Op 22 januari 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in hoger beroep betreffende de verlenging van de terbeschikkingstelling van een terbeschikkinggestelde, geboren in 1960. De rechtbank Overijssel had op 16 juni 2025 besloten om de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen. De terbeschikkinggestelde, die verblijft in een Forensisch Psychiatrisch Centrum, heeft in hoger beroep verzocht om meer vrijheden en een overplaatsing naar een afdeling voor begeleid wonen. Zijn raadsman voerde aan dat de fysieke en geestelijke gezondheid van de terbeschikkinggestelde achteruitgaat en vroeg het hof om te beoordelen of het recidivegevaar nog aanwezig is. De advocaat-generaal heeft echter verzocht om de beslissing van de rechtbank te bevestigen, wijzend op de hoge risico's van recidive zonder de terbeschikkingstelling.
Het hof heeft de stukken en de argumenten van beide partijen in overweging genomen. Het hof concludeert dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en bevestigt de beslissing tot verlenging van de terbeschikkingstelling. Het hof ziet geen aanleiding voor een vingerwijzing aan de kliniek, aangezien deze aandacht heeft voor de toenemende afhankelijkheid van de terbeschikkinggestelde en zoekt naar een geschikte vervolgplek. De beslissing is openbaar uitgesproken door de voorzitter en de raadsheren, waarbij enkele leden buiten staat waren om te ondertekenen.