Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:2823

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
200.361.922
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:253c BWArtikel 7 Verordening (EU) 2019/1111
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtshof bevestigt gezamenlijk gezag en wijzigt zorgregeling in belang minderjarige

De vader en moeder zijn de ouders van een in 2022 geboren minderjarige. De rechtbank Gelderland had gezamenlijk gezag vastgesteld en een zorgregeling waarbij de minderjarige bij de vader verbleef van maandag tot woensdag en om het weekend. De moeder ging in hoger beroep tegen de zorgregeling en wilde het gezag alleen uitoefenen en een opbouwende omgangsregeling.

Het hof bevestigde het gezamenlijk gezag, maar wijzigde de zorgregeling. De nieuwe regeling bepaalt dat de minderjarige in de ene week bij de vader verblijft van maandag 9.00 uur tot woensdag 12.00 uur en in de andere week van vrijdag 17.00 uur tot dinsdag na de peuterspeelzaal of school, met overdracht bij de peuterspeelzaal of school. De ouders volgen een Parallel Solo Ouderschapstraject om hun communicatie te verbeteren.

De vakantie- en feestdagenregeling is gedetailleerd vastgesteld met een wisselende verdeling per jaar. Het hof oordeelde dat deze regeling het beste aansluit bij de behoeften van het kind, met minder wisselingen en meer rust. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte is afgewezen.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het gezamenlijk gezag en wijzigt de zorgregeling in het belang van de minderjarige.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.361.922
(zaaknummer rechtbank Gelderland 448825)
beschikking van 7 mei 2026
inzake
[verzoekster],
die woont in [woonplaats1] , gemeente [gemeentenaam] ,
verzoekster in het principaal hoger beroep,
verweerster in het incidenteel hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. S. Striekwold
en
[verweerder],
die woont in [woonplaats2] ,
verweerder in het principaal hoger beroep,
verzoeker in het incidenteel hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. N. van de Gevel

1.1. Samenvatting

De rechtbank Gelderland heeft een zorgregeling vastgesteld en bepaald dat de vader en de moeder voortaan gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen over [de minderjarige] . Het hof beslist dat dit voor wat betreft het gezag zo moet blijven en voor wat betreft de zorgregeling niet. Het hof legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.
2.2.
Zij zijn de ouders van [de minderjarige] , geboren [in] 2022.
2.3.
[de minderjarige] is door de vader erkend.
2.4.
De moeder oefende tot de beslissing van de rechtbank alleen het ouderlijk gezag over [de minderjarige] uit.
2.5.
De moeder heeft de Nederlandse nationaliteit en de vader heeft de Portugese nationaliteit.

3.De procedure bij de rechtbank

3.1.
De vader heeft de rechtbank verzocht om de ouders gezamenlijk met het gezag over [de minderjarige] te belasten en een zorgregeling vast te stellen.
3.2.
De rechtbank heeft bepaald dat de vader en moeder voortaan gezamenlijk het gezag over [de minderjarige] uitoefenen. Ook heeft de rechtbank de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) vastgesteld:
[de minderjarige] verblijft bij de vader:
van maandag 09.00 uur tot woensdag 12.00 uur en om het weekend van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur (na een opbouw);
de helft van de vakantie- en de feestdagen waarbij [de minderjarige] in ieder geval bij de vader is op één van de kerstdagen en één van de twee dagen rondom oud en nieuw en op Vaderdag;
en de ouder waar [de minderjarige] is brengt haar naar de andere ouder waar ze op grond van de zorgregeling gaat verblijven.
3.3.
Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 5 augustus 2025.

4.De procedure bij het hof

4.1.
De moederis het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt en bepaalt dat de moeder het gezag over [de minderjarige] alleen blijft uitoefenen en een opbouwende omgangsregeling bepaalt waarbij [de minderjarige] uiteindelijk wekelijks op woensdag van 12.00 uur tot 18.00 uur bij de vader verblijft en eenmaal per twee weken van vrijdag 16.30 uur tot zondag 16.30 uur. Als het hof hier niet mee instemt dan wil de moeder dat het hof een regeling vaststelt die het hof in het belang van [de minderjarige] vindt, met inachtneming van haar jonge leeftijd en haar behoefte aan rust, regelmaat en continuïteit bij haar primaire verzorger, de moeder.
4.2.
De vaderis het voor een deel ook niet eens met de beslissing van de rechtbank. De vader is het ook niet eens met het verzoek in hoger beroep van de moeder. Hij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank in stand laat voor wat betreft het gezamenlijk gezag en bepaalt dat de volgende zorgregeling zal gelden:
Ten aanzien van de reguliere zorgregeling:
[de minderjarige] is eens per veertien dagen bij de vader van vrijdag 17.00 uur tot en met woensdag
12
uur, en dan de week daarop van maandag 9.00 uur tot en met woensdag 12.00 uur;
Ten aanzien van de vakantieregeling:
dat de vakantie- en feestdagenregeling zoals bijgevoegd onder productie VIII van het incidenteel beroepschrift van de vader onderdeel uitmaakt van de beschikking van het hof;
Ten aanzien van het halen en brengen:
dat het halen en brengen afgewisseld wordt zodat de ouder waar [de minderjarige] is geweest [de minderjarige]
wegbrengt naar de andere ouder en dat het halen en brengen in beginsel wordt verzorgd door
de ouder zelf, maar als dat door omstandigheden niet lukt, dit bij uitzondering ook kan
worden overgelaten aan dichtbij staande derden (partners van partijen, opa’s, oma’s).
De informatie die het hof heeft ontvangen
4.3.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift ontvangen op 4 november 2025
  • het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep
  • het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep
  • de stukken van de vader ontvangen op 14 maart 2026
  • de stukken van de moeder ingediend op 14 maart 2026.
4.4.
De zitting bij het hof was op 24 maart 2026. Aanwezig waren:
  • de moeder met haar advocaat
  • de vader met zijn advocaat
  • een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (de raad).

5.Het oordeel van het hof

Rechtsmacht en toepasselijk recht
5.1.
De moeder heeft de Nederlandse nationaliteit en de vader heeft de Portugese nationaliteit. De zaak heeft daarom een internationaal karakter, zodat eerst de vraag moet worden beantwoord of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt.
5.2.
De gewone verblijfplaats van [de minderjarige] is in Nederland, daarom is de Nederlandse rechter bevoegd kennis te nemen van het verzoek [1] . Omdat geen van de ouders grieven heeft gericht tegen de toepassing van Nederlands recht, zal ook het hof daarvan uitgaan.
Wat staat er in de wet?
Gezag
5.3.
In artikel 1:253c lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat de tot het gezag bevoegde ouder van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend, de rechtbank kan verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag dan wel hem alleen met het gezag over het kind te belasten. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en de andere ouder met gezamenlijk gezag niet instemt, het verzoek slechts wordt afgewezen indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Zorgregeling
5.4.
Op grond van artikel 1:253a BW kunnen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechter worden voorgelegd. De rechter kan in dit verband een zorgregeling vaststellen.
Advies van de raad
5.5.
Naar aanleiding van de standpunten van de ouders heeft de raad tijdens de zitting bij het hof advies gegeven over het gezag en de zorgregeling. De raad adviseert de ouders een Parallel Solo Ouderschapstraject (PSO) te doorlopen om te werken aan hun onderlinge communicatie en de invulling van het ouderschap. De raad vindt het belangrijk dat de ouders dit traject aangaan vanuit een gelijkwaardige positie. Gezamenlijk gezag is hierbij volgens de raad passend. De raad ziet op dit moment ook geen contra-indicaties voor de uitoefening van het gezamenlijk gezag.
De raad vindt het in het belang van [de minderjarige] dat voor wat betreft de zorgregeling zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de huidige regeling. Deze regeling verloopt goed en volgens de raad zijn er geen redenen om het contact tussen [de minderjarige] en de vader, zoals door de moeder wordt verzocht, te verminderen. De raad vindt de overdracht op de zondagmiddag niet in het belang van [de minderjarige] . [de minderjarige] moet nu één keer in de twee weken op zondagmiddag 17.00 uur vanuit de vader naar de moeder wisselen om vervolgens op maandagochtend 9.00 uur weer terug naar de vader te gaan. De raad adviseert daarom de volgende zorgregeling:
[de minderjarige] verblijft in de ene week van maandag 9.00 uur tot woensdag 12.00 uur bij de vader en in de andere week van vrijdag 17.00 uur tot dinsdag na de peuterspeelzaal (of school). De moeder haalt [de minderjarige] dan op bij de Peuterspeelzaal (of school).
De raad adviseert om voor de zomervakantie te bepalen dat [de minderjarige] in 2026 in totaal drie weken bij beide ouders is, waarbij zij elke keer na een week wisselt (dus 1-1-1-1-1-1). En vanaf de zomervakantie 2027 te bepalen dat [de minderjarige] in totaal drie weken bij beide ouders is, waarbij zij niet langer dan twee weken aaneengesloten bij één van de ouders verblijft (bijvoorbeeld 2-2-1-1). Voor de overige vakanties kan de zorgregeling doorlopen.
Oordeel van het hof
5.6.
Tijdens de zitting bij het hof hebben de ouders overeenstemming bereikt over het gezag en de vakantieregeling en het hof verzocht die overeenstemming in een beschikking vast te leggen. Hieruit leidt het hof af dat de moeder haar verzoeken in hoger beroep en de vader zijn verzoeken in incidenteel hoger beroep in overeenstemming met hun afspraken hebben gewijzigd.
5.7.
De ouders zijn het volgende overeengekomen:
- de ouders gaan gezamenlijk het ouderlijk gezag over [de minderjarige] uitoefenen;
- de ouders gaan een Parallel Solo Ouderschapstraject volgen:
- totdat [de minderjarige] naar school gaat, geldt de reguliere regeling ook voor de vakanties, behalve voor de zomervakantie 2026;
- in de zomervakantie 2026 verblijft [de minderjarige] week op week af bij de ene ouder en daarna bij de andere ouder, waarbij er in de week dat [de minderjarige] bij de ene ouder verblijft twee bel- of videomomenten zijn met de andere ouder;
- vanaf het moment dat [de minderjarige] naar school gaat geldt de volgende vakantie- en feestdagenregeling:
moeder
vader
Zomervakantie
twee aaneengesloten weken en één losse week.
In de oneven jaren eerste keus, welke keuze voor
1 november in het voorafgaande jaar moet worden gedeeld met de vader.
twee aaneengesloten weken en één losse week.
In de even jaren eerste keus, welke keuze voor
1 november in het voorafgaande jaar moet worden gedeeld met de moeder.
Herfstvakantie
even jaren
oneven jaren
Kerstvakantie
even jaren: de kerstdagen, oneven jaren: 1e week vakantie en oud- en nieuwjaarsdag en 2e vakantieweek.
oneven jaren: de kerstdagen, even jaren: 1e week
vakantie en oud- en
nieuwjaarsdag en 2e vakantieweek.
Voorjaarsvakantie
oneven jaren
even jaren
Meivakantie
even jaren
oneven jaren
Studiedagen
worden in onderling overleg bij helfte verdeeld
worden in onderling overleg bij helfte verdeeld
Goede vrijdag en Pasen
even jaren
oneven jaren
Hemelvaartsdag
even jaren
oneven jaren
Verjaardag [de minderjarige]
even jaren
oneven jaren
Verjaardag ouder
bij eigen verjaardag
bij eigen verjaardag
Vaderdag
bij de vader
bij de vader
Moederdag
bij de moeder
bij de moeder
- als een feestdag in een vakantie valt, dan is de vakantieregeling doorslaggevend.
5.8.
De ouders hebben geen overeenstemming bereikt over de (reguliere) zorgregeling. De moeder kan zich vinden in het advies van de raad en de vader handhaaft zijn verzoek. De vader vindt dat zijn tijd met [de minderjarige] , als het voorstel van de raad wordt gevolgd, te veel ingeperkt wordt omdat [de minderjarige] tijdens de omgang op de peuterspeelzaal of school is.
5.9.
Het hof zal als (reguliere) zorgregeling vaststellen dat [de minderjarige] in de ene week bij de vader verblijft van maandag 9.00 uur tot woensdag 12.00 uur en in de andere week van vrijdag 17.00 uur tot dinsdag na de peuterspeelzaal of school. Naar het oordeel van het hof is deze regeling het meest in het belang van [de minderjarige] . De regeling sluit aan bij de huidige regeling, die al een tijd goed verloopt. Er zijn minder wisselingen en er vindt een overdacht plaats bij de peuterspeelzaal of school, waardoor [de minderjarige] minder geconfronteerd wordt met mogelijke spanningen tussen de ouders. Het hof vindt niet dat de tijd van de vader door deze regeling te veel ingeperkt wordt omdat [de minderjarige] op een deel van de tijd naar de peuterspeelzaal gaat. [de minderjarige] gaat over enkele maanden ook naar school, zodat zij dan ook minder thuis zal zijn.
5.10.
Het hof zal bepalen dat de ouder waar [de minderjarige] is haar naar de andere ouder brengt. Op de dinsdag brengt de vader [de minderjarige] naar de Peuterspeelzaal of school en haalt de moeder haar hier weer op. Naar het oordeel van het hof kan dit halen en brengen incidenteel ook uitgevoerd worden door de opa en/of oma van [de minderjarige] of de partner van de vader (of de moeder). Het hof merkt hierbij op dat de mensen uit de omgeving van de moeder en de vader zich niet negatief moeten uitlaten over de andere ouder. Dit is schadelijk voor [de minderjarige] en de communicatie tussen de ouders.

6.De beslissing

Het hof, beschikkende in het principaal en het incidenteel hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland van 5 augustus 2025 voor wat betreft het gezamenlijk uitoefenen van het ouderlijk gezag over [de minderjarige] ;
vernietigt de beschikking van de rechtbank Gelderland van 5 augustus 2025 voor wat betreft de door de rechtbank vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, en in zoverre opnieuw beschikkende:
stelt als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast dat [de minderjarige] in de ene week bij de vader verblijft van maandag 9.00 uur tot woensdag 12.00 uur en in de andere week van vrijdag 17.00 uur tot dinsdag na de peuterspeelzaal of school, waarbij de ouder waar [de minderjarige] verblijft haar naar de andere ouder brengt tenzij [de minderjarige] van de peuterspeelzaal of school wordt opgehaald door de andere ouder;
bepaalt dat [de minderjarige] totdat zij naar school de reguliere zorgregeling doorloopt in de vakanties (behalve in de zomervakantie 2026);
bepaalt dat in de zomervakantie 2026 [de minderjarige] week op week af bij de ene ouder en daarna bij de andere ouder verblijft, waarbij er in de week dat [de minderjarige] bij de ene ouder verblijft twee bel- of videomomenten zijn met de andere ouder;
bepaalt dat vanaf het moment dat [de minderjarige] naar school gaat de volgende vakantie- en feestdagenregeling geldt:
moeder
vader
Zomervakantie
twee aaneengesloten weken en één losse week.
In de oneven jaren eerste keus, welke keuze voor
1 november in het voorafgaande jaar moet worden gedeeld met de vader.
twee aaneengesloten weken en één losse week.
In de even jaren eerste keus, welke keuze voor
1 november in het voorafgaande jaar moet worden gedeeld met de moeder.
Herfstvakantie
even jaren
oneven jaren
Kerstvakantie
even jaren: de kerstdagen, oneven jaren: 1e week vakantie en oud- en nieuwjaarsdag en 2e vakantieweek.
oneven jaren: de kerstdagen, even jaren: 1e week vakantie en oud- en
nieuwjaarsdag en 2e vakantieweek.
Voorjaarsvakantie
oneven jaren
even jaren
Meivakantie
even jaren
oneven jaren
Studiedagen
worden in onderling overleg bij helfte verdeeld
worden in onderling overleg bij helfte verdeeld
Goede vrijdag en Pasen
even jaren
oneven jaren
Hemelvaartsdag
even jaren
oneven jaren
Verjaardag [de minderjarige]
even jaren
oneven jaren
Verjaardag ouder
bij eigen verjaardag
bij eigen verjaardag
Vaderdag
bij de vader
bij de vader
Moederdag
bij de moeder
bij de moeder
waarbij voor de zomervakantie in 2027 geldt dat er in de week dat [de minderjarige] bij de ene ouder verblijft twee bel- of videomomenten zijn met de andere ouder;
als een feestdag in een vakantie valt, dan is de vakantieregeling doorslaggevend;
verklaart deze beschikking voor zover die ziet op de zorgregeling (zowel regulier als tijdens vakantie en feestdagen) uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, R. Feunekes en A.L.H. Ernes, bijgestaan door mr. K.E. Vaartjes-de Wit als griffier, en is op 7 mei 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Voetnoten

1.Artikel 7 Verordening Pro (EU) 2019/1111 van 25 juni 2019 (Brussel II ter)