.500,-- van de rekening van [slachtoffer] overgeboekt naar rekening [rekeningnummer] ten name van [naam] . Op 2 januari 2017 zijn er meerdere tapgesprekken geweest tussen het telefoonnummer van deze [naam] en het telefoonnummer van [verdachte] ( [telefoonnummer] ). Deze gesprekken gingen over dat [naam] zijn bankrekening ter beschikking zou gaan stellen en de verdeling van het geldbedrag dat op zijn rekening gestort zou gaan worden.
Aangeefster[slachtoffer]is op 6 januari 2017 via WhatsApp benaderd door een persoon die zij [naam] noemt en die een foto van zijn rijbewijs naar haar stuurde (de rechtbank begrijpt dat dit het rijbewijs van [naam] is geweest). [slachtoffer] heeft een radio van [slachtoffer] gekocht en ter bevestiging van het aankoopbedrag heeft zij een foto van haar bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening aan hem doorgegeven.
Dezelfde dag is van de rekening van [slachtoffer] een bedrag van € 23.045,38 overgemaakt naar de rekening van [bedrijf 8] , in verband met de aankoop van twee goudstaven. De factuur stond op naam van medeverdachte [medeverdachte 1] . Op 6 januari 2017 hebben tapgesprekken plaatsgevonden tussen verdachte [verdachte] ( [telefoonnummer] ) en [medeverdachte 1] enerzijds (waarin tegen [medeverdachte 1] gezegd wordt dat ‘hij goud gekocht heeft’) en [medeverdachte 3] anderzijds (over de doorverkoop van het bestelde goud). [medeverdachte 1] heeft verklaard dat ene ‘ [naam] ’ de goudstaven op zijn ( [medeverdachte 1] ’s) naam besteld heeft. Ter zitting heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij met ‘ [naam] ’ [verdachte] bedoelde.
Aangeefster[slachtoffer]is op 7 januari 2017 via WhatsApp benaderd door [naam] . Die heeft haar een foto van de bankpas op naam van [slachtoffer] gestuurd. Zij heeft op verzoek van [slachtoffer] een foto van haar bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening doorgegeven, waarmee zij de ontvangst van een overboeking door [slachtoffer] (voor een trompet) zou bevestigen.
Dezelfde dag is € 1.000,-- van de rekening van [slachtoffer] overgeboekt naar rekening [rekeningnummer] ten name van [naam] . Deze [naam] heeft verklaard dat hij op verzoek van een persoon die hij van een foto herkende als [medeverdachte 3] zijn bankrekening ter beschikking heeft gesteld om een bedrag van € 1.000,-- op te storten. Hij heeft de € 1.000,-- gepind en afgegeven, waarvoor hij een vergoeding van € 150,-- kreeg. Zijn broer [naam] was daarbij. [naam] heeft verdachte [verdachte] van een foto herkend als een persoon die ook bij het pinnen aanwezig was.
Eveneens op 7 januari 2017 is aangever[benadeelde 9]via WhatsApp benaderd door [naam] . Die stuurt hem een foto van een rijbewijs en bankpas op naam van [slachtoffer] . [benadeelde 9] heeft een diaprojector aan [slachtoffer] verkocht. Op verzoek van [slachtoffer] heeft [benadeelde 9] een foto van zijn identiteitsbewijs en bankpas toegestuurd. Ter bevestiging van de ontvangst van het aankoopbedrag heeft hij vervolgens de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven.
Op 9 januari 2017 zijn vervolgens buiten medeweten van [benadeelde 9] bedragen van € 975,-- en € 1.599,-- overgeboekt van zijn bankrekening naar de rekening van [bedrijf 5] , inzake de aankoop van een MacBook en een televisie. De MacBook is op 7 januari 2017 bij het filiaal van BCC in [plaats] opgehaald door [naam] , die verklaard heeft dat zij dit gedaan heeft op verzoek van medeverdachte [medeverdachte 1] . Op 7 januari 2017 hebben verschillende tapgesprekken plaatsgevonden tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] ( [telefoonnummer] ). In die gesprekken kreeg [medeverdachte 1] opdracht om een MacBook bij BCC in [plaats] op te halen.
[slachtoffer] heeft aangifte gedaan van identiteitsfraude. Begin november 2016 heeft [slachtoffer] – in verband met de verkoop van een door hem op Marktplaats te koop aangeboden cassettedeck – een foto van zijn bankpas en rijbewijs via WhatsApp opgestuurd naar een aspirant koper die gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Halverwege december 2016 is hij gebeld door een medewerkster van de [benadeelde 4] met de mededeling dat men geprobeerd had om met de gegevens van zijn bankpas en rijbewijs frauduleuze handelingen te verrichten. De rechtbank heeft reeds hiervoor al overwogen dat [verdachte] de persoon is die gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] .
De rechtbank acht op basis van de aangiften van [slachtoffer] en [slachtoffer] , de telkens meegestuurde foto’s van (delen van) de bankpas op naam van [slachtoffer] / [slachtoffer] , de verklaringen van [medeverdachte 1] , [naam] en de broers [naam] , en de genoemde tapgesprekken, in onderling verband en samenhang bezien, bewezen dat verdachte [verdachte] telkens degene is geweest die in het contact met de aangevers gebruik heeft gemaakt van (de naam [naam] en) het telefoonnummer [telefoonnummer] .
[telefoonnummer]
Dit telefoonnummer is gebruikt op 9 januari 2017 in het contact met één aangever, genaamd[slachtoffer]. Deze aangever heeft een VHS recorder op Marktplaats te koop aangeboden en kreeg daarop via WhatsApp een reactie van een persoon die zich [slachtoffer] noemde. Die persoon heeft om zijn betrouwbaarheid te tonen een foto van de bankpas van [naam] naar [slachtoffer] gestuurd. Ook [slachtoffer] heeft, op verzoek van [slachtoffer] een foto van zijn bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, ter bevestiging van de ontvangst van de betaling door [slachtoffer] van de VHS recorder. Dezelfde dag is een bedrag van € 5.900,-- overgeboekt van de bankrekening van [slachtoffer] naar bankrekening [rekeningnummer] ten name van [naam] en een bedrag van € 5.000,-- naar bankrekening [rekeningnummer] ten name van [naam] .
Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft op 9 januari 2017 (een deel van) dit laatste bedrag gepind. Hij heeft zichzelf herkend van de prints van het pinnen. [medeverdachte 1] heeft ook verklaard dat hij dit deed voor [verdachte] en dat hij daar € 100,-- of € 150,-- voor kreeg.
De rechtbank acht bewezen dat [verdachte] in het contact met aangever [slachtoffer] het telefoonnummer [telefoonnummer] heeft gebruikt en zich heeft voorgedaan als [slachtoffer] . Voor dit oordeel acht de rechtbank, naast de verklaring van [medeverdachte 1] , mede redengevend dat de handelwijze in deze zaak op essentiële punten overeen komt met de handelwijze die gevolgd is in de contacten met de hiervoor genoemde telefoonnummers waarvan de rechtbank bewezen acht dat verdachte [verdachte] telkens de gebruiker is geweest.
[telefoonnummer]
Ook dit telefoonnummer is in het contact met één aangever gebruikt. Op 20 januari 2017 is aangever[benadeelde 7]via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam] noemde en interesse toonde in een door [benadeelde 7] op Marktplaats te koop aangeboden accordeon. Die persoon heeft om zijn betrouwbaarheid te tonen een foto van de bankpas van [naam] naar [benadeelde 7] gestuurd. Nadat beide partijen een prijs overeengekomen waren heeft [benadeelde 7] op aanwijzing van [naam] een foto van zijn bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan [naam] doorgegeven, ter bevestiging van de betaling van het overeengekomen bedrag door [naam] . Vervolgens is op 21 januari 2017 in totaal € 4.578,20 overgeboekt van de rekening van [benadeelde 7] naar rekening [rekeningnummer] ten name van [naam] . Van dit bedrag is dezelfde dag € 4.500,-- gepind door [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft zichzelf herkend op de prints van het pinnen. Hij heeft ook verklaard dat hij dit deed voor [verdachte] en dat hij daar € 100,-- voor kreeg.
[naam] heeft bij de politie melding gemaakt van het feit dat hij in verband met de verkoop van goederen via Marktplaats contact heeft gehad met een persoon die zich [slachtoffer] noemde en gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer] . [naam] heeft in verband met de verkoop aan die [slachtoffer] een foto van zijn bankpas gestuurd. Vervolgens is [naam] benaderd door een vrouw die eveneens contact had gehad met [slachtoffer] en van hem een foto van de bankpas van [naam] had ontvangen, als zijnde de bankpas van de vrouw van [slachtoffer] . De rechtbank heeft reeds hiervoor al overwogen dat [verdachte] de persoon is die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] .
De rechtbank acht bewezen dat [verdachte] in het contact met aangever [benadeelde 7] het telefoonnummer [telefoonnummer] heeft gebruikt en zich heeft voorgedaan als [naam] . Ook hier acht de rechtbank voor dit oordeel, naast de verklaring van [medeverdachte 1] en de melding van [naam] , mede redengevend dat de handelwijze in deze zaak op essentiële punten overeen komt met de handelwijze die gevolgd is in de contacten met de hiervoor genoemde telefoonnummers waarvan de rechtbank bewezen acht dat verdachte [verdachte] telkens de gebruiker is geweest.
[telefoonnummer]
Dit telefoonnummer is in periode van 25 januari 2017 tot en met 4 februari 2017 in het contact met drie aangevers gebruikt.
Aangeefster[benadeelde 10]heeft op 25 januari 2017 een WhatsApp contact gehad met een persoon die zich [naam] noemde. Zij heeft een cassetterecorder aan hem verkocht en ter bevestiging van de betaling door [naam] een foto van haar bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening aan hem doorgegeven. Een dag later is in totaal € 6.000,-- van de bankrekening van [benadeelde 10] overgemaakt naar bankrekening [rekeningnummer] ten name van [naam] . Van dit bedrag heeft medeverdachte [medeverdachte 1] dezelfde dag € 5.000,-- gepind. Hij heeft zichzelf herkend op de prints van het pinnen. [medeverdachte 1] heeft ook verklaard dat hij dit deed voor [verdachte] en dat hij daar € 100,-- of € 150,-- voor kreeg.
Aangever[slachtoffer]is op 1 februari 2017 via WhatsApp benaderd door een persoon die zijn naam niet genoemd heeft. Deze persoon reageerde op een Marktplaats advertentie van [slachtoffer] voor een fotocamera en heeft een foto van een bankpas op naam van [naam] naar hem gestuurd. [slachtoffer] heeft op zijn beurt op aanwijzing van die persoon een foto van zijn bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, ter bevestiging van de betaling van het overeengekomen bedrag door die persoon. Vervolgens is op 2 februari 2017 in totaal € 10.000,-- overgeboekt van de bankrekening van [slachtoffer] naar bankrekening [rekeningnummer] ten name van
[naam] en € 5.000,-- naar bankrekening [rekeningnummer] ten name van
[naam] . Van deze bedragen is dezelfde dag in totaal € 7.200,-- gepind door [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft zichzelf herkend op de prints van het pinnen. Hij heeft ook verklaard dat hij het gepinde geld heeft afgegeven aan [verdachte] .
Tot slot is aangever[slachtoffer]op 4 februari 2017 via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam] noemde en hem om zijn betrouwbaarheid te tonen een foto van zijn rijbewijs toestuurde. Ook heeft [naam] een foto van de bankpas van [naam] toegestuurd (dat zou de bankpas van de vrouw van [naam] zijn). [slachtoffer] heeft [naam] een beamer verkocht. Op verzoek van [naam] heeft [slachtoffer] een foto van zijn betaalpas naar hem gestuurd. Ter bevestiging van de betaling door [naam] heeft [slachtoffer] op diens aanwijzingen de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening naar hem gestuurd. Dezelfde dag is € 1.000,-- overgemaakt van de bankrekening van [slachtoffer] naar bankrekening [rekeningnummer] ten name van [naam] . Medeverdachte [medeverdachte 1] had de bankpas op naam van [naam] bij zijn aanhouding in zijn bezit. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij deze bankpas had gekregen van een persoon die hij ‘ [naam] ’ noemde. Ter zitting heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij met ‘ [naam] ’ [verdachte] bedoelde.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte [verdachte] telkens degene is geweest die in het contact met de aangevers gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Voor dit oordeel acht de rechtbank, naast de verklaring van [medeverdachte 1] en de meegestuurde (delen van) de bankpas van [naam] , mede redengevend dat de handelwijze in deze zaken op essentiële punten overeen komt met de handelwijze die gevolgd is in de contacten met de hiervoor genoemde telefoonnummers waarvan de rechtbank bewezen acht dat verdachte [verdachte] telkens de gebruiker is geweest.
De conclusie met betrekking tot het gebruik van de telefoonnummers
De rechtbank acht bewezen dat het telkens verdachte [verdachte] is geweest die met gebruikmaking van de weergegeven telefoonnummers contact heeft gehad met de 32 onder 1 en 2 van de tenlastelegging genoemde aangevers. De rechtbank acht derhalve bewezen dat [verdachte] telkens de WhatsApp-berichten heeft verstuurd waar de respectievelijke aangevers melding van maken (en in de meeste gevallen bij hun aangifte overgelegd hebben).
Oplichtingsmiddelen
De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of [verdachte] de aangevers door aanwending van een of meer oplichtingsmiddelen (te weten het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid, het toepassen van listige kunstgrepen en/of het gebruik maken van een samenweefsel van verdichtsels) heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag (feit 1) en het ter beschikking stellen van inloggegevens en/of transactie(codes) van de bankrekening van de aangevers (feit 2).
Dit betekent dat de rechtbank moet kunnen vaststellen dat de aangevers zijn overgegaan tot de afgifte van een geldbedrag en het ter beschikking stellen van inloggegevens en/of transactie(codes) doordat [verdachte] bij hen – door een specifieke, voldoende ernstige mate van bedrieglijk handelen – een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen teneinde daar misbruik van te maken.
Daarbij is de rechtbank gebonden aan de feitelijke omschrijving van de oplichtingsmiddelen die de officieren van justitie in de tenlastelegging hebben opgenomen.
Met deze kanttekeningen voor ogen acht de rechtbank met betrekking feit 1 bewezen dat [verdachte] :
- zich bij drie aangevers heeft voorgedaan als [naam] en bij één aangever als [naam] (en daarmee gebruik heeft gemaakt van een valse, in de zin van onrechtmatig gebruikte, naam);
- en daarbij naar twee aangevers een foto van een identiteitsbewijs heeft gestuurd (zijnde een vals, eveneens in de zin van onrechtmatig gebruikt, identiteitsbewijs);
- te kennen heeft gegeven het door de vier aangevers gevraagde artikel te kunnen leveren (zijnde een leugen, want [verdachte] was daartoe op dat moment niet in staat);
- aan de vier aangevers heeft aangegeven deze artikelen direct na de betaling op te sturen (zijnde een leugen, want [verdachte] was dat niet van zins en kon dat op dat moment ook niet).

Dit betreft naar het oordeel van de rechtbank telkens oplichtingsmiddelen (het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en een samenweefsel van verdichtsels) waardoor de vier aangevers zijn bewogen tot de overboeking van een geldbedrag.

Met betrekking tot feit 2 acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] :
- naar 23 van de 28 aangevers [3] een vals identiteitsbewijs of een valse bankpas heeft opgestuurd (vals in de zin van onrechtmatig gebruikt);
- aan de aangevers heeft aangegeven voor de betaling gebruik te willen maken van een zakelijke bankrekening en dat voor het doen van de zakelijke betaling noodzakelijk was om de telefoon van hem, verdachte toe te voegen aan de rekening van de aangevers (zijnde een leugen, want voor het doen van een zakelijke betaling is een dergelijke toevoeging niet noodzakelijk);
- aan de aangevers heeft aangegeven de betaling direct in orde te zullen maken (zijnde een leugen, want dat heeft [verdachte] niet gedaan);
- aan de aangevers berichten heeft verzonden waarin werd uitgelegd dat de betreffende aangever een cijfer- en/of bevestigingscode moest doorgeven ter bevestiging van de betaling (zijnde een leugen, want een dergelijke bevestiging is niet nodig);
- naar 21 van de 28 aangevers [4] berichten heeft gestuurd waarin hij heeft aangegeven dat de betreffende aangever nog een uur moest wachten om de betaling op zijn/haar bankrekening te kunnen zien (ook dit is een leugen, want een dergelijke wachttijd was niet aan de orde).

Ook hier gaat het naar het oordeel van de rechtbank telkens om oplichtingsmiddelen (het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en/of en een samenweefsel van verdichtsels) waardoor de aangevers zijn bewogen tot het ter beschikking stellen van de inloggegevens en/of transactie(codes) van hun bankrekening.

Feiten 1 en 2: ‘één of meer andere personen’
De officieren van justitie hebben ten aanzien van het onderdeel ‘en/of één of meer andere personen’ bij feit 1 en feit 2 ter zitting desgevraagd te kennen gegeven dat niet tot bewezenverklaring gerekwireerd wordt. De rechtbank leidt uit het standpunt van de officieren van justitie af dat het niet de bedoeling van het Openbaar Ministerie is (geweest) om de oplichting van meer aangevers dan de 32 genoemde personen ten laste te leggen. Om deze reden zal de rechtbank verdachte [verdachte] vrijspreken van dit onderdeel.
Feit 2: medeplegen
De rechtbank acht niet bewezen dat [verdachte] het onder 2 bewezenverklaarde ‘tezamen en in vereniging met een of meer anderen’ gepleegd heeft.
De conclusie met betrekking tot het onder 1 en 2 ten laste gelegde
De rechtbank is van oordeel dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is, zoals hiervoor overwogen.

4.3.1.2 Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde

Onder 3 is aan [verdachte] het medeplegen van identiteitsfraude, strafbaar gesteld in artikel 231b Sr, ten laste gelegd.
In artikel 231b Sr is het opzettelijk en wederrechtelijk gebruik van identificerende persoonsgegevens van een ander strafbaar gesteld, indien dat gebruik plaatsvindt met het oogmerk om zijn identiteit te verhullen en/of de identiteit van de ander te verhullen of misbruiken waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan.
Identificerende persoonsgegevens zijn gegevens waarmee een persoon kan worden geïdentificeerd, zoals naam, adres, woonplaats, postadres, geboortedatum, geslacht en administratieve kenmerken.
Het nadeel dat uit het gebruik kan ontstaan moet betrekking hebben op degene wiens persoonsgegevens zijn misbruikt.
De aan [verdachte] ten laste gelegde identiteitsfraude ziet op het gebruik van de voor- en/of achternamen en afbeeldingen van een identiteitskaart, rijbewijs en/of bankpas met daarop identificerende gegevens van drie personen, te weten [slachtoffer] , [naam] en [slachtoffer] . Deze namen en afbeeldingen zou [verdachte] in een WhatsApp-bericht telkens naar drie met name genoemde personen hebben gestuurd, met het doel om zijn eigen identiteit voor die personen verborgen te houden.
De bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 3
Met betrekking tot[slachtoffer]is hiervoor reeds vastgesteld dat hij aangifte heeft gedaan van identiteitsfraude. Begin november 2016 heeft [slachtoffer] – in verband met de verkoop van een door hem op Marktplaats te koop aangeboden cassettedeck – een foto van zijn bankpas en rijbewijs via WhatsApp opgestuurd naar een aspirant koper die gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Halverwege december 2016 is hij gebeld door een medewerkster van de [benadeelde 4] met de mededeling dat men geprobeerd had om met de gegevens van zijn bankpas en rijbewijs frauduleuze handelingen te verrichten.
De rechtbank heeft hiervoor reeds bewezen verklaard dat verdachte [verdachte] gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] .
Eveneens is bewezen verklaard dat [verdachte] in het contact met de aangevers [slachtoffer] , [slachtoffer] en [slachtoffer] de naam [naam] heeft gebruikt. Daarnaast heeft [verdachte] aan [slachtoffer] en [slachtoffer] ook een foto van het rijbewijs van [slachtoffer] gestuurd.
Ook met betrekking tot[naam]is hiervoor reeds vastgesteld dat hij aangifte heeft gedaan van identiteitsfraude. Eind oktober 2016 heeft [naam] – in verband met de verkoop van op Marktplaats te koop aangeboden oordopjes – een foto van zijn bankpas en identiteitsbewijs via WhatsApp opgestuurd naar een persoon die zich [naam] noemde en gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Nadien is hij door ongeveer zestien personen benaderd omdat zij waren opgelicht door iemand die gebruik maakte van zijn naam en gegevens.
De rechtbank heeft hiervoor reeds bewezen verklaard dat verdachte [verdachte] gebruik heeft gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] .
Eveneens is bewezen verklaard dat [verdachte] in het contact met de aangevers [slachtoffer] , [slachtoffer] en [slachtoffer] de naam [naam] heeft gebruikt. Daarnaast heeft [verdachte] aan [slachtoffer] ook een foto van de identiteitskaart van [naam] gestuurd.
Zoals hiervoor reeds vastgesteld heeft[slachtoffer]een foto van zijn bankpas gestuurd naar de persoon die zich [naam] noemde, in verband met de betaling door [naam] van een dwarsfluit. Uit het dossier blijkt dat de bankpas van [slachtoffer] nadien naar 21 andere aangevers van internetoplichting is gestuurd. Onder deze aangevers bevonden zich [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] en [slachtoffer] .
De rechtbank heeft hiervoor reeds bewezen verklaard dat verdachte [verdachte] zich in het contact met [slachtoffer] heeft voorgedaan als [naam] .
Eveneens is bewezen verklaard dat [verdachte] in het contact met de aangevers [slachtoffer] , [slachtoffer] en [slachtoffer] de naam [naam] heeft gebruikt. Daarnaast heeft [verdachte] aan [slachtoffer] ook een foto van de identiteitskaart van [naam] gestuurd.
[verdachte] heeft de namen van [slachtoffer] , [naam] en [slachtoffer] en afbeeldingen van hun identiteitskaarten, rijbewijzen en bankpassen met daarop gegevens, zonder hun toestemming gebruikt in het contact met andere aangevers. Deze namen en de gegevens op de afbeeldingen zoals naam, adres, woonplaats, postadres, geboortedatum, geslacht en administratieve kenmerken (bankrekeningnummers) zijn identificerende persoonsgegevens.
De rechtbank acht bewezen dat [verdachte] de genoemde aangevers telkens het idee heeft gegeven dat zij daadwerkelijk te maken hadden met [slachtoffer] en [naam] respectievelijk dat zij betaald zouden worden vanaf de bankrekening van [slachtoffer] , teneinde te verhullen dat zij in werkelijkheid met hem, verdachte [verdachte] , contact hadden en hij heeft hun identiteit misbruikt.
Daarnaast acht de rechtbank op grond van het hiervoor overwogene bewezen dat hierdoor enig nadeel voor [slachtoffer] , [naam] en [slachtoffer] is ontstaan.
Het onderdeel ‘één of meer andere personen’
De officieren van justitie hebben ten aanzien van het onderdeel ‘en/of één of meer andere personen’ bij feit 3 ter zitting desgevraagd te kennen gegeven dat niet tot bewezenverklaring gerekwireerd wordt. De rechtbank leidt uit het standpunt van de officieren van justitie af dat het niet de bedoeling van het Openbaar Ministerie is (geweest) om de identiteitsfraude met betrekking tot meer aangevers dan de in de tenlastelegging genoemde personen ten laste te leggen. Om deze reden zal de rechtbank verdachte [verdachte] vrijspreken van dit onderdeel.
Medeplegen
De rechtbank acht niet bewezen dat [verdachte] het onder 3 bewezenverklaarde ‘tezamen en in vereniging met een of meer anderen’ gepleegd heeft.
De conclusie met betrekking tot het onder 3 tenlastegelegde
De rechtbank is van oordeel dat het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is, zoals hiervoor overwogen.

4.3.1.3. Met betrekking tot het onder 4 tenlastegelegde

Onder 4 is verdachte [verdachte] het medeplegen van computervredebreuk, als bedoeld in artikel 138ab lid 1 en 2 Sr ten laste gelegd. Hem wordt – kort gezegd – verweten dat hij met behulp van een valse sleutel is binnengedrongen in een geautomatiseerd werk, te weten de persoonlijke mobiel bankieren pagina/app/bankomgeving van [slachtoffer] en [slachtoffer] en vervolgens gegevens die in die bankomgeving worden verwerkt voor zichzelf heeft overgenomen door geldbedragen van de bankrekeningen van de genoemde personen over te boeken naar een andere rekening.
De rechtbank leidt uit het dossier het volgende af.
Aangever [slachtoffer]is op 25 april 2016 via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam] (adres: [adres] ) noemde en reageerde op een advertentie van [slachtoffer] op Marktplaats voor een gitaar. Nadat beide partijen tot overeenstemming over de prijs waren gekomen heeft [naam] aan [slachtoffer] geappt dat zij via een zakelijke rekening wilde betalen en dat [slachtoffer] de betaling moest bevestigen. Op aanwijzing van [naam] heeft [slachtoffer] een foto van zijn bankpas aan [naam] doorgestuurd en in goed vertrouwen het mobiel bankieren van een iPhone 6 geactiveerd. Ook heeft hij de tancode van zijn [benadeelde 4] bankrekening aan [naam] doorgegeven. Daardoor heeft hij, via mobiel bankieren, de telefoon van [naam] toegang gegeven tot zijn bankrekening.
Vervolgens is dezelfde dag in totaal € 755,-- van de rekening van [slachtoffer] overgeboekt naar een voor [slachtoffer] onbekende bankrekening, te weten bankrekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [naam] .
De rechtbank heeft hiervoor reeds bewezen verklaard dat [verdachte] onder de naam van [naam] contact heeft gehad met meerdere aangevers van oplichting. Zo is aangever [benadeelde 5] een dag eerder, op 24 april 2016, eveneens benaderd door verdachte [verdachte] , die in dat contact de naam [naam] gebruikte.
Op grond van de weergeven feiten en omstandigheden acht de rechtbank bewezen dat verdachte [verdachte] opzettelijk en wederrechtelijk met behulp van valselijk verkregen inloggegevens heeft ingelogd in de mobiel internetbankieren pagina/app/bank-omgeving (van de [benadeelde 4] ) van [slachtoffer] en vervolgens een geldbedrag van de bankrekening van [slachtoffer] heeft overgeboekt naar een andere bankrekening.
[slachtoffer]heeft op 18 december 2016 via WhatsApp contact gehad met een persoon die zich [naam] noemde en die reageerde op een advertentie van [slachtoffer] voor een trompet. Ook [slachtoffer] heeft op aanwijzing van [slachtoffer] de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, ter bevestiging van de overboeking door [slachtoffer] .
Vervolgens is op 18 december 2016 in totaal € 1.000,-- van de rekening van [slachtoffer] overgeboekt naar rekening [rekeningnummer] op naam van ‘ [naam] ’.
De rechtbank heeft hiervoor reeds bewezen verklaard dat [verdachte] onder de naam van [naam] contact heeft gehad met meerdere aangevers van oplichting. Zo zijn de aangevers [slachtoffer] en [slachtoffer] op dezelfde dag, te weten 18 december 2016, benaderd door [verdachte] , die in dat contact de naam [naam] gebruikte.
Op grond van de weergeven feiten en omstandigheden acht de rechtbank bewezen dat verdachte [verdachte] opzettelijk en wederrechtelijk met behulp van valselijk verkregen inloggegevens heeft ingelogd in de mobiel internetbankieren pagina/app/bank-omgeving (van de [benadeelde 3] ) van [slachtoffer] en vervolgens een geldbedrag van de bankrekening van [slachtoffer] heeft overgeboekt naar een andere bankrekening.
Het onderdeel ‘één of meer andere personen’
De officieren van justitie hebben ten aanzien van het onderdeel ‘en/of één of meer andere personen’ bij feit 4 ter zitting desgevraagd te kennen gegeven dat niet tot bewezenverklaring gerekwireerd wordt. De rechtbank leidt uit het standpunt van de officieren van justitie af dat het niet de bedoeling van het Openbaar Ministerie is (geweest) om de computervredebreuk met betrekking tot meer aangevers dan de in de tenlastelegging genoemde personen ten laste te leggen. Om deze reden zal de rechtbank verdachte [verdachte] vrijspreken van dit onderdeel.
Medeplegen
De rechtbank acht niet bewezen dat [verdachte] het onder 4 bewezenverklaarde ‘tezamen en in vereniging met een of meer anderen’ gepleegd heeft.
De conclusie met betrekking tot het onder 4 ten laste gelegde
De rechtbank is van oordeel dat het onder 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is, zoals hiervoor overwogen.

4.3.1.4Met betrekking tot het onder 5 tenlastegelegde

Feit 5 betreft de deelneming aan een criminele organisatie, als bedoeld in artikel 140 Sr Pro.
Volgens bestendige jurisprudentie moet onder een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr Pro worden verstaan een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Voor het bewijs van het oogmerk van de organisatie, te weten het plegen van misdrijven, zal o.a. betekenis kunnen toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, zoals daarvan kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie, en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. Er is sprake van deelnemen aan de organisatie indien de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning biedt aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Voor deelneming is voldoende dat betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.
De betrokkene behoeft dus geen wetenschap te hebben van één of verscheidene concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.
De bewijsoverwegingen met betrekking tot feit 5
De rechtbank heeft hiervoor reeds bewezen verklaard dat verdachte [verdachte] zich in de periode van 22 november 2016 tot en met 6 februari 2017 schuldig heeft gemaakt aan oplichting, identiteitsfraude en computervredebreuk met betrekking tot meerdere personen.
Uit het dossier kan de volgende werkwijze worden vastgesteld.
De verkoper plaatst op Marktplaats een advertentie waarin hij een goed te koop aanbiedt en vermeldt daarbij zijn telefoonnummer. [verdachte] reageert via WhatsApp op deze advertentie en bericht dat hij interesse heeft in het aangeboden goed. Hij gebruikt daarbij de naam van een andere persoon. Vervolgens komen [verdachte] en de koper een bedrag overeen. [verdachte] wekt op slinkse wijze het vertrouwen van de koper door hem via WhatsApp een kopie van een identiteitsbewijs en/of bankpasje (op naam van die andere persoon of van diens vrouw) toe te sturen. [verdachte] vraagt de verkoper een afbeelding van zijn identiteitskaart en bankpas terug te sturen. [verdachte] deelt mee dat hij het overeengekomen bedrag wil betalen via zijn zakelijke bankrekening en dat de verkoper deze betaling moet bevestigen. De verkoper laat zich door [verdachte] instrueren om de betaling te bevestigen. Op deze wijze ontfutselt [verdachte] alle noodzakelijke gegevens voor het mobielbankierenaccount van de verkoper. [verdachte] kan hierdoor het mobielbankierenaccount van de verkoper activeren op zijn telefoon en daarmee toegang krijgen tot de bankrekening van de verkoper. [verdachte] is in staat om, zonder toestemming van de verkoper, geldbedragen over te schrijven naar de bankrekening van een door medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] of [medeverdachte 3] geronselde katvanger. Deze katvangers hebben hun rekening, bankpasje en pincode tegen een geringe vergoeding ter beschikking gesteld. Bedragen die door [verdachte] worden overgeschreven worden direct na de overschrijving contant opgenomen bij een pinautomaat door [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] of [medeverdachte 3] en zij komen op deze manier in het bezit van het van de bankrekening overgemaakt geld. Ook betaalt [verdachte] vanaf de bankrekening van de verkoper goederen die hij online bestelt bij onder meer de Media Markt en BCC, waarbij hij laat weten dat de goederen opgehaald zullen worden. De online bestelde goederen worden kort na de bestelling opgehaald door [medeverdachte 1] of een door [medeverdachte 1] of [verdachte] geregelde katvanger.
[medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben aldus een faciliterende rol gespeeld bij het in handen krijgen van de door (internet)oplichting verkregen geldbedragen en goederen.
Uit de bij de oplichting van de aangevers gevolgde werkwijze leidt de rechtbank af dat sprake was van een van tevoren afgesproken taakverdeling. In het kader van die werkwijze vonden in een kort tijdsbestek de volgende handelingen plaats:
- contact leggen met een aanbieder naar aanleiding van een advertentie op Marktplaats;
- overhalen/betalen van een katvanger;
- regelen van de pas en bijbehorende pincode;
- verkrijgen van de inloggegevens van de aanbieder;
- overboeken van het geld van de rekening van de aanbieder naar de katvangersrekening;
- informeren van mededaders dat het geld op een rekening is gestort;
- binnen een uur (laten) opnemen van het geld, of
- bestellen van goederen bij webwinkels en het en het (laten) afhalen van die goederen.
Deze handelingen duiden op een samenwerkingsverband, waarbij de rollen van de deelnemers niet gelijk waren. Er bestond een bepaalde hiërarchie binnen het samenwerkingsverband, waarbij [verdachte] telkens de initiatiefnemer van de oplichtingen was en ook het contact met de aanbieders op Marktplaats onderhield. Voor het regelen en van de benodigde bankpasjes en het pinnen van het geld van de rekeningen van de katvangers schakelde [verdachte] zijn medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in.
Op verzoek van [verdachte] regelden [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] of [medeverdachte 3] tegen een geringe vergoeding een “ [benadeelde 3] ” (bankpas [benadeelde 3] ) van een katvanger. Direct nadat het geld was weggesluisd door [verdachte] gaf hij [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] of [medeverdachte 3] een seintje dat zij zich naar de pinautomaat (“ [benadeelde 3] ”) moesten begeven. Vervolgens namen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] of een katvanger enkele minuten na de overboeking de bedragen met duizenden (kop) euro’s tegelijk op bij de pinautomaat, waarna zij het gepinde geld aan [verdachte] afgaven. Het bewijs voor deze handelingen wordt op onderdelen ondersteund door meerdere tapgesprekken (tussen enerzijds [verdachte] en anderzijds [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] ) en door verklaringen van de personen die hun bankpas ter beschikking hebben gesteld.
De verdachten hebben rond de tijdstippen van de individuele oplichtingen steeds nauw contact met elkaar gehad en zij stemden onderling af hoe te handelen voor en na de oplichtingen.
Uit het vorenstaande blijkt dat de samenwerking een duurzaam en gestructureerd karakter had, dat [verdachte] behoorde tot dit samenwerkingsverband en dat hij een groot aandeel heeft gehad en ondersteuning heeft geboden aan gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Zoals eerder overwogen acht de rechtbank de feiten 1 tot en met 4 bewezen. [verdachte] wist dan ook dat de organisatie het oogmerk had tot het plegen van misdrijven.
Op grond van het voren overwogene acht de rechtbank bewezen dat verdachte [verdachte] samen met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] deel heeft uitgemaakt van een organisatie die tot oogmerk had het plegen van oplichting, computervredebreuk, ID-fraude en het witwassen van het daarmee verkregen geld.
De rechtbank leidt uit het dossier af dat meer dan 350 personen het slachtoffer zijn geworden van oplichting door de criminele organisatie, waarbij in totaal meer dan € 325.000,-- aan nadeel is vastgesteld.
Het onderdeel ‘en/of één of meer andere personen’
De officieren van justitie hebben ten aanzien van het onderdeel ‘en/of één of meer andere personen’ bij feit 5 ter zitting desgevraagd te kennen gegeven dat niet tot bewezenverklaring gerekwireerd wordt. De rechtbank leidt uit het standpunt van de officieren van justitie af dat het niet de bedoeling van het Openbaar Ministerie is (geweest) om de deelneming aan een criminele organisatie van meer personen dan de drie genoemde personen (naast verdachte [verdachte] ) ten laste te leggen. Om deze reden zal de rechtbank [verdachte] vrijspreken van dit onderdeel.
De conclusie met betrekking tot het onder 5 tenlastegelegde
De rechtbank is van oordeel dat het onder 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is, zoals hiervoor overwogen.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten:
1.
hij in
of omstreeksde periode van 11 maart 2016 tot en met 16 maart 2016
te [plaats] en/of één of meer andere plaatsen, althansin Nederland, telkens met het oogmerk om zich
en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/of vaneen valse hoedanigheid
en/of door listige kunstgrepenen
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels,
- [benadeelde 1]
(aangifte 31, p. 1348 ev. dossier),
- [slachtoffer]
(aangifte 34, p. 1383 ev. dossier)
- [benadeelde 2]
(aangifte 35, p. 1393 ev. dossier)en
/of
- [slachtoffer]
(aangifte 30, p. 1425 ev. dossier)
en/of één of meer andere personen
(telkens)heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld immers heeft hij, verdachte
en/of zijn mededader(s)
- naar aanleiding van een door die aangevers/benadeelden op Marktplaats geplaatste advertentie met daarin een te koop gevraagd artikel,
- middels het mobiele nummer [telefoonnummer] via 'Whattsapp' contact opgenomen met die aangevers/benadeelden,
- zich voorgedaan als [naam]
en/of [naam]
(en/of daarbij
)een afbeelding van een identiteitsbewijs en/of bankpas naar die aangevers
/benadeeldenverstuurd
/verzonden,
- aan aangevers/benadeelden gevraagd om een afbeelding van een identiteitsbewijs en/of bankpas terug te sturen,
- daarbij te kennen gegeven het gevraagde artikel te kunnen leveren,
- aangegeven dat na de betaling op rekeningnummer [rekeningnummer] direct de gevraagde goederen op te zullen sturen;
2.
hij in
op omstreeksde periode van 10 april 2016 tot en met 4 februari 2017
te [plaats] , althansin Nederland (telkens)
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich
en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofvan een valse hoedanigheid
en/of door listige kunstgrepenen
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels,
(telkens)
- [slachtoffer]
(aangever 73, p.1600 dossier),
- [benadeelde 5]
(aangever 87, p.1700 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 293, p. 1900 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 291, p. 2100 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 312, p. 2200 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 304, p. 2400 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 310, p. 2700 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 319, p. 2900 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 355, p. 3100 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 323, p. 3300 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 388, p. 3400 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 387, p. 3600 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 359, p. 3700 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 325, p. 3900 dossier)
- [benadeelde 7]
(aangever 372, p. 4100 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 348, p. 4300 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 317, p. 4500 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 327, p. 4700 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 334, p.5032 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 341, p. 5200 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 340, p. 5400 dossier)
- [slachtoffer]
(p. 5600 dossier)
- [benadeelde 8]
(aangever 93, p. 6500 dossier)
- [benadeelde 9]
(aangever 356, p.7000 dossier)
- [benadeelde 10]
(aangever 376, p.7200 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 303, p.7600 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 313, p. 7900 dossier)
- [slachtoffer]
(aangever 353, p. 8000 dossier)
en/of één of meer andere personen
heeft bewogen tot
de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst,het ter beschikking stellen van gegevens,
het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,te weten het ter beschikking stellen van inloggegevens en/of (transactie)codes van de bankrekening van voornoemde personen bij de [benadeelde 4] en/of [benadeelde 3] en/of [bedrijf 3] bank aan verdachte
en/of diens mededader(s)immers heeft hij, verdachte
en/of zijn mededader(s)- naar aanleiding van een door voornoemde personen op Marktplaats geplaatste advertentie met daarin een te koop aangeboden artikel,
- middels een mobiele telefoon via 'WhatsApp' contact opgenomen met voornoemde personen en daarbij snel overeenstemming bereikt met betrekking tot de koop/verkoopprijs, -
een afbeelding van een (vals) identiteitsbewijs en/of bankpas, althanseen niet op verdachtes naam staand identiteitsbewijs en/of bankpas naar voornoemde
persoon/personen verzonden,
- aan voornoemde persoon/personen gevraagd om ook een afbeelding en/of de gegevens van hun identiteitskaart en bankpas terug te sturen,
- aangegeven voor de betaling gebruik te willen maken van een zakelijke bankrekening,
- aangegeven dat het voor het doen van de zakelijke betaling noodzakelijk was om de telefoon van hem, verdachte toe te voegen aan de rekening van voornoemde personen,
- aangegeven de betaling direct in orde te zullen maken,
-
een of meerWhatsapp bericht
(en
)naar voornoemde
persoon/personen verzonden waarin werd uitgelegd dat die persoon
/personeneen cijfer- en/of bevestigingscode moest
(en)doorgeven ter bevestiging van de betaling,
- waarna voornoemde
persoon/personen die code
('s
) heeft/hebben doorgegeven en
/of
- vervolgens nog
één of meerdereWhatsapp berichten gestuurd waarin hij heeft aangegeven dat voornoemde
persoon/personen nog een uur moest wachten om de betaling op hun bankrekening te kunnen zien,

althans woorden van dergelijke aard of strekking (al dan niet in een andere volgorde en/of samenstelling);

3.
hij in de periode van
of omstreeks19 oktober 2016 tot en met 06 februari 2017
te [plaats] , althansin Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleenopzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van
een ander ofanderen te weten:
- ( een deel
/ delen van) de voorna
(a)m
(en
)en/of achterna
(a
)m
(en
)van na te noemen personen en/of
- een afbeelding van een identiteitskaart en/of een rijbewijs en/of een bankpas op naam van
[slachtoffer]
(aangifte p. 9107 ev. dossier),
[naam]
(aangifte 235, p. 9206 ev. dossier),
[slachtoffer]
(aangifte 293, p. 1900 ev. dossier),
en/of één of meer andere personenheeft
/hebbengebruikt door
- ( telkens) (een deel
/ delenvan) de voorna
(a)m
(en
)en/of achterna
(a)m
(en
)van voornoemde [slachtoffer] , [naam]
en/of [slachtoffer]
te noemen en/ofte vermelden in een Whatsapp-bericht
of een email-bericht naaren/of
- die afbeeldingen met die identificerende gegevens (telkens) te versturen
/verzendenin een Whatsapp-bericht
of een email-berichtnaar
- [slachtoffer]
(aangifte 325),
- [slachtoffer]
(aangifte 341)
- [slachtoffer]
(aangifte 348)

en/of

- [slachtoffer]
(aangifte 291),
- [slachtoffer]
(aangifte 293),
- [slachtoffer] ,
(aangifte 312)

en/of

- [slachtoffer] ,
(aangifte 355)
- [slachtoffer] ,
(aangifte 323)
- [slachtoffer]
(aangifte 319),
en/of één of meer andere personen
met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en
/ofde identiteit van de ander
te verhelen en/ofte misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan;
4.
hij op
in of omstreeks25 april 2016 en
/ofop
of omstreeks18 december 2016
te [plaats] , althansin Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
opzettelijk en wederrechtelijk (telkens) in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten de webserver en/of persoonlijke mobiel bankieren
pagina/app/bankomgeving van de bank ( [benadeelde 4]
en/of [benadeelde 3] ) van
één of meer personen, waaronder:
- [slachtoffer]
(aangifte 91, p. 9310 ev. dossier),
- [slachtoffer]
(aangifte 328, p. 9321 ev. dossier),
en/of één of meer andere personen,
is binnengedrongen
a. door het doorbreken van een beveiliging,
b. door een technische ingreep,
c. met behulp van
valse signalen ofeen valse sleutel en
/of
d. door het aannemen van een valse hoedanigheid,
door
- na een door hiervoor genoemde personen geplaatste advertentie op Marktplaats i.v.m. een door hen te koop aangeboden artikel,
- via Whatsapp contact met die personen te maken en snel overeenstemming te bereiken over de vraagprijs,
- het via Whatsapp naar voornoemde personen versturen van een kopie van een bankpas en/of ID bewijs op naam van [naam] en/of [slachtoffer] en/of één of meer andere personen waardoor/waarmee hij, verdachte en/of zijn mededader(s) zich heeft/hebben

voorgedaan als een bonafide koper van één of meer goederen

- via Whatsapp (vervolgens) aan te geven dat er voor de betaling van goederen gebruik diende te worden gemaakt van een zakelijke rekening,
- met behulp van
door die/een valse hoedanigheid, althansonrechtmatig, althans vals verkregen inloggegevens/inlogcodes en/of bevestigingscodes in te loggen op/in de webserver en/of de mobiel internetbankieren pagina/app/bankomgeving van de bank van die
[slachtoffer] , [slachtoffer]
en/of
één of meer andere personen;
en hij vervolgens de gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen door middel van voornoemd geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevond
voor zichzelf en/of een ander heeft overgenomen, afgetapt en/of opgenomen (te weten door (telkens) met behulp van die vals verkregen bevestigingscodes een geldbedrag van die rekening(en) over te boeken naar een andere rekening);
5.
hij in de periode van 22 november 2016 tot en met 06 februari 2017
te [plaats] , althansin Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten: [medeverdachte 1]
of [medeverdachte 2]en
/of[medeverdachte 3]
en/of één of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven (oplichting in vereniging, computervredebreuk, witwassen en heling
en/of één of meer andere misdrijven).
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
oplichting, meermalen gepleegd.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
oplichting, meermalen gepleegd.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en identiteit van een ander te misbruiken, meermalen gepleegd.
Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:
computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen met behulp van een valse sleutel voor zichzelf of een ander overneemt, meermalen gepleegd.
Het onder 5 bewezenverklaarde levert op:
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf en/of maatregel

Standpunt advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden. Daarbij heeft de advocaat-generaal onder meer rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.
Standpunt verdediging
De raadsman heeft verzocht verdachte bij een veroordeling verdachte een gevangenisstraf op te leggen, die gelijk is aan de duur van het voorarrest. Daarbij heeft de raadsman erop gewezen dat de redelijke termijn fors is overschreden en dat verdachte al eerder een lange gevangenisstraf heeft ondergaan. Subsidiair heeft de raadsman verzocht bij een veroordeling verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf voor de maximale duur op te leggen.
Oordeel van het hof
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en het hof heeft gelet op de persoon van de verdachte. Daarbij is het volgende in bijzonder in beschouwing genomen.
Verdachte heeft een sturende rol gehad in de criminele organisatie en heeft gedurende een jaar een groot aantal personen opgelicht, identificerende persoonsgegevens misbruikt en computervredebreuk gepleegd.
Aan de hand van advertenties op Marktplaats benaderde verdachte aangevers waarbij hij zich voordeed als koper of verkoper en op slinkse wijze het vertrouwen wekte van aangevers. Dat deed hij niet alleen door vertrouwenwekkende teksten via WhatsAppberichten te sturen en foto’s van kinderen als profielfoto te gebruiken, maar ook door het sturen van foto’s van identiteitsbewijzen en bankpassen die van anderen waren. Aangevers kregen daardoor ten onrechte de indruk dat zij met een betrouwbare koper of verkoper te maken hadden, waarna zij op geraffineerde wijze werden opgelicht.
Sommige aangevers betaalden voor goederen die zij niet geleverd kregen, maar in verreweg de meeste gevallen deed verdachte zich voor als koper, deed hij alsof hij meteen via een zakelijke rekening kon betalen en gaf hij aangevers instructies waarmee hij hen op sluwe wijze bankcodes ontfutselde. Als geweigerd werd codes af te geven, dreigde hij vaak met het inschakelen van de motorclub [club] , wat door enkele aangevers als zeer bedreigend is ervaren. Na ontvangst van de codes verschafte verdachte zichzelf zonder toestemming toegang tot het internetbankieren van aangevers en werd geld overgeschreven op andere bankrekeningen, veelal bankrekeningen van katvangers. Vaak ging het daarbij om forse bedragen. Ook werden goederen door verdachte besteld die werden betaald vanaf bankrekeningen van aangevers.
Bedragen die werden overgeschreven werden kort na de overschrijving contant opgenomen bij een pinautomaat. Het geld werd meestal gepind door leden van de criminele organisatie, maar ook door anderen. Als anderen pinden waren leden van de criminele organisatie in de regel in de directe nabijheid en moest het geld aan hen worden afgegeven.
Voorafgaand aan het pinnen ronselden de leden van de criminele organisatie katvangers die tegen een geringe vergoeding hun bankrekening, bankpas en pincode ter beschikking stelden. Zo nodig lieten zij katvangers voorafgaand aan het pinnen hun opnamelimieten verhogen. Deze katvangers waren vaak kwetsbare personen met financiële problemen die de vergoeding goed konden gebruiken en de gevolgen voor lief namen. Bestelde goederen werden doorgaans door leden van de criminele organisatie opgehaald, soms schakelden zij anderen daarvoor in. Dit alles vereiste een strakke organisatie waarbij de leden van de criminele organisatie vrijwel constant met elkaar in verbinding stonden. Verdachte was daarin de spin in het web. Hij lichtte de mensen op, gaf opdrachten om pinpassen te regelen, te pinnen en bestelde goederen op te halen. Het gepinde geld en opgehaalde goederen moesten bij verdachte worden ingeleverd. Ook bepaalde hij de hoogte van de vergoedingen die de leden van de criminele organisatie en anderen kregen voor hun activiteiten. Op deze manier zijn meer dan 350 mensen opgelicht voor een bedrag van in totaal ruim € 325.000,-.
Het hof rekent verdachte het gebruik van deze professionele werkwijze in een strak georganiseerd verband zwaar aan.
Door zo te handelen heeft hij niet alleen op grove wijze het vertrouwen geschaad dat aangevers in hem als koper of verkoper hadden, maar ook het vertrouwen van mensen in websites zoals Marktplaats waar zij elkaar digitaal ontmoeten om zaken te doen. Digitale oplichtingspraktijken hebben bovendien tot gevolg dat mensen minder vertrouwen hebben in elektronisch bankieren.
Met de gevolgen voor aangevers en de personen die hun bankrekening ter beschikking stelden, heeft hij geen rekening gehouden. Een aantal aangevers heeft de overgeschreven bedragen niet vergoed gekregen van hun bank en heeft daardoor schade geleden. Dikwijls hadden aangevers gevoelens van schaamte, omdat zij zich hebben laten oplichten. Aangevers van wie persoonsgegevens bij de oplichtingen zijn misbruikt, zijn door andere aangevers benaderd en onheus bejegend omdat zij ten onrechte werden aangezien voor oplichters. De rekeningen van de vele katvangers werden door de bank geblokkeerd waarna vaak de bankrelatie door de bank werd opgezegd. Kortom, verdachte liet door zijn gewetenloze handelen een spoor van ellende achter en heeft enkel oog gehad voor zijn eigen financiële gewin.
Verder heeft het hof gelet op het uittreksel uit de justitiële documentatie van 20 oktober 2025. Hieruit volgt dat verdachte onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Omdat deze veroordelingen dateren van na de bewezenverklaarde feiten, zal het hof deze niet ten nadele van verdachte in de strafmaat betrekken.
Naar het oordeel van het hof kan gelet op het bovenstaande, en in het bijzonder vanwege de ernst van de feiten en de impact die dit heeft gehad op de slachtoffers, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van substantiële duur met zich meebrengt.
Alles afwegende acht het hof in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden passend en geboden. Het hof is evenwel van oordeel dat de straf dient te worden gematigd vanwege het feit dat de behandeling van de zaak niet heeft plaatsgevonden binnen de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden. In eerste aanleg is de redelijke termijn met één jaar overschreden. In hoger beroep is de redelijke termijn voorts met vijf jaar, drie maanden en zes dagen overschreden. Immers is het hoger beroep ingesteld op 18 december 2020 en dit arrest wordt gewezen op 24 maart 2026. Het hof zal de overschrijding van de redelijke termijn verdisconteren in de strafmaat en verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden opleggen.
Dit betekent dat verdachte weer naar de gevangenis moet. Verdachte heeft op de terechtzitting benadrukt welke belangen er voor hem en zijn gezin op het spel staan en heeft gesteld dat zijn (gezins)leven overhoop gegooid wordt als hij gedetineerd raakt. Het hof benadrukt dat het deze belangen nadrukkelijk heeft meegewogen in haar oordeelsvorming over de op te leggen straf. Maar slotsom van de afweging van het hof is dat de bewezenverklaarde feiten te ernstig zijn, de schaalgrootte daarvan en het aandeel van verdachte daarin te groot zijn en de handelswijze van verdachte te gewetenloos was om deze feiten anders te bestraffen dan met een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf, ook na het lange tijdsverloop van het hoger beroep en ook na weging van de persoonlijke belangen van verdachte.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

Beslag

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof een bedrag van € 175.000,- verbeurd verklaart, subsidiair dat het hof aan verdachte een geldboete van € 87.500,- oplegt.
Het hof overweegt daartoe het volgende.
Het geldbedrag ter hoogte van € 175.000,- betreft het door de rechtbank geschatte netto voordeel wat [verdachte] door de bewezenverklaarde strafbare feiten zou hebben verkregen. Op dit bedrag rust geen conservatoir, dan wel klassiek beslag.
Voor de verbeurdverklaring als bedoeld in art. 33a Sr is het niet nodig dat op de voet van artikel 94 Sv Pro beslag is gelegd op het voorwerp waarvan de verbeurdverklaring wordt uitgesproken. Ingevolge art. 34 Sr Pro zal in zo'n geval het voorwerp moeten worden uitgeleverd of de geschatte waarde daarvan moeten worden betaald. Daarvoor is naar het oordeel van het hof echter wel vereist dat het voorwerp nog door de verdachte kán worden uitgeleverd. Met andere woorden: het voorwerp moet nog “fysiek” (elektronisch inbegrepen) aanwezig zijn. Voor die gevallen waarin dat niet mogelijk is – bijvoorbeeld omdat een voorwerp is vervreemd of omdat geld is uitgegeven – heeft de wetgever de ontnemingsprocedure in het leven geroepen.
In dit geval volgt noch uit het dossier, noch uit de verklaring van verdachte dat hij het betreffende geldbedrag contant of giraal voorhanden heeft, zodat geen uitlevering kan worden gevorderd. Het hof concludeert dan ook dat het geld niet voor verbeurdverklaring vatbaar is.
Het hof acht het daarnaast niet opportuun om naast de op te leggen gevangenisstraf een boete op te leggen.

Vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslissingen van de rechtbank dienen te worden bevestigd.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat de vorderingen tot schadevergoeding van de natuurlijke personen dienen te worden afgewezen, omdat niet uit het dossier kan worden opgemaakt dat de gevorderde bedragen aan verdachte zijn toegekomen. Verder heeft de raadsman ten aanzien van de vordering van de [benadeelde 3] bepleit dat deze niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat deze onvoldoende is onderbouwd. Ten aanzien van de vordering van de [benadeelde 4] heeft de raadsman aangevoerd dat deze vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, wegens het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze heeft beslist over de ingediende vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen, voor zover deze aan het oordeel van het hof zijn onderworpen. Het hof neemt de overwegingen van de rechtbank dan ook over en zal deze hierna cursief weergeven. Hierbij geldt dat waar ‘rechtbank’ geschreven staat, het ‘hof’ gelezen dient te worden.
8.4
Het oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van feit 1
[benadeelde 1]
Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde onder feit 1 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 250,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.
[benadeelde 2]
Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde onder feit 1 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 100,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.
Ten aanzien van feit 2
[benadeelde 3] en [benadeelde 4]
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de schade die de [benadeelde 4] en de [benadeelde 3] vorderen voor vergoeding in aanmerking komt.
Vooropgesteld moet worden dat een benadeelde partij een vordering tot schadevergoeding kan indienen als er sprake is van schade die rechtstreeks aan haar is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. Dat volgt uit artikel 361 en Pro 51f, eerste lid, Sv. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad [5] blijkt dat deze eis niet te strikt moet worden uitgelegd. Er moet worden gekeken naar de concrete omstandigheden van het geval, waarbij de vraag of het slachtoffer is geraakt in het belang dat de geschonden norm beschermt, niet doorslaggevend is. Niet uitgesloten is dat de schade weliswaar niet het rechtstreekse gevolg is van de bewezen verklaarde gedraging als zodanig, maar dat – gelet op de uit de bewijsvoering blijkende gedragingen van de verdachte – de door de benadeelde partij geleden schade in zodanig nauw verband staat met het bewezen verklaarde feit, dat die schade redelijkerwijs moet worden aangemerkt als rechtstreeks aan de benadeelde partij door dat feit te zijn toegebracht, zoals bedoeld in voornoemde wetsartikelen.
Gelet op de concrete omstandigheden in deze zaak is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een zodanig nauw verband tussen de schade die de banken hebben geleden en de door verdachte gepleegde feiten. Verdachte is schuldig bevonden aan oplichting, waarbij geldbedragen van rekeninghouders van de banken zijn overgeboekt naar rekeningen van katvangers. Voor zover de [benadeelde 3] haar klanten heeft gecompenseerd voor de schade is dat in het maatschappelijke verkeer een voorzienbare reactie en het rechtstreekse gevolg van een fraude die zich richt op klanten van de [benadeelde 3] . De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal de gevorderde bedragen die door de [benadeelde 3] aan hun klanten zijn uitgekeerd dan ook toewijzen. Ook zal de rechtbank de gevorderde onderzoekskosten die door de [benadeelde 3] en [benadeelde 4] zijn gemaakt toewijzen.
De rechtbank zal het gevorderde door de [benadeelde 3] toewijzen tot een bedrag van
€ 90.088,87, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.
De rechtbank zal het gevorderde door de [benadeelde 4] toewijzen tot een bedrag van € 720,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.
[benadeelde 5]
Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde onder feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 727,24, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.
[slachtoffer]
De raadsman heeft aangevoerd dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard nu de vordering niet is ondertekend. De rechtbank heeft echter geen reden om eraan te twijfelen dat de handgeschreven vordering van aangever [slachtoffer] afkomstig is, mede gezien de bij de vordering gevoegde bijlage. De rechtbank verwerpt om die reden het verweer.
Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde onder feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 940,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.
[benadeelde 7]
Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde onder feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 4.578,20,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.
[benadeelde 8]
Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde onder feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 679,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.
[benadeelde 9]
Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde onder feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 969,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.
[benadeelde 10]
Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde onder feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij.
Met betrekking tot de schadepost ‘verlofuren’ begroot de rechtbank, gebruikmakend van haar schattingsbevoegdheid ex artikel 6:97 van Pro het Burgerlijk Wetboek, de schade op € 163,44. De rechtbank heeft daarbij aansluiting gezocht bij de uurvergoeding van € 6,81 per uur uit het Besluit Tarief in Strafzaken, artikel 8, lid 1 onder d. Gerekend met een gemiddelde werkdag van 8 uren x 3 dagen levert dit een vergoeding op van € 163,44.
Ten aanzien van feit 4
[slachtoffer]
Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde onder feit 4 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 755,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.
8.5
De schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 36f, 57, 60a, 63, 138ab, 140, 231b en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
36 (zesendertig) maanden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 250,00 (tweehonderdvijftig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 5 (vijf) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 14 maart 2016.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 100,00 (honderd euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] , ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 100,00 (honderd euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 2 (twee) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 16 maart 2016.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 755,00 (zevenhonderdvijfenvijftig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 755,00 (zevenhonderdvijfenvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 15 (vijftien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 25 april 2016.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 7] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 4.578,20 (vierduizend vijfhonderdachtenzeventig euro en twintig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 7] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 4.578,20 (vierduizend vijfhonderdachtenzeventig euro en twintig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 55 (vijfenvijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 21 januari 2017.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 8] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 679,00 (zeshonderdnegenenzeventig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 8] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 679,00 (zeshonderdnegenenzeventig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 12 (twaalf) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 28 april 2016.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 5] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 727,24 (zevenhonderdzevenentwintig euro en vierentwintig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 5] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 727,24 (zevenhonderdzevenentwintig euro en vierentwintig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 14 (veertien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 25 april 2016.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 9]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 9] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 969,00 (negenhonderdnegenenzestig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 9] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 969,00 (negenhonderdnegenenzestig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 19 (negentien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 7 januari 2017.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 940,00 (negenhonderdveertig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 940,00 (negenhonderdveertig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 18 (achttien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 15 december 2016.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 10]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 10] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 163,44 (honderddrieënzestig euro en vierenveertig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 10] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 163,44 (honderddrieënzestig euro en vierenveertig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 3 (drie) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 26 januari 2017.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 4] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 720,00 (zevenhonderdtwintig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 4] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 720,00 (zevenhonderdtwintig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 14 (veertien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 4 februari 2017.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 3] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 90.088,87 (negentigduizend achtentachtig euro en zevenentachtig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 3] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 90.088,87 (negentigduizend achtentachtig euro en zevenentachtig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 208 (tweehonderdacht) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 4 februari 2017.
Aldus gewezen door
mr. D.R. Sonneveldt, voorzitter,
mr. S. Taalman en mr. L.A. Kjellevold, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. G.J.H. van Vliet, griffier,
en op 24 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 24 maart 2026.
Tegenwoordig:
mr. R.W. van Zuijlen, voorzitter,
mr. J.H.D. van Onna, advocaat-generaal,
mr. B.T.H. Toonen - Janssen, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. In het geval wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreffen dit pagina’s uit het dossier van [verdachte] van de Politie Eenheid [regio] . Per bewijsmiddel wordt het betreffende subdossier aangeduid. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een tapgesprek, betreft dit een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5° Sv, te weten een schriftelijke weergave van een telefoongesprek waarvan de kenmerken worden vermeld – voor zover van toepassing – namelijk datum, tijdstip, sessienummer en paginanummer.
Feit 1
Het proces-verbaal van aangifte van[benadeelde 1]van 3 mei 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1350 tot en met 1352 van het subdossier MO01 PL0600-2016440276 (Map 2):
Ik ben op 12 maart 2016 door [naam] (adres: [adres] ), telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie had geplaatst op Marktplaats waarin ik aangaf een Samsung te zoeken. [naam] zei dat hij deze telefoon had en kon opsturen. Hij gaf mij een kopie van zijn paspoort. We spraken af dat ik eerst de helft van het bedrag zou overmaken en na ontvangst van de telefoon de andere helft. Ik heb vervolgens € 250,-- overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] . Later op de dag stuurde hij mij een WhatsAppje met dat hij toch liever het hele bedrag wilde ontvangen. Ik ging daarmee niet akkoord en vroeg mijn geld terug maar hij heeft niet meer gereageerd en niets teruggestort.
Het proces-verbaal van aangifte van[naam]van 6 februari 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 8856 en 8857 van het hoofddossier ID fraude (Map 14):
Ik ben benaderd door [naam] op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een product zocht. We kamen een prijs overeen. Ik heb het product echter nooit ontvangen. Ik heb via Facebook contact met meneer [naam] opgenomen. Uiteindelijk hebben we gebeld. Hij liet mij het volgende weten: ‘Ik ben geen oplichter, vervelend dit te horen. Mijn gegevens worden gebruikt. Het bankrekeningnummer waar u geld naar heeft overgemaakt, is niet van mij’.
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 6 mei 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1383 tot en met 1385 van het subdossier MO01 PL0600-2016440276 (Map 2):
Ik ben op 16 maart 2016 door [naam] (adres: [adres] ), telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie had geplaatst op Marktplaats waarin ik aangaf Makro zegels te zoeken. Hij zei de zegels te zullen opsturen. We spraken af dat ik € 35,-- zou overmaken. Ik heb vervolgens € 35,-- overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] . Het geld is overgeboekt vanaf bankrekeningnummer [rekeningnummer] . Vervolgens liet hij niets meer van zich horen. Ook heeft hij niks opgestuurd.
Het proces-verbaal van aangifte van[benadeelde 2]van 9 mei 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1395 tot en met 1397 van het subdossier MO01 PL0600-2016440276 (Map 2):
Ik ben op 16 maart 2016 door [naam] (adres: [adres] [plaats] ), telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie had geplaatst op Marktplaats waarin ik aangaf te zijn opgelicht. [naam] reageerde dat we een hoverboard konden overnemen voor € 100,--. Ook zou ik € 5,-- voor de verzendkosten moeten betalen. Ik heb vervolgens € 105,-- overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] . Het geld is overgeboekt vanaf bankrekeningnummer [rekeningnummer] . Helaas liet hij daarna niets meer van zich horen en is de hoverboard nooit opgestuurd.
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 9 mei 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1427 tot en met 1429 van het subdossier MO01 PL0600-2016440276 (Map 2):
Ik ben op 11 maart 2016 door [naam] (adres: [adres] ), telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie had geplaatst op Marktplaats waarin ik aangaf een formaatzaag te zoeken. Na overleg zijn we overeengekomen dat hij de zaag zou laten bezorgen. Ik zou € 1.000,-- voor de zaag betalen. Gevraagd werd een aanbetaling van € 250,-- te doen. Dit bedrag heb ik vervolgens overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [naam] . Vervolgens werd ik geappt met het verzoek om nogmaals € 250,-- over te maken, anders werd de zaag niet bezorgd. Ik wilde dit niet. Hij zei mij dat het geld zou worden terugbetaald. Dit is niet gebeurd. Ik heb een kopie van het identiteitsbewijs van [naam] ontvangen.

Een, als bijlage bij het hiervoor onder vijf genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een overzicht van de WhatsApp-berichten tussen aangever [slachtoffer] en [naam] , zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1431 van het subdossier MO01 PL0600-2016440276 (Map 2):

11-03-16 [slachtoffer] : rekeningnummer?
11-03-16 [telefoonnummer] : [rekeningnummer] t.n.v. [naam]

Een proces-verbaal van de politie inzake de vordering verstrekking identificerende gegevens ex artikel 126nc en 126uc Sv van 17 maart 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1327 van het subdossier MO01 PL0600-2016440276 (Map 2):

Het rekeningnummer [rekeningnummer] is in gebruik bij [bedrijf 4] , [adres] in [plaats] . Op naam van: [verdachte] , [adres] in [plaats] .
Een, als bijlage bij het proces-verbaal van aanvraag vordering verstrekking historische financiële gegevens van 3 mei 2016 gevoegd geschrift, te weten een overzicht van de transactiegegevens van de zakelijke bankrekeningnummer [rekeningnummer] van
[verdachte] in de periode van 10 februari 2016 tot en met 19 april 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1333 van het subdossier MO01 PL0600-2016440276 (Map 2):
Bij
Boekdatum
Omschrijving
Naam tegenrekening
€ 250,--
14-03-2016
Samsung Galaxy S7 edge
[benadeelde 1]
Bij
Boekdatum
Omschrijving
Tegenrekeningnummer
€ 35,--
16-03-2016
voor Makro zegels
[rekeningnummer]
Bij
Boekdatum
Omschrijving
Tegenrekeningnummer
€ 100,--
16-03-2016
hoverboard
[rekeningnummer]
€ 5,--
17-03-2016
hoverboard
[rekeningnummer]
Feit 2
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 11 april 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1610 tot en met 1613 van het subdossier MO02 PL0600-2016451209 (Map 2):
Ik ben op 10 april 2016 door [naam] (adres: [adres] ), met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een trommel te koop had gezet. We kwamen uiteindelijk een bedrag van € 385,-- overeen en spraken af dat ik het product naar hem zou opsturen. Ik heb vervolgens mijn rekeningnummer ( [rekeningnummer] ) naar de man gestuurd. Hij vroeg mij of ik hem een foto van mijn ID-kaart en bankpas kon sturen via WhatsApp. Dit heb ik gedaan. Hij zei toen dat hij het bedrag zou overmaken met [benadeelde 4] zakelijk. Hij vroeg of ik een laptop had waarmee ik op de site van de [benadeelde 4] kon inloggen. Hij zei dat een zakelijke betaling moest worden bevestigd. Ik kreeg vervolgens een bericht met daarin een foto van een ID-kaart op naam [naam] . Ik ben vervolgens achter mijn laptop gaan zitten en heb ingelogd in mijn internetbankieren van de [benadeelde 4] . Ik kreeg het volgende bericht via WhatsApp gestuurd: ‘Overgemaakt via mijn zakelijk rekening. Rechts onderin staat mobiel bankieren, daar drukt u op. Vervolgens staat er activeren achter iPhone 6, daar drukt u op (overgemaakt via mobiel). Dan drukt u verder op tan-codes invoeren, die krijgt u per sms. Vervolgens naar het invoeren van de tancode op verzend drukken. Dan ziet u zes bevestigingscijfers in beeld. Die voer ik in en zo is de zakelijke betaling bevestigd en staat het er meteen op. Gr. [naam] ’. Ik heb vervolgens de zes cijfers aan hem gegeven. Vervolgens ontving ik het bericht dat ik een klein uur moest wachten voordat het geld erop zou staan. Toen ik later mijn [benadeelde 4] internetbankieren raadpleegde, zag ik bij de datum 11 april 2016 een overboeking staan van € 500,-- naar de tegenrekening [rekeningnummer] op naam [naam] .

Het proces-verbaal van aangifte van [naam] van 15 april 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 8923 tot en met 8925 van het hoofddossier ID fraude (Map 14):

Ik ben door [naam] benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een product zocht. De man wilde een kopie van mijn paspoort. Deze heb ik hem gestuurd. Ik ontving van hem ook een kopie van een legitimatiebewijs op naam van [naam] . Een paar dagen later vertelde een medewerkster van de [benadeelde 4] mij dat meerdere personen door mij waren opgelicht terwijl er geen enkele betaling op mijn rekening had plaatsgevonden. Ik heb gebeld met de persoon van het legitimatiebewijs. Deze man verklaarde mij slachtoffer te zijn geworden omdat hij ook zijn legitimatiebewijs had opgestuurd voor een aankoop op Marktplaats.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] namens de [benadeelde 4] van 28 april 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1622 tot en met 1625 van het subdossier MO02 PL0600-2016451209 (Map 2):

Ik zag dat er op 11 april 2016 om 17.49 uur bij een geldautomaat van de [benadeelde 4] een bedrag van
€ 500,-- is opgenomen van de rekening [naam] . Bij de aangifte zijn een aantal screenshots van de camerabeelden gevoegd.

Een proces-verbaal van herkenning verdachte van [verbalisant 1] van 20 september 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1654 van het subdossier MO02 PL0600-2016451209 (Map 2):

Ik heb een aantal foto’s gezien van een persoon, welke op 10 april 2016 om 17.48 uur geld had gepind. Ik herken de persoon op de foto’s als zijnde de mij ambtshalve bekende [verdachte] . Ik heb [verdachte] meerdere malen verhoord. Hij heeft een opvallend litteken op zijn hoofd. Ik herken [verdachte] aan het litteken rondom zijn hoofd, welke duidelijk zichtbaar is op een aantal foto’s.
(De rechtbank leidt uit het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] en de [benadeelde 4] af dat het niet om 10 april 2016 gaat, maar om 11 april 2016).

Een, als bijlage bij het hiervoor onder drie genoemde proces-verbaal van aangifte van de [benadeelde 4] gevoegd geschrift, te weten een foto, pag. 1641 van het subdossier MO02 PL0600-2016451209 (Map 2):

Een, als bijlage bij het proces-verbaal van aantreffen kleding slaapkamer [verdachte] gevoegd geschrift, te weten een foto, pag. 1662 van het subdossier MO02 PL0600-2016451209
(Map 2):
Het proces-verbaal van aangifte van[benadeelde 5]van 25 april 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1710 tot en met 1712 van het subdossier MO02 PL0600-2016452375 (Map 2):
Ik ben op 24 april 2016 door [naam] (adres: [adres] ), met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een koptelefoon te koop had gezet. We kwamen overeen dat zij het product voor € 80,-- van mij zou kopen. Ik stuurde haar mijn naam en bankrekeningnummer, te weten [rekeningnummer] . Ze vroeg mij een kopie van mijn ID-kaart en bankpas te maken. Ik heb haar toen een kopie van mijn rijbewijs en bankpas gestuurd. Vervolgens stuurde zij mij een bericht met dat ik een zakelijke betaling moest bevestigen. Ze stuurde het volgende: ‘Overgemaakt. Rechts onderin staat mobiel bankieren, daar drukt u op. Vervolgens staat er activeren achter iPhone 6 daar drukt u op (overgemaakt via mobiel). Dan drukt u verder op tan-sms. Vervolgens na het invoeren van de tancode op verzend drukken. Dat ziet u zes bevestigingscijfers in beeld. Die voer ik in en zo is de zakelijke betaling bevestigd en staat het er meteen op’. Ik voerde deze handelingen vervolgens uit achter mijn laptop. Ik stuurde haar een foto van de bevestigingscode van mobiel bankieren. Ik las daarna dat het nog een uur kon duren voordat ik het geld daadwerkelijk op mijn rekening zou hebben. Vervolgens zag ik dat er op 25 april 2016 € 440,-- € 60,-- en € 200,-- van mijn rekening was afgeschreven naar bankrekeningnummer [rekeningnummer] ten name [naam] .
Het proces-verbaal van aangifte van [naam] van 6 februari 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 8856 en 8857 van het hoofddossier ID fraude
(Map 14):
Ik ben door [naam] met telefoonnummer [telefoonnummer] benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een product zocht. Ik heb het geld overgemaakt naar bankrekeningnummer [rekeningnummer] .

Een, als bijlage bij het hiervoor onder acht genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een overzicht van de WhatsApp-berichten tussen aangeefster [naam] en [naam] , zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 8858 van het hoofddossier ID fraude (Map 14):

05-02-2016, 12:30 - [naam] : Ik zal ook even mijn ID appen
05-02-2016, 12:30 - [rekeningnummer] : Ja is prima.
Mag ik dan ook een foto van u legitimatie?
05-02-2016, 12:31 - [naam] : lMG-20160205-WA0012.jpg (bestand
bijgevoegd)
05-02-2016, 12:32 - [naam] : lMG-20160205-WA0015.jpg (bestand
bijgevoegd)
05-02-2016, 12:32 - [naam] : PTT-20160205-WA0016.aac (bestand
bijgevoegd)
05-02-2016, 12:32 - [naam] : lMG-20160205-WA0019.jpg (bestand
bijgevoegd)
05-02-2016, 12:32 - [rekeningnummer] : Bedankt.

Een proces-verbaal van herkenning verdachte van [verbalisant 1] van 20 september 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1748 van het subdossier MO02 PL0600-2016452375 (Map 2):

Ik heb een aantal foto’s gezien van een persoon, welke op 25 april 2016 om 01:15 uur geld had gepind. Ik herken de persoon op de foto’s als zijnde de mij ambtshalve bekende [verdachte] . Ik heb [verdachte] meerdere malen verhoord. Hij heeft een opvallend litteken op zijn hoofd. Ik herken [verdachte] aan het litteken rondom zijn hoofd, welke duidelijk zichtbaar is op een aantal foto’s.
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 25 november 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1910 tot en met 1914 van het subdossier MO02 PL0600-2016577902 (Map 3):
Ik ben op 24 november 2016 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een dwarsfluit te koop had gezet. Ik heb hem aangegeven wat de staat van de dwarsfluit was en welke kosten erbij kwamen. Hij zei dat dit akkoord was. Vervolgens zei hij een [benadeelde 4] zakelijke rekening te hebben en vroeg mij om mijn bankgegevens. Ik stuurde vervolgens mijn rekeningnummer, te weten [rekeningnummer] , naar hem op. Vervolgens stuurde hij een foto van een pas van de [benadeelde 3] en schreef erbij dat deze van zijn vrouw was. Op de foto stond een bankpas van [naam] . Hij vroeg vervolgens aan mij of ik een foto van mijn bankpas wilde sturen. Dit heb ik gedaan. Hij zei toen dat hij het geld zou overmaken en of ik dat kon bevestigen. Ook vroeg hij mij of ik een scanner had en typte daarbij het volgende: ‘pas erin, dan uw pin invoeren, daarna scannen. Vervolgens ziet u de bevestigingsnummer in beeld. Die voer ik in en is bevestigd’. Hij stuurde vervolgens een foto met een QR-code. Ik hield mijn [scanner] ervoor en kreeg een nummer in beeld. Dit nummer stuurde ik hem. Daarna vroeg hij om een herbevestiging en stuurde weer een foto met een QR-kleurencode. Ik gebruikte wederom mijn [scanner] en gaf hem de code. Hij stuurde daarop dat het verkeerd was gegaan en dat hij het opnieuw zou doen. Hij stuurde mij weer een foto met een QR-kleurencode. Ik bevestigde dit met de [scanner] en gaf hem de code. Dit heb ik in totaal vijf keer moeten doen. Daarna stuurde hij dat de bevestiging had plaatsgevonden en dat het geld zou zijn afgeschreven. Ook stuurde hij dat het een uur kon duren voordat het geld op mijn rekening zou staan. Dit was om 19.15 uur. Om 20.00 uur kreeg ik weer een bericht van hem met de vraag of ik de scanner bij de hand had. Hij zou de scan opnieuw sturen zodat het geld direct op mijn rekening zou staan. Vervolgens stuurde hij: ‘Er staat 9.800 maar is 303,60. Dat is zo ingesteld, svp snel want ik moet werken, komt het’. Ik zei daarop: ‘Ok’. Ik kreeg toen een QR-kleurencode en direct vroeg hij mij wat het bevestigingsnummer was. Meteen daarna stuurde hij dat zijn baas hem riep. Ik stuurde naar hem dat het niet klopte, omdat er € 9.500,-- stond. Hij zei: ‘Als het binnen een uur niet wordt bevestigd wordt het geannuleerd en moet ik 48 uur wachten tot het weer wordt teruggestort. Ga ik niet doen. Heb al problemen met mijn werkgever. Beter dat dan met mijn vrouw’. Vervolgens stuurde hij een foto van een ID-kaart. Hierop stond [naam] . Hierdoor won hij weer wat vertrouwen. Hij stuurde: ‘In vertrouwen mijn ID, dus nu moet u mij kunnen vertrouwen net als hoe ik u vertrouw. Ik stuur nu nog een keer de scan ter bevestiging. Ik stuur het nu!! Wordt straks ook nog weggestuurd op werk…’. Vervolgens stuurde hij weer een QR-kleurencode. Ik stuurde hem toen de bevestigingscode. Daarna zei hij dat het weer onjuist was en vroeg of ik de scanner had. Ik heb toen niets meer van mij laten horen. Later zag ik dat er van mijn particuliere spaarrekening een bedrag van € 9.076,-- was overgeboekt naar mijn zakelijke betaalrekening en dat er vervolgens vanaf de zakelijke rekening € 9.500,-- naar [rekeningnummer] was overgeschreven.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam] van 20 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9206 tot en met 9208 van het subdossier ID fraude PL0600-2017046387 (Map 14):

Omstreeks 20 oktober 2016 had ik een advertentie op Marktplaats staan van te koop aangeboden oordopjes. Ik ben toen door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp. [naam] wilde de oordopjes kopen. [naam] vroeg mij of ik hem een foto van mijn bankpas en mijn identiteitsbewijs wilde sturen. Ik heb dit vervolgens gedaan. [naam] vroeg mij of ik kon inloggen op mijn internetbankieren en of ik een activatiecode kon sturen. Ik heb dit niet gedaan en hem medegedeeld dat ons contact was beëindigd. Later ben ik door ongeveer zestien personen benaderd op Facebook met het bericht dat zij waren opgelicht door iemand die mijn gegevens en naam gebruikt. Van de [benadeelde 3] kreeg ik eveneens het bericht dat er bij hen diverse meldingen waren gedaan van fraude met mijn naam.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens [benadeelde 3] van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1989 tot en met 1994 van het subdossier MO02 PL0600-2016577902 (Map 3):

Op 24 november 2016 heeft er een frauduleuze overboeking plaatsgevonden van € 9.500,-- van [rekeningnummer] ( [slachtoffer] ) naar [rekeningnummer] ( [naam] ). Er heeft een limietverhoging plaatsgevonden op rekening [rekeningnummer] ( [naam] ) voor een geldopname via de geldautomaat van € 5.000,--. Op 24 november 2016 hebben er in totaal vier geldopnames plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer] ( [naam] ) bij een geldautomaat van de [benadeelde 3] . Het gaat om bedragen van € 20,--, € 1.700,--, € 1.775,-- en
€ 1.520,--.
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam] van 17 maart 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2023 van het subdossier MO02 PL0600-2016577902
(Map 3):
Het klopt dat ik degene op de foto’s, genomen op 24 november 2016, ben. Ik heb geld opgenomen van de bankrekening van mijn zoon, [naam] .
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte
[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:
Het is juist dat ik op 24 november 2016 naast [naam] stond toen hij geld aan het pinnen was. Er is € 5.000,-- gepind. Ik kreeg die € 5.000,-- van [naam] en gaf het vervolgens aan [verdachte] . We zijn met z’n drieën naar de pinautomaat gereden. [verdachte] bleef in de auto wachten totdat het geld was gepind.
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 7 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2108 tot en met 2110 van het subdossier MO02 PL0600-2016604836 (Map 3):
Ik ben op 22 november 2016 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een blokfluit te koop had gezet. Op 27 november 2016 gaf hij te kennen akkoord te zijn met het verkoopbedrag van € 28,95. Hij zei een zakelijke rekening bij de [benadeelde 4] te hebben. Hij vroeg mijn bankrekeningnummer. Ik heb mijn bankrekeningnummer vervolgens aan hem doorgegeven. Toen zei hij dat zijn vrouw een zakelijke rekening bij de [benadeelde 3] had. Hij vroeg mij of ik een foto van mijn bankpas wilde maken. Ik heb uiteindelijk mijn pasnummer doorgegeven. Hij zei dat hij het geld zou overmaken. Ook zei hij tegen mij dat ik nog wel de scan moest bevestigen. Dit moest ik met mijn reader doen. [naam] legde stap voor stap uit wat ik moest doen: dat ik mijn pas in de reader moest stoppen, dat ik mijn pincode in moest toetsen, dat ik op OK moest drukken en dat ik vervolgens de kleurcode moest scannen. Daarna moest ik het bevestigingsnummer aan hem doorgeven. Dit heb ik gedaan. Ook begeleide hij mij telefonisch. Ik heb toen met de reader de kleurcode gescand. [naam] stuurde mij een aantal keer een kleurcode welke ik moest bevestigen. Het mislukte een aantal keren. Op een gegeven moment lukte het om een kleurcode te scannen. Ik zag toen in het beeldscherm van de scanner: ‘wilt u het bedrag van € 6.000,-- overmaken?’. Ik zei tegen [naam] dat dit niet klopte. Hij moest mij immers geld overmaken. [naam] legde mij vervolgens uit dat dit niet van belang was en dat ik door op ‘OK’ te drukken het geld zou ontvangen. Ik ging hier niet in mee. [naam] zei toen dat we het anders gingen doen. Ik moest € 0,01 overmaken. Pas dan kon hij met zijn zakelijke rekening een betaling aan mij doen. Ik kreeg wederom via WhatsApp een kleurcode welke ik moest scannen. Dit heb ik gedaan en toen kwam er in het scherm van mijn reader te staan: ‘Wilt u het bedrag van € 0,01 overmaken?’. Ik heb toen op ‘Ok’ gedrukt. Er kwam toen een bevestigingscode in mijn reader te staan. Deze moest ik aan [naam] geven. Dit heb ik gedaan. [naam] stuurde toen dat de betaling was bevestigd, maar dat er nog een herbevestiging moest komen. Ik kreeg weer een kleurcode van hem. Deze kleurcode heb ik gescand en ik gaf akkoord. Ook hiervan heb ik een bevestigingsnummer naar [naam] gestuurd. [naam] zei dat er € 28,95 van zijn rekening was afgeschreven. Ik heb vervolgens ingelogd op mijn internetbankieren. Ik zag dat er naast het bedrag van € 0,01, ook een bedrag van € 1.000,-- was overgeschreven naar bankrekeningnummer [rekeningnummer] . Beide bedragen zijn op 5 december van mijn rekening afgeschreven. Ik zag ook op mijn rekeningoverzicht dat er geprobeerd is € 4.000,-- van mijn spaarrekening naar mijn lopende rekening over te maken.

Een tapgesprek met sessienummer 59019, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2170 tot en met 2171 van het subdossier MO02 PL0600-2016604836 (Map 3):

Datum: 5-12-16 19:58
Beller: [telefoonnummer] , [naam]
Gebelde: [telefoonnummer] , [slachtoffer]
Hallo met [slachtoffer]
Ja met [naam]
: ja dat is zo ingesteld bij de zakelijke rekening dat is altijd ter bevestiging maar dat is gewoon het bedrag dat naar u wordt toegeschreven van het bedrag voor de aankoop. Dat is gewoon zo ingesteld. Vandaar dat ik ook zei dat u dat gewoon moet negeren.
[slachtoffer] : ja maar ik ga niet ja zeggen als er staat dat ik € 6.000,-- moet overmaken dat doe ik niet
[naam] : dat moet u gewoon negeren. Dat is gewoon het bedrag van € 28,95 wat naar u toekomt. Ik stuur het nu per direct opnieuw en dan graag bevestigen. Gewoon negeren. Gewoon op OK drukken. Ik voer het bevestigingsnummer in en het geld zal direct bij u op de rekening staan, is dat oké.

Een tapgesprek met sessienummer 59032, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2172 van het subdossier MO02 PL0600-2016604836 (Map 3):

Datum: 5-12-16 20:06
Beller: [telefoonnummer]
Gebelde: [telefoonnummer]
[telefoonnummer] : hallo
[telefoonnummer] : ja hallo
[telefoonnummer] : kunt u € 0,01 overmaken
[telefoonnummer] : ja als een normale overboeking als u 1 cent nu wil sturen stuur ik nu het rekeningnummer dan is het prima
[telefoonnummer] : ja oké
[telefoonnummer] : kunt u dat nu direct doen
[telefoonnummer] : ja dat kan
[telefoonnummer] : oké prima dan stuur ik nu de rekeningnummer
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] van 6 april 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2139 van het subdossier MO02 PL0600-2016604836
(Map 3):
U confronteert mij met een tapgesprek van 5 december 2016 waarin er contact wordt gezocht tussen telefoonnummer [telefoonnummer] en aangeefster [slachtoffer] met telefoonnummer [telefoonnummer] . Ik kan u verklaren dat het genoemde nummer eindigend op [telefoonnummer] mijn eigen telefoonnummer is.
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 5 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2210 tot en met 2212 van het subdossier MO02 PL0600-2016606686 (Map 3):
Ik ben op 4 december 2016 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een saxofoon te koop had gezet. We spraken af dat hij € 608,75 zou overmaken op mijn rekeningnummer [rekeningnummer] . Hij had mij een foto van een bankpas met de naam [slachtoffer] gestuurd. De man stuurde mij vervolgens via WhatsApp een kleurcode van de [benadeelde 3] . Ik moest deze volgens de man scannen met mijn [scanner] en ik moest de bevestigingscode aan hem doorgeven. Ik heb dit vervolgens gedaan. Ik moest toen volgens de man even niet op mijn rekening kijken omdat anders de transactie niet zou lukken. Toen ik na een uur op mijn rekening keek, zag ik dat er geen € 608,75 op mijn rekening was gestort, maar dat er € 300,-- was afgeboekt naar rekeningnummer [rekeningnummer] . Bovendien waren er een groot aantal automatische betalingen gestorneerd waaronder mijn maandelijkse huur. Uiteindelijk ben ik voor ongeveer € 3.150,-- benadeeld.

Een, als bijlage bij het hiervoor onder 20 genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een overzicht van de WhatsApp-berichten tussen aangever [slachtoffer] en [naam] en de bijgevoegde foto van een bankpas op naam van [slachtoffer] , zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2213 en 2217 van het subdossier MO02 PL0600-2016606686 (Map 3):

04-12-16: [naam] : 2016-12-04-PHOTO-00000007.jpg
04-12-16: [telefoonnummer] : ik ga het nu overmaken.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens [benadeelde 3] van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2223 tot en met 2230 van het subdossier MO02 PL0600-2016606686 (Map 3):

Op 4 december 2016 werd de [benadeelde 3] bankierenapp geregistreerd voor rekening [rekeningnummer] op een mobiel device. Nadat de bankierenapp geregistreerd was zijn diverse incasso’s op voornoemd rekeningnummer ( [slachtoffer] ) gestorneerd om voldoende saldo te krijgen voor de hierna uitgewerkte overboekingen. Op 4 december 2016 worden er de volgende overboekingen van [rekeningnummer] ( [slachtoffer] ) naar [rekeningnummer] ( [naam] ) gedaan: € 1.500,--, € 250,--, € 750,--, € 606,95 en
€ 300,--. Op 3 en 4 december 2016 vonden op rekening [rekeningnummer] meerdere limietverhogingen van € 5.000,-- en € 10.000,-- plaats voor geldopnames via de geldautomaat. Op 4 december 2016 hebben er meerdere geldopnames plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer] ( [naam] ) bij geldautomaten, te weten: € 1.750,-- om 19:15 uur, € 750,-- om 19:22 uur, € 600,-- om 19:29 uur en € 300,-- om 19:40 uur. Er is in totaal
€ 3.406,95 frauduleus overgeboekt van rekening [rekeningnummer] ( [slachtoffer] ) naar [rekeningnummer] ( [naam] ).
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte
[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:
Ik ben degene geweest die het geld van de rekening van [naam] heeft gehaald. Ik deed dit in opdracht van [verdachte] .

Een tapgesprek met sessienummer 54135, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2240 van het subdossier MO02 PL0600-2016606686 (Map 3):

Datum: 4-12-16 19:14
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer]
[telefoonnummer] : he pin 1.750 snel, snel nu

Een tapgesprek met sessienummer 54181, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2241 van het subdossier MO02 PL0600-2016606686 (Map 3):

Datum: 4-12-16 19:19
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer]
[telefoonnummer] : 750 snel

Een tapgesprek met sessienummer 54228, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2243 van het subdossier MO02 PL0600-2016606686 (Map 3):

Datum: 4-12-16 19:28
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer]
[telefoonnummer] : 6 barkie snel

Een tapgesprek met sessienummer 54276, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2245 van het subdossier MO02 PL0600-2016606686 (Map 3):

Datum: 4-12-16 19:39
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer]
[telefoonnummer] wil 3 barkie hebben.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] van 8 februari 2017 zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9923 van het subdossier criminele organisatie (Map 16):

Mijn telefoonnummer is [telefoonnummer] .
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 5 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2414 tot en met 2416 van het subdossier MO02 PL0600-2016607965 (Map 3):
Ik ben op 1 december 2016 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een fototas te koop had gezet. We kwamen een bedrag van € 35,-- overeen. [naam] stuurde vervolgens zijn adres via WhatsApp en vroeg mij om mijn bankgegevens. Ik heb hem toen mijn IBAN-nummer gegeven, te weten: [rekeningnummer] . Daarna zei hij dat zijn vrouw een [benadeelde 3] zakelijke pas heeft en stuurde een foto van deze bankpas. Hierbij vroeg hij aan mij of ik ook een foto van mijn bankpas kon sturen, zodat hij zeker wist dat het goed zou komen. Dit heb ik toen gedaan. Daarna vroeg hij of ik de zakelijke betaling wilde bevestigen. Ik moest een reader hebben zodat [naam] het geld kon overmaken. Ik kreeg een foto van een kleurencode. Ik moest mijn bankpas in de random reader steken en de kleurencode scannen. [naam] wilde de bevestigingscode weten zodat hij deze kon invoeren. Dit heb ik toen gedaan. Volgens [naam] zou er nog een laatste bevestiging komen. Er zou dan € 8.000,-- komen te staan volgens hem maar dat klopte niet. Dat zou gewoon die € 35,-- zijn. Het betrof een instelling. Hij vroeg mij toen meerdere malen om de code te scannen en de bevestigingscode te sturen. Dit heb ik toen niet direct gedaan. Ik zag vervolgens dat er € 5.500,-- van mijn spaarrekening was overgeschreven naar mijn lopende rekening. Ik heb dit niet zelf gedaan. Ik reageerde in eerste instantie niet meer op berichten van [naam] . Op een gegeven moment zei [naam] dat ik mijn telefoon moest opnemen want anders zou hij samen met zijn clubleden van [club] persoonlijk bij mij langskomen. Hij zei vervolgens dat ik € 0,01 moest overmaken naar het rekeningnummer [rekeningnummer] . Als ik dat deed, zou hij direct € 35,01 naar mij overmaken. Dit heb ik toen gedaan. Toen ik op mijn [benadeelde 3] keek, zag ik dat er € 1.000,01 was overgemaakt naar [rekeningnummer] . Ik zag dat er eerst € 0,01 was overgemaakt en daarna
€ 1.000,--.

Een, als bijlage bij het hiervoor onder 29 genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een screenshot van WhatsApp-berichten tussen aangever [slachtoffer] en [naam] , pag. 2423 van het subdossier MO02 PL0600-2016607965 (Map 3).

Het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens [benadeelde 3] van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5916 tot en met 5919 van het subdossier MO02 PL0600-2017068867 (Map 8):

Op 1 december 2016 werd de [benadeelde 3] bankierenapp geregistreerd voor rekening [rekeningnummer] op een mobiel device. Op 1 december 2016 om 19:27 uur vond er op rekening [rekeningnummer] ( [slachtoffer] ) een limietverhoging van € 5.000,-- plaats voor een geldopname via de geldautomaat. Op 1 december 2016 om 20:18 uur heeft er een geldopname plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer] ( [naam] ) bij een geldautomaat van de [benadeelde 3] van € 1.000,--. Er is in totaal € 1.000,01 frauduleus overgeboekt van rekening [rekeningnummer] ( [slachtoffer] ) naar [rekeningnummer] ( [naam] ).

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam] van 9 maart 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 27093 van het subdossier MO02 PL0600-2016607965 (Map 42):

Ik kon € [rekeningnummer] ,-- verdienen door mijn bankrekening en pincode ter beschikking te stellen voor een transactie.
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 4 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2710 tot en met 2711 van het subdossier MO02 PL0600-2017037126 (Map 3):
Ik ben op 3 december 2016 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een filmcamera te koop had gezet. We kwamen een bedrag van € 65,-- overeen. Ik heb hem mijn bankrekeningnummer gestuurd. Hij vroeg vervolgens of ik ook een foto van mijn bankpas kon maken, ter zekerheid. Ik heb dit gedaan en de foto naar hem gestuurd. [naam] stuurde mij een foto van een zakelijke betaalpas op naam van [slachtoffer] , [rekeningnummer] . [naam] zei dat hij het geld ging overmaken en dat ik de zakelijke betaling moest bevestigen. Ik moest dit doen met een [scanner] . [naam] zei het geld te hebben overgemaakt en vroeg mij dit te bevestigen via een scancode die hij mij stuurde. Hij vroeg mij daarna om de bevestigingscode. Ik gaf hem vervolgens de inlogcode die op mijn [scanner] verscheen. Hierna heeft [naam] nog drie keer een bevestigingscode gevraagd. Ik heb hem deze telkens gegeven. Bij de vierde keer dat ik een code uit mijn [scanner] wilde halen, verscheen de volgende tekst: ‘Wilt u € 7.500,-- overmaken?’. Ik heb toen de handeling afgebroken. [naam] zei dat het normaal was dat er een bedrag van € 7.500,-- stond. Volgens hem zou er gewoon € 66, 50 op mijn rekening worden bijgeschreven. Op een gegeven moment belde hij mij en zei hij dat het echt veilig was. Ik moest het binnen een uur bevestigen want anders zou hij een probleem in zijn boekhouding krijgen. Op een gegeven moment begon hij via WhatsApp te dreigen met dat hij leden van [club] bij mij langs liet komen. Ik heb daarna direct telefonisch contact met de [benadeelde 3] opgenomen. Ik vernam toen dat er op 3 december 2016 € 7.500,-- van mijn spaarrekening was overgeschreven naar mijn betaalrekening en dat er € 975,-- van mijn betaalrekening, te weten [rekeningnummer] , was overgemaakt naar een [benadeelde 4] betaalrekening.

Een tapgesprek met sessienummer 47902, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2775 van het subdossier MO02 PL0600-2017037126 (Map 3):

Datum: 3-12-16
Beller: [telefoonnummer] , aangeduid als [naam] . De rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] , [slachtoffer] , aangeduid als [naam]
[naam] : ja hallo met [naam] .
[naam] : er staat dat ik 7.500 overmaak naar jou
[naam] : nee dat is zo ingesteld van mijn vrouw z’n zakelijke rekening. Vroeger is dat altijd een minimaal bedrag geweest en zo bevestig je de betaling van ons naar u kant toe en dat is gewoon zo ingesteld, maar goed na het bevestigen zal het er direct opstaan.
[naam] : ze wachten alleen nog op de laatste bevestiging en dan zal het er direct opstaan.
[naam] : na de laatste bevestiging scan, zodra u die bevestigt zal het er direct opstaan
[naam] : ik stuur u nu opnieuw de bevestiging
[naam] : ja ik kan nu niet, loop nu naar buiten
[naam] : maar u had net een minuut geleden nog internet
[naam] : maar mevrouw kunt u alstublieft bevestigen anders komen wij ook heftig in de problemen met de boekhouder. Zolang de betaling in opdracht blijft in reservering krijgen wij problemen met de boekhouder, dat willen we ook niet.
[naam] : als het binnen een uur niet wordt bevestigd, zijn we ons geld van 5.000 kwijt.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens [benadeelde 3] van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2780 van het subdossier MO02 PL0600-2017037126 (Map 3):

Op 3 december 2016 heeft er een overboeking plaatsgevonden van € 975,-- van
[rekeningnummer] ( [slachtoffer] ) naar [rekeningnummer] ( [benadeelde 4] ).
Deze overboeking had als omschrijving: Apple MacBook [bedrijf 5] .
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 14 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2913 tot en met 2915 van het subdossier MO02 PL0600-2017048351 (Map 4):
Ik ben op 10 december 2016 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een telescoop te koop had gezet. We kwamen een bedrag van € 125,-- overeen. [naam] zou het geld overmaken op mijn bankrekening. [naam] stuurde een foto van de bankpas van zijn vrouw omdat zij een zakelijke rekening bij de [benadeelde 3] had. Op de foto was de naam [slachtoffer] en het rekeningnummer [rekeningnummer] te zien. [naam] vroeg of ik ook een foto van mijn bankpas kon maken. Dit heb ik dan ook gedaan. [naam] zei vervolgens dat hij het geld zou overmaken. Ik moest de betaling bevestigen via mijn [scanner] . Ik moest mijn pas in de scanner stoppen, de pincode invoeren en dan zou ik een bevestigingsnummer zien. Dit nummer moest ik dan aan [naam] doorgeven, zodat hij het overmaken kon bevestigen. Dit heb ik gedaan. Ik heb dit in totaal drie keer moeten doen. Toen ik naar internetbankieren ging zag ik dat er op 10 december 2016 van mijn rekening [rekeningnummer] een bedrag van € 4.000,--,
€ 600,-- en € 400,-- was afgeschreven naar [rekeningnummer] .

Het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens [benadeelde 3] van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2968 tot en met 2975 van het subdossier MO02 PL0600-2017048351 (Map 4):

Op 10 december 2016 werd de [benadeelde 3] bankierenapp geregistreerd voor rekening [rekeningnummer] op een mobiel device. Op 10 december 2016 om 12:17 en 12:18 uur hebben er limietverhogingen plaatsgevonden van € 5.000,-- voor geldopname via de geldautomaat. Kort daarna hebben er meerdere overboekingen plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer] ( [slachtoffer] ) naar rekening [rekeningnummer] ( [naam] ). Vervolgens hebben er vijf geldopnames plaatsgevonden van [rekeningnummer] ( [naam] ) bij een geldautomaat van de [benadeelde 3] . Dit was op 10 december 2016 om 13:23 (de rechtbank begrijpt: 12:23), 12:24, 12:25, 12:27 en 12:41 uur. Er is € 1.500,--, € 1.500,--, € 1.000,--, € 600,-- en € 400,-- gepind (in totaal € 5.000,--).

Een tapgesprek met sessienummers 82962, 82963, 82964 en 82965 zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2999 en 3000 van het subdossier MO02 PL0600-2017048351 (Map 4):

Datum: 10-12-2016
[telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
12:22
[telefoonnummer] staat voor de [benadeelde 3] . [telefoonnummer] zegt op een gegeven moment: ‘4 kop, 4 kop, NU’ en zegt dat [telefoonnummer] meteen moet pinnen.
12:23
[telefoonnummer] vraagt of [telefoonnummer] heeft gepind. [telefoonnummer] zegt dat ie bezig is, en dat ie 2x 15 en 1x 1.000 laat pinnen.
12:26
[telefoonnummer] vraagt of ze alles gepakt hebben. [telefoonnummer] (de rechtbank begrijpt: [telefoonnummer] ) bevestigt dat. [telefoonnummer] zegt dat ie nog 600 kan pakken.
12:26
[telefoonnummer] zegt dat [telefoonnummer] het geld van [telefoonnummer] bij zich moet houden. [telefoonnummer] zegt dat ie [telefoonnummer] z’n geld wel bij zich houdt. [telefoonnummer] zegt dat er nog 4 barkie komt. Ze hebben in totaal € 4.600,-- gepind.
12:31
[telefoonnummer] zegt: ‘4’

Een tapgesprek met sessienummer 58582, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2996 van het subdossier MO02 PL0600-2017048351 (Map 4):

Datum: 5-12-16
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer]
[telefoonnummer] : hoe schrijf je je naam goed, [medeverdachte 2] en je geboortedatum
[telefoonnummer] : [geboortedatum]
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 13 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3114 tot en met 3116 van het subdossier MO02 PL0600-2017059580 (Map 4):
Ik ben op 6 januari 2017 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een trompet te koop had gezet. We kwamen een bedrag overeen en spraken af dat ik het product zou opsturen. Vervolgens heb ik mijn rekeningnummer, te weten [rekeningnummer] , naar de man gestuurd. Vervolgens stuurde hij mij een foto van een bankpas op naam van [slachtoffer] met rekeningnummer [rekeningnummer] . Hij stuurde: ‘M’n vrouw heeft [benadeelde 3] zakelijk rekening’. Ook vroeg hij mij een foto te maken, zodat hij er zeker van was dat het goed zou komen. Daarna zou hij het geld overmaken. Hierop heb ik een foto gemaakt en verstuurd. Op 7 januari 2017 stuurde hij dat hij het nu ging overmaken. Hij vroeg mij de zakelijke betaling te bevestigen. Als ik dat zou doen, zou het bedrag direct op mijn rekening staan. Ik moest de betaling bevestigen omdat hij het geld via zakelijk mobiel bankieren zou overmaken. Hij vroeg of ik een [benadeelde 3] scanner had. Vervolgens zag ik dat hij mij een QR-code had gestuurd. Hij legde mij uit wat ik moest doen. Hierop heb ik drie keer de QR-code laten lezen via mijn [benadeelde 3] scanner. De codes heb ik toen opgestuurd naar de man. De man zei dat het geld zou worden overgemaakt op mijn rekening en dat dit bevestigingscodes betroffen. Later stuurde de man dat het geld in verwerking stond. Hij vroeg mij € 0,01 over te maken omdat mijn rekening dan bekend zou zijn en het geld direct zou worden bijgeschreven. Ik moest dit bedrag overmaken naar [rekeningnummer] . Dit heb ik toen gedaan. Ik zag later dat er
€ 1.000,-- was overgemaakt naar voornoemd rekeningnummer.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam] ) [slachtoffer] van 3 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9107 en 9108 van het subdossier ID fraude PL0600-2017459410 (Map 14):

Op 1 november 2016 had ik een advertentie op Marktplaats staan van een te koop aangeboden cassettedeck. Ik ben toen door een persoon, met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp. De persoon wilde de cassettedeck kopen. De persoon wilde een kopie van mijn rijbewijs en bankpas. Ik heb vervolgens een kopie van mijn rijbewijs en bankpas naar de persoon gestuurd. Ongeveer anderhalve week voor kerst werd ik telefonisch benaderd door een medewerkster van de [benadeelde 4] . Zij vertelde mij dat men had geprobeerd om met de gegevens van mijn rijbewijs en bankpas frauduleuze handelingen te verrichten.

Een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3187 tot en met 3189 van het subdossier MO02 PL0600-2017059580 (Map 4):

Rekeningnummer [rekeningnummer] heeft de tenaamstelling: [naam] .

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam] van 20 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3237 tot en met 3240 van het subdossier MO02 PL0600-2017059580 (Map 4):

Ongeveer twee weken na 7 januari 2017 wilde ik mijn weekgeld pinnen van mijn rekening maar dat lukte niet. Ik heb samen met mijn broer [naam] geld moeten pinnen voor iemand. Er werd gevraagd of er geld op onze rekening mocht worden gezet. Ik zou het er dan weer af moeten halen en dan zou ik er € 150,-- voor krijgen. Wij zijn toen naar de [benadeelde 3] in de [wijk] gegaan. Daar stond een auto met daarin drie personen. Ik zag dat het buitenlandse jongens waren. Ze moesten mijn bankpasje hebben omdat daar het rekeningnummer op stond. Even later kreeg ik mijn bankpasje weer terug en moest ik € 1.000,-- pinnen. Ik heb dat toen gedaan. Verderop heb ik de € 1.000,-- aan een van de mannen die achter het stuur zat gegeven. Die gaf het geld aan de man naast hem. Ik kreeg € 150,--.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam] van 20 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3233 tot en met 3235 van het subdossier MO02 PL0600-2017059580 (Map 4):

Over de oplichting van een persoon op 7 januari 2017 kan ik het volgende verklaren. Ik moest van iemand € 1.000,-- op mijn rekening laten storen. Mijn rekening is geblokkeerd. Daarom zei ik dat mijn broer [naam] het wel wilde. Die zat naast mij. Wij gingen toen naar de [wijk] . De jongen heet [naam] . [naam] is een Turk. Er was ook nog een andere buitenlandse jongen. Ze zaten in een auto. Mijn broer heeft toen € 1.000,-- gepind en het geld aan [naam] gegeven. Hij kreeg daar toen € 150,-- voor.

Een proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] van 20 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3231 van het subdossier MO02 PL0600-2017059580 (Map 4):

Tijdens de verhoren van [naam] en [naam] op 20 februari 2017 is aan hen een formulier getoond met daarop vier foto’s van mannenhoofden. Foto twee betreft de politiefoto van [medeverdachte 3] . Foto vier betreft de politiefoto van [verdachte] . Door [naam] is foto twee en vier aangewezen als zijnde de mogelijke personen door wie het geld op 7 januari 2017 uit de geldautomaat is gepind. Door [naam] is foto twee aangewezen als zijnde de persoon die hem telefonisch had gevraagd om een bankrekening ter beschikking te stellen om daarop geld te kunnen storten en vervolgens het geld uit de geldautomaat te pinnen op 7 januari 2017.
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 18 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3311 tot en met 3313 van het subdossier MO02 PL0600-2017069505 (Map 4):
Ik ben op 13 december 2016 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een blokfluit te koop had gezet. We kwamen een prijs overeen. [naam] vroeg mij of hij het kon betalen vanaf een zakelijke rekening. Ik stuurde mijn rekeningnummer. [naam] vroeg mij vervolgens of ik van mijn bankrekening een foto wilde maken en deze door wilde appen. [naam] had mij ook een foto geappt van zijn bankrekening. Op de bankpas stond namelijk [slachtoffer] . Hierna stuurde [naam] dat hij het geld direct zou overmaken. Hij vroeg aan mij of ik de betaling direct kon bevestigen. Hij vroeg of ik een [scanner] in huis had. [naam] vertelde mij dat ik mijn bankpas in de scanner moest doen en mijn pincode moest invoeren. Vervolgens moest ik mijn bankpas voor het scanblokje houden. [naam] zei mij toen dat hij het geld had overgemaakt en dat ik een bevestiging zou krijgen van de bank. Ik moest vervolgens aan hem een bevestigingsnummer doorgeven. Ik heb dit gedaan. Daarna stuurde hij nogmaals een foto van een scanblokje. Ik moest het scanblokje op het moment dat ik mijn pas in de reader had, scannen. Dit heb ik twee keer gedaan. Hierna ben ik via internetbankieren op mijn rekening gaan kijken en zag ik dat er € 5.000,-- en € 1.000,-- was afgeschreven van mijn bankrekeningnummer [rekeningnummer] naar een bankrekening met nummer [rekeningnummer] .

Het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens [benadeelde 3] van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3387 tot en met 3391 van het subdossier MO02 PL0600-2017069505 (Map 4):

Op 14 december 2016 om 00:03 uur heeft er een overboeking plaatsgevonden van € 5.000,-- van [rekeningnummer] ( [slachtoffer] ) naar [rekeningnummer] ( [naam] ). Op 14 december 2016 van 00:07 tot 00:09 uur hebben er in totaal vier geldopnames plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer] ( [naam] ) bij een geldautomaat van de [benadeelde 3] voor een totaalbedrag van € 5.000,--.
[naam] verklaart dat hij 's nachts alleen naar huis liep en werd tegengehouden door een groep jongeren. Zij hebben hem onder druk gezet/bedreigd. Hij moest zijn bankpas en pincode afgeven. Hij kende deze jongens niet. Ze hebben hem vastgehouden. Eén van de jongens is weggegaan met zijn bankpas. Na enige tijd kwam hij terug en kreeg [naam] zijn bankpas terug en mocht hij verder lopen.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte
[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:
Ik moest geld voor [verdachte] pinnen. Ik gaf het gepinde geld vervolgens aan [verdachte] . Ik kreeg altijd € 100,-- of € 150,--. De rest van het geld gaf ik aan [verdachte] . Ik ben degene geweest die het geld van de rekening van [naam] heeft gehaald.
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 8 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3412 tot en met 3414 van het subdossier MO02 PL0600-2017083919 (Map 4):
Ik ben op 3 februari 2017 door iemand benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een beamer te koop had gezet. Nadat we een prijs waren overeengekomen, stuurde de koper een kopie van zijn legitimatie en bankpas. De koper zei dat zijn vrouw [benadeelde 3] zakelijk heeft. De koper vroeg mij om ook een foto van mijn bankpas te sturen. Hierna ontving ik van hem een foto van de bankpas van zijn vrouw [naam] . De koper vroeg mij de betaling te bevestigen. Dit omdat hij het geld zou overmaken van een zakelijke rekening. Hij zei mij het volgende: ‘Bij de [benadeelde 3] heb je een soort scanner daarmee kan je een kleurencode scannen als je dat hebt gedaan dan krijg je een bevestigingscode. Die heb je nodig om te kunnen inloggen bij je bankgegevens of een betaling te doen’. Ik heb toen de code gescand en het bevestigingsnummer doorgestuurd naar de koper. Daarna kreeg ik weer een kleurencode. Ook die heb ik weer gescand en het bevestigingsnummer aan de koper doorgegeven. Vervolgens vroeg de koper of ik € 0,01 wilde overmaken op rekening [rekeningnummer] op naam van [naam] zodat de betaling sneller zou gaan. Dit heb ik gedaan. Daarna moest ik nogmaals bevestigen. Toen ik op mijn rekening keek, zag ik dat er
€ 1.000,-- was overgeboekt naar [rekeningnummer] .

Een, als bijlage bij het hiervoor onder 49 genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een screenshot van WhatsApp-berichten tussen [slachtoffer] en de koper, pag. 3419 van het subdossier MO02 PL0600-2017083919 (Map 4).

Het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens [benadeelde 3] van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3450 en 3451 van het subdossier MO02 PL0600-2017083919 (Map 4):

Op 4 februari 2017 heeft er een overboeking van € 1.000,-- plaatsgevonden van [rekeningnummer] ( [slachtoffer] ) naar [rekeningnummer] ( [naam] ).

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] van 8 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 14072 van het persoonsdossier van [medeverdachte 1] (Map 21):

Ja, ik heb wel eens pasjes geregeld. Ik weet dat ik er eentje bij mij had toen ik ben aangehouden. Die had ik via [naam] . Hij gaf het pasje aan mij en ik stopte het in mijn zak. Ik ken alleen de achternaam van de persoon van dat pasje, [naam] .
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte
[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:
Met [naam] wordt [verdachte] bedoeld.
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 3 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3610 tot en met 3612 van het subdossier MO02 PL0600-2017093605 (Map 5):
Ik ben op 1 februari 2017 door een man, met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een fotocamera te koop had gezet. De man wilde de camera kopen voor het door mij gevraagde bedrag. De man stuurde mij een foto van een bankpas op naam van [naam] . Ik heb toen op zijn verzoek een foto gemaakt van mijn bankpas. De foto heb ik vervolgens naar de man gestuurd. Vervolgens vroeg de man aan mij of ik een [scanner] bij de hand had. Ik moest namelijk de betaling van zakelijk mobiel bankieren bevestigen. Na het bevestigen zou het bedrag op mijn rekening komen te staan. De man stuurde een kleurcode naar mij toe. Ik heb deze toen gescand en het bevestigingsnummer aan de man gegeven. Op 2 februari 2017 werd ik door de man gebeld. Hij zei mij dat er iets verkeerd was gegaan en dat hij per ongeluk twee keer € 5.000,-- naar mij had overgemaakt. Ik heb deze bedragen vervolgens weer naar de man overgemaakt. Later zag ik dat er geldbedragen van mijn bankrekening waren afgeschreven.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens [benadeelde 3] van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3656 tot en met 3661 van het subdossier MO02 PL0600-2017093605 (Map 5):

Op 2 februari 2017 hebben er overboekingen plaatsgevonden van [rekeningnummer]
( [slachtoffer] ) naar [rekeningnummer] ( [naam] ), te weten twee keer € 5.000,--. Ook heeft er op 2 februari 2017 een overboeking plaatsgevonden van € 5.000,-- van [rekeningnummer] ( [slachtoffer] ) naar [rekeningnummer] ( [naam] ). Vervolgens hebben er op 2 februari 2017 meerdere geldopnames plaatsgevonden van zowel rekening [rekeningnummer] ( [naam] ) als rekening [rekeningnummer]
( [naam] ) bij een geldautomaat van de [benadeelde 3] voor een totaalbedrag van € 7.200,--.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte
[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:
Ik moest geld voor [verdachte] pinnen. Ik gaf het gepinde geld vervolgens aan [verdachte] . Ik kreeg altijd € 100,-- of € 150,--. De rest van het geld gaf ik aan [verdachte] .
Ik ben degene die is te zien op de foto’s op pagina 15162 en 15163 van het subdossier MO02 PL0600-2017093605 (Map 22) die mij worden getoond.
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 12 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3711 tot en met 3718 van het subdossier MO02 PL0600-2017115136 (Map 5):
Ik ben op 9 januari 2017 door [slachtoffer] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een VHS videorecorder te koop had gezet. We kwamen een prijs overeen. [slachtoffer] stuurde vervolgens een foto van een bankpas op naam van [naam] , [rekeningnummer] . Hij zei daarbij dat zijn vrouw [benadeelde 3] zakelijke rekening heeft en vroeg mij of ik ook een foto van mijn bankpas kon sturen. Ook vroeg hij of ik de betaling kon bevestigen omdat hij het via zakelijk bankieren zou overmaken. Hij vroeg of ik de [scanner] bij de hand had. Ik zei dat ik dat had. Vervolgens zei hij dat ik de pas erin moest doen, dan pinnen en scannen en dat ik vervolgens een bevestigingsnummer in beeld zou krijgen. Die moest ik invoeren. Hij vroeg mij om de bevestigingsnummer. Deze heb ik hem gestuurd. Vervolgens moest ik herbevestigen. Wederom vroeg hij mij om het bevestigingsnummer. Deze gaf ik hem. Hij vertelde mij toen dat het erop zou komen te staan en dat het soms een uur kan duren. Ook zei hij dat ik niet moest inloggen in de [benadeelde 3] . Hierna moest ik nog een aantal keren hetzelfde doen. Later hoorde ik van een medewerker van de [benadeelde 3] dat er € 5.000,-- van mijn rekening naar een rekening met nummer [rekeningnummer] was overgemaakt. Ook was er in totaal € 5.900,-- van mijn rekening naar een rekening met nummer [rekeningnummer] overgemaakt.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens [benadeelde 3] van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3803 tot en met 3805 van het subdossier MO02 PL0600-2017115136 (Map 5):

Op 9 januari 2017 hebben er overboekingen plaatsgevonden van [rekeningnummer]
( [naam] ) naar [rekeningnummer] ( [naam] ), te weten € 5.000,-- en € 900,--. Op 9 januari 2017 heeft er eveneens een overboeking van € 5.000,-- plaatsgevonden van [rekeningnummer] ( [naam] ) naar [rekeningnummer] ( [naam] ).
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte
[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:
Ik moest geld voor [verdachte] pinnen. Ik gaf het gepinde geld vervolgens aan [verdachte] . Ik kreeg altijd € 100,-- of € 150,--. De rest van het geld gaf ik aan [verdachte] .
Ik ben degene die is te zien op de foto’s op pagina 15306 van het subdossier MO02 PL0600-2017115136 (Map 22) die mij worden getoond. Ik heb daar ook weer € 100,-- voor gekregen.
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 21 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3913 tot en met 3945 van het subdossier MO02 PL0600-2017116299 (Map 5):
Ik ben op 15 december 2016 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een videocamera te koop had gezet. Mijn telefoonnummer is [telefoonnummer] . We kwamen een prijs overeen. Dhr. [naam] vertelde dat hij een zakelijke transactie wilde maken via het rekeningnummer van zijn vrouw. Zijn vrouw zou [benadeelde 3] zakelijk hebben. Daarop stuurde dhr. [naam] een fotokopie van een bankpas met rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [slachtoffer] . Ook liet dhr. [naam] een kopie rijbewijs zien op naam van [naam] . Wij zochten op google de naam en zagen dat het bedrijf echt bestond. Hierop besloten wij een foto van onze bankpas te maken en deze naar hem op te sturen. Ik kreeg vervolgens van dhr. [naam] kleurcodes toegestuurd. Dit is zes keer gebeurd. Deze heb ik vervolgens gescand. Ik kreeg toen een signeercode. Deze code heb ik aan dhr. [naam] doorgegeven, zodat hij de betaling kon doen vanaf mijn bankrekening. Even later vroeg dhr. [naam] mij nogmaals een kleurcode te scannen. Ik heb deze toen gescand. De betaling heb ik uiteindelijk geannuleerd. Toen belde dhr. [naam] mij. De man zei dat hij al had betaald en vroeg mij of ik het wilde storneren. De man zei dit nogal dwingend. Ook zei hij dat hij kennissen had bij de motorclub [club] en dat hij het geld wel terug zou komen halen met een paar leden als ik niet zou terugbetalen. Toen het later die dag was gelukt om in te loggen, zag ik dat er zeven bedragen van mijn bankrekening waren afgeschreven. Het gaat om een totaalbedrag van € 940,--. Ik zag dat het geld was overgemaakt naar een rekening met nummer [rekeningnummer]

Een tapgesprek met sessienummer 99870, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4009 van het subdossier MO02 PL0600-2017116299 (Map 5):

Datum: 15-12-16
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer]
[telefoonnummer] : hallo met [naam] . Het geld is bij ons afgeschreven. Ik snap niet wat het probleem nu eigenlijk is
[telefoonnummer] : nou, ik heb je gezegd dat ik niet meer kan controleren wat er op mijn rekening gebeurt. Hij is geblokkeerd
[telefoonnummer] : uw rekening is niet geblokkeerd
[telefoonnummer] : ... dus wie, wie wie, wie zegt, wie zegt mij dat dat bedrag krijgt?
[telefoonnummer] : dat bedrag na bevestigen zal het bedrag direct d'r op staan en kunt u weer gelijk inloggen.
[telefoonnummer] : ja...maar ik kan het...
[telefoonnummer] : ik had u.. ik had u daarvoor al gezegd dat het...
[telefoonnummer] : hé, maar datje gaat, datje gaat dreigen met [club] enzo...
[telefoonnummer] : nee nee, dat is geen dreigement, dat is gewoon een belofte. Het is mijn....
[telefoonnummer] : ik krijg een... ik krijg een bericht van u dat ik drieduizend euro over moet maken. Dat ik opdracht daarvoor moet geven, nou dat ga ik toch niet doen. Dat begrijp je toch wel?
[telefoonnummer] : best... dat begrijp ik... Dat is zo ingesteld bij mijn vrouw z'n zakelijke rekening...
[telefoonnummer] : dus ik, ik hou niet van bedreigingen, dat dan, dan gaat het weer, dan gaat het andersom ook werken he.
Het proces-verbaal van aangifte van[benadeelde 7]van 23 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4108 tot en met 4110 alsmede de bijgevoegde foto van de gestuurde bankpas op pag. 4111 van het subdossier MO02 PL0600-2017166439 (Map 5):
Ik ben op 20 januari 2017 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een accordeon te koop had gezet. Nadat we een prijs waren overeengekomen, stuurde [naam] mij een foto van een bankpas op naam van [naam] . Hij vroeg mij of ik ook een foto van mijn bankpas naar hem wilde sturen, zodat het voor ons allebei te vertrouwen was. Op 21 januari 2017 zei [naam] dat hij het bedrag ging overboeken via een zakelijke rekening. Hiervoor had hij een bevestigingscode van mij nodig. Deze kon ik hem verstrekken door van mijn [scanner] gebruik te maken. Ik ontving vervolgens een kleurcode van [naam] . Deze heb ik met de [scanner] gescand waarna ik de code naar [naam] heb gestuurd. Ik heb in totaal drie keer middels de [scanner] een bevestigingscode aan [naam] verstrekt. [naam] zei mij dat ik na de overboeking niet meer op de [benadeelde 3] moest inloggen omdat anders de overboeking zou mislukken. Ik heb vervolgens toch in de [benadeelde 3] ingelogd en zag dat er in totaal een bedrag van € 4.578,20 was overgeboekt naar [rekeningnummer] .

Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 4] van 23 maart 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pagina 4181 van het subdossier MO02 PL0600-2017166439 (Map 5):

De tenaamgestelde van bankrekeningnummer [rekeningnummer] is [naam] ,
Van een medewerker van de [benadeelde 3] vernam ik dat er op 21 januari 2017 tweemaal een bedrag van € 2.000,-- en eenmaal een bedrag van € 500,-- was opgenomen van bankrekeningnummer [rekeningnummer] bij een geldautomaat van de [benadeelde 3] .
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte
[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:
Ik moest geld voor [verdachte] pinnen. Ik gaf het gepinde geld vervolgens aan [verdachte] . Ik kreeg altijd € 100,-- of € 150,--. De rest van het geld gaf ik aan [verdachte] . Ik ben degene die is te zien op de foto’s op pagina 15485 en verder van het subdossier MO02 PL0600-2017166439 (Map 23) die mij worden getoond.

Een, als bijlage bij het hiervoor onder 62 genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een mutatierapport van 17 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4119 en 4120 van het subdossier MO02 PL0600-2017166439 (Map 5):

[naam] liet weten dat hij via de app contact had gehad met ene [slachtoffer] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , over de door hem te koop aangeboden goederen op Marktplaats. [naam] heeft vervolgens op verzoek van [slachtoffer] een foto van zijn pinpas naar hem gestuurd. De volgende dag werd [naam] door een vrouw benaderd die vertelde dat zij naar aanleiding van een op Marktplaats te koop aangeboden goed contact had gehad met [slachtoffer] . Die [slachtoffer] had haar een foto van de pinpas van zijn vrouw gestuurd op naam van [naam] .
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 4 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4309 tot en met 4313 van het subdossier MO02 PL0600-2017233088 (Map 6):
Ik ben op 31 december 2016 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een radio te koop had gezet. Nadat we een prijs waren overeengekomen, gaf ik mijn rekeningnummer ( [rekeningnummer] ) door. Hij vroeg mij ook een foto van mijn bankpas te maken en naar hem te sturen. Dit heb gedaan. [naam] vroeg mij of ik de betaling kon bevestigen. Hij vroeg mij of ik een [scanner] had. Vervolgens stuurde hij: ‘Bij de hand? Dan maak ik over en stuur de scan bevestiging. Overgemaakt. Uw pas erin. Dan uw pin. Dan scannen. Dan ziet u het bevestigingsnummer in beeld. Die voer ik in en dan is het bevestigd’. Hij vroeg mij om het bevestigingsnummer en zei dat hij zo weg moest. Ik gaf het nummer door. Hij stuurde dat de tijd al voorbij was. Hij stuurde opnieuw een scan. Wederom stuurde ik hem het bevestigingsnummer. Toen zei hij: ‘nu komt de herbevestiging, daarna is het gelukt’. Ik zag dat er weer een afbeelding was gestuurd. Hij vroeg mij om het bevestigingsnummer. Daarna stuurde hij nog een scan omdat het opnieuw moest en vroeg mij wederom om een bevestigingsnummer. Ik gaf hem het nummer door. Hierna zijn er nog meerdere keren door mij na berichten van hem bevestigingscodes gestuurd. Ik had elke keer mijn pas in mijn apparaat gestopt en de code doorgegeven. De berichten werden dwingender. Ook zei hij mij dat ik tot 17.00 uur niet mocht inloggen omdat anders de betaling zou mislukken. Toen ik op mijn [benadeelde 3] bankieren was ingelogd, zag ik dat er € 10.000,-- was afgeschreven.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens [benadeelde 3] van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4429 tot en met 4433 van het subdossier MO02 PL0600-2017233088 (Map 6):

Op 31 december 2016 hebben er overboekingen plaatsgevonden van
[rekeningnummer] ( [slachtoffer] ) naar [rekeningnummer] ( [naam] ), te weten tweemaal € 5.000,--. Op 1 januari 2017 heeft er eveneens een overboeking plaatsgevonden van [rekeningnummer] ( [slachtoffer] ) naar [rekeningnummer] ( [naam] ), te weten € 250,--. Op 31 december 2016 hebben er drie geldopnames van één keer € 1.500,-- en twee keer € 1.750,-- plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer] ( [naam] ) bij een geldautomaat van de [benadeelde 3] .

Een tapgesprek met sessienummer 188234, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4378 van het subdossier MO02 PL0600-2017233088 (Map 6):

Datum: 31-12-16 17:09
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] [slachtoffer]
[telefoonnummer] : ja hallo goeienavond met [naam]
[telefoonnummer] : nou goed het geld is bij ons afgeschreven u hoeft het alleen nog maar te bevestigen
[telefoonnummer] : als ik nu wil scannen is mijn telefoon weer uit dan moet je weer opnieuw dan ik doe mijn bankzaken altijd met de tablet
[telefoonnummer] : nee dat begrijp ik maar als u uw vinger op het scherm houdt of afbeelding of af en toe een tikje dan gaat het scherm niet uit
[telefoonnummer] : ja als ik op de scan druk op die figuren dan staat er een getal in en als ik daarop druk dan is het bevestigd klopt stuur ik die
[telefoonnummer] : ik ben net aan het kijken of ik nou op de bank zit maar nou heb ik in eens geen webpagina dat heb ik er ook nog eens bij dat gebeurd ook nog wel eens hier
[telefoonnummer] : nee dat klopt u had net ook net was het ook gelukt en toen heeft u mij ook een bevestigingsnummer gestuurd
[telefoonnummer] maar goed het geld is bij mij afgeschreven u dient het alleen te bevestigen
[telefoonnummer] : daarom wou ik even bij mij erop gaat want dan moet ik er wel ingaan
[telefoonnummer] : nee dat klopt door de overboeking nadat u het bevestigd staat het er gewoon direct op
[telefoonnummer] : oké
[telefoonnummer] : dus prima dan stuur ik nu opnieuw de bevestiging die scant u die bevestigt u
[telefoonnummer] : maar hij doet het nou niet sorry
[telefoonnummer] : u snapt het niet de scanner doet het wel
[telefoonnummer] : oké die deed het net bij mij ook niet meer die scanner
[telefoonnummer] : u moet de pas eruit en weer erin stoppen dan doet hij het wel
[telefoonnummer] : dat heb ik net gedaan maar dan komt erin dat hij het niet doet
[telefoonnummer] : nee dan staat er dat u uw pincode moet invoeren
[telefoonnummer] : ik zal nog even kijken
[telefoonnummer] : oké prima dan wacht ik even
[telefoonnummer] : ja ik ga even kijken

Een tapgesprek met sessienummer 188273, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4363 van het subdossier MO02 PL0600-2017233088 (Map 6):

Datum: 31-12-16 17:43
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] [slachtoffer]
[telefoonnummer] : met [naam]
[telefoonnummer] : ik hoor niets meer van u via de WhatsApp
[telefoonnummer] : heb ik net gedaan alweer
[telefoonnummer] : ja klopt maar ik heb u een bericht teruggestuurd dat de bevestigingen binnen drie uur kan na overboeking en als het morgen is het te laat en morgen wordt het dan automatisch geannuleerd en duurt het vijf werkdagen voordat het geld weer op mijn rekening komt te staan en daar kan ik niet op wachten vijf werkdagen
[telefoonnummer] : ja
[telefoonnummer] : kunnen we dat nu niet snel even regelen zo gebeurd
[telefoonnummer] : ja dan moet ik even wat moet ik nou doen je moet mijn signeer code toch hebben
[telefoonnummer] : ja dat klopt
[telefoonnummer] : dat is de bevestiging van mijn zakelijk mobiel bankieren en daarna is gelijk
[telefoonnummer] : ja dan ga ik nou even vijf minuten met eten door en dan gaan we het doen
[telefoonnummer] : ja is prima dan stuur ik opnieuw de afbeelding

Een tapgesprek met sessienummer 188522, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4364 van het subdossier MO02 PL0600-2017233088 (Map 6):

Datum: 31-12-16 18:33
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] [slachtoffer]
[telefoonnummer] : ja hallo weer met [naam]
[telefoonnummer] : is het gelukt nee zeker
[telefoonnummer] : nee het is bij ons niet gelukt en eh het geld staat op verwerking dus dat zal morgen op uw rekening staan en he wat ik u zei alstublieft niet op uw [benadeelde 3] inloggen pas zodra het erop staat
[telefoonnummer] : ja dat heb ik net wel even gedaan om te kijken en nou is alles geblokkeerd
[telefoonnummer] : om dat de betalingen op verwerkt staan u hoeft ook niet proberen in te loggen dus als
[telefoonnummer] : dat doe ik ook niet meer
[telefoonnummer] : nee doe maar niet als u morgen weer inlogt dan staat het er morgen wel op ja
[telefoonnummer] : oké
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 15 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4513 tot en met 4515 van het subdossier MO02 PL0600-2016610516 (Map 6):
Ik ben op 8 december 2016 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een filmcamera te koop had gezet. Hij bood mij € 1.000,--. Ik heb hem verteld dat ik dit te weinig vond en dat hij de filmcamera voor € 1.500,-- kon overnemen. Hier ging hij mee akkoord. Vervolgens stuurde hij mij een foto van zijn [benadeelde 3] betaalpas, te weten: [rekeningnummer] op naam van [slachtoffer] . Hij vertelde mij dat ik de betaling moest bevestigen omdat het een zakelijke rekening betrof. Hij stuurde mij toen een foto van een QR-code. Ik moest vervolgens mijn bankpas pakken en deze in de [scanner] van de [benadeelde 3] doen. Ik moest toen met de [scanner] de QR-code scannen. Vervolgens zou ik een bevestigingsnummer te zien krijgen. Het bevestigingsnummer moest ik aan [naam] doorgegeven, zodat de betaling kon worden bevestigd. Nadat ik dit had gedaan, stuurde hij nogmaals een QR-code. Deze code moest ik op dezelfde manier bevestigen. Ik heb toen wederom naar hem een bevestigingsnummer gestuurd. De man zei vervolgens dat hij nog een herbevestiging zou sturen. Dit ging ook weer met een QR-code. Ook deze heb ik weer gescand waarna ik het bevestigingsnummer aan hem heb doorgegeven. Hij vroeg mij om € 0,01 over te maken naar zijn privérekening, te weten [rekeningnummer] . Dit heb ik gedaan. Toen ik vervolgens mijn rekening bekeek, zag ik dat er een tweetal bedragen, namelijk € 1.000,-- en € 1.500,--, vanaf mijn betaalrekening was overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer] .

Een, als bijlage bij het hiervoor onder 71 genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een overzicht van de WhatsApp-berichten tussen aangever [slachtoffer] en [naam] , zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4524 van het subdossier MO02 PL0600-2016610516 (Map 6):

08-12-16: [telefoonnummer] : Mijn vrouw heeft [benadeelde 3] zakelijk. Kunt u een foto maken? Zo ben ik er zeker van dat het goed komt.
08-12-16 [slachtoffer] : IM3-20161208-\M0001.jpg (bestand bij gevoegd) Hierbij foto
08-12-16: [telefoonnummer] : Svp volledig, zie mijn foto
08-12-16 [slachtoffer] : IM3-20161208-\M0002.jpg (bestand bij gevoegd)

Het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens [benadeelde 3] van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5933 tot en met 5936 van het subdossier MO02 PL0600-2017068867 (Map 8):

Op 8 december 2016 heeft er een frauduleuze overboeking plaatsgevonden van in totaal
€ 2.500,-- van [rekeningnummer] ( [slachtoffer] ) naar [rekeningnummer] ( [naam] ). Op 8 december 2016 heeft er een limietverhoging plaatsgevonden op rekening [rekeningnummer] voor een geldopname via de geldautomaat van € 5.000,--. Op 10 december 2016 om 22:30 en 22:36 uur hebben er twee geldopnames plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer] ( [naam] ) bij een geldautomaat van de [benadeelde 3] voor een totaalbedrag van € 2.500,-- (€ 1.000,-- en € 1.500,--).
(Op de bij de aangifte van de [benadeelde 3] bijgevoegde foto’s van de beelden van de geldopnames is het volgende vermeld: 8 december 2016 22:30 uur respectievelijk 8 december 2016 22:36 uur. De rechtbank leidt daaruit af dat de twee geldopnames op 8 december 2016 zijn gedaan en niet op 10 december 2016).

Een tapgesprek met sessienummer 74880, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4600 tot en met 4602 van het subdossier MO02 PL0600-2016610516 (Map 6):

Datum: 8-12-16 22:15
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] : ik zit erin he
[telefoonnummer] : ja heb je verhoogd?
[telefoonnummer] : wacht, waar moet ik heen?
[telefoonnummer] : en dan betalen met contact geld opnemen, die moet je verhogen
[telefoonnummer] : maar max limiet voor verhogen is max 5.000
[telefoonnummer] : juist 5.000
[telefoonnummer] : geef die rekeningnummer maar
[telefoonnummer] : [rekeningnummer]
[telefoonnummer] : ja
[telefoonnummer] : [rekeningnummer]
[telefoonnummer] : [rekeningnummer]
[telefoonnummer] : ja
[telefoonnummer] : [rekeningnummer]
[telefoonnummer] : euh
[telefoonnummer] : [rekeningnummer]
[telefoonnummer] : ja
[telefoonnummer] : [rekeningnummer]
[telefoonnummer] : [naam]
[telefoonnummer] : wij gaan nu naar de bank
[telefoonnummer] : ja is goed ik bel je zo

Een tapgesprek met sessienummer 74912, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4603 van het subdossier MO02 PL0600-2016610516 (Map 6):

Datum: 8-12-16 22:27
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] : ja waar sta je?
[telefoonnummer] : wij staan bij [benadeelde 3]

Een tapgesprek met sessienummer 74919, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4604 van het subdossier MO02 PL0600-2016610516 (Map 6):

Datum: 8-12-16 22:29
Beller: [telefoonnummer] , [naam] . De rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] [naam] . De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[naam] : [verdachte] zegt 1.000
[naam] : oké

Een tapgesprek met sessienummer 74923, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4606 van het subdossier MO02 PL0600-2016610516 (Map 6):

Datum: 8-12-16 22:35
Beller: [telefoonnummer] , [naam] . De rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] [naam] . De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[naam] : 1.500
[naam] : jo
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte
[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:
Ik ben degene geweest die het geld van de rekening van [naam] heeft gehaald.
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 19 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4713 tot en met 4715 van het subdossier MO02 PL0600-2017048143 (Map 6):
Ik ben op 18 december 2016 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een dwarsfluit te koop had gezet. Nadat ik hem de prijs had laten weten, vroeg hij mijn naar mijn rekeningnummer. Ook stuurde hij een foto van zijn zakelijke [pas] op naam van [slachtoffer] Muziek. Ik en mijn zoon hebben toen op internet gezocht naar het bestaan van deze muziekzaak. Het bleek een muziekschool te zijn. De school gaf al meer dan 30 jaar muziekles dus ik dacht dat het wel safe was. [naam] vroeg vervolgens om een foto van mijn bankpas. Ik heb toen een foto gemaakt van een gedeelte van de pas. [naam] vroeg om een foto van de gehele pas. Dit heb ik gedaan. [naam] vroeg vervolgens aan mij of ik de zakelijke betaling kon bevestigen. Ik vroeg toen hoe ik dat moest doen. Hierop vroeg [naam] mij of ik een [benadeelde 3] scanner had, want dan zou hij het bedrag overmaken en een scanbevestiging sturen. Ik heb toen mijn pas in de scanner gedaan en de pincode ingevoerd. [naam] vroeg toen of ik het bevestigingsnummer in beeld kreeg. [naam] zei mij wel dat de handelingen te lang duurden. Op een gegeven moment was de betaling bevestigd maar [naam] zei dat de betaling wel een uur kon duren voordat het verwerkt is. [naam] zei nog dat ik niet meer in moest loggen anders kon het geannuleerd worden. [naam] zei vervolgens dat de handelingen mislukt waren. Er moest een nieuwe scan gedaan worden. Ik heb dit gedaan. Ik denk wel ongeveer zes keer. Daarna heb ik met de [benadeelde 3] gebeld. Er werd mij verteld dat er € 8.000,-- was afgeschreven, twee keer een bedrag van € 3.500,-- en een keer een bedrag van € 1.000,--. De bedragen waren gestort naar rekeningnummer [rekeningnummer] .

Het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens [benadeelde 3] van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4794 tot en met 4797 van het subdossier MO02 PL0600-2017048143 (Map 6):

Op 18 december 2016 hebben er overboekingen plaatsgevonden van [rekeningnummer]
( [slachtoffer] ) naar [rekeningnummer] ( [naam] ), te weten een keer € 1.000,-- en twee keer € 3.500,--. Op 18 december 2016 hebben er drie geldopnames plaatsgevonden van
rekening [rekeningnummer] ( [naam] ) bij een geldautomaat van [benadeelde 3] voor een totaalbedrag van € 4.500,-- (drie keer € 1.500,--). Er is € 3.500,-- teruggeboekt vanaf [rekeningnummer] ( [naam] ) naar [rekeningnummer] ( [slachtoffer] ).

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 8] van 11 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4819 van het subdossier MO02 PL0600-2017048143 (Map 6):

Rekeninghouder [naam] heeft aangifte gedaan van diefstal van zijn bankpas. Deze is na 15 december 2016 ontvreemd.
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 23 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5032 tot en met 5034 van het subdossier MO02 PL0600-2017002609 (Map 7):
Ik ben op 20 december 2016 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een DVD recorder te koop had gezet. Ik liet hem weten dat ik er € 45,-- voor vroeg. [naam] ging daarmee akkoord. [naam] zei toen dat zijn vrouw [benadeelde 3] zakelijk had en vroeg om een kopie van mijn betaalpas. Deze heb ik hem gestuurd. Hij stuurde mij een bankpas op naam van zijn vrouw [slachtoffer] , [rekeningnummer] . [naam] vertelde mij vervolgens dat ik mijn [scanner] bij de hand moest hebben. Ik kreeg een ongemakkelijk gevoel en liet hem dit weten. Ik moest mijn pas in de reader doen, inloggen en het bevestigingsnummer aan hem doorgeven. Dit heb ik gedaan. Daarna moest ik herbevestigen. Ook dit heb ik gedaan. [naam] zei mij dat het geld binnen een uur op mijn rekening zou staan. Ik kreeg het geld maar niet en liet hem dit weten. [naam] zei toen dat ik € 0,01 moest overmaken naar [rekeningnummer] . Volgens hem was dit mislukt. Hij werd boos en zei mij dat hij zijn vrienden van [club] zou gaan bellen. Zij zouden persoonlijk langskomen. Ik heb daarna nogmaals geprobeerd € 0,01 over te maken. Dit deed ik via de readermethode. Ik gaf hem het bevestigingsnummer door. Later zag ik dat er € 1.000,-- van de rekening was afgehaald.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens [benadeelde 3] van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5083 tot en met 5086 van het subdossier MO02 PL0600-2017002609 (Map 7):

Op 18 december 2016 om 18:24 uur (de rechtbank begrijpt 20 december 2016 gelet op de aangifte van [slachtoffer] alsook de aangifte van de [benadeelde 3] waarin steeds wordt gesproken over 20 december 2016) heeft er een overboeking plaatsgevonden [rekeningnummer] ( [slachtoffer] ) naar [rekeningnummer] ( [naam] ), te weten € 1.000,--. Op 20 december 2016 om 18:27 en 18:28 uur hebben er twee geldopnames plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer] ( [naam] ) bij een geldautomaat van de [benadeelde 3] , waaronder één van € 1.000,--.
[naam] heeft verklaard dat zij in goed vertrouwen haar pasje heeft uitgeleend aan [medeverdachte 2] geboren op 23 juli 1993 (de rechtbank begrijpt [medeverdachte 2] ).

Het proces-verbaal van bevindingen herkenning verdachte [medeverdachte 2] van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 5] van 2 maart 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pagina 5188 van het subdossier MO02 PL0600-2017002609 (Map 7):

Op 28 februari 2017 werd verdachte [medeverdachte 2] door ons aangehouden en verhoord. Hij droeg een bril en had gezichtsbeharing. Op 20 december 2016 omstreeks 18:27 uur is door [medeverdachte 2] geld gepind. Van de pintransactie zijn beelden opgevraagd en een aantal printjes gemaakt. Wij verbalisanten herkennen [medeverdachte 2] op de printjes van de beelden als dezelfde verdachte [medeverdachte 2] die op dat moment bij ons in het verhoor zat.
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 28 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5210 tot en met 5213 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (Map 7):
Ik ben op 24 december 2016 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een verrekijker te koop had gezet. Nadat we een prijs waren overeengekomen, heb ik mijn rekeningnummer ( [rekeningnummer] ) doorgegeven. Daarna stuurde [naam] mij een foto van een bankpas op naam van [slachtoffer] , rekeningnummer [rekeningnummer] . Hij vermelde daarbij dat het een zakelijke pas van zijn vrouw betrof. Hij vroeg of ik ook een foto van mijn bankpas wilde maken en naar hem wilde sturen. Dit heb ik gedaan. [naam] vroeg mij vervolgens of ik de zakelijke betaling wilde bevestigen. Het geld zou dan direct op de rekening komen te staan. Ik had daarvoor de [scanner] nodig. Ik heb de scanner gepakt. Vervolgens heb ik de handelingen verricht die [naam] mij doorgaf. Ik heb mijn bankpas erin gedaan en op verzoek van [naam] mijn pincode ingevoerd. Ik kreeg toen de opdracht om te scannen. [naam] zei dat er een bevestiging in beeld zou komen. Ik moest het nummer invoeren en vervolgens moest ik bevestigen. Ik kreeg toen een kleurcode in beeld. Deze kleurcode moest ik met mijn scanner scannen. Dit heb ik gedaan. [naam] vroeg mij toen naar het bevestigingnummer. Dit nummer heb ik aan hem doorgegeven. Ik kreeg het bericht van [naam] dat de betaling was bevestigd was en dat de betaling nu herbevestigd moest worden. Ik kreeg wederom een kleurcode te zien en heb vervolgens dezelfde handelingen verricht. Ik zag dat mijn scanner de vraag stelde: ‘registreer dit toestel voor online bankieren?’. Ik liet dit [naam] weten. Hij zei dat je zo de betaling die hij via zakelijk mobiel bankieren had verricht, bevestigt. Ik dacht dat het oké was. Ik heb hem vervolgens weer een bevestigingsnummer gestuurd. [naam] zei mij dat het een uur kan duren. Er werd mij verzocht om niet via de [benadeelde 3] app in te loggen omdat anders de betaling zou worden geannuleerd. Na een paar minuten vroeg [naam] mij om € 0,01 over te maken naar [rekeningnummer] . Mijn rekeningnummer zou op die manier bekend worden zodat de betaling sneller kon worden verwerkt. Ik heb € 0,01 overgemaakt naar voornoemd rekeningnummer. Ik moest wederom een bevestiging doen. [naam] vroeg mij om te reageren, omdat hij naar zijn werk moest. Ik kreeg weer een kleurcode te zien. [naam] zei dat het bij zijn vrouw zo was ingesteld dat er € 4.000,-- boven stond, maar dat het gewoon om het afgesproken bedrag ging. Ik zei hem dat ik het een beetje een vreemd verhaal vond. [naam] stuurde mij vervolgens een afbeelding van een rijbewijs op naam van [naam] . Bij de afbeelding stond: ‘mijn ID in vertrouwen’. Ik heb vervolgens het bevestigingsnummer aan [naam] doorgegeven. Toen ik later op [benadeelde 3] .nl was ingelogd, zag ik dat er in totaal € 5.000,-- was afgeschreven van mijn rekening naar [rekeningnummer] .

Het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens [benadeelde 3] van 14 maart 2017 zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5312 tot en met 5315 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (Map 7):

Op 24 december 2016 om 19:22 en 19:23 uur hebben er overboekingen plaatsgevonden van
[rekeningnummer] ( [slachtoffer] ) naar [rekeningnummer] ( [naam] ), te weten
€ 1.000,-- respectievelijk € 4.000,--. Op 24 december 2016 om 19:26, 19:28 en 19:29 uur (tweemaal) hebben er geldopnames van € 1.480,--, € 1.500,--, € 1.500,-- respectievelijk
€ 520,-- plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer] ( [naam] ) bij een geldautomaat van de [benadeelde 3] . Van de geldopnamen zijn beelden beschikbaar, welke zijn opgeslagen en bij deze aangifte zijn gevoegd.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte
[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:
Ik ben degene die is te zien op de foto’s op pagina 16115 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (Map 24) die mij worden getoond. Ik kreeg het pasje van [naam] van [verdachte] .
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 28 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5413 tot en met 5415 van het subdossier MO02 PL0600-2016630852 (Map 7):
Ik ben op 24 december 2016 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een fototas te koop had gezet. Ik liet hem weten dat ik er € 25,-- voor vroeg. [naam] antwoorde gelijk dat hij daarmee akkoord ging. Ik gaf hem mijn bankgegevens. Daarna ontving ik van [naam] een foto van een bankpas op naam van [slachtoffer] , rekeningnummer [rekeningnummer] . Hierbij schreef hij dat zijn vrouw [benadeelde 3] zakelijke rekening heeft. Hij vroeg mij ook een foto van mijn bankpas te maken en naar hem te sturen. Dit heb ik vervolgens gedaan. Vervolgens vroeg hij mij de zakelijke betaling te bevestigen. Na het bevestigen zou het geld direct op mijn rekening staan. Dit heb ik gedaan met mijn [scanner] . Ik heb het nummer dat in beeld kwam aan [naam] doorgegeven. Daarna werd er opnieuw een bevestiging gevraagd. Ik heb toen wederom bevestigd. [naam] zei mij toen dat de betaling nog in verwerking was maar dat het sneller zou gaan als ik € 0,01 zou overmaken. Ik heb toen € 0,01 overgemaakt. Daarna moest ik nogmaals € 0,01 overmaken. Dit heb ik gedaan. Later zag ik op mijn bankrekening dat er in totaal € 6.000,-- was afgeschreven.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens [benadeelde 3] van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5510 tot en met 5513 van het subdossier MO02 PL0600-2016630852 (Map 7):

Op 24 december 2016 om 17:36 en 17: 50 uur hebben er overboekingen plaatsgevonden van [rekeningnummer] ( [slachtoffer] ) naar [rekeningnummer] ( [naam] ), te weten
€ 5.000,-- respectievelijk € 1.000,--. Op 24 december 2016 om 17:47 uur heeft er een geldopname van € 510,-- plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer] ( [naam] ) bij een geldautomaat van de [benadeelde 3] .

Het proces-verbaal van aangifte van [naam] van 17 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5521 en 5522 van het subdossier MO02 PL0600-2016630852 (Map 7):

Ik heb rond 22 of 23 december 2016 mijn bankpas uitgeleend aan een vriend van mij genaamd
[naam] .

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam] van 20 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5543 en 5546 van het subdossier MO02 PL0600-2016630852 (Map 7):

Ik ben op 20 december 2016 door [medeverdachte 3] benaderd. Hij vroeg aan mij of ik iemand wist die [benadeelde 3] had. Hij moest namelijk even geld overmaken omdat hij zijn pasje niet meer had. Ik en degene die ik zou regelen, zouden er € 250,-- voor krijgen. Ik heb toen met [naam] afgesproken dat ik zijn pasje zou ophalen. Ik heb aan [medeverdachte 3] laten weten dat ik iemand had gevonden. Vlak voor de kerst had ik contact met [naam] over het ophalen van het pasje. Ik was samen met [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] vertelde mij dat het pasje voor [verdachte] was. Ik ben toen samen met [medeverdachte 3] ergens naar toe gereden. [verdachte] was daar ook. Ik ben toen samen met [verdachte] naar de [benadeelde 3] gereden. Toen we bij de [benadeelde 3] aankwamen, moest ik de bankpas en pincode aan [verdachte] geven. [verdachte] pinde vervolgens geld en kwam toen weer in de auto zitten.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam] bij de rechter-commissaris van 7 oktober 2020, zakelijk weergegeven:

Het klopt dat ik samen met [verdachte] naar de [benadeelde 3] ben gereden. Ik bleef in de auto zitten. Ik heb [verdachte] daadwerkelijk zien pinnen.
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 4 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5610 tot en met 5612 van het subdossier MO02 PL0600-2017041162 (Map 8):
Ik ben op 2 januari 2017 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een verrekijker te koop had gezet. Ik liet [naam] weten dat ik er € 25,-- voor vroeg. Hij ging hiermee akkoord. [naam] zei vervolgens dat de betaling via de zakelijke rekening van zijn vrouw moest gaan. Hierop stuurde hij een foto van een bankpas op naam van [slachtoffer] , rekeningnummer [rekeningnummer] . [naam] vroeg mij ook een foto van mijn bankpas te sturen. Dit heb ik vervolgens gedaan. [naam] vroeg mij toen om de betaling te bevestigen. Hij moest van mij een bevestigingsnummer ontvangen. [naam] stuurde mij een scancode, welke ik met mijn [scanner] moest scannen. Ik kreeg toen een code. Deze code stuurde ik door aan [naam] . Dit heb ik tot twee keer toe gedaan. Daarna zei hij dat de betaling was voldaan. Echter, toen ik later op mijn betaalrekening keek, zag ik dat er twee bedragen, te weten € 1.000,-- en € 3.500,--, waren overgemaakt naar een onbekend rekeningnummer.

Het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens [benadeelde 3] van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5702 tot en met 5704 van het subdossier MO02 PL0600-2017041162 (Map 8):

Op 2 januari 2017 hebben er twee overboekingen van € 3.500,-- en € 1.000,-- plaatsgevonden van [rekeningnummer] ( [slachtoffer] ) naar [rekeningnummer] ( [naam] ). Op
2 januari 2017 hebben drie geldopnames van in totaal € 4.600,-- plaatsgevonden van rekening [rekeningnummer] ( [naam] ) bij een geldautomaat van de [benadeelde 3] .

Een tapgesprek met sessienummer 198831, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5710 van het subdossier MO02 PL0600-2017041162 (Map 8):

Datum: 2-1-17 21:59
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer]
[telefoonnummer] wordt [naam] genoemd
[telefoonnummer] : geld nodig heeft
[telefoonnummer] : ja joh!
[telefoonnummer] : dat kan vandaag maar dan moet ie de juiste hebben
[telefoonnummer] : welke bank
[telefoonnummer] : [benadeelde 3]
[telefoonnummer] : meen je niet!
[telefoonnummer] : kan er tien ruggen op gooien. Jij krijgt de helft, ieder vijf
[telefoonnummer] : je moet gewoon naar de bank gaan en zeggen dat het bankpasje geskimd is

Een tapgesprek met sessienummer 198836, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5712 van het subdossier MO02 PL0600-2017041162 (Map 8):

Datum: 2-1-17 22:24
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer]
[telefoonnummer] : heb je ook dat witte kastje van "jeweetwel", de scanner
[telefoonnummer] : heb wel zo'n ding maar geen pasje, zoon is met de auto en daar ligt het pasje in
[telefoonnummer] : ik kom naar beneden
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam] van 9 maart 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5714 van het subdossier MO02 PL0600-2017041162
(Map 8):
Mijn telefoonnummer is [telefoonnummer] .
Het proces-verbaal van aangifte van[benadeelde 8]van 28 april 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 6510 tot en met 6512 van het subdossier MO03 PL0600-2016450955 (Map 9):
Ik ben op 28 april 2016 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik drie coincards te koop had gezet. We hebben over de koop van de munten gepraat. Er werd mij gevraagd om in de mijn [benadeelde 4] bankierenomgeving onder het stukje mobielbankieren een iPhone 6 te activeren. Dit heb ik gedaan. Vervolgens werd mij gevraagd om de activatiecode door te sturen. Ook dit heb ik gedaan. Ik zag later dat er drie bedragen onrechtmatig van mijn rekening, [rekeningnummer] , waren afgeschreven, waaronder € 679,--. Ik vernam van de [benadeelde 4] dat dit bedrag betrekking had op een bestelling bij de Media Markt in [plaats] met ordernummer [omschrijvingsnummer] welke reeds was opgehaald in het betreffende filiaal.

Een, als bijlage bij het hiervoor onder 98 genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een screenshot van WhatsApp-berichten tussen aangever [benadeelde 8] en [naam] , pag. 6516 van het subdossier MO03 PL0600-2016450955 (Map 9).

Een, als bijlage bij het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] gevoegd geschrift, te weten een factuur van de Media Markt, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 6552 van het subdossier MO03 PL0600-2016450955 (Map 9):

Datum: 28 april 2016
Bestelnummer: [omschrijvingsnummer]
Verzendwijze: afhalen in de winkel
Factuuradres: Afleveradres:
[verdachte] Media Markt [plaats]
[adres] [verdachte]
[adres] [plaats] [adres]
Apple iPhone 6 Totaal: € 679,--

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] van 8 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pagina 6573 en 6574 van het subdossier MO03 PL0600-2016450955 (Map 9):

U toont mij naar aanleiding van de aangifte van [benadeelde 8] op 28 april 2016 een foto van de Media Markt. Ik ben dat op de foto. Ik moest een telefoon ophalen, een iPhone.
Het proces-verbaal van aangifte van[benadeelde 9]van 9 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7011 en 7012 van het subdossier MO03 PL0600-2017035399 (Map 10):
Ik ben op 7 januari 2017 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een diaprojector te koop had gezet. We kwamen een prijs overeen. De man stuurde mij vervolgens een foto van een rijbewijs op naam van [naam] en een bankpas van de [benadeelde 4] met rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [naam] . De man vroeg of ik ook een foto van mijn identiteitsbewijs en bankpas naar hem wilde sturen. Hij had dit nodig vanwege zakelijk bankieren. Hij vroeg mij vervolgens of ik via mijn [benadeelde 4] de betaling kon bevestigen. Hij legde mij uit hoe ik dit moest doen. Ik moest via mijn computer naar mobiel bankieren en vervolgens een iPhone 7 activeren. Daarna moest ik een TAN-code invoeren. Ik kreeg een bevestigingsnummer in beeld. Dit nummer moest ik naar de man sturen. De man gaf aan dat het was gelukt en dat het ongeveer een uur kon duren voordat het geld erop zou staan. Toen ik later op mijn [benadeelde 4] was ingelogd, zag ik dat er met mijn rekening met rekeningnummer [rekeningnummer] twee aankopen hadden plaatsgevonden bij de BCC.

Een, als bijlage bij het hiervoor onder 102 genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een kopie van de rekeningafschriften van de rekening van [benadeelde 9] , zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7015 en 7016 van het subdossier MO03 PL0600-2017035399 (Map 10):

[benadeelde 9]
[rekeningnummer]
Datum Omschrijving Bedrag (€)
09-01-2017 Naam: [benadeelde 4] 1.599,--
Tegenrekening [rekeningnummer]
Mutatiesoort Internet bankieren (GT)
0050002571492705 LG 55 inch OLED TV
55EG910V [bedrijf 5]
Kenmerk: 07-01-2017 16:25
Datum Omschrijving Bedrag (€)
09-01-2017 Naam: [benadeelde 4] 969,--
Tegenrekening [rekeningnummer]
Mutatiesoort Internet bankieren (GT)
0050002571475315 Apple MacBook Air
13.3
Core iS 1 [bedrijf 5]
Kenmerk: 07-01-2017 16:09
Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 6] van 10 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7099 van het subdossier MO03 PL0600-2017035399
(Map 10):
De heer [naam] , medewerker bij de BCC, verklaarde aan mij dat op 7 januari 2017 omstreeks 17.00 uur, de betreffende MacBook door een vrouw was afgehaald bij het afhaalpunt van het filiaal van de BCC in [plaats] .
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam] bij de rechter-commissaris van 22 oktober 2020, zakelijk weergegeven:
Ik ken [medeverdachte 1] . Ik moest voor hem een MacBook bij de BCC in [plaats] ophalen. [naam] had een bestelbon bij zich en daarmee ben ik naar binnengelopen.
Een tapgesprek met sessienummer 222946, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7117 van het subdossier MO03 PL0600-2017035399 (Map 10):
Datum: 7-1-17 16:09
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] zegt dat [telefoonnummer] die (onverstaanbaar) moet bellen en naar BCC [plaats]
[telefoonnummer] stuurt [telefoonnummer] de scanbevestiging.
[telefoonnummer] zegt dat hij haar vast moet bellen, dat ze klaar moet staan
Een tapgesprek met sessienummer 222956, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7118 van het subdossier MO03 PL0600-2017035399 (Map 10):
Datum: 7-1-17 16:22
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] vraagt waar [telefoonnummer] is
[telefoonnummer] is onderweg naar haar
[telefoonnummer] zegt dat het al klaar staat in [plaats] , een MacBook
Het proces-verbaal van aangifte van[benadeelde 10]van 27 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7210 tot en met 7218 van het subdossier MO03 PL0600-2017051570 (Map 10):
Ik ben op 25 januari 2017 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een cassetterecorder te koop had gezet. Ik vertelde hem dat ik er € 25,-- voor wilde hebben. Hij ging daarmee akkoord. Ik heb hem toen een foto van mijn bankpas gestuurd. Vervolgens zei [naam] dat hij [benadeelde 3] zakelijk heeft en dat ik de betaling moest bevestigen. Daarna zou het geld direct op mijn rekening staan. Hij vroeg mij of ik de [scanner] bij de hand had. Hij zei dat ik mijn pas erin moest doen, daarna de pin moest invoeren en vervolgens moest scannen. Vervolgens zou ik een bevestigingsnummer te zien krijgen. Deze moest ik hem doorgeven. Dit heb ik vervolgens gedaan. Daarna moest ik dit nogmaals doen en ook moest ik een herbevestiging doen. Toen zei hij dat het erop zou komen te staan maar dat het een uur kan duren. Ik moest de betaling niet via de app van de [benadeelde 3] in de gaten houden want dan zou de transactie mislukken. Vervolgens moest ik nog een keer bevestigen en het bevestigingsnummer aan hem doorgeven. Even later zag ik dat er in totaal € 6.000,-- van mijn rekening was afgeschreven naar een onbekend rekeningnummer.
Het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens [benadeelde 3] van 16 februari 2017 zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7235 tot en met 7239 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (Map 10):
Op 26 januari 2017 hebben er twee overboekingen van € 5.000,-- en € 1.000,-- plaatsgevonden van [rekeningnummer] ( [benadeelde 10] ) naar [rekeningnummer] ( [naam] ). Vervolgens hebben er op 26 januari 2017 drie geldopnames plaatsgevonden van in totaal
€ 5.000,-- van rekening [rekeningnummer] ( [naam] ) bij een geldautomaat van de [benadeelde 3] . Van de geldopnamen zijn beelden beschikbaar, welke zijn opgeslagen en bij deze aangifte zijn gevoegd.
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] van 13 maart 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7248 van het subdossier MO02 PL0600-2017051570
(Map 10):
Er wordt mij voorgehouden dat er beelden zijn waarop is te zien dat er door een persoon geld wordt gepind. Het gaat om een bedrag van € 5.000,--, van de rekening van [naam] . De beelden worden mij getoond. Ik kan daarover het volgende zeggen. Ja ik heb gepind. Iemand heeft gevraagd aan mij om te pinnen. Ik ben dit inderdaad. Voor deze kreeg ik € 150,--.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte
[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:
Ik moest geld voor [verdachte] pinnen. Ik gaf het gepinde geld vervolgens aan [verdachte] . Ik kreeg altijd € 100,-- of € 150,--. De rest van het geld gaf ik aan [verdachte] .
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 1 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7622 tot en met 7626 van het subdossier MO03 PL0600-2016604519 (Map 11):
Ik ben op 28 november 2016 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een DVD recorder te koop had gezet. We kwamen een prijs overeen. [naam] vertelde mij dat zijn vrouw een zakelijke rekening heeft. Hij stuurde mij een foto van een bankpas met daarop de naam [naam] , rekeningnummer [rekeningnummer] . Ik stuurde vervolgens een foto van mijn bankpas op naam van [naam] met rekeningnummer [rekeningnummer] . [naam] vroeg mij toen of ik de zakelijke betaling kon bevestigen, daarna zou het geld direct op de rekening staan. [naam] zei tegen mij dat ik de edentifier bij de hand moest hebben, mijn pas erin moest steken, op één moest drukken en mijn pincode moest intoetsen. Daarna zou ik een bevestigingsnummer in beeld krijgen. Deze diende ik aan [naam] door te geven. Dit heb ik vervolgens gedaan. Daarna moest ik herbevestigen door nogmaals hetzelfde te doen. Ik gaf wederom een bevestigingsnummer aan [naam] door. [naam] zei mij toen dat hij een verkeerd rekeningnummer had ingetoetst. Ik moest de betaling opnieuw bevestigen. Dit heb ik weer gedaan, op dezelfde manier. Daarna heb ik herbevestigd. [naam] zei dat hij een melding kreeg met ‘ter controle opnieuw’. Hij zei tegen mij dat ik de pas erin moest doen, op twee moest klikken en de pin moest invoeren. Ook vroeg hij om het bevestigingsnummer. Ik heb de stappen opgevolgd en hem de bevestigingscode gegeven. Hierna moest ik dit alles nogmaals, voor de laatste keer, doen. Dit heb ik gedaan. [naam] zei toen tegen mij dat het was mislukt. Ik heb toen weer een aantal keer de stappen opgevolgd en het bevestigingsnummer aan [naam] doorgegeven. Later hoorde ik van een medewerker van de bank dat er € 4.999,-- was overgemaakt naar de Media Markt. Er bleek een televisie te zijn besteld.
Een tapgesprek, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7678 van het subdossier MO03 PL0600-2016604519 (Map 11):
Telefoonnummer [telefoonnummer] belt klantenservice Media Markt, telefoonnummer [telefoonnummer] , en stelt zich voor als [naam] . De rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat [telefoonnummer] zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] : ik zie in mijn systeem dat euh, dat u want u heeft vandaag nogmaals met ons contact opgenomen op 09.24 uur. En dat euh er een bedrag van 4999 euro is afgeschreven en euhm en of u dit kan annuleren?
[telefoonnummer] : annuleren?
[telefoonnummer] : heeft u zelf niet contact opgenomen?
[telefoonnummer] : ja nee dat heeft mijn moeder dan gedaan
[telefoonnummer] : ja
[telefoonnummer] : omdat in [plaats] dat is veelste ver voor ons, en dat gaat hem dus niet worden. Dat is niet in de buurt. Vandaar dat ik ook bel. Mijn moeder is zelf op het werk, vandaar ook dat ik hem kom ophalen en ja [plaats] was te ver en vandaar dat het misschien om annuleren ging.
[telefoonnummer] : euhm want hier staat, er is een bestelling geplaatst van u rekening euh echter geplaatst op een andere naam en woonplaats. Klant geeft zelf aan dat de bestelling niet is geplaatst door hem.
[telefoonnummer] : en heren dat klopt niet, dat klopt helemaal niet.
[telefoonnummer] : ooh oke euh, heeft u een moment, ik ga het even bespreken.
[telefoonnummer] : ja
[telefoonnummer] : bedankt voor het wachten. Hallo, ja bedankt voor het wachten. Ik heb het even besproken met mijn collega. Ik vind het heel jammer, maar wij kunnen deze niet meer wijzigen. U zult toch langs [plaats] moeten rijden om het artikel op te halen bij levering zeg maar.
[telefoonnummer] : oohw ja dat is eigenlijk wel veelste ver voor ons.
[telefoonnummer] : nee dat begrijp ik, ik had dat graag voor u willen rechtzetten, maar dat is alleen niet meer mogelijk helaas.
[telefoonnummer] : en mochten we het annuleren, hoelang duurt het voordat het weer terug op de rekening komt?
[telefoonnummer] : euh als u dit wilt annuleren dan moet dat via de winkel gebeuren, omdat u afhalen in de winkel heeft gekozen.
(Gelet op de omstandigheid dat met het nummer [telefoonnummer] op 30 november 2016 voorafgaand aan het gesprek zoals hierboven uiteengezet is gebeld naar de klantenservice van de Media Markt en dat na afloop van dit gesprek eveneens op 30 november 2016 met het nummer [telefoonnummer] contact is opgenomen met de Media Markt [plaats] , leidt de rechtbank af dat het hierboven uiteengezette gesprek eveneens plaatsvond op 30 november 2016).
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 6 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7910 tot en met 7912 van het subdossier MO03 PL0600-2017046355 (Map 11):
Ik ben op 4 december 2016 door [naam] , met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een radio te koop had gezet. We kwamen een prijs overeen. Hij wilde het geld overmaken maar hij had geen [benadeelde 4] . Ik moest vervolgens inloggen in mijn [benadeelde 4] en de volgende handelingen verrichten: ga naar mobiel bankieren, gegevens en instellingen en dan iPhone 5 activeren. Vervolgens zou ik een tancode ontvangen (via mijn eigen telefoon). Deze code moest ik invullen in het computersysteem bij de [benadeelde 4] . Daarna zou er een bevestigingscode verschijnen. Deze moest ik aan [naam] doorgeven. Ik heb hem ook een kopie van mijn rijbewijs en bankpas van de [benadeelde 4] moeten appen. Ik werd vervolgens gebeld door de [benadeelde 4] . Er werd mij verteld dat er € 317,-- en € 470,-- van mijn bankrekeningnummer, [rekeningnummer] , was afgeschreven.
Het proces-verbaal van onderzoek bestelling eten van 25 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7956 van het subdossier MO03 PL0600-2017046355 (Map 11):
Door een medewerker van de bank is aan aangeefster [slachtoffer] verteld dat er € 317,-- en
€ 470,-- op de rekening van ‘ [bedrijf 6] ’ was bijgeschreven. Door [bedrijf 6] .com werd de informatie verstrekt dat op 4 december 2016 bij restaurant [bedrijf 7] een bestelling was gedaan ter waarde van € 420,--. Ook was er op 4 december 2016 een bestelling gedaan bij restaurant ‘ [bedrijf 9] ’. Beide bestellingen zijn telefonisch gedaan door ene [naam] .
Een tapgesprek met sessienummer 53840, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7957 van het subdossier MO03 PL0600-2017046355 (Map 11):
Datum: 4-12-16 18:27
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] : ja luister kun je nog bezorger voor mij rijden?
[telefoonnummer] : wat dan?
[telefoonnummer] : 7 kratten redbull
[telefoonnummer] : ja ma
[telefoonnummer] : ja en daarna door naar de Griek, meer dan 20 schotels
Een tapgesprek met sessienummer 53927, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7957 van het subdossier MO03 PL0600-2017046355 (Map 11):
Datum: 4-12-16 18:43
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer]
Opmerking verbalisant:
Op internet is het gebelde nummer opgezocht. Het nummer blijkt te zijn gekoppeld aan de [bedrijf 7] te [plaats] .
[telefoonnummer] stelt zich voor als [naam]
[telefoonnummer] zegt: we zitten in een verbouwing. We hebben geprobeerd u te bellen, omdat het ook een vrij aparte bestelling was
[telefoonnummer] moet bij de [bedrijf 10] komen aan de [straat] op [plaats] . Daar kan hij de redbull ophalen
Een tapgesprek met sessienummer 53929, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7958 van het subdossier MO03 PL0600-2017046355 (Map 11):
Datum: 4-12-16 18:45
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] zegt dat [telefoonnummer] naar de [bedrijf 10] moet gaan. En moet zeggen dat hij de bestelling van zijn vriend [naam] komt ophalen
Daarna gaat een stukje weer over het ophalen van de Red Bull
[telefoonnummer] : he ik heb je toch een sms’je gestuurd
[telefoonnummer] :ja verwijderen
[telefoonnummer] : nee met die 420 euro ofzo
[telefoonnummer] : Ja
[telefoonnummer] : dat is die van de [bedrijf 7]
[telefoonnummer] : oké
[telefoonnummer] : en jij moet mijn naam veranderen in [naam]
Opmerking verbalisant:
Bovenstaande gesprekken hebben betrekking op het bestellen van zeven traytjes a 24 blikjes Red Bull.
Op de website van de [bedrijf 10] kost een blikje Red Bull € 2, 50 . Totaal zijn er 168 blikjes
besteld x € 2, 50 = € 420,--.
Een tapgesprek met sessienummer 54398, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7958 van het subdossier MO03 PL0600-2017046355 (Map 11):
Datum: 4-12-16 20:25
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer]
Opmerking verbalisant:
Het gebelde nummer is het nummer van het restaurant ‘ [bedrijf 9] ’.
[telefoonnummer] heeft eten besteld en men bespreekt hoe het opgehaald wordt in verband met de grote hoeveelheid.
Een tapgesprek met sessienummer 54404, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7959 van het subdossier MO03 PL0600-2017046355 (Map 11):
Datum: 4-12-16 20:30
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] heeft eten besteld en [telefoonnummer] gaat dit nu ophalen.
Een tapgesprek met sessienummer 54425, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7960 van het subdossier MO03 PL0600-2017046355 (Map 11):
Datum: 4-12-16 21:11
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] zegt dat hij maar zes schotels heeft. [telefoonnummer] heeft het over acht schotels. [telefoonnummer] is het bonnetje kwijt.
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 6 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 8015 en 8016 van het subdossier MO03 PL0600-2017024843 (Map 12):
Ik ben op 6 januari 2017 door een persoon, met telefoonnummer [telefoonnummer] , benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een radio te koop had gezet. Ik liet de persoon weten dat ik er € 50 ,-- exclusief verzendkosten voor vroeg. De persoon melde dat het akkoord was en dat hij direct het geld zou overmaken. De persoon zei mij dat zijn zoon een bedrijfsrekening had bij de [bedrijf 3] en dat hij deze rekening ging gebruiken om te betalen. Vervolgens werd mij gevraagd een foto van mijn bankpas te sturen. Dit heb ik gedaan. Hierna moest ik met mijn bankpas inloggen op internetbankieren van de [bedrijf 3] . De koper vroeg mij of ik de zakelijke rekening wilde bevestigen. Ik vertrouwde het niet. De koper stuurde mij toen een foto van zijn rijbewijs op naam van [naam] . Ik heb hierna na aandringen de betaling bevestigd. Ik kwam er daarna achter dat er van mijn rekening ( [rekeningnummer] ) € 23.045,38 was overgemaakt naar rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [bedrijf 8] .
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] van 16 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 8083 en 8086 van het subdossier MO03 PL0600-2017024843 (Map 12):
Ik ben de eigenaar van [bedrijf 8] . Ik heb op 6 januari 2017 om 04:21 uur een bestelling met een opvallend bedrag binnengekregen, te weten € 23.045,38. Er was twee keer een goudbaar van 10 troy ounce (311 gram per goudbaar) besteld. De tenaamstellingen van de factuurgegevens en de bankgegevens kwamen niet overeen. De tenaamstelling van de factuur was [medeverdachte 1] . De tenaamstelling van de bankrekening waarmee was betaald betrof [slachtoffer] .
Een tapgesprek met sessienummer 216862, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 8099 van het subdossier MO032 PL0600-2017024843 (Map 12):
Datum: 6-1-17 4:43
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] heeft ‘goud’ besteld voor 23 K
[telefoonnummer] vraagt 23.000
[telefoonnummer] zegt ja
[telefoonnummer] zegt dat 09.00 de winkel opengaat
[telefoonnummer] zegt dat ze straks moeten gaan
[telefoonnummer] zegt hoe laat omdat [naam] de auto heeft
[telefoonnummer] zegt dat ie factuurnummer en factuuradres [straat] heeft gedaan
[telefoonnummer] leest voor ‘goudbar 10, troy voor 23.000, goudwinkel’
[telefoonnummer] zegt dat [telefoonnummer] toch via een andere rekening heeft betaald, en dat ie er eentje geopend heeft en waarom [telefoonnummer] dat niet verteld heeft
[telefoonnummer] zegt dat dat niet een [benadeelde 3] was, maar een [bedrijf 3]
[telefoonnummer] vraagt of dat dan wel goed gaat
[telefoonnummer] zegt natuurlijk
Een tapgesprek met sessienummer 217839, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 8101 en 8102 van het subdossier MO03 PL0600-2017024843 (Map 12):
Datum: 6-1-17 14:38
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer]
[telefoonnummer] zegt dat hij voor 23 ‘K’ goud heeft gekocht
[telefoonnummer] : heb je het ook al verkocht?
[telefoonnummer] : nee die komt dinsdag
[telefoonnummer] : het goud, als je dat hebt, dan zal ik die kopen. Alles.
[telefoonnummer] : he goud komt dinsdag
[telefoonnummer] : als het het is, zeg het me dan. Ik koop alles. 100%
[telefoonnummer] : bra, kost 23 ‘K’. Hoeveel geef jij?
[telefoonnummer] : Ik geef je... euhh even kijken wat kan
[telefoonnummer] : 6… 600... even kijken 662 gram
[telefoonnummer] : Ja, hoeveel karaat?
[telefoonnummer] : 14.662 gram
[telefoonnummer] : ja, ik ga die straks uitrekenen. Ik denk dat ik goede prijs kan geven. Waar je blij van wordt
[telefoonnummer] : zeg maar een prijs
[telefoonnummer] : ja ik moet gaan uitrekenen. Jij koopt het he, ik koop het ook van jou. Maar ja, jij koopt op niet qua goud maar. Wat heb je gekocht? Zijn het sieraden of wat zijn het?
[telefoonnummer] : nee...
[telefoonnummer] : of… praat niet vanuit. Ik praat later met jou. Maar ik koop
[telefoonnummer] : blok
[telefoonnummer] : haa... heb je zo dingen gekocht?
[telefoonnummer] : ja twee
[telefoonnummer] : twee keer 300 dingen
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 3] van 7 februari 2017 zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 11049 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] (Map 17):
Mijn telefoonnummer is [telefoonnummer] .
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] van 8 februari 2017 zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 8169 en 8170 van het subdossier MO03 PL0600-2017024843 (Map 12):
[naam] heeft dingen besteld, goud, op mijn naam. Ik heb hem mijn ID gegeven en heb gezegd 'probeer maar, maar ik ga het niet ophalen’.
Feit 3
Door de rechtbank wordt verwezen naar de hiervoor onder 11, 12, 16, 20, 36, 40, 41, 46, 60, 66 en 85 genoemde bewijsmiddelen.
Feit 4
In aanvulling op de bewijsmiddelen zoals hiervoor genoemd onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 van het eerste feit en onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 9, 10, 98, 100 en 101 van het tweede feit:
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 26 april 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9310 en 9311 van het subdossier computervredebreuk
(Map 15):
Ik ben op 25 april 2016 door [naam] (adres: [adres] ) benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een gitaar te koop had gezet. Nadat we een prijs waren overeengekomen, vertelde zij mij dat zij een zakelijke rekening had. Ik moest via mijn [benadeelde 4] een aantal handelingen verrichten zodat de zakelijke betaling zou slagen. Zij heeft mij toen geïnstrueerd om op de site van de [benadeelde 4] de zakelijke betaling te bevestigen. Ik ben te goed van vertrouwen geweest en heb haar instructies opgevolgd. Zodoende heb ik via mobiel bankieren toestemming gegeven om op mijn rekening te kunnen bankieren. Ik kreeg namelijk van de bank een tancode welke ik moest invoeren. Daarna kreeg ik een bevestigingscijfer. [naam] zei dat met deze cijfers de betaling afgerond kon worden maar met deze cijfers heb ik haar de toegang verschaft tot mijn rekening. Zij heeft vervolgens € 755,-- van mijn rekening overgeschreven naar rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [naam] .
Een, als bijlage bij het hiervoor onder 1 genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een screenshot van WhatsApp-berichten tussen aangever [slachtoffer] en [naam] , pag. 9314 tot en met en 9318 van het subdossier computervredebreuk (Map 15).
In aanvulling op de bewijsmiddelen zoals hiervoor genoemd onder 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 60, 61, 66, 67, 68, 69, 70, 79, 80, 81, 82, 83, 84, 85, 86, 87, 88, 89, 90, 91, 92, 93, 94, 95, 96, 97, 102, 103, 104, 105, 106, 107, 122, 123, 124, 125, 126 en 127 van het tweede feit:
Het proces-verbaal van aangifte van[slachtoffer]van 19 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9326 en 9327 van het subdossier computervredebreuk (Map 15):
Ik ben op 18 december 2016 door [naam] benaderd op WhatsApp nadat ik een advertentie op Marktplaats had geplaatst waarin ik een trompet te koop had gezet. [naam] heeft mij overgehaald om hem codes te verstrekken en in te loggen op mijn [benadeelde 3] internetbankieren ten behoeve van zijn zakelijke betaalrekening. [naam] stuurde mij foto’s van internetbankieren en ik scande vervolgens deze afbeeldingen met mijn [scanner] . Hij heeft mij een kopie van een rijbewijs gestuurd op naam van [naam] . Toen ik geen codes meer wilde geven, begon hij te dreigen met dat hij langs zou komen met zijn clubleden van [club] . Toen ik op mijn internetbankieren was ingelogd, zag ik dat mijn inlogcodes waren veranderd. Ook zag ik dat er € 980,-- en € 20,-- was overgemaakt van mijn rekening naar het rekeningnummer [rekeningnummer] . Als tekst stond erbij geschreven: ‘Haha’.
Een, als bijlage bij het hiervoor onder drie genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een overzicht van de WhatsApp-berichten tussen aangever [slachtoffer] en [naam] , zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9328 van het subdossier computervredebreuk (Map 15):
18-12-16
+ [telefoonnummer] :
Beste,
Ik bericht u betreft de trompet
Hoe is de staat?
Wat is uw prijs incl verzenden?
Gr [naam]
[naam] :
De staat is goed, direct te bespelen, voor 150 wil ik hem wel opsturen
+ [telefoonnummer] :
Akkoord
Feit 5
In aanvulling op de bewijsmiddelen zoals hiervoor genoemd:
Een tapgesprek met sessienummer 18803, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9768 van het subdossier criminele organisatie (Map 16):
Datum: 29-11-16 17:32
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is
[telefoonnummer] : heb je [benadeelde 3]
[telefoonnummer] : wat
[telefoonnummer] : heb je [benadeelde 3] nu?
[telefoonnummer] : eeeeeeeeeeeuuuuuuuhhhh ja
[telefoonnummer] : fiks het snel bro
[telefoonnummer] : kom maar mee ik wil niet alleen zijn
[telefoonnummer] : ooohhhh
[telefoonnummer] : wat
[telefoonnummer] : fiks nu die kanker [benadeelde 3] even snel
Een tweetal tapgesprekken met sessienummers 20251 en 20349, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7688 en 7689 van het subdossier MO03 PL0600-2016604519 (Map 11):
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Datum: 30-11-16 12:18
[telefoonnummer] heeft een televisie gekocht van 5 kop (opm. verbalisant 5.000 euro) en deze staat klaar bij de Media Markt in [plaats] , alleen is deze zo groot dat ie niet in een auto past. Er wordt gesproken over hoe ver het rijden is en hoe ze de televisie moeten gaan vervoeren. Er gaan nog twee personen mee om de televisie op te halen.
Datum: 30-11-16 12:28
Er wordt gesproken over de bestelbus waarmee ze de televisie gaan ophalen. [telefoonnummer] vraagt aan [telefoonnummer] aan wie die de TV weg gaat doen. [telefoonnummer] zegt aan " [naam] " voor twee kop. [telefoonnummer] weet misschien wel iemand anders. Hij gaat het navragen.
Een tapgesprek met sessienummer 21966, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7699 en 7700 van het subdossier MO03 PL0600-2016604519 (Map 11):
Datum: 30-11-16 17:43
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is
[telefoonnummer] vraagt waar [telefoonnummer] is. [telefoonnummer] zegt op de terugweg. [telefoonnummer] vraagt of het niet gelukt is. [telefoonnummer] zegt dat het weer niet gelukt is. [telefoonnummer] vraagt wie er bij waren dan. Eentje was er door [telefoonnummer] geregeld. [telefoonnummer] moet raden wie dat is: hij noemt de naam [naam] . Die was het niet aldus [telefoonnummer] . [telefoonnummer] zegt dat de politie kwam.
Een tapgesprek met sessienummer 28735, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 11154 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] (Map 17):
Datum: 1-12-16 17:58
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] : He, luister, er staat 20 op [benadeelde 3] . Aub, tekst nu, nu, nu, nu.
[telefoonnummer] : [naam] , ik [naam] ?
[telefoonnummer] : [benadeelde 3] , [benadeelde 3] , [benadeelde 3] , ik zweer het, er staat 20 op. Ik heb die geopend. Hup, snel bra. Ik heb die geopend
[telefoonnummer] : Ja, van waar?
[telefoonnummer] : Jij hebt toch die ene?
[telefoonnummer] : Van die junk?
[telefoonnummer] : Ja pak hem snel, 20. Aub, snel.
[telefoonnummer] : Ja ik kan nu niet, ik ben bij mijn ouders
[telefoonnummer] : Ik ken ook wel iemand die heeft
[telefoonnummer] : Ja euh [naam]
[telefoonnummer] : Wie is [naam]
[telefoonnummer] : [naam] ?
Een tapgesprek met sessienummer 50411, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 11155 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] (Map 17):
Datum: 3-12-16 23:06
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] vraagt of [telefoonnummer] geen vrienden heeft die [benadeelde 4] of [bedrijf 11] heeft. [telefoonnummer] zegt dat hij via zijn ouders [bedrijf 11] kan sturen en via [naam] [benadeelde 4] . [telefoonnummer] zegt dat [naam] volgens hem [bedrijf 11] . [telefoonnummer] vraagt of [telefoonnummer] toch niet met [naam] is, en [telefoonnummer] zegt dat [telefoonnummer] toch geld nodig heeft.
Een tapgesprek met sessienummer 58843, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 11156 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] (Map 17):
Datum: 5-12-16 18:36
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] : he ik heb [benadeelde 3]
[telefoonnummer] : ja
[telefoonnummer] : ik heb nou [benadeelde 3] met meer dan 10 snoepjes
[telefoonnummer] : waar ben je dan kom ik snel naar je toe
[telefoonnummer] : rij maar naar [straat] van [naam]
[telefoonnummer] : ja ik ben al onderweg
[telefoonnummer] : snel
Een tapgesprek met sessienummer 83083, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 11157 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] (Map 17):
Datum: 10-12-16 15:04
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] vraagt of [telefoonnummer] nog wat gefixt heeft voor hem. [telefoonnummer] zegt dat ie "max kop naar [benadeelde 3] " kon overmaken.
[telefoonnummer] vraagt of [telefoonnummer] die "groene" niet kan regelen. [telefoonnummer] zegt dat daar bijna niks op zit.
Een tapgesprek met sessienummer 86043, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 11112 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] (Map 17):
Datum: 11-12-16 16:14
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] : goud
[telefoonnummer] : he [benadeelde 3]
[telefoonnummer] : ja nu
[telefoonnummer] : ja van waar ik weet niet wat die man nu heeft.
[telefoonnummer] : je weet toch (onverstaanbaar)
[telefoonnummer] : die gast geef mij (onverstaanbaar) hebben ook geen internet
[telefoonnummer] : bewindvoerder
[telefoonnummer] : geen internetbankieren
[telefoonnummer] : [benadeelde 3] scannen internetbankieren
[telefoonnummer] : he
[telefoonnummer] :met [benadeelde 3] scannen bro probeer
[telefoonnummer] zegt als het gefixt is laat me het weten ja
Een tapgesprek met sessienummer 90619, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 11113 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] (Map 17):
Datum: 13-12-16 21:02
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] vraagt of [telefoonnummer] [benadeelde 3] heeft, hij heeft er eentje open. [telefoonnummer] zegt dat ie "mijne" heeft. [telefoonnummer] laat het weten als ie wat heeft.
Een tapgesprek met sessienummer 95439, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9776 van het subdossier criminele organisatie (Map 16):
Datum: 14-12-16 13:27
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] : He luister, ik heb ook dinges he, een paar stuks.
[telefoonnummer] : wha
[telefoonnummer] : [benadeelde 3]
[telefoonnummer] : Ja komt goed
Een tapgesprek met sessienummer 92340, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 11114 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] (Map 17):
Datum: 14-12-16 0:22
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] vraagt of [telefoonnummer] wat nodig heeft. [telefoonnummer] zegt dat het niet op limiet stond, "hij" heeft kop gepind, er stond nog 4 kop op.
[telefoonnummer] : Niet praten.
[telefoonnummer] : Hij heeft 1 gepakt en er zijn nog 4 er op.
[telefoonnummer] : Ja. Moetje?
[telefoonnummer] : Hmm.
[telefoonnummer] : Ik heb ook.
[telefoonnummer] : Laat maar achter.
[telefoonnummer] : Ja, is goed.
Een tapgesprek met sessienummer 102136, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 12777 van het subdossier criminele organisatie (map 20):
Datum: 16-12-16 17:56
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] : ben je actief
[telefoonnummer] : ik ben met anderhalf uur thuis en dan gelijk actief
[telefoonnummer] : ja
[telefoonnummer] : ik bel je je hebt er eentje he
[telefoonnummer] : ja
Een tapgesprek met sessienummer 143211, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9778 van het subdossier criminele organisatie (Map 16):
Datum: 23-12-16 22:22
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] vraagt waar de ander is. Thuis. [telefoonnummer] zegt dat hij ' [benadeelde 3] ' nodig heeft maar niet ' [benadeelde 3] ' die zij hebben. Hij spelt [naam] . [telefoonnummer] zegt aaahhh die. [telefoonnummer] zegt 15. [telefoonnummer] heeft die niet. Mag ook [bedrijf 11] . Die heeft hij wel. Dat mag ook. [telefoonnummer] vraagt of het gelijk komt. Binnen twee uurtjes zegt [telefoonnummer] . [telefoonnummer] zegt dat hij nu die gaat bellen. Moet wel met internetbankieren zegt [telefoonnummer] . [telefoonnummer] gaat het regelen.
Een tapgesprek met sessienummer 143363, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9779 van het subdossier criminele organisatie (Map 16):
Datum: 23-12-16 22:32
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] belt [telefoonnummer] . [telefoonnummer] vraagt hoeveel kan. [telefoonnummer] zegt kan 5 eraf. Is met ‘ [benadeelde 4] ’ bankier. [telefoonnummer] denkt van wel. 'Hij' gaat die ding ophalen om te maken. [telefoonnummer] zegt dat hij ook die app. moet hebben anders kan het niet. [telefoonnummer] zegt dat hij twee stuks gaat ophalen. [telefoonnummer] wil weten of hij ook die kastje heeft. Ja die haalt hij nu op zegt [telefoonnummer] . Welk kastje. Die 'S' toch. Ja. [telefoonnummer] zegt dat 5 wel weinig is. [telefoonnummer] dat er niet meer vanaf gehaald kan worden. [telefoonnummer] vraagt hoe [telefoonnummer] het wil doen. [telefoonnummer] zegt dat hij die ding maar moet regelen en dan moet komen. Is goed.
Een tapgesprek met sessienummer 145218, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9780 van het subdossier criminele organisatie (Map 16):
Datum: 23-12-16 23:40
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] zegt dat hij thuis is en bezig. [telefoonnummer] moet die ' [benadeelde 3] ' regelen. [telefoonnummer] zegt dat hij hem bij zich heeft. [telefoonnummer] wil weten of alles al omhoog is. Dat bevestigt [telefoonnummer] . Dat heeft [telefoonnummer] net zelf gedaan.
Een tapgesprek met sessienummer 203112, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9781 van het subdossier criminele organisatie (Map 16):
Datum: 4-1-17 22:45
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] vraagt of [telefoonnummer] direct [benadeelde 3] kan regelen
[telefoonnummer] zegt dat die [naam] hem net belde.
[telefoonnummer] zegt dat hij die net ook gebeld heeft
[telefoonnummer] zegt dat er meer dan 15 opstaat, maar dat zij niet wil.
[telefoonnummer] zegt dat "zij" heeft gezegd dat zij overdag wil, en [telefoonnummer] heeft gezegd dat overdag of nu hetzelfde is, de garantie is 5, en die andere doe je spoed, doe je morgenvroeg
"Zij" zei dat ze een beetje bang was, [telefoonnummer] zegt dat ze dan op moet donderen.
[telefoonnummer] vraagt of de vrouw van (niet te verstaan) niet wat kan regelen.
[telefoonnummer] zegt dat die geen vrouw heeft
[telefoonnummer] zegt dat [telefoonnummer] moet proberen te regelen
[telefoonnummer] zegt dat hij wel wat kan regelen met een meisje waar hij bij in de klas zat
[telefoonnummer] zegt dat hij haar nu moet bellen
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 3] van 28 april 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 11141 van het persoonsdossier van [medeverdachte 3] (Map 17):
Ik zocht iemand die een rekening had bij de [benadeelde 3] . Die persoon zou geld krijgen voor zijn pas. Degene ging dan met mij en nog iemand mee. Degene moest zijn pasje afgeven. Ik heb één iemand geregeld, die [naam] . Ik kreeg € 150,--. Dit bedrag heb ik aan [naam] gegeven.
Een tapgesprek met sessienummer 88747, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 16079 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (map 24):
Datum: 13 december 2016 03:27
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] : he broer luister ik kan niet actief gaan ik heb geen nieuw nummer man jij hebt toch simkaart gekregen
[telefoonnummer] : wat
[telefoonnummer] : gebruik jij die simkaart die je vandaag hebt gekregen
[telefoonnummer] : ik heb een hele doos Lyca
[telefoonnummer] : heb je bij je thuis
[telefoonnummer] : ja
[telefoonnummer] : kun je eentje activeren en mij die nummer geven zodat ik de whatsapp daarop kan doen
[telefoonnummer] : ja wacht even dan
[telefoonnummer] : je moet wel in je telefoon doen he
[telefoonnummer] : ja duh wacht he even kijken he [verdachte]
[telefoonnummer] : ja
[telefoonnummer] : is wel Lyca he
[telefoonnummer] : maakt niet uit heb je al bericht gedaan
[telefoonnummer] : nee bijna wacht
[telefoonnummer] : weetje hoe je de telefoonnummer kunt zien
[telefoonnummer] : van deze
[telefoonnummer] : ja
[telefoonnummer] : nee moet je mij zo even zeggen
[telefoonnummer] : nee ik weet toch niet wat het telefoonnummer is
[telefoonnummer] : ja kan ik nou even kijken is geen probleem
[telefoonnummer] : e moet [telefoonnummer]
: oké
[telefoonnummer] : maar eerst activeren he
[telefoonnummer] : hoe doe je dat ook al weer bij Lyca
[telefoonnummer] : [telefoonnummer] of [telefoonnummer] staat toch op die ding man. Je moet wachten tot service komt eerst
Je hoort op de achtergrond: welkom bij Lyca
[telefoonnummer] : He [verdachte]
[telefoonnummer] : ja
[telefoonnummer] : zegt service gebruik (onverstaanbaar) je kunt uitbellen
[telefoonnummer] : ja oke doe
[telefoonnummer] : wacht even ik heb Lyca ooh hier man nummer is deze
[telefoonnummer] : ik heb net bericht gekregen mijn nummer mijn lyca nummer is [telefoonnummer] kan dat
[telefoonnummer] : wacht even ik stuur een smsje [telefoonnummer] heb je sms gekregen
[telefoonnummer] : nee volgens mij niet wat heb je gestuurd ooh whatsapp bericht
[telefoonnummer] : ja whatsapp code
[telefoonnummer] : oke je whatsapp code is [nummer]
[telefoonnummer] : is gelukt
[telefoonnummer] : ja
[telefoonnummer] : ik ga nu (onverstaanbaar)
[telefoonnummer] : ik geef je morgen die hele doos ja
[telefoonnummer] : he
[telefoonnummer] : ik heb die hele doos Lyca
[telefoonnummer] : is goed bro
[telefoonnummer] : ik gooi die simkaart weg he
[telefoonnummer] : ja gooi weg bedankt
[telefoonnummer] : geen dank
Een tapgesprek met sessienummer 151696, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 16093 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (map 24):
Datum: 24 december 2016 18:14
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] : wacht even bro waar ben je
[telefoonnummer] : ik ben nou bij de ik ga nou die shit verhogen
[telefoonnummer] : dus je hebt hem al
[telefoonnummer] : nee ik ben nu bij de onverstaanbaar ze geeft hem nou
[telefoonnummer] : is goed snel
Een tapgesprek met sessienummer 151707, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 16094 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (map 24):
Datum: 24 december 2016 18:27
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] zegt oké [rekeningnummer] en de naam is [naam]
[telefoonnummer] zegt oké wanneer ben je bij [naam]
[telefoonnummer] zegt euh geef mij 5 minuten en dan ben ik daar
[telefoonnummer] zegt oké rij maar
Een tapgesprek met sessienummer 151778, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 16099 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (map 24):
Datum: 24 december 2016 19:25
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] : waar ben je
[telefoonnummer] : ik ben nou bij de bank
[telefoonnummer] : pin vast een kop
[telefoonnummer] : ja is goed
Een tapgesprek met sessienummer 151780, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 16101 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (map 24):
Datum: 24 december 2016 19:27
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] : heb je gepind
[telefoonnummer] : ja
[telefoonnummer] : heb je in je zak
[telefoonnummer] : ja
[telefoonnummer] : oké wacht even blijf daar he
[telefoonnummer] : ja
[telefoonnummer] : broer je moet weer gaan pinnen bro
[telefoonnummer] : hoeveel
[telefoonnummer] : hoeveel heb je net gepind
[telefoonnummer] : 1000
[telefoonnummer] : nou 4 kop snel
[telefoonnummer] : zegt jo
Een tapgesprek met sessienummer 151784, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 16104 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (map 24):
Datum: 24 december 2016 19:33
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] : met wie ben jij eigenlijk
[telefoonnummer] : met galid enzo
Een tapgesprek met sessienummer 22379, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 18005 van het zaakdossier criminele organisatie (map 27):
Datum: 22 januari 2017 0:58
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer]
[telefoonnummer] vraagt of [verdachte] kan helpen, want hij heeft eentje open. [verdachte] wil weten wat. [telefoonnummer] zegt dat [verdachte] die laatste paar delen voor hem moet doen. [verdachte] vraagt of [telefoonnummer] de nummers stuurt.
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] van 7 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1048 van het persoonsdossier (Map 2):
U noemt het telefoonnummer [telefoonnummer] . Dat is mijn telefoonnummer.
Een tapgesprek met sessienummer 25941, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 18006 van het zaakdossier criminele organisatie (map 27):
Datum: 22 januari 2017 20:22
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
9670: heb jij in [plaats] die ding opgehaald?
[telefoonnummer] : Ja ja ja, ik heb, ik heb nog, ik heb die andere nog niet bericht. Moet ik ze allemaal berichten dan?
9670: Bericht ze allemaal
[telefoonnummer] : Allemaal?
9670: ik heb ook zo vier, vijf stuks nu zo meteen
9670: [naam] , gewoon uit jou zelf regelen, niet via via, kun jij regelen denk je? Dan pakken we meer
9670: Als je [naam] kan regelen, pakken we meer
[telefoonnummer] : Ja gaan we ook regelen bra, ik ga regelen
Een tapgesprek met sessienummer 78339, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 18020 van het zaakdossier criminele organisatie (map 27):
Datum: 4 februari 2017 17:47
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] : Jo
[verdachte] : Jo bro. Ik heb eentje die nog nooit die ding had
[telefoonnummer] : Ja
[verdachte] : 6 k
[telefoonnummer] : Echt niet
[verdachte] : ja nog nooit had die app
[telefoonnummer] : Ok Dus we moeten nu eentje hebben
[verdachte] : Ja snel eentje regelen
[telefoonnummer] : jalla is goed
Een tapgesprek met sessienummer 78358, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 18022 van het zaakdossier criminele organisatie (map 27):
Datum: 4 februari 2017 18:37
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
[telefoonnummer] : Snel snel hij heeft eentje. Hij komt nu met 5 minuten bij [plaats] . Ik loop al naar [plaats]
[verdachte] : Jij hebt toch niets gezegd
[telefoonnummer] : Bra dat is geen probleem, 1250
[verdachte] : jalla is goed.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2020 in de zaak van de medeverdachte
[medeverdachte 1] , voor zover inhoudende de verklaring die hij heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:
Ik moest geld voor [verdachte] pinnen. Ik gaf het gepinde geld vervolgens aan [verdachte] . Ik kreeg altijd € 100,-- of € 150,--. De rest van het geld gaf ik aan [verdachte] . Ik ben degene geweest die het geld van de rekening van [naam] heeft gehaald.
Een tapgesprek met sessienummer 54079, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28824 van het subdossier criminele organisatie (map 44):
Datum: 4-12-16 19:06
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer]
[telefoonnummer] : Hebben jullie dat ding van [naam] nog bij jullie?
[telefoonnummer] : Ja
[telefoonnummer] : Oké maak nu over
[telefoonnummer] : Hoeveel
[telefoonnummer] : euh twee drie
Een relaas proces-verbaal van [verbalisant 7] van 18 oktober 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9723 van het subdossier criminele organisatie (Map 16):
Uit informatie uit de politiesystemen en uit afgeluisterde telefoongesprekken van het telefoonnummer van [verdachte] blijkt de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] [medeverdachte 2] te zijn.
Een tapgesprek met sessienummer 58581, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28825 van het subdossier criminele organisatie (map 44):
Datum: 5 -12-16 14:06
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat uit het relaas proces-verbaal valt op te maken dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .
[telefoonnummer] : stuur mij jou ding via de sms
[telefoonnummer] : wat voor ding
[telefoonnummer] : jou groen
[telefoonnummer] : de ab
[telefoonnummer] : ja
[telefoonnummer] : hoeveel
[telefoonnummer] : 10
Een tapgesprek met sessienummer 58694, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28826 van het subdossier criminele organisatie (map 44):
Datum: 5 -12-16 15:58
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat uit het relaas proces-verbaal valt op te maken dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .
[telefoonnummer] : bro ik zeg je eerlijk als je wil we kunnen nu de hele avond met elkaar zijn hele avond ik leg jou uit alles beter actief
[telefoonnummer] : ja watje wil bro als jij ik geef je mij auto dan ik geef jou garantie binnen 1 2 dagen ik leer jou 2 dagen lang je hebt zowieso een paar stuks open en he dat is het wel.
[telefoonnummer] : is goed ik laatje het zo weten ik ben net thuis
Een tapgesprek met sessienummer 59408, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28827 van het subdossier criminele organisatie (map 44):
Datum: 6-12-16 16:56
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat uit het relaas proces-verbaal valt op te maken dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .
[telefoonnummer] vraagt of [telefoonnummer] [plaats] kan fixen, boven de 5 of 50
Een tapgesprek met sessienummer 59817, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28828 van het subdossier criminele organisatie (map 44):
Datum: 6-12-16 18:17
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat uit het relaas proces-verbaal valt op te maken dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .
[telefoonnummer] zegt dat ie net gebeld, er wordt door [telefoonnummer] gesproken over geld verdienen. [telefoonnummer] vraagt welke, oranje of een andere? [telefoonnummer] zegt dat die persoon net weer belde om te vragen wat dat oplevert, [telefoonnummer] heeft hem verteld dat dat ligt aan wat voor pas je hebt. Die persoon heeft [bedrijf 3] . [telefoonnummer] zegt dat ie nu [benadeelde 3] open heeft.
Een tapgesprek met sessienummer 71032, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28829 van het subdossier criminele organisatie (map 44):
Datum: 8-12-16 17:40
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat uit het relaas proces-verbaal valt op te maken dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .
[telefoonnummer] : Hey heb jij de [benadeelde 3]
[telefoonnummer] : Nee [benadeelde 3] heb ik niet Bro, alleen oranje Bro
[telefoonnummer] : Ik heb [benadeelde 3] nodig man
[telefoonnummer] : Echt niet, ik heb alleen oranje broer
[telefoonnummer] : Kun je [benadeelde 3] fixen?
[telefoonnummer] : Ga regelen
[telefoonnummer] : He?
[telefoonnummer] : Oranje kan je niet?
[telefoonnummer] : Oranje?
[telefoonnummer] : Ja
[telefoonnummer] : je weet toch max
[telefoonnummer] : He
[telefoonnummer] : Je weet toch dat kop max is
Een tapgesprek met sessienummer 82943, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28830 van het subdossier criminele organisatie (map 44):
Datum: 10-12-16 11:51
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat uit het relaas proces-verbaal valt op te maken dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .
[telefoonnummer] vraagt of [telefoonnummer] [benadeelde 3] heeft. [telefoonnummer] zegt dat ie er zelfs 2 heeft. [telefoonnummer] zegt dat [telefoonnummer] de limiet moet verhogen. [telefoonnummer] zegt dat dat nu niet kan omdat [naam] de [scanner] heeft. [telefoonnummer] moet meteen naar hem toegaan om dat ding op te halen.
Een tapgesprek met sessienummer 82948, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28831 van het subdossier criminele organisatie (map 44):
Datum: 10-12-16 11:53
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat uit het relaas proces-verbaal valt op te maken dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .
[telefoonnummer] zegt dat [telefoonnummer] nu het rekeningnummer moet sturen en vraagt of [telefoonnummer] de pasjes gecontroleerd heeft. Dat heeft ie.
Een tapgesprek met sessienummer 88634, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28835 van het subdossier criminele organisatie (map 44):
Datum: 12-12-16 19:38
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat uit het relaas proces-verbaal valt op te maken dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .
[telefoonnummer] vraagt of het gefixed is.
[telefoonnummer] zegt dat het niet gelukt is.
[telefoonnummer] vraagt of hij dat pasje al geregeld heeft.
[telefoonnummer] heeft het geregeld en [telefoonnummer] gaat er morgen mee aan de slag.
[telefoonnummer] vraagt welk pasje [telefoonnummer] nodig heeft.
[telefoonnummer] zegt dat hij alleen [benadeelde 3] nodig heeft en niks anders.
[telefoonnummer] vertelt dat ie vannacht met (niet te verstaan) heeft gepraat, over het plaatsen van een bestelling, en dat degene die aan de telefoon kwam vertelde het niet boeide waarvan betaald wordt via Ideal, zij leveren gewoon, klaar.
[telefoonnummer] werd verteld dat al zou ie voor 1000 euro (niet te verstaan) bestellen, het wordt geregeld.
[telefoonnummer] : zegt dat dat een goeie is, en vraagt zich af of ze ook geen cameraatjes hebben enzo.
[telefoonnummer] : zegt van niet.
[telefoonnummer] zegt dat van alles wat ie bestelt, hij gewoon de helft "cash" krijgt. Als [telefoonnummer] voor een "kop" [benadeelde 4] bestelt, hij de helft cash, bestelt hij voor 5 "kop" dan krijt hij 2,5.
Een tapgesprek met sessienummer 137132, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28837 van het subdossier criminele organisatie (map 44):
Datum: 22-12-16 21:48
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat uit het relaas proces-verbaal valt op te maken dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .
[telefoonnummer] : Ik heb de hele dag gewa... Maar ik pak nou extra voordat ik ga slapen, pak ik weer extra paar nummers veel. Heb ik jou alvast voorschot zeg maar. Snap je? Veel..?.. kopen. Ik pak nummers, ik zet wat extra notities d'r bii
[telefoonnummer] : Ok...
[telefoonnummer] : ...zodat je makkelijker kan beginnen.
[telefoonnummer] : Bro, ik heb, ik ben die, ik ben al actief met die persoon van gisteren,
[telefoonnummer] : Ok is goed.
[telefoonnummer] : Snap je? Met de dag moetje andere nummers pakken, elke dag andere.
Een tapgesprek met sessienummer 140002, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 28838 van het subdossier criminele organisatie (map 44):
Datum: 23-12-16 14:55
Beller: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is.
Gebelde: [telefoonnummer] : de rechtbank stelt vast dat uit het relaas proces-verbaal valt op te maken dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 2] .
[telefoonnummer] : we rijden nu je kant op
[telefoonnummer] : is die man met jou
[telefoonnummer] : nee drie k
[telefoonnummer] : 3 ja is toch ook goed
[telefoonnummer] : ja daarom ik wacht nu alleen nog op zijn reactie hij kan alleen maar drie duizend op pinnen
[telefoonnummer] : is goed de rest maar andere dag maak toch niet uit
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte 2] bij de rechter-commissaris van 13 oktober 2020, zakelijk weergegeven:
Ik heb wel eens gepind. Dat was met een bankpas van iemand anders. Ik kreeg die bankpas via iemand. Iemand vroeg mij om te pinnen.
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] van 16 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9848 van het subdossier criminele organisatie (Map 16):
Het klopt dat ik pasjes geregeld heb. Ik heb ook aan [medeverdachte 1] gevraagd of zij pasjes kunnen regelen. Ik heb pasjes geregeld en af en toe moest ik pinnen. Ik heb ook geprobeerd om goederen op te halen in winkels.
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] van 28 april 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9848 van het subdossier criminele organisatie (Map 16):
Als we het hadden over ‘ [benadeelde 3] ’, dan spraken we over de [benadeelde 3] . Het klopt dat we iemand zochten die een rekening had bij de [benadeelde 3] . Die persoon zou geld krijgen voor zijn pas. De persoon ging met mij mee en nog met iemand anders. Ik bleef in de auto zitten. Degene moest zijn pasje afgeven ja.

Voetnoten

1.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 november 2025.
2.Hetgeen bij de beschrijving van de werkwijzen telkens onder B is weergegeven, maakt geen deel uit van de feiten 1 en 2 van de tenlastelegging.
3.De vijf aangevers die geen foto van een identiteitsbewijs en/of bankpas hebben ontvangen zijn: [benadeelde 5] , [benadeelde 8] , [slachtoffer] , [slachtoffer] en [benadeelde 10] .
4.De zeven aangevers die dit bericht niet hebben ontvangen zijn: [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] en [slachtoffer] .