Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift, ontvangen op 22 december 2025;
- het verweerschrift van de vader met daarbij zijn incidenteel hoger beroep;
- het verweerschrift van de moeder tegen het incidenteel hoger beroep van de vader;
- een bericht namens de vader van 10 april 2026, met producties;
- een bericht namens de moeder van 10 april 2026, met producties.
- de moeder met haar advocaat
- de vader met zijn advocaat
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (hierna: de raad).
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vader vastgesteld;
- als zorgregeling vastgesteld dat [de minderjarige] een keer in de twee weken van vrijdag uit school tot zondagavond 18:30 uur bij de moeder verblijft waarbij de vader [de minderjarige] naar de moeder zal brengen en [de minderjarige] bij de moeder zal ophalen;
- een vakantieregeling vastgesteld, waarbij voor de zomervakantie geldt dat [de minderjarige] in de even jaren eerst twee weken bij de moeder, daarna een week bij de vader, vervolgens een week bij de moeder en tenslotte twee weken bij de vader verblijft en in de oneven jaren eerst twee weken bij de vader, daarna een week bij de moeder, vervolgens een week bij de vader en tenslotte twee weken bij de moeder verblijft.
5.De motivering van de beslissing
6.De beslissing
- eenmaal per vier weken draagt de vader zorg voor het brengen en halen van [de minderjarige] naar en van de moeder;
- eenmaal per vier weken haalt de moeder [de minderjarige] op vrijdag op uit school in [woonplaats2] en haalt de vader [de minderjarige] op zondag weer op bij de moeder. De verplichting van de moeder om aan de vader een onkostenvergoeding te betalen voor de reis vervalt in dit weekend;
- [de minderjarige] verblijft in de oneven jaren de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder en in de even jaren de eerste drie weken bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader, waarbij de zomervakantie aanvangt op vrijdag na school;
- het wisselmoment vindt plaats na de eerste drie weken op zaterdag om 10:00 uur;
- het laatste weekend van de zomervakantie zal [de minderjarige] bij de ouder zijn bij wie zij volgens de reguliere zorgregeling is in dat weekend, vanaf zaterdagochtend 10:00 uur;