Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:2816

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
200.356.470/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:362 BWArt. 1:444 BWArt. 1:445 BWArtikel 1.4.5 procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid bewindvoerder voor tekortkomingen in bewindvoering en schadevergoeding

In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid van bewindvoerder Eclips Beschermingsbewind B.V. centraal wegens vermeende tekortkomingen in de zorg van een goed bewindvoerder ten aanzien van de onderbewindgestelde heer [naam2]. De kantonrechter had eerder vastgesteld dat Eclips tekortgeschoten was en een schadevergoeding van €5.445,31 moest betalen. Eclips ging hiertegen in hoger beroep.

Het hof oordeelt dat Eclips niet onzorgvuldig heeft gehandeld bij het omgaan met stortingen door derden op de leefgeldrekening van de betrokkene, mede vanwege praktische beperkingen en de autonomie van de rechthebbende. Wel is vastgesteld dat Eclips onterecht bedragen van €930 heeft terugbetaald aan derden zonder juridische grondslag, wat schade voor de betrokkene opleverde.

Verder verwierp het hof het beroep van de curator dat Eclips aansprakelijk zou zijn voor het handelen van de vorige bewindvoerder Beter Bewind, omdat verleende decharge geen overname van aansprakelijkheid inhoudt. Het hof vernietigt daarom het eerdere oordeel over de schadevergoeding en bepaalt dat Eclips slechts aansprakelijk is voor de €930 schade, met wettelijke rente. De proceskosten worden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Het hof stelt vast dat bewindvoerder Eclips aansprakelijk is voor €930 schade door onterechte terugbetaling en veroordeelt tot betaling met rente, met compensatie van proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.356.470/01
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 11326269)
beschikking van 7 mei 2026
in de zaak van
Eclips Beschermingsbewind B.V.(Eclips),
gevestigd in Naarden,
verzoekster in het principaal hoger beroep,
verweerster in het incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. R.T. Bolland te Amsterdam,
en
[verweerster] , vennoot van ProCent Beheer( [verweerster] ),
in haar hoedanigheid van curator van de heer [naam2] ,
verweerster in het principaal hoger beroep,
verzoekster in het incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. M.R.A. Rutten te Utrecht.

1.De procedure in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere (hierna: de kantonrechter), van 3 april 2025,
uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).

2.De procedure in hoger beroep

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 1 juli 2025;
- een journaalbericht namens Eclips van 1 augustus 2025 met bijlage(n);
- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep met bijlage(n);
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep met bijlage(n);
- een journaalbericht namens Eclips van 13 februari 2026 met bijlage(n);
- een journaalbericht namens [verweerster] van 27 februari 2026 met bijlage(n).
2.2.
De mondelinge behandeling heeft op 3 maart 2026 plaatsgevonden. Verschenen zijn:
- namens Eclips de heer [naam1] , bijgestaan door mr. R.T. Bolland en mr. M.S Breman;
- namens [verweerster] mr. Rutten.

3.De feiten

3.1.
Bij beschikking van de kantonrechter van 3 november 2020 zijn de goederen die (zullen) toebehoren aan [naam2] ( [naam2] ) onder bewind gesteld op grond van zijn lichamelijke en/of geestelijke toestand. Daarbij is [naam3] , vennoot van Beter Bewind, benoemd tot bewindvoerder.
3.2.
Bij beschikking van de kantonrechter van 20 december 2022 is [naam3] ontslagen als bewindvoerder en is Eclips tot opvolgend bewindvoerder benoemd.
3.3.
Op 28 juli 2023 heeft Eclips bij de kantonrechter een verzoek ingediend, strekkende
tot de instelling van een mentorschap ten behoeve van [naam2] .
3.4.
Op 4 september 2023 heeft [verweerster] de kantonrechter verzocht om met spoed curatele dan wel een provisioneel bewind in te stellen voor [naam2] , waarbij [verweerster] verklaard heeft bereid te zijn om te worden benoemd tot curator van [naam2] .
3.5.
Bij beschikking van de kantonrechter van 11 september 2023 is een provisioneel bewind ingesteld, [verweerster] is daarbij tot provisioneel bewindvoerder benoemd en aan de provisioneel bewindvoerder zijn alle bevoegdheden toegekend die een curator krachtens de wet toekomen.
3.6.
Bij beschikking van 19 oktober 2023 heeft de kantonrechter het provisioneel bewind beëindigd met ingang van 16 november 2023 en [naam2] met ingang van 16 november 2023 onder curatele gesteld wegens zijn gewoonte van drank- of drugsmisbruik. [verweerster] is daarbij benoemd tot curator.
3.7.
Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 27 september 2024 heeft [verweerster] de kantonrechter verzocht om:
1. Eclips te veroordelen om tegen afdoende kwijting aan de curator te betalen een bedrag ten titel van schade van € 16.456,13, althans van een zodanig bedrag als de kantonrechter in goede justitie nader zal bepalen, vermeerderd met de hierover berekende wettelijke vertragingsrente ingaande 1 augustus 2024, tot dit bedrag geheel zal zijn voldaan;
2. Eclips te veroordelen in de kosten van de procedure.
3.8.
Eclips heeft verweer gevoerd en gesteld dat zij een tegenvordering heeft op [naam2] voor de kosten van het bewind van € 184,98.

4.De omvang van het geschil

4.1.
Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter vastgesteld dat Eclips toerekenbaar is tekortgeschoten in de zorg van een goed bewindvoerder in het bewind van [naam2] , de schade van [naam2] vastgesteld op een totaalbedrag € 5.445,31 en Eclips veroordeeld tot betaling van een bedrag € 5.445,31 aan [naam2] , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2024 tot de dag van de volledige betaling.
Verder heeft de kantonrechter [verweerster] opgedragen om de bijzondere bijstand voor het opmaken van de eindrekening van € 184,98 over te maken naar Eclips.
De proceskosten zijn gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders verzochte is afgewezen.
4.2.
Eclips is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter en is met drie grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Eclips verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en de vorderingen van [verweerster] af te wijzen, met veroordeling van [verweerster] in de kosten van beide instanties, inclusief de nakosten en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke rente vanaf 14 dagen na het te dezen te wijzen beschikking tot de dag van de algehele voldoening en zulks uitvoerbaar bij voorraad.
4.3.
[verweerster] voert verweer en is op haar beurt met twee grieven in incidenteel hoger beroep gekomen. [verweerster] verzoekt het hof Eclips in het principaal hoger beroep en haar grieven niet-ontvankelijk te verklaren, althans het beroep en de grieven te verwerpen, met veroordeling van Eclips in de kosten van dit hoger beroep te vermeerderen met de wettelijke rente, een en ander op de gebruikelijke wijze.
In het incidenteel hoger beroep verzoekt [verweerster] het hof om vast te stellen dat Eclips op grond van de verleende decharge aan Beter Bewind tevens aansprakelijk is voor het handelen of nalaten van Beter Bewind in de periode van 1 januari 2022 tot 21 december 2022 en Eclips te veroordelen tot betaling van een hogere schadevergoeding zoals is becijferd in haar beroepschrift in incidenteel hoger beroep onder 61 t/m 68, althans van al hetgeen het hof in goede justitie bepaalt, met veroordeling van Eclips in de proceskosten, waaronder de forfaitaire nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.4.
Eclips voert verweer en verzoekt het hof de grieven van [verweerster] te verwerpen, behalve voor zover deze inhouden dat [verweerster] afziet van haar vorderingen in eerste aanleg, met veroordeling van [verweerster] in de kosten van beide instanties, inclusief de nakosten en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke rente vanaf 14 dagen na het te dezen te wijzen vonnis tot de dag van de algehele voldoening en zulks uitvoerbaar bij voorraad.

5.De motivering van de beslissing

Te laat ingediende processtukken
5.1.
Eclips heeft bezwaar gemaakt tegen het journaalbericht met bijlage(n) van 27 februari 2026 van [verweerster] aangezien de overgelegde producties te laat en zonder enige toelichting zijn ingediend. Dat bezwaar acht het hof terecht. Deze stukken zijn te laat ingediend. Artikel 1.4.5 van het procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven schrijft voor dat uiterlijk de tiende kalenderdag voorafgaand aan de mondelinge behandeling nog stukken kunnen worden ingediend. Daarmee wordt gewaarborgd dat de wederpartij de stukken tijdig kan bestuderen en een reactie kan voorbereiden. Hoewel de stukken wellicht, zoals door [verweerster] is bepleit, in omvang eenvoudig zijn te doorgronden, hebben deze stukken betrekking op een door [verweerster] voor het eerst ter zitting van het hof van 3 maart 2026 nieuw ingenomen standpunt. Het indienen van dergelijke stukken in dit stadium van de procedure is in strijd met de goede procesorde. Bijzondere feiten of omstandigheden die meebrengen dat eerdere indiening van deze stukken niet mogelijk is geweest, zijn niet gesteld of gebleken. Het hof zal daarom de namens van [verweerster] op 27 februari 2026 nieuw ingediende producties niet in zijn oordeel betrekken.
Inhoudelijk
5.2.
In artikel 1:444 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat een bewindvoerder jegens de rechthebbende aansprakelijk is indien hij in de zorg van een goed bewindvoerder tekortschiet, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. Op grond van artikel 1:362 BW Pro - volgens artikel 1:445 lid 5 BW Pro van overeenkomstige toepassing bij bewind - kan de rechter (ambtshalve) de schade vaststellen die de rechthebbende door slecht bewind van de bewindvoerder heeft geleden en de bewindvoerder tot vergoeding daarvan veroordelen.
5.3.
Aan het hof ligt de vraag voor of Eclips in de zorg van een goed bewindvoerder (toerekenbaar) is tekortgeschoten en, zo ja, of zij de als gevolg daarvan ontstane schade aan de betrokkene dient te vergoeden.
- Stortingen door derden
5.4.
Eclips was bewindvoerder van 21 december 2022 tot 11 september 2023. Het eerste verwijt aan Eclips betreft de wijze waarop Eclips is omgegaan met stortingen door derden op de leefgeldrekening van [naam2] in deze periode. Deze stortingen hebben geleid tot een terugvordering door de gemeente van de aan [naam2] toegekende bijstandsuitkering.
5.5.
Of er sprake is van handelen als een goed bewindvoerder hangt af van de concrete feiten en omstandigheden van het geval.
5.6.
In aanvulling op wat uit de stukken blijkt, heeft [naam1] namens Eclips ter zitting verklaard dat [naam2] een weekgeld kreeg van € 50 tot € 70 en dat zijn leefgeldrekening een dagopnamelimiet kende van € 100; een lagere opnamelimiet was niet mogelijk. Alle stortingen door derden zaten onder deze opnamelimiet en werden ’s avonds gedaan, terwijl de gestorte bedragen nog diezelfde avond door [naam2] werden opgenomen, buiten de werkuren van de bewindvoerder. Daardoor kon de bewindvoerder niet tijdig deze stortingen, door overboeking naar de beheerrekening van de bewindvoerder veiligstellen, aldus [naam1] .
5.7.
Voor zover [verweerster] heeft betoogd dat Eclips de leefgeldrekening van [naam2] had moeten blokkeren om de stortingen te voorkomen en ook anderszins meer had kunnen doen om de stortingen tegen te gaan, volgt het hof haar daarin niet. Een bewindvoerder kan niet zomaar de leefgeldrekening blokkeren en daarmee de autonomie van de rechthebbende volledig inperken. Daarbij is van belang dat het voor Eclips niet mogelijk was om bij een andere bank een leefgeldrekening te openen met andere, op de situatie van [naam2] beter toegesneden, opties. Dit vanwege de EVA-registratie van [naam2] .
Verder geldt voor een bewindvoerder dat hij niet kan voorkomen dat derden geld op de leefgeldrekening storten. Overigens is, zoals in de stukken is toegelicht, door Eclips wel actie ondernomen tegen de stortingen, hetgeen ten aanzien van [naam4] blijkbaar heeft gewerkt, want diens laatste storting was op 6 maart 2023.
[verweerster] stelt nog dat het op de weg van Eclips had gelegen om ondercuratelestelling te verzoeken omdat met alleen een onderbewindstelling de problematiek van [naam2] onvoldoende het hoofd kon worden geboden. Eclips heeft echter mentorschap aangevraagd. Eclips heeft daarbij toegelicht dat er met de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, veel overleg is geweest over een mogelijke ondercuratelestelling en dat vanuit de rechtbank steeds werd benadrukt dat moest worden gekozen voor de minst ingrijpende vorm van bescherming.
5.8.
Het bovenstaande in aanmerking genomen kan naar het oordeel van het hof aan de wijze waarop Eclips is omgegaan met de leefgeldrekening en de stortingen daarop niet de conclusie worden verbonden dat Eclips niet heeft gehandeld als goed bewindvoerder, althans anders heeft gehandeld dan van een bewindvoerder mocht worden verwacht.
5.9.
Uit het verloop van de zitting is gebleken dat de praktijk wel behoefte heeft aan richtlijnen zowel vanuit de beroepsgroep als vanuit kantonrechters over hoe omgegaan moet worden met lastige situaties, zoals waarbij het bewind ernstig verslaafden of mensen werkzaam in de prostitutie betreft en waarbij de betrokkene niet meewerkt of zelfs tegenwerkt. Partijen hebben uitdrukkelijk gevraagd om nadere invulling van het daarvoor geldende juridisch kader, het door hen in navolging van de kantonrechter aangeduide ‘grijze gebied’. Het hof begrijpt deze wens, maar de vraag welke gedragslijn passend is, laat zich niet in algemene zin beantwoorden en is afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het concrete geval. Het gaat dus om maatwerk waarbij enerzijds moet worden gekeken naar de situatie van de rechthebbende en anderzijds naar wat de praktische (on)mogelijkheden zijn om handelend op te treden. Het is niet aan het hof om meer in het algemeen praktische handvatten of richtlijnen te geven.
- Terugbetaling van door derden gedane stortingen
5.10.
Het tweede verwijt aan Eclips betreft het terugstorten van door derden gestorte bedragen. De vraag is of Eclips met die terugbetaling als goed bewindvoerder heeft gehandeld.
5.11.
Het hof constateert dat het bij dit verwijt gaat om door derden onverplicht gedane stortingen die door de bewindvoerder als schulden in de administratie zijn opgevoerd en vervolgens deels zijn terugbetaald, zonder dat er aanleiding was deze als schuld op te voeren en zonder dat er een reden was tot terugbetaling. Het hof is ten aanzien hiervan van oordeel dat er geen grondslag was voor de terugbetaling. Eclips heeft misschien menselijkerwijs wel begrijpelijk gehandeld – het ging deels om terugbetalingen aan de moeder van [naam2] die geld heeft overgemaakt vanwege bedreigingen door drugdealers richting haar zoon –, maar Eclips heeft, mede gezien de mogelijke gevolgen voor de bijstandsuitkering van de rechthebbende, niet in diens belang en in zoverre niet als goed bewindvoerder gehandeld. Uit de stukken blijkt dat er € 930,00 is terugbetaald. Dat is de door rechthebbende geleden schade.
5.12.
De verrichte terugbetaling leidt daarom tot de conclusie dat Eclips op dit punt niet heeft gehandeld als goed bewindvoerder en dat zij de daardoor ontstane schade, bestaande uit het terugbetaalde bedrag, aan [naam2] dient te vergoeden.
- Verleende decharge
5.13.
[verweerster] stelt ook dat Eclips aansprakelijk is voor het handelen of nalaten van Beter Bewind in de periode van 1 januari 2022 tot 21 december 2022. De eindrekening en verantwoording van Beter Bewind is geaccordeerd door Eclips, waarmee volgens [verweerster] decharge is verleend. [verweerster] stelt dat Eclips met deze decharge de aansprakelijkheid van Beheer en Bewind heeft overgenomen.
5.14.
Nog los van de vraag of Beter Bewind aansprakelijk zou zijn voor enig onrechtmatig handelen, is het hof van oordeel dat decharge geen overname van aansprakelijkheid inhoudt.
5.15.
Ingevolge art. 1:445 lid 1 BW Pro legt de bewindvoerder, tenzij andere tijdstippen zijn bepaald, jaarlijks en aan het einde van het bewind rekening en verantwoording af aan de rechthebbende, alsmede aan het einde van zijn taak aan zijn opvolger. De rekening en verantwoording wordt afgelegd ten overstaan van de kantonrechter. Dit betekent dat in deze zaak de oude bewindvoerder rekening en verantwoording heeft afgelegd aan zijn opvolger, zijnde Eclips. Daarbij is decharge verleend door de nieuwe bewindvoerder Eclips aan de oude bewindvoerder. Decharge werkt intern. Dat wil zeggen dat deze de verhouding regelt tussen de nieuwe bewindvoerder en de oude bewindvoerder. Derden kunnen de oude bewindvoerder nog steeds aansprakelijk stellen als er sprake is van een slechte of onbehoorlijke taakvervulling. Decharge betekent een afstand van recht: ontslag van aansprakelijkheid door de nieuwe bewindvoerder jegens de oude bewindvoerder. Het betekent ontheffing en wel van aansprakelijkheid. Naast afstand van recht is er geen sprake van een overname van aansprakelijkheid. Aan het akkoord op de rekening en verantwoording van Beter Bewind kan dan ook niet het gevolg worden verbonden dat Eclips daarmee aansprakelijk is voor het handelen of nalaten van haar voorganger. Geheel ten overvloede wordt opgemerkt dat de decharge zich beperkt tot de gegevens die uit de rekening en verantwoording blijken en dat door [verweerster] wordt erkend (pleitnota, blad 5) dat de stortingen niet blijken uit de eindrekening en verantwoording.
- Verknochtheid
5.16.
Ter zitting is door [verweerster] nog aangevoerd dat er mede sprake zou zijn van een overgang van rechten en verplichtingen, omdat er – in bewoordingen van [verweerster] – een zodanige verknochtheid is geweest tussen de oude en de nieuwe bewindvoerder dat daarmee de aansprakelijkheid van Eclips voor het handelen van Beter Bewind is gegeven. Het hof begrijpt dat [verweerster] met het begrip verknochtheid – het leerstuk dat kan spelen bij een gemeenschap van goederen – een beroep bedoelt te doen op het leerstuk van de vereenzelviging. Dit argument is echter tardief aangevoerd. Het hof gaat daar dan ook geen oordeel over geven.

6.De slotsom

6.1.
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de bestreden beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, vernietigen voor wat betreft de door Eclips aan [naam2] te betalen schade en opnieuw beslissen als hierna bij de beslissing staat vermeld, met bekrachtiging van die beschikking voor het overige.
6.2.
Partijen zijn over en weer op enkele punten in het ongelijk gesteld. Het hof ziet daarin aanleiding de proceskosten zo te compenseren, dat ieder de eigen kosten draagt.

7.De beslissing

Het hof, beschikkende in het principaal en het incidenteel hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere van 3 april 2025, voor zover daarbij de door [naam2] geleden schade is vastgesteld op een totaalbedrag van € 5.445,31 en Eclips is veroordeeld om aan [naam2] te voldoen een bedrag van € 5.445,31 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2024 tot de dag van de volledige betaling en in zoverre opnieuw beschikkende:
stelt vast dat [naam2] schade heeft geleden voor een bedrag van € 930,- en veroordeelt Eclips om aan [naam2] dit bedrag te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2024 tot de dag der volledige betaling;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bekrachtigt de voornoemde beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen voor het overige;
compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. van Dijk, mr. A.P. de Jong-de Goede en mr. H. Mollema-de Jong, bijgestaan door mr. M. Marsnerova als griffier, en is op 7 mei 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.