Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:3392

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
21-004954-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk wegens te laat instellen hoger beroep na elektronische betekening

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 21 mei 2026 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter van 7 februari 2025.

De dagvaarding voor de politierechter was elektronisch betekend via de Berichtenbox van MijnOverheid op 28 november 2024, waarbij verdachte diezelfde dag nog heeft ingelogd. Dit geldt als betekening in persoon, waardoor het hoger beroep binnen veertien dagen na het vonnis had moeten worden ingesteld.

Het hoger beroep werd echter pas op 27 november 2025 ingesteld, ruim na de wettelijke termijn. De verdediging voerde aan dat verdachte de dagvaarding nooit had gezien, maar het hof oordeelde dat de verdachte zelf verantwoordelijk is voor het lezen van gerechtelijke mededelingen in zijn Berichtenbox.

Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep wegens overschrijding van de termijn.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens te late indiening na elektronische betekening.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004954-25
Uitspraak van 21 mei 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 7 februari 2025 met parketnummer 05-362433-24 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .

Het hoger beroep

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 21 mei 2026.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. A.A. Nunnikhoven, hebben aangevoerd.

De ontvankelijkheid van het hoger beroep

Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte ontvankelijk is in het hoger beroep. Ondanks het stuk in het dossier over de elektronische overdracht, is het de vraag of de verdachte de dagvaarding heeft gezien en deze hem heeft bereikt. De verdachte heeft bij zijn laatste woord verklaard de brief nooit te hebben gezien.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft het standpunt ingenomen dat het hoger beroep te laat is ingesteld en de verdachte daarom niet-ontvankelijk is in het hoger beroep.
Oordeel van het hof
De wet schrijft voor dat binnen veertien dagen na de uitspraak van het vonnis hoger beroep moet worden ingesteld als sprake is van een betekening in persoon. In dit geval is de dagvaarding voor de zitting van de politierechter langs elektronische weg aan de verdachte betekend. Dit is gebeurd volgens de voorgeschreven wijze, namelijk via de Berichtenbox van MijnOverheid, waarbij moet worden ingelogd met DigiD. De gerechtelijke mededeling betreft een dagvaarding voor de zitting van 7 februari 2025 die in de Berichtenbox is geplaatst op 28 november 2024 om 14:48 uur. Nog diezelfde middag is ingelogd in de MijnOverheid Berichtenbox. Dit is de Berichtenbox van de verdachte. Dat maakt dat sprake is van een betekening (aan de verdachte) in persoon.
Het hoger beroep is pas ingesteld na het verstrijken van de wettelijke termijn, namelijk op 27 november 2025. Kortom, het hoger beroep is niet op tijd ingesteld. Dat de verdachte stelt dat hij de gerechtelijke mededeling niet heeft gezien, maakt de overschrijding niet verontschuldigbaar. De verdachte is namelijk zelf verantwoordelijk voor het lezen van gerechtelijke mededelingen in zijn Berichtenbox.
Het hof verklaart de verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gewezen door
mr. R.W.E. van Leuken, voorzitter,
mr. J. Steenbrink en mr. C.T. Tjauw-Foe, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T. Lammerdink, griffier,
en op 21 mei 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.