2.10.Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld tegen het in 2.7 genoemde vonnis van de rechtbank Limburg in de strafzaak. In het kader van het hoger beroep is op 18 maart 2025 [getuige 3] onder ede verhoord bij de raadsheer-commissaris van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Van dit verhoor is een proces-verbaal opgemaakt, dat belanghebbende bij een nader stuk van 22 februari 2026 bij het Hof heeft ingebracht. In het proces-verbaal van dit verhoor staat onder meer het volgende:
“
Op de vragen van de raadsman antwoordt de getuige als volgt:
Raadsman: Kent u [belanghebbende] ?
Getuige: Heel goed. Ik koop er nu regelmatig nog honden voor. Van één hondje moeten de haren nog worden geknipt en dat doen [sic] [belanghebbende] .
Raadsman: U heeft in een brief geschreven over de gang van zaken en daar wil ik u nog vragen over stellen. U bent destijds aangemerkt als verdachte in een strafzaak met betrekking tot hennepstekkenhandel. [belanghebbende] is veroordeeld voor stekkenhandel. Nu is aan u de vraag, wat is uw rol geweest in dit gehele plaatje?
Getuige: Ik ben daar in maart 2018 mee begonnen met die stekkenhandel. Die zaak heb ik gedaan de hele tijd. Door mijn spierziekte ben ik even uit de roulatie geweest en toen heeft [belanghebbende] het vier of vijf weken overgenomen.
Raadsman: U heeft zich bij de politie destijds beroepen op uw zwijgrecht. Waarom heeft u dan toen niet verklaard?
Getuige: Ik dacht dat loopt wel met een sisser af en daarom heb ik geen verklaring afgelegd.
Raadsman: Uit het dossier volgt dat [belanghebbende] gesproken heeft met [verdachte 1] via de telefoon. Hoe verklaart u dat?
Getuige: [belanghebbende] heeft 4/5 weken het werk overgenomen en ook mijn telefoon overgenomen, vanwege mijn spierziekte. Ik heb een andere telefoon teruggekregen.
Raadsman: Wanneer heeft u die telefoon aan [belanghebbende] gegeven?
Getuige: Dat moet eind augustus 2018 zijn geweest, denk ik.
Raadsman: U zegt dat u een andere telefoon heeft teruggekregen?
Getuige: Ik heb niet mijn eigen telefoon en nummer teruggekregen. Dat moet in oktober zijn geweest. Dat moet eind augustus zijn geweest dat [belanghebbende] overnam. Ik weet het niet meer precies, het is zo lang geleden.
Raadsman: Kunt u mij iets meer vertellen over die stekken? Wanneer bent u begonnen met die stekken?
Getuige: Ik heb de telefoon overgekocht van iemand uit België daar stond het nummer van [verdachte 1] in en verder stond er niks in. Ik heb [verdachte 1] ge-smst.
Raadsman: U zegt dat u de telefoon heeft overgekocht. Wist u niet wie dat was [verdachte 1] ? Hoe moet ik dat zien?
Getuige: Die Belg wou 20 euro voor de telefoon, dat heb ik betaald en daar stonden de gegevens van [verdachte 1] in.
Raadsman: Wist u toen dat u [verdachte 1] moest benaderen voor stekken?
Getuige: Ik heb een bericht geschreven naar [verdachte 1] . Ik heb een kleine blauwe container gehuurd die op [adres1] te [plaats1] stond. Daar stond een geldkistje in. Daar lag een sleutel in. De eerste keer lag er buiten onder een steen de sleutel van de container, zodat degene die de stekken op moest halen er in kon voor [verdachte 1] .
Raadsman: Wie bracht die stekken dan naar de container toe?
Raadsman: U zegt vanaf augustus/september heb ik het overgedragen naar [belanghebbende] ?
Getuige: Toen ik ziek werkt, heeft hij 4/5 weken het voor mij bemiddeld.
Raadsman: Waarom heeft u het voor 4/5 weken overgedragen?
Getuige: Vanwege mijn spierziekte.
Raadsman: Waarom heeft [belanghebbende] dat zo maar gedaan voor u?
Getuige: Bij [belanghebbende] ben ik twee keer geweest, want hij wou het eigenlijk niet doen. Later heeft hij toegezegd dat hij het tijdelijk voor mij wilde doen.
Raadsman: Wat verdiende u zelf op deze stekken?
Getuige: 50 cent per stek.
Raadsman: In de periode dat [belanghebbende] dat voor u deed?
Getuige: Hij verdiende ook 50 cent per stek.
Raadsman: Tot wanneer heeft [belanghebbende] dat gedaan?
Getuige: Ik dacht vanaf eind augustus tot begin oktober. Ik weet het niet precies meer. Het was maar een week of 4/5. Daarna was ik weer in staat om goed te lopen.
Raadsheer-commissaris: Waarom heeft u niet gedacht ‘ik laat het even zitten’ die weken.
Getuige: Ik wilde mijn klant niet verliezen.
Raadsman: Wist die andere partij, [verdachte 1] , dat u het had overgedragen aan [belanghebbende] ?
Getuige: Het is allemaal per sms gegaan. Zij hebben elkaar ergens een keer getroffen, waar weet ik niet. Ik kan het allemaal niet meer onthouden. Ik heb het wel gelezen, maar ik wist er niks van.
Raadsman: Toen u de andere telefoon weer terugkreeg, was het dan niet raar voor [verdachte 1] dat u dat ging doen?
Getuige: Nee, want ik had altijd contact met [verdachte 1] . Ik ben toen met [belanghebbende] naar de loods geweest zonder stekken en ik heb daar [verdachte 1] voor het eerst gezien. Daar is ter sprake gekomen dat ik het zelf weer het overnam van [verdachte 1] .
Raadsman: Wat bedoelt u met die loods daar?
Getuige: In ieder geval ergens in Limburg, ik denk [plaats2] .
Raadsheer-commissaris: Waarom kreeg u uw werktelefoon niet terug?
Getuige: Dat weet ik niet, ik kreeg een andere. Ik heb het niet gevraagd aan [belanghebbende] waarom ik een andere telefoon kreeg.
Raadsman: Waarom komt u daar nu pas mee aanzetten?
Getuige: Ik wil niet dat [belanghebbende] wordt gestraft voor wat ik gedaan heb.
Raadsman: U begrijpt toch wel dat [belanghebbende] evengoed straf zal krijgen, al is het voor een kleiner gedeelte.
Getuige: Dat weet ik niet, ik ben geen rechter.
Raadsman: Die telefoon wat u terugkreeg, stond daar ook het telefoonnummer in van [belanghebbende] ?
Getuige: Ja, alleen het telefoonnummer van [belanghebbende] . Dat was een werktelefoon.
Op de vragen van de advocaat-generaal antwoordt de getuige als volgt:
Advocaat-generaal: Waarom moest u dan de telefoon doorgeven aan [belanghebbende] ?
Getuige: Omdat [belanghebbende] het tijdelijk ging overnemen, omdat ik niet kon lopen.
Advocaat-generaal: Waarom gaf u niet alleen het nummer?
Getuige: Het was een werktelefoon.
Advocaat-generaal: Criminele telefoon?
Advocaat-generaal: Hoeveel heeft u verdiend aan de stekken?
Getuige: Het verschilde wat ik er aan verdiende, want het was steeds een ander aantal stekken.
Advocaat-generaal: Hoe weet u zo zeker dat [belanghebbende] er na een paar weken mee stopte?
Getuige: Dat weet ik niet zeker, maar toen ik het zelf weer kon heb ik het overgenomen. Ik kan me niet voorstellen dat hij er zelf mee is doorgegaan.
Advocaat-generaal: Heeft u hem nog gezien toen u alles overdroeg?
Getuige: Ik heb hem daarna nog gezien. Ik zie hem nog steeds. Ik heb goede contacten met hem.
Advocaat-generaal: De raadsheer-commissaris heeft u al verteld dat als u hier zit te liegen, dat u een probleem heeft. U komt hier wel laat mee.
Getuige: Daar heeft u gelijk in. Het is de waarheid.
Advocaat-generaal: Hoeveel heeft [belanghebbende] er aan verdiend?
Getuige: Dat weet ik niet, ik ben er niet bij geweest.
Advocaat-generaal: Weet u of [belanghebbende] daarna aan anderen stekken heeft verkocht.
Getuige: Dat weet ik niet. Volgens mij zit [belanghebbende] helemaal niet in die handel.
Advocaat-generaal: Heeft u met [belanghebbende] gesproken over dat u hier moet getuigen vandaag?
Getuige: Dat weet hij ja. Ik heb niks met besproken. Ik vertel de waarheid. Hij heeft mij niet verteld wat ik hier moet gaan zeggen vandaag.
Raadsheer-commissaris: Hoe kwam u aan die stekken?
Getuige: Die kon je overal kopen toentertijd.
Raadsheer-commissaris: Waar kocht u die stekken?
Getuige: Die namen vertel ik niet.
Raadsheer-commissaris: Wat deed u nou waardoor die stekken 50 cent meer waard waren? Waarom zou [verdachte 1] die stekken niet gewoon kopen voor 50 cent minder als je ze overal kan krijgen?
Getuige: Dat moet je aan [verdachte 1] vragen niet aan mij. Ik kwam ze ophalen in dozen en ik bracht ze naar een container en daar werden ze door [verdachte 1] opgehaald of door iemand voor [verdachte 1] .
Raadsman: U deed dus de tussenhandel? U kweekte niet zelfde stekken?
Getuige: Ik kweekte niet en stekte ook niet zelf.
Raadsman: U zegt dat u de stekken heeft opgehaald in dozen en dat u ze naar een container heeft gebracht in [plaats1] . Heeft u die dozen ook ergens anders naar toe gebracht?
Getuige: Ik ben zelf een aantal keren bij die loods in Limburg geweest met stekken.
Raadsman: Deed u dat voor u zelf of voor [belanghebbende] ?
Advocaat-generaal: Begrijp ik het goed dat [belanghebbende] het van u overnam omdat u een spierziekte had?
Advocaat-generaal: Kan het zijn dat hij het langer dan die 4/5 weken heeft overgenomen, omdat die spierziekte niet weggaat?
Getuige: Nee. Ik weet wanneer ik de telefoon heb overgedragen en wanneer ik het zelf weer heb overgenomen.”