Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:3622

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
3 juni 2026
Zaaknummer
21-002369-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 57 SrArt. 63 SrArt. 311 SrArt. 350 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep woninginbraken en vernieling met DNA-bewijs en vrijspraak deels

Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor drie woninginbraken en vernieling, waarbij DNA-bewijs een belangrijke rol speelde. In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan. Het hof sprak verdachte vrij van de inbraak in [plaats 3] wegens onvoldoende bewijs, maar verklaarde bewezen dat verdachte betrokken was bij de inbraken in [plaats 1] en [plaats 2] en het wegnemen van een sleutelkastje in [plaats 3].

De DNA-sporen die op de inbraaklocaties en het sleutelkastje werden aangetroffen, kwamen overeen met het DNA-profiel van verdachte met een zeer hoge bewijskracht. Verdachte ontkende de feiten en stelde dat zijn DNA door secundaire overdracht op de plaatsen terecht was gekomen, maar kon dit niet concreet onderbouwen. Het hof verwierp dit als onvoldoende aannemelijk.

Het hof overwoog dat verdachte eerder meerdere keren onherroepelijk was veroordeeld voor woninginbraken, wat als strafverzwarend werd meegewogen. Gezien de ernst van de feiten en recidive achtte het hof de opgelegde gevangenisstraf van 9 maanden passend en noodzakelijk. Het verzoek van de verdediging om nader DNA-onderzoek werd afgewezen omdat het alternatieve scenario onvoldoende concreet was.

Het hof verklaarde het openbaar ministerie ontvankelijk en wees het beroep op schending van artikel 6 EVRM Pro af. De straf zal volledig in detentie worden uitgevoerd, met mogelijke deelname aan een penitentiair programma. Het arrest werd uitgesproken op 3 juni 2026 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf voor twee woninginbraken en het wegnemen van een sleutelkastje, vrijgesproken van een derde inbraak.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002369-25
Uitspraakdatum: 3 juni 2026
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 16 mei 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 16-070540-24 en 18-176174-24, tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,
op dit moment vanwege een andere strafzaak verblijvende in de P.I. [instelling]

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 20 mei 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering houdt in:
  • vernietiging van het vonnis van de politierechter;
  • vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 18-176174-24 als primair en subsidiair ten laste gelegde feit;
  • bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 16-070540-24 als feit 1 en 2 en het in de zaak met parketnummer 18-176174-24 meer subsidiair ten laste gelegde;
  • veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn waarnemend raadsvrouw, mr. A. van der Pijl, advocate te Apeldoorn, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De politierechter heeft het in het vonnis de volgende beslissingen genomen:
  • vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 18-176174-24 als primair en subsidiair ten laste gelegde feit;
  • bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 16-070540-24 als feit 1 en 2 en het in de zaak met parketnummer 18-176174-24 meer subsidiair ten laste gelegde;
  • veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden.
Het hof vernietigt het vonnis en doet opnieuw recht.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De raadsvrouw heeft bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging. Dit omdat artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) zou zijn geschonden. De verdediging heeft in eerste aanleg en in hoger beroep verzocht om nader onderzoek, dan wel tegenonderzoek naar de DNA-sporen die door de rechtbank voor het bewijs zijn gebruikt.
Het hof overweegt hierover als volgt.
Uit artikel 6 EVRM Pro volgt voor de verdachte niet een absoluut recht op een nader onderzoek of tegenonderzoek. Wel zal de verdachte de gelegenheid moeten hebben om onderzoek dat door deskundigen is verricht, te betwisten. Als dat nadere onderzoek onmogelijk is, is het de vraag of die onmogelijkheid aan een eerlijke procesvoering als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in de weg staat. Dat is afhankelijk van de omstandigheden van de desbetreffende zaak. Daarbij kan worden gedacht aan onder meer (a) de gronden waarop de wens van de verdediging tot het doen verrichten van een tegenonderzoek steunt en (b) het belang van het gewenste tegenonderzoek in het licht van - bijvoorbeeld - de aanwezigheid van ander bewijsmateriaal dan wel de overtuigende kracht die pleegt te worden toegekend aan het bestreden onderzoeksresultaat. [1]
Het hof is tegen deze achtergrond van oordeel dat verdachte niet in zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak tekort is gedaan. Hierbij betrekt het hof het volgende.
De politie heeft op 2 inbraaklocaties veegsporen veilig gesteld en op 1 inbraaklocatie een sleutelkastje veilig gesteld. Hiernaar is onderzoek verricht. Hierop is DNA-materiaal aangetroffen dat qua DNA-profiel overeenkomt met het DNA-profiel van verdachte. Door de advocaat is in eerste aanleg verzocht om nader onderzoek te laten verrichten in de vorm van het benoemen van een DNA-deskundige die nader onderzoek zou kunnen doen op onder meer activiteitenniveau om de vraag te beantwoorden of het DNA-materiaal van verdachte door secundaire overdracht op de vindplaats kan zijn gekomen. In hoger beroep heeft de raadsman verzocht tegenonderzoek te laten verrichten naar de DNA-sporen waarbij er een overeenkomst was met het DNA-profiel van verdachte.
Het hof begrijpt dit (herhaalde) verzoek van de advocaat als een verzoek voor het uitvoeren van DNA-onderzoek op activiteitenniveau. Voor het uitvoeren van DNA-onderzoek op activiteitenniveau is het nodig dat er duidelijkheid is over wat er onderzocht moet worden. Dat betekent concreet dat er een ondubbelzinnig alternatief scenario moet zijn voor het DNA-sporenbeeld. Dit scenario wordt in beginsel door de verdediging ingevuld en moet consistent, concreet en helder zijn om onderzocht te kunnen worden. Zoals het alternatieve scenario door de verdediging is gepresenteerd, ook door verdachte op de zitting van het hof van 20 mei 2026, voldoet dit daar niet aan. Verdachte verklaart namelijk enkel dat hij niet op de ten laste gelegde plaatsen is geweest en dus dat zijn DNA daar op een andere wijze moet zijn gekomen. Het is daarmee niet duidelijk welk alternatief scenario de onderzoekers moeten betrekken in hun onderzoek. In zoverre is het verzoek onvoldoende onderbouwd en daarmee niet uitvoerbaar. Naar het oordeel van het hof staat het uitblijven van (aanvullend) DNA-onderzoek dan ook niet aan een eerlijke procesgang als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in de weg.
De slotsom luidt dan ook dat geen sprake is geweest van enig vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Het openbaar ministerie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Het hof verwerpt het daartegen gerichte verweer.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
zaak met parketnummer 16-070540-24:
1.
hij op of omstreeks 14 december 2023 te [plaats 1] , in een woning gelegen aan de [adres 1] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een gouden ketting, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen gouden ketting onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel;
2.
hij op of omstreeks 25 december 2023 te [plaats 2] , in een woning gelegen aan de [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, diverse sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen sieraden onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel;
zaak met parketnummer 18-176174-24:
primairhij op of omstreeks 8 december 2023 tussen 00:00 uur en 05:40 uur te [plaats 3] , gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in een woning, te weten [adres 3] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een portemonnee (met contant geld en/of passen), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen die goederen/dat goed onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, te weten een sleutel van de woning (die in sleutelkastje naast deur van woning aanwezig was) te gebruiken;
subsidiaireen of meer onbekende personen op of omstreeks 8 december 2023 tussen 00:00 uur en 05:40 uur te [plaats 3] , gemeente [gemeente] , in een woning, te weten [adres 3] , alwaar die onbekende perso(o)n(en) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een portemonnee (met contant geld en/of passen), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan die onbekende perso(o)n(en) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die onbekende perso(o)n(en) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen die goederen/dat goed onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, te weten een sleutel van de woning (die in sleutelkastje naast deur van woning aanwezig was) te gebruiken, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 8 december 2023 te [plaats 3] , gemeente [gemeente] , opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- dat sleutelkastje van de woning af te breken en/of te pakken en/of open te breken en/of
- op de uitkijk te staan;
meer subsidiairhij op of omstreeks 8 december 2023 te [plaats 3] , gemeente [gemeente] opzettelijk en wederrechtelijk een sleutelkastje (van woning [adres 3] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggemaakt;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Beschuldigingen

Verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een drietal inbraken. Verdachte ontkent deze feiten te hebben gepleegd.
De raadsvrouw heeft op de zitting van het hof bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van alle feiten. Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor betrokkenheid van verdachte. De aangetroffen DNA-sporen waarbij er een match is met het DNA-profiel van verdachte, hoeven niet delictgerelateerd te zijn. Niet uitgesloten kan worden dat het DNA van verdachte door middel van secundaire overdracht op de verschillende plaatsen delict is terechtgekomen.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het in de zaak met parketnummer
18-176174-24 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en daarmee dat verdachte betrokken is geweest bij de inbraak in [plaats 3] . Daarom spreekt het hof verdachte daarvan vrij.

Bewijsoverweging

Aan de hand van de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen, [2] bevattende onder meer redengevende feiten en omstandigheden, zet het hof zijn overwegingen met betrekking tot de bewezenverklaring uiteen.
Zaak met parketnummer 16-070540-24:
Feit 1 (inbraak [plaats 1] )
Op 23 december 2023 doet [slachtoffer 1] , de eigenaar van de woning aan de [adres 1] in [plaats 1] , aangifte van diefstal uit haar woning, gepleegd op 14 december 2023. De woning heeft een balkon op de eerste etage. Het is te bereiken via een deur in de slaapkamer. In de ochtend van 14 december 2023 heeft aangeefster de deur van de slaapkamer naar het balkon met een kierstandhouder op een kier gezet. Ze heeft alle 5 deuren op de overloop dicht gedaan voordat ze naar beneden ging. Op 14 december 2023 om 21:00 uur wilde aangeefster op de slaapkamer de deur naar het balkon dicht doen. Ze liep hiervoor naar boven en zag dat alle 5 deuren op de overloop open stonden. Op haar slaapkamer zag ze dat de laadjes van de nachtkastjes open stonden. Op de andere kamers stonden ook een aantal deuren open van een paar kastjes. [3] Later heeft aangeefster bij de politie doorgegeven dat bij de inbraak een kettinkje zou zijn weggenomen. [4]
Op camerabeelden waarop de woning is te zien, is te zien dat op 14 december 2023 om 18:09 uur een man op de eerste verdieping van de woning over het hek van het balkon klimt en vervolgens gebukt op het balkon gaat zitten. [5]
Naar aanleiding van de aangifte doet de politie op 15 december 2023 forensisch onderzoek bij de woning. De politie ziet bij het hek van het balkon aan de linkerzijde verstoringen in de vorm van vingers. Bij de balkondeur was te zien dat de kierstandhouder verbroken was. Op de balkondeur waren ter hoogte van de kierstandhouder verstoringen op de balkondeur en het deurkozijn te zien. Hiervan is een DNA-monster veiliggesteld voor nader onderzoek. [6]
Uit het rapport van The Maastricht Forensic Institute van 5 januari 2024, opgemaakt door [Forensisch deskundige] , NRGD-geregistreerd forensisch DNA-deskundige, blijkt dat in de bemonstering van het veegspoor van de balkondeur aan de buitenkant een DNA-profiel is gevonden dat overeenkomt met het DNA-profiel van verdachte, waarbij de matchkans kleiner dan 1 op 1 miljard is. [7]
Feit 2 (inbraak [plaats 2] )
Op 25 december 2023 doet [slachtoffer 2] , eigenaar van de woning aan de [adres 2] in [plaats 2] , aangifte van diefstal uit zijn woning, gepleegd op 25 december 2023. Aangever verliet om 10:45 uur zijn woning. Hij heeft toen alle deuren van de woning met de sleutel op slot gedraaid. Aangever kwam omstreeks 22:00 uur weer thuis. In de woonkamer stonden de deuren van de grote kast open. Deze deuren waren gesloten toen hij de woning verliet. De lades van deze kast stonden open. In deze lades bewaarde aangever de sieraden van zijn overleden vrouw. Aangever zag dat de volgende sieraden waren weggenomen:
  • 3 horloges;
  • 2 zilveren armbanden;
  • 2 zilveren halskettingen en
  • 3 ringen.
Toen aangever boven op de slaapkamer kwam, zag hij dat het raam openstond. Het was door middel van braak opengebroken en zat dicht toen aangever van huis wegging. Aangever beschrijft dat de inbrekers op de erker aan de voorzijde van de woning zijn geklommen en door het slaapkamerraam naar binnen zijn gekomen. [8]
Naar aanleiding van de aangifte doet de politie op 26 december 2023 forensisch onderzoek bij de woning. Zij zien aan de buitenzijde van de woning aan de rechterkant van de erker in de voortuin veegsporen op de onderzijde van het kozijn. De politie ziet ook veegsporen aan de dakrand van de erker en heeft ook deze bemonsterd en veiliggesteld. Het is mogelijk om via de erker het raam op de eerste verdieping in te klimmen. In de kamer op de eerste verdieping aan de voorzijde zijn 2 openslaande ramen, ieder met 2 pensloten. Beide sloten konden worden afgesloten via een sleutel. De sleutels zaten niet in de sloten. Een deel van het kozijn bovenin was beschadigd. Er zat een langwerpig stuk hout los. In het kozijn en raam waren werktuigsporen te zien. [9]
Uit het rapport van The Maastricht Forensic Institute van 24 januari 2024, opgemaakt door [Forensisch deskundige] , NRGD-geregistreerd forensisch DNA-deskundige, blijkt dat in de bemonstering van het veegspoor van de daklijst van de erker een DNA-profiel is gevonden dat overeenkomt met het DNA-profiel van verdachte, waarbij de matchkans kleiner dan 1 op 1 miljard is. [10]
Zaak met parketnummer 18-176174-24(vernieling [plaats 3] )
Op 8 december 2023 doet [slachtoffer 3] , eigenaar van de woning aan het [adres 3] in [plaats 3] , aangifte van diefstal uit zijn woning, gepleegd tussen 8 december om 00:00 uur en 8 december 2023 om 05:40 uur. Nabij de voordeur is een sleutelkastje aanwezig met daarin een sleutel van de voordeur. Toen aangever om 05:40 uur wakker werd, zag hij dat de voordeur open stond. Hij schrok daarvan omdat hij zeker wist dat de voordeur dicht was toen hij naar bed ging. Hij zag dat het sleutelkastje bij de voordeur niet meer aan de muur hing. Het gehele sleutelkastje was verdwenen. Hij zag dat de sleutel die in het sleutelkastje hing nu in de voordeur zat. [11]
De politie heeft het sleutelkastje buiten de woning in een bosschage van de parkeerplaats aangetroffen. Het sleutelkastje was beschadigd. Het sleutelkastje is veiliggesteld. [12] De politie heeft vervolgens onder andere de buitenzijde van de behuizing van het sleutelkastje bemonsterd op humane biologische sporen. [13] Vervolgens blijkt uit vergelijkend DNA-onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) dat in de bemonstering van de buitenzijde van de behuizing van het sleutelkastje een DNA-profiel is gevonden dat overeenkomt met het DNA-profiel van verdachte, waarbij de bewijskracht meer dan 1 miljard is. [14]
Oordeel van het hof
Het hof beschouwt de 3 hiervoor beschreven DNA-sporen van verdachte op en rondom woningen waar is ingebroken als dadersporen. Bij de inbraken in [plaats 1] en [plaats 2] zijn
DNA-sporen aangetroffen op niet-verplaatsbare voorwerpen die duidelijk verband houden met het inbreken in de woningen, gelet op de precieze locaties van de sporen. De balkondeur van de woning in [plaats 1] is beschadigd om de woning binnen te komen en via het beklimmen van de erker bij de woning in [plaats 2] kon die woning worden betreden. Op deze locaties is DNA-bewijs gevonden en is er een match met het DNA van verdachte. Bij het weggemaakte sleutelkastje is op de buitenkant van de (beschadigde) behuizing ook
DNA-bewijs gevonden dat te relateren is aan verdachte.
Verdachte heeft op zichzelf niet betwist dat hij de donor van deze sporen is, maar hij heeft betoogd dat iemand anders zijn DNA daar gebracht moet hebben. Op de zitting van het hof verklaart verdachte dat zijn DNA misschien via handschoenen (met zijn DNA erop) of het geven van een hand via (een) ander(en) op deze locaties is terechtgekomen. Verdachte heeft hierover verder weinig verklaard. Hij kan zich uit de periode waarin de ten laste gelegde feiten zouden hebben plaatsgevonden niet veel herinneren. Zo verklaart verdachte op de zitting van het hof op de vraag hoe vaak hij zijn handschoenen uitleende: “dat kan ik niet zeggen. Misschien heb ik een half uur ervoor een lift gekregen van iemand, ik weet het ook niet”. Verdachte kan echter niet concreet aangeven met welke personen hij voorafgaand aan de ten laste gelegde feiten contact heeft gehad en wanneer zijn DNA dan zou zijn overgedragen op andere personen of goederen. Daarmee ontstijgt deze verklaring van verdachte naar het oordeel van het hof niet het niveau van speculeren over wat er gebeurd zou
kunnenzijn. Dit verklaart nog niet zonder meer hoe het DNA van verdachte bij de woningen van de aangevers is terechtgekomen. Daarvoor moet het alternatieve scenario op zijn minst iets concreter zijn. Hierbij betrekt het hof ook dat het onwaarschijnlijk is dat verdachtes DNA steeds via secundaire overdracht op 3 verschillende plekken en op 3 verschillende data binnen een tijdsbestek van een maand terecht is gekomen.
De verklaring die verdachte heeft afgelegd, is daarom onvoldoende concreet en verifieerbaar en is als alternatief scenario niet, althans onvoldoende aannemelijk geworden. Deze verklaring zal het hof dan ook als ongeloofwaardig terzijde schuiven.
Gelet op de bewijsmiddelen en wat hiervoor is overwogen, is het hof van oordeel dat het verdachte is geweest die de inbraken in [plaats 2] en [plaats 1] heeft gepleegd en dat hij in [plaats 3] het sleutelkastje heeft weggemaakt. Het verweer van de verdediging wordt verworpen. Het hof acht op grond van de gebruikte bewijsmiddelen het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 16-070540-24 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 18-176174-24 meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
zaak met parketnummer 16-070540-24:
1.
hij op 14 december 2023 te [plaats 1] in een woning gelegen aan de [adres 1] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een gouden ketting, die aan [slachtoffer 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
2.
hij op 25 december 2023 te [plaats 2] in een woning gelegen aan de [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, diverse sieraden, die aan [slachtoffer 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
zaak met parketnummer 18-176174-24:
meer subsidiairhij op 8 december 2023 te [plaats 3] , gemeente [gemeente] opzettelijk en wederrechtelijk een sleutelkastje van de woning aan het [adres 3] , dat aan [slachtoffer 3] toebehoorde heeft weggemaakt.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het in de zaak met parketnummer 16-070540-24 onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op:
telkens:
diefstal in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 5°, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheid.
Het in de zaak met parketnummer 18-176174-24 meer subsidiair bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, wegmaken.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan 2 inbraken in woningen waarbij sieraden zijn weggenomen. Daarnaast heeft verdachte een sleutelkastje weggemaakt. Verdachte heeft daarmee getoond geen respect te hebben voor het eigendom en privédomein van een ander. Inbraken vormen een forse inbreuk op de privacy van de slachtoffers en veroorzaken gevoelens van onrust en onveiligheid bij de slachtoffers en in de maatschappij. Verdachte heeft zich hierom niet bekommerd en heeft blijkbaar alleen aan zijn eigen belang gedacht.
Bij het bepalen van de straf heeft het hof gekeken naar het strafblad van verdachte van 20 april 2026. Daaruit volgt dat verdachte eerder veelvuldig onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van woninginbraken. Dit ziet het hof als strafverzwarend.
Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheid dat sprake is van (veelvuldige) recidive acht het hof de straf die de rechtbank heeft opgelegd passend en noodzakelijk. Het hof ziet geen reden om in het voordeel van verdachte hiervan af te wijken. Dit betekent dat het hof een gevangenisstraf zal opleggen van 9 maanden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 57, 63, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-176174-24 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 16-070540-24 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 18-176174-24 meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 16-070540-24 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 18-176174-24 meer subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) maanden.
Dit arrest is gewezen door mr. J.A.M. Kwakman, mr. L.J. Hofstra en mr. M.J.F. van der Wolf, in aanwezigheid van de griffier mr. K.M. Diender en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 3 juni 2026.

Voetnoten

1.vgl. HR 11 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2293.
2.Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers, zijn dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het door politie Midden-Nederland in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal voorzien van proces-verbaalnummer PL0900-2024064988 en doorgenummerd pagina 1 tot en met 54 (hierna te noemen ‘Zaaksdossier 16-070540-24’) of het door politie Noord-Nederland in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal voorzien van proces-verbaalnummer PL0100-2023326821 en doorgenummerd 1 tot en met 51 (hierna te noemen ‘Zaaksdosssier 18-176174-24’). Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
3.Zaaksdossier 16-070540-24, pagina 5 e.v.
4.Zaaksdossier 16-070540-24, pagina 54.
5.Zaaksdossier 16-070540-24, pagina 9.
6.Zaaksdossier 16-070540-24, pagina 51 e.v.
7.Zaaksdossier 16-070540-24, pagina 48 e.v.
8.Zaaksdossier 16-070540-24, pagina 23 e.v.
9.Zaaksdossier 16-070540-24, pagina 30 e.v.
10.Zaaksdossier 16-070540-24, pagina 48 e.v.
11.Zaaksdossier 18-176174-24, pagina 6 e.v.
12.Zaaksdossier 18-176174-24, pagina 32 e.v.
13.Zaaksdossier 18-176174-24, pagina 43 e.v.
14.Zaaksdossier 18-176174-24, pagina 36 e.v.