Uitspraak
0 Het verloop van de procedure in hoger beroep
1.Inleiding
2.De van belang zijnde feiten
3.Standpunt en vorderingen VVZBI
4.Oordeel rechtbank
5.Nadere ontwikkeling(en)
6.Relevante bepalingen van Unierecht
7.Relevante bepalingen van Nederlands recht
Compass-Datenbank/Oostenrijk [11] , betrof het Oostenrijkse handelsregister (
“Firmenbuch”) dat door de Oostenrijkse republiek werd geëxploiteerd. De procedure ging over de vraag of er sprake was van een economische activiteit door de overheidsinstantie als deze onder meer met een beroep op een databankenrecht op het handelsregister vormen van gebruik door afnemers verhinderde die verder gingen dan verlening van inzage en vervaardiging van print-outs. De aan het hof voorgelegde vragen betroffen het mededingingsrecht. Aan het hof was niet de vraag voorgelegd of aan de overheidsinstantie al of niet een databankenrecht op het handelsregister toekwam. Punten 46 en 47 van dit arrest luiden als volgt:
Bayern/Esterbauer [12] ging het om de vraag of door de deelstaat Bayern uitgegeven topografische kaarten onder het begrip databank vielen. Aan het HvJ EU is niet de vraag voorgelegd of aan de deelstaat Bayern zo’n recht zou kunnen toekomen. Het HvJ EU is in zijn arrest weliswaar niet op dat punt ingegaan, maar lijkt er bij zijn beantwoording van uit te gaan dat aan de deelstaat Bayern wel zo’n recht zou kunnen toekomen.
Innoweb, C‑202/12, EU:C:2013:850, punt 36 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
9.Aanleiding voor het stellen van de vragen
Compass-Datenbank [14] en
Bayern/Esterbauer [15] zou impliciet kunnen worden afgeleid dat een openbaar lichaam rechthebbende op een databank kan zijn. VVZBI stelt echter dat de in die procedures aan het HvJ EU voorgelegde vragen dat onderwerp niet bestreken, zodat die conclusie niet mag worden getrokken. De KVK verdedigt daartegenover dat als het HvJ EU van oordeel zou zijn geweest dat bijvoorbeeld aan de republiek Oostenrijk geen databankenrecht op het handelsregister zou toekomen, het HvJ EU de vragen over het mededingingsrecht als hypothetisch van karakter niet had beantwoord. Een verschil tussen het Oostenrijkse en het Nederlandse handelsregister is overigens dat het Oostenrijkse handelsregister wordt geëxploiteerd door de republiek Oostenrijk, die eventuele tekorten uit haar eigen begroting kan aanzuiveren Het Nederlandse handelsregister wordt geëxploiteerd door een apart daarvoor opgericht openbaar lichaam (de KVK), aan wie eventuele tekorten worden betaald door de Nederlandse Staat, voor zover die niet uit de inkomsten en de egalisatiereserve kunnen worden gedekt.
“Public sector bodies can hold sui generis rights as laid down in the Database Directive if they have invested ‘time, money and effort’ in establishing a database and they want this investment to be protected. In practice, public bodies may invoke the sui generis right to escape the application of the rules of the PSI Directive. A contradiction may appear between the aims of the two instruments”. [17] In een in opdracht van de Europese Commissie opgestelde Study in support of the evaluation of Directive 96/9/EC on the legal protection of databases is over de Databankenrichtlijn en de voorganger van de Open Data Richtlijn opgemerkt dat
“Nothing in either of the two directives precludes a public-sector body from acquiring a sui generis right if the conditions of the Database Directive are fulfilled.
The key point is to understand whether the public-sector body makes an investment, even though it is arguable that the state does not usually take financial risks. It is often unclear where this is the case.” [18]
“investering”niet louter financieel is, maar blijkens overweging 40 van de Databankenrichtlijn ook betrekking heeft op
“tijd, moeite en energie”.
“Gebruik van deze documenten om andere redenen is hergebruik”zou erop kunnen wijzen dat het hebben van een commercieel doel al voldoende is om te kwalificeren als hergebruik. In de voorwaarden van de KVK heeft zij een verbod opgelegd voor ‘het al dan niet tegen betaling doorgeven of beschikbaar stellen van Handelsregistergegevens aan derden op een wijze die functioneel niet
10.De prejudiciële vragen
“hergebruik” als bedoeld in artikel 2 onder Pro 11 en sub a Open Data Richtlijn als de natuurlijke of rechtspersoon die documenten opvraagt geen openbaar lichaam is, maar een commerciële of niet-commerciële private partij, zodat er gezien het private karakter van die partij zonder meer sprake is van het nastreven van andere doeleinden dan de doelen van algemeen belang die het openbare lichaam nastreeft?
,op papier of in een portal, app of website, los of als bijlage bij een ander product) ter beschikking stellen aan een derde van een uittreksel uit een door een openbaar lichaam beheerde set documenten door een aanvrager van dit uittreksel onder het in 2a genoemd “hergebruik”?