Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven, tevens wijziging/vermeerdering van eis
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, tevens aanvulling van eis
- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep, met uitzondering van: het gedeelte tot aan randnummer 26, de vermeerdering van eis en de producties
- een akte van [geïntimeerde] van 10 juli 2025
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 21 juli 2025 is gehouden
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
- van 9 maart 2021 van het bedrijf dat de verwarmingsinstallatie heeft geïnstalleerd ( [naam4] , hierna: [naam4] ) voor werkzaamheden in de periode van 1 februari 2021 tot 8 februari 2021 voor een bedrag van [valuta] 21.425,70 en voor werkzaamheden van 16 januari 2021 tot 8 februari 2021 van [valuta] 9.554,10
- van 14 februari 2021 van een ander bedrijf gericht aan [naam4] in verband met waterschade van [valuta] 294,95
- van 11 februari 2021 van een bedrijf in verband met droogwerkzaamheden voor een bedrag van [valuta] 2.098,25
- van 3 maart 2021 van een bedrijf aan de verzekeringsmaatschappij voor een bedrag van [valuta] 66,60.
- aan [naam4] van 8.774,89 op 3 juni 2021, van 16.776,18 op 17 februari 2021 en van 3.445,70 op 26 maart 2021
- aan [naam5] op 17 mei 2021 van 2.175,75
Deze uiterste wil heeft mede ten doel om zoveel mogelijk te voorkomen, dat er met betrekking tot de afwikkeling van mijn nalatenschap onenigheid tussen mijn kinderen zal zijn. Mijn dochter, (…), ken ik daartoe binnen het kader van het hierna bepaalde ruime bevoegdheden toe met betrekking tot de afwikkeling van mijn nalatenschap. Mijn zoon (…) wens ik echter geenszins te benadelen.”
zodat een gelijke staakverdeling ontstaat”.
Ik legateer, niet vrij van rechten en kosten, aan mijn zoon [geïntimeerde] (…)
- Onder saldo wordt hier verstaan de waarde van de goederen van de nalatenschap, welke waarde wordt verminderd met de in artikel 4:7 lid Pro onder a tot en met d en i BW bedoelde schulden.
- Als goederen komen niet in aanmerking roerende zaken/de inboedelgoederen in de zin van artikel 3:5 BW Pro.
- Indien mijn zoon [geïntimeerde] het legaat van de woning in [land1] aanvaardt, zal voor de berekening van de omvang van het geldlegaat het saldo van mijn nalatenschap worden verminderd met de waarde van (het chalet).
- Op het geldlegaat wordt/worden in mindering gebracht het/de geldlegaten ten behoeve van de (klein-)kinderen van mijn zoon [geïntimeerde] (zodat de hiervoor bedoelde gelijke staakverdeling ontstaat).”
De in het testament bedoelde rekenmethode gaat uit van een fifty-fifty-verdeling. Het zuiver saldo van de nalatenschap (incl. waarde (hof: van het chalet)) delen door twee (2). Op de aan uw broer toekomende helft dient vervolgens de waarde van (het chalet) in mindering te worden gebracht, alsmede 2 x 20.000 (legaten aan zijn kinderen).
De in het vorig jaar gepasseerd testament bedoelde rekenmethode gaat zonder meer uit van een 50/50-verdeling. Het zuiver saldo van de nalatenschap (inclusief de waarde van het chalet in [land1] ) moet worden gedeeld door twee.
Mijn proactieve houding op de fiscale gevolgen van het legaat en de om die reden gekozen omschrijving in het testament heeft slechts een fiscale voordeelbenadering voor legataris bedoeld en niet de uitleg die naar een andere uitkomst dan een 50/50 verdeling tussen broer en zus zou leiden.”
dat het saldo van de nalatenschap wordt verminderdmet de waarde van het chalet achteraf een ongelukkige verschrijving blijkt.
4.De beslissing
- haar medewerking te verlenen aan het afgeven van het legaat van het chalet in [land1] en [geïntimeerde] dit chalet in behoorlijke staat ter vrije beschikking te stellen door dit chalet bij een notariële akte aan hem over te dragen waarbij de kosten van de notariële akte en de inschrijving hiervan in de openbare registers voor rekening van [geïntimeerde] komen;
- alle sleutels van het chalet aan [geïntimeerde] af te geven;
- alle persoonlijke bezittingen van [appellante] in het chalet weg te halen en het chalet bezemschoon ter beschikking aan [geïntimeerde] te stellen, het chalet te verlaten en te ontruimen, met de machtiging aan [geïntimeerde] om als [appellante] hieraan niet volledig voldoet deze verlating en ontruiming zelf te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van de politie en justitie en op kosten van [appellante] ;
- waarbij [appellante] een dwangsom verbeurt van € 2.500,- per dag of gedeelte hiervan waarop zij na acht weken na de datum van dit arrest niet aan deze veroordeling voldoet met een maximum van € 50.000,-;