Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:3336

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
200.283.878
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:162 BWArt. 31 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Productenaansprakelijkheid landbouwplastic met gebreken veroorzaakt schade aan graskuil

In deze civiele procedure stond productenaansprakelijkheid centraal. De veehouder had landbouwplastic aangeschaft dat later bleek te zijn voorzien van kleine gaatjes. Deze gebreken ontstonden tijdens de productie van het plastic. Door de gaatjes kon zuurstof het gras bereiken, waardoor de graskuil beschimmelde en waardeloos werd.

Het hof heeft een deskundigenbericht ingewonnen en vastgesteld dat er een causaal verband bestaat tussen het gebrekkige landbouwplastic en de schade aan de graskuil. Hierdoor is de verkoper tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen door non-conform landbouwplastic te leveren. Daarnaast heeft de producent onrechtmatig gehandeld door het gebrekkige product in het verkeer te brengen.

De schade is door het hof op concrete wijze begroot, waarbij rekening is gehouden met de waardevermindering van de graskuil. Tevens heeft het hof een verzoek tot verbetering van een kennelijke schrijffout in het arrest toegewezen, waarbij een verkeerde naam in de processtukken is gecorrigeerd. Het arrest is op 26 mei 2026 door het hof Arnhem-Leeuwarden gewezen.

Uitkomst: Het hof oordeelt dat de verkoper non-conform heeft geleverd en de producent onrechtmatig handelde, en begroot de schade concreet.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.283.878
(zaaknummer rechtbank Overijssel C/08/228290)
beslissing van 26 mei 2026 op verzoek ex artikel 31 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering
in de zaak van
de maatschap
[de veehouder],
gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente [gemeentenaam] ,
appellante,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: [de veehouder] ,
advocaat: mr. A.P. Maes,
tegen:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[de verkoper] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente [gemeentenaam] ,
advocaat: mr. F.R.H. Kuiper,
2. de naamloze vennootschap naar Belgisch recht
RKW Hyplast N.V.,
gevestigd te Hoogstraten (België),
advocaat: mr. T. Burgers,
geïntimeerden,
in eerste aanleg: gedaagden,
hierna: [de verkoper] en RKW en tezamen RKW c.s.,
Het hof heeft in deze zaak op 31 maart 2026 arrest gewezen.
Het hof heeft kennis genomen van een verzoek van mr. Kuiper bij e-mail van 3 april 2026 namens [de verkoper] om een kennelijke schrijffout te verbeteren. Het gaat daarbij om de vermelding van de naam [de veehouder] in de eerste regel van blad 7: dat moet [de verkoper] zijn.
[de veehouder] en RKW zijn in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren. Zij hebben daarvan geen gebruik gemaakt.
Het hof is van oordeel dat er sprake is van een kennelijke schrijffout die zich voor eenvoudig herstel leent en wijst het verzoek toe.
Het hof bepaalt dat waar “ [de veehouder] ” staat in de eerste regel van blad 7, dit wordt gewijzigd in “ [de verkoper] ”.
Deze verbetering wordt aangebracht op de minuut.
Voor het overige blijft het arrest, ook wat betreft de datum van uitspraak, geheel in stand.
Dit arrest is gewezen door mrs. F.J. de Vries, M.S.A. van Dam en B.J.H. Hofstee, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.