De moeder en vader zijn gezamenlijk gezagdragers over hun minderjarige kind, geboren in 2021. De rechtbank had de hoofdverblijfplaats bij de vader vastgesteld en een zorgregeling waarbij de minderjarige om de twee weken bij de moeder verbleef. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing en verzocht om wijziging van de hoofdverblijfplaats en zorgregeling.
Het hof oordeelt dat de hoofdverblijfplaats bij de vader moet blijven, omdat een wijziging ingrijpend is en niet in het belang van het kind. De moeder kon de door haar gestelde intieme terreur niet aantonen. Beide ouders zijn betrokken en liefdevol, maar de communicatie is moeizaam en strijdig.
De zorgregeling wordt aangepast: het halen en brengen wordt een gezamenlijke verantwoordelijkheid, waarbij de moeder eenmaal per vier weken de minderjarige op vrijdag van school ophaalt. De eindtijd op zondag wordt vervroegd naar 17:30 uur. De zomervakantie wordt vanaf 2027 verdeeld in twee aaneengesloten periodes van drie weken, waarbij de minderjarige in oneven jaren eerst bij de vader verblijft en in even jaren eerst bij de moeder.
Verzoeken van de moeder tot wijziging van hoofdverblijfplaats en inschrijving in de BRP op haar adres worden afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.