ECLI:NL:GHARL:2026:2941

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
Wahv 200.360.068/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. C2 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging matiging dwangsom wegens handelen in strijd met geslotenverklaring

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 RVV 1990) op 27 september 2022 in Zaltbommel. De kantonrechter mat de sanctie wegens overschrijding van de redelijke termijn tot €112,50 en kende een proceskostenvergoeding toe.

In hoger beroep voerde de gemachtigde aan dat de betrokkene de gedraging ontkende en slechts achteruit had gereden binnen de Boschstraat om te parkeren. Het hof oordeelde dat de verklaring van de ambtenaar, ondersteund door Google Maps-beelden, voldoende bewijs leverde dat de overtreding had plaatsgevonden.

Verder werd betwist of de officier van justitie tijdig had beslist op het administratief beroep, waarbij de betrokkene geen verdagingsbrief had ontvangen. Het hof stelde vast dat de verdagingsbrief via een geautomatiseerd en betrouwbaar proces was verzonden, waardoor de beslistermijn tijdig was verlengd en geen dwangsom verschuldigd was.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de matiging van de dwangsom tot €112,50 en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.360.068/01
CJIB-nummer
: 252903565
Uitspraak d.d.
: 12 mei 2026
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 26 augustus 2025, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 112,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 453,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990, eenrichtingverkeer)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 september 2022 om 17:31 uur op de Boschstraat in Zaltbommel met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting gematigd tot een bedrag van € 112,50.
2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene de gedraging ontkent. Hij is niet vanuit de Waterstraat achteruit de Boschstraat in gereden maar alleen in de Boschstraat zelf achteruit gereden om in een beschikbaar parkeervak te parkeren. Hij is dus de Boschstraat op juiste wijze ingereden en vervolgens achteruit gereden om file te parkeren. De 50 meter achteruit waarover hij verklaarde bij staandehouding zien hierop. De gedraging heeft dus niet plaatsgevonden.
Eerder in de procedure heeft de betrokkene foto’s overgelegd waarop hij (onder meer) de door hem achteruit gereden route door de Boschstraat tot het parkeervak heeft aangegeven.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Op genoemde tijd en locatie zag ik een voertuig achteruit vanaf de Waterstraat tegen de rijrichting in de Boschstraat in rijden. Ik zag dat het voertuig van mij af reed. Ik stond op de kruising Waterstraat, Markt, Gasthuisstraat en Boschstraat. Ik zag dat het voertuig parkeerde in een parkeervak. (…) Mij is ambtshalve bekend dat op genoemde straat een bord C2 RVV 1990 is geplaatst. Deze bebording is door mij gecontroleerd. (…)
Verklaring betrokkene: ik leerde op school dat 50 meter mag.”
5. In het dossier bevindt zich voorts een door de ambtenaar overgelegde uitdraai uit Google maps, streetview, waarop het bord C2 geslotenverklaring op de Boschstraat, kruising Gasthuisstraat, Markt, Waterstraat te Zaltbommel te zien is.
6. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat de betrokkene vanaf de Waterstraat (achteruit) de Boschstraat in reed en daarbij een bord C2 is gepasseerd. Het hof ziet geen aanleiding om aan die verklaring te twijfelen. De enkele stelling dat de betrokkene de Boschstraat op juiste wijze is ingereden en in de Boschstraat 50 meter achteruit is gereden, is daarvoor onvoldoende. Aldus kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
7. Verder voert de gemachtigde aan dat de officier van justitie ten onrechte heeft afgezien van het vaststellen van de hoogte van de aan hem verschuldigde dwangsom doordat de officier van justitie niet tijdig op het administratief beroep heeft beslist. Hiertoe voert de gemachtigde aan dat de betrokkene noch hij een verdagingsbrief heeft ontvangen, en, gelet daarop, de beslistermijn eindigde op 22 maart 2023. Uit jurisprudentie van dit hof uit 2020 blijkt dat de verdagingsbrief niet uitsluitend automatisch wordt verzonden, maar ook handmatig wordt aangemaakt door het Parket CVOM. Bij de stukken bevindt zich bovendien geen verzendadministratie waaruit blijkt dat de verdagingsbeslissing van de officier van justitie is verstuurd en waaruit blijkt op welke wijze de verdagingsbrief is verzonden. Hij verwijst daarbij naar dat wat het parket CVOM hierover heeft opgenomen in het door hem meegezonden document ‘Beschrijving verzending brieven vanuit MAPS’. Gelet op het voorgaande stelt de gemachtigde dat nu de verdagingsbrief (naar het hof begrijpt: de beslissing van de officier van justitie) eerst op 19 april 2023 is verzonden, de officier van justitie gedurende 9 dagen dwangsommen heeft verbeurd.
8. Het hof stelt het volgende vast. Op 18 oktober 2022 is de inleidende beschikking naar de betrokkene verstuurd. De uiterste datum voor het instellen van administratief beroep was 29 november 2022, waardoor de beslistermijn in beginsel 16 weken later en dus op 21 maart 2023 eindigde. In het dossier bevindt zich een brief van de officier van justitie gedateerd 13 maart 2023, waarin de betrokkene wordt medegedeeld dat de beslistermijn met 10 weken wordt verlengd.
9. Het hof stelt vast dat in het (door de gemachtigde overgelegde) document ‘Beschrijving verzending brieven vanuit MAPS’ staat vermeld:
“Het Parket CVOM verzendt in uitzonderlijke gevallen ook handmatige brieven. Dit zijn brieven die niet als standaardbrief zijn opgenomen in MAPS. Deze handmatige brieven worden gebruikt in situaties waarin de standaardbrieven niet gebruikt kunnen worden.”
Daarnaast staat in dit document:
“In MAPS bevinden zich een aantal standaardbrieven die volledig geautomatiseerd worden aangemaakt én altijd via de vaste werkwijze worden verzonden via de printer van het CJIB. Hier komt dus géén handelen van een medewerker aan te pas. Dit betreft de volgende brieven:
(…)
VBE OvJ ofwel de verlenging van de beslistermijn door de officier van justitie.
(…)”
10. Gelet op het voorgaande is de verdagingsbrief een standaardbrief die altijd via de vaste werkwijze vanuit MAPS wordt verzonden. De gemachtigde heeft niets aangevoerd waaruit blijkt dat dat in dit geval niet zo zou zijn. Het hof heeft in het arrest van 13 mei 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:2912) vastgesteld dat het verzendproces van brieven die door de officier van justitie worden verzonden vanuit MAPS zo is ingericht, dat de kans op fouten nagenoeg is uitgesloten. Daarom mag ervan worden uitgegaan dat deze brief daadwerkelijk is verzonden.
11. Het hof heeft in het hiervoor genoemde arrest verder overwogen dat het hof voor de brieven betreffende het verlengen van de beslistermijn door de officier van justitie ervan uitgaat dat de bezorging van die brieven acht dagen na dagtekening bij de (gemachtigde van de) betrokkene plaatsvindt. Het hof houdt het ervoor dat de brief met dagtekening 13 maart 2023 op 21 maart 2023 bij de (gemachtigde van de) betrokkene is bezorgd.
12. Gelet op het voorgaande is de beslistermijn tijdig verlengd. De beslistermijn eindigde op 30 mei 2023. De op 27 maart 2023 en 7 april 2023 door de officier van justitie ontvangen ingebrekestellingen zijn prematuur. De officier van justitie is, zoals de kantonrechter ook terecht heeft geoordeeld, dus geen dwangsom verschuldigd.
13. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.