Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:3620

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
3 juni 2026
Zaaknummer
21-003298-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1 Wet DierenArt. 2.2 Wet Dieren
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor onvoldoende medicatie toedienen aan hond

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 4 juni 2026 in hoger beroep uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die werd verdacht van het niet bestellen en toedienen van voldoende medicatie aan zijn hond, wat zou hebben geleid tot pijn en benadeling van het welzijn van het dier.

De politierechter had verdachte reeds vrijgesproken, maar het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en met andere argumenten tot een integrale vrijspraak besloten. Het hof oordeelde dat op basis van het dossier niet kon worden uitgesloten dat de verdachte op de relevante datum nog medicatie had toegediend, mede omdat er nog tabletten in huis waren en de verdachte dit ook verklaarde.

Daarnaast werd de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke taakstraf afgewezen omdat de verdachte werd vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten. Het in beslag genomen dier werd teruggegeven aan de verdachte.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor onvoldoende medicatie toedienen aan zijn hond.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003298-25
Uitspraak van 4 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 10 juli 2025 met parketnummer 84-045178-25 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 84-120577-24, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 21 mei 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat de raadsman, mr. M.H. Hogeman, heeft aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter heeft de verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten. Verder is de vordering tot tenuitvoerlegging afgewezen.
Het hof vernietigt het vonnis omdat het hof met andere argumenten dan de politierechter tot een integrale vrijspraak komt. Het hof doet daarom opnieuw recht.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 24 oktober 2024 in [plaats] , in elk geval in Nederland, zonder redelijk doel en/of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, bij een dier, te weten een hond, pijn en/of letsel heeft veroorzaakt en/of de gezondheid en/of het welzijn van dat dier heeft benadeeld, door in strijd met het behandelplan niet de benodigde medicatie te bestellen en/of toe te dienen;
2.
hij op of omstreeks 24 oktober 2024 in [plaats] , in elk geval in Nederland, als houder van een hond, aan die hond de nodige verzorging heeft onthouden door in strijd met het behandelplan niet de benodigde medicatie bestellen en/of toe te dienen.

Vrijspraak

Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft het standpunt ingenomen dat beide feiten bewezen kunnen worden verklaard. Op 30 juli 2024 heeft de verdachte voor het laatst medicatie in de vorm van tabletten gekocht voor de hond. Bij de hercontrole op 24 oktober 2024 treft de politie nog zeven tabletten aan in het potje. De verdachte heeft daarom in de tussentijd te weinig medicatie aan de hond gegeven, de hond zorg onthouden en de aanwijzingen van de dierenarts niet opgevolgd.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit de verdachte vrij te spreken. Er valt niet vast te stellen dat de hond na 30 juli 2024 te weinig medicatie heeft gekregen. In het huis van de verdachte zijn vier potjes gevonden waar tabletten in zaten/zitten. De hond was ziek en at nauwelijks, omdat hij leed aan artrose en aan kanker. Het was daarom lastig medicatie te geven aan de hond. Ook is de hond een tijd inbeslaggenomen geweest. Dit alles samen maakt dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte te weinig medicatie heeft gegeven aan de hond, ook omdat de verdachte stelt dat hij nog voldoende tabletten had voor zijn hond.
Oordeel van het hof
De verweten gedragingen in de tenlastelegging komen er in de kern op neer of de verdachte
op of omstreeks 24 oktober 2024onvoldoende medicatie heeft besteld voor of toegediend aan zijn hond. In dat geval is sprake van strafbaar handelen. Dit zou tot gevolg hebben gehad dat bij de hond pijn is veroorzaakt, dat zijn gezondheid/welzijn is benadeeld en de hond de nodige verzorging is onthouden.
Op basis van het dossier valt niet uit te sluiten dat de verdachte op of omstreeks 24 oktober 2024 tabletten aan zijn hond heeft gegeven. De verdachte had op 24 oktober 2024 namelijk nog enkele tabletten in huis en de verdachte heeft verklaard medicatie te hebben toegediend.
Het hof spreekt de verdachte daarom vrij van de tenlastegelegde feiten.
Wat verder over het bestellen en toedienen van de medicatie is aangevoerd door de raadsman en de advocaat-generaal, valt buiten de tenlastegelegde periode. Het hof zal om die reden op die standpunten en verweren niet responderen.

Het beslag

Onder de verdachte is een hond inbeslaggenomen. Deze hond behoort de verdachte toe.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft de verbeurdverklaring van de hond gevorderd.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.
Oordeel van het hof
Het hof gelast dat de inbeslaggenomen hond wordt teruggegeven aan de verdachte.

Vordering tot tenuitvoerlegging (84-120577-24)

De rechtbank Gelderland heeft de verdachte op 12 september 2024 veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 80 uren. Het Openbaar Ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de opgelegde voorwaardelijke taakstraf. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft het standpunt ingenomen dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat tenuitvoerleggen niet langer opportuun is.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van deze vordering tot tenuitvoerlegging.
Oordeel van het hof
Het hof zal de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart
niet bewezendat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en
spreektde verdachte daarvan
vrij.
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- Hond (PL0600-2024500885-G3318209).
Wijst afde vordering van de officier van justitie van het Functioneel Parket van 6 juni 2025, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 12 september 2024, parketnummer 84-120577-24, voorwaardelijk opgelegde taakstraf van 80 (tachtig) uren.
Aldus gewezen door
mr. R.W.E. van Leuken, voorzitter,
mr. J. Steenbrink en mr. C.T. Tjauw-Foe, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T. Lammerdink, griffier,
en op 4 juni 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.