Partijen sloten op 11 maart 2025 een aannemingsovereenkomst voor de verbouwing van een woning met een aanneemsom van €205.203,04. De aannemer, Durateq B.V., begon op 14 april 2025 met de werkzaamheden en stuurde facturen die deels betaald werden. Er ontstond een geschil over facturering en kwaliteit van het werk, waarna Durateq zich op retentierecht beriep en de sloten van de woning verving.
De opdrachtgever startte een kort geding tegen Durateq, waarin de voorzieningenrechter op 28 juli 2025 diverse veroordelingen uitsprak tegen Durateq, waaronder het staken van het retentierecht en het verstrekken van onderbouwing van facturen. Durateq stelde hoger beroep in en verzocht om schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis.
Na ontbinding van de aannemingsovereenkomst door de opdrachtgever op 24 oktober 2025 verloor deze het belang bij de veroordelingen. Het hof oordeelde dat de belangen van Durateq bij schorsing zwaarder wegen en schorstte de tenuitvoerlegging van het vonnis en de dwangsommen. De mondelinge behandeling in de hoofdzaak is gepland op 31 maart 2026, waarbij partijen hun standpunten zullen toelichten.