Uitspraak
(hierna: PIJ-maatregel)om te zetten in de maatregel van terbeschikkingstelling, het gelasten van de terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar en het bevel dat de jeugdige van overheidswege zal worden verpleegd. Verder heeft de rechtbank de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel afgewezen.
(hierna: de reclassering), gedateerd 10 april 2026;
- S.J. Roza, psychiater
- F.J.R. Jonker, klinisch psycholoog (via een videoverbinding)
- E. Leyder Havenstroom, reclasseringswerker
Overwegingen
(hierna: Wzd)tot opname en verblijf afgegeven voor de duur van zes maanden. Opname (en verblijf) in een Wzd-accommodatie – waarvoor de machtiging is afgegeven – is echter niet binnen de termijn van artikel 39, zevende lid, Wzd gerealiseerd, waardoor de machtiging is verlopen. Artikel 6:6:32, zevende lid, van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de PIJ-maatregel onvoorwaardelijk eindigt, indien door de rechter een machtiging op grond van de Wzd is afgegeven. Een strikte uitleg van deze bepaling zou betekenen dat de PIJ-maatregel van de jeugdige op 28 mei 2025 onvoorwaardelijk is geëindigd, waardoor het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zou zijn in de onderhavige vordering tot omzetting en dit zou ook betekenen dat de jeugdige sinds die datum onrechtmatig van zijn vrijheid is beroofd. De situatie die dan zou zijn ontstaan – de jeugdige op straat zonder enige vorm van nazorg – druist zodanig in tegen de gedachte van de wetgever achter het stelsel van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, dat de afgifte van de rechterlijke machtiging op grond van de Wzd volgens de advocaat-generaal in deze zaak verder geen gevolgen heeft.
BESLISSING
[de jeugdige] .