ECLI:NL:GHARL:2026:3768

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
10 juni 2026
Zaaknummer
21-002720-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 SrArt. 33 SrArt. 33a SrArt. 37a SrArt. 37b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtshof bevestigt veroordeling voor belaging, bedreiging en ambtsdwang met tbs-maatregel

In hoger beroep heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland bevestigd waarin verdachte werd veroordeeld voor meerdere strafbare feiten waaronder belaging, bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, belediging van ambtenaren en pogingen tot ambtsdwang. De feiten betreffen een langdurig conflict tussen verdachte en diverse gemeenteambtenaren waarbij verdachte herhaaldelijk beledigende en bedreigende e-mails en brieven stuurde, ambtenaren bedreigde met een scherp voorwerp tijdens een aanhouding en psychische druk uitoefende om uitkeringen en schadevergoedingen af te dwingen.

Het hof heeft de dagvaarding op enkele onderdelen partieel nietig verklaard wegens onbepaalde aanduidingen, maar heeft de bewezenverklaring en strafbaarheid van de overige feiten bevestigd. De rechtbank en het hof achten de bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van verbalisanten, aangiftes, e-mails en video’s, overtuigend. Verdachte heeft geen ziekte-inzicht en vertoont een narcistische persoonlijkheidsstoornis met schizo-typische en antisociale kenmerken, waardoor behandeling alleen effectief kan zijn binnen een tbs-maatregel met dwangverpleging.

De straf bestaat uit een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van voorarrest en een tbs-maatregel met dwangverpleging, ongemaximeerd, met een contactverbod van vijf jaar jegens de slachtoffers. Het hof acht deze straf en maatregel passend gezien de ernst van de feiten, het recidiverisico en het ontbreken van alternatieve behandelopties. Daarnaast is een zwaard verbeurd verklaard en zijn telefoon en tablet aan verdachte teruggegeven.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf met aftrek, tbs met dwangverpleging en een contactverbod van vijf jaar.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002720-25
Uitspraakdatum: 11 juni 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden , zittingsplaats Leeuwarden , gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland , zittingsplaats Assen , van 3 juni 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 18-327654-24 en 18-143539-24, 18-192191-23, 18-226579-22, 18-303460-22, tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum ] 1970 in [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
op dit moment verblijvende in P.I. [locatie ] te [plaats] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 28 mei 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot
  • veroordeling van verdachte conform het vonnis van de rechtbank, en
  • oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van het voorarrest;
  • oplegging van een tbs-maatregel, ongemaximeerd, met verpleging van overheidswege, subsidiair oplegging van een tbs-maatregel met dwangverpleging, gemaximeerd tot een totale duur van 4 jaren, in combinatie met de maatregel van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr)
  • oplegging van een contactverbod op grond van artikel 38v Sr voor de duur van 5 jaar, waarbij per overtreding 2 weken vervangende hechtenis moet worden toegepast, dadelijk uitvoerbaar;
  • teruggave aan verdachte van een telefoon en een tablet;
  • verbeurdverklaring van een zwaard/degen.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R.G. Knegt, hebben aangevoerd.

Omvang van het hoger beroep

De verdachte is vrijgesproken van het in parketnummer 18/226579-22 onder feit tenlastegelegde overtreding van het pandverbod. Daarnaast is verdachte in het parketnummer 18-192191-23 onder 1 vrijgesproken voor de belaging van [slachtoffer 3] . Verdachte is in het parketnummer 18/327654-24 partieel vrijgesproken van enkele in de tenlastelegging opgenomen e-mails.
Het hoger beroep is door de verdachte beperkt ingesteld, in die zin dat het niet is gericht tegen de vrijspraak van het in parketnummer 18/226579-22 onder 1 tenlastegelegde.
De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangegeven dat het hoger beroep zich evenmin richt tot de overige (partiële) vrijspraken als hiervoor genoemd. De advocaat-generaal heeft desgevraagd medegedeeld dat zij zich ook kan vinden in deze beslissingen van de rechtbank.

Het vonnis waarvan beroep

Bij het in de aanhef genoemde vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de rechtbank:
  • de dagvaarding partieel nietig verklaard in de zaak met parketnummer 18/192191-23 onder 1 met betrekking tot het onderdeel 'en/of een of meer medewerkers van de [gemeente] en [gemeente] ';
  • de dagvaarding partieel nietig verklaard in de zaak met parketnummer 18/327654-24 onder 1 met betrekking tot het onderdeel 'en/of andere medewerkers van de [gemeente] ';
  • verdachte vrijgesproken van het onder parketnummer 18/226579-22 onder 1 tenlastegelegde en partieel vrijgesproken van de in parketnummer 18-192191-23 onder 1 tenlastegelegde belaging van [slachtoffer 3] ;
  • verdachte veroordeeld ter zake van hetgeen onder parketnummers 18/192191-23, 18/303460-22, 18/226579-22 onder 2, 18/327654-24 en 18/143539-24 ten laste gelegd;
  • een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 12 maanden met aftrek;
  • een tbs-maatregel opgelegd, ongemaximeerd, met verpleging van overheidswege;
  • de maatregel van 38v Sr opgelegd, inhoudende een verbod om direct of indirect contact te hebben met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] , voor de duur van vijf jaren, waarbij per overtreding twee weken vervangende hechtenis moet worden toegepast, dadelijk uitvoerbaar;
  • de teruggave aan verdachte gelast van een telefoon en een tablet;
  • een degen verbeurd verklaard.
De behandeling van de zaak in hoger beroep, waarbij door de verdediging in essentie dezelfde verweren zijn gevoerd als bij de rechtbank, heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de rechtbank. Het hof is van oordeel dat de rechtbank ten aanzien van de voorvragen, het bewijs, de bewijsmotivering, de in hoger beroep herhaalde verweren, de straf en de maatregelen, en het beslag, op juiste en goede gronden heeft geoordeeld en zal die overwegingen tot de zijne maken. Die overwegingen van de rechtbank zullen cursief worden opgenomen.
Het hof komt met betrekking tot het bewijs en de bewijsoverweging alsmede de strafmotivering en motivering van de maatregelen met een aanvulling zoals hierna weergegeven.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging in eerste aanleg en voor zover in hoger beroep nog aan de orde, ten laste gelegd dat:
Zaak met parketnummer 18-192191-23 (gevoegd):
1.
hij, in of omstreeks de periode van 19 mei 2022 tot en met 31 juli 2023 te [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] en/of een of meer medewerkers van de [gemeente] en [gemeente] , door meermalen brieven, e-mails, SMS-berichten en/of app-berichten met een beledigende en/of bedreigende strekking te sturen aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of een of meer medewerkers van de [gemeente] en [gemeente] en/of met het oogmerk die [slachtoffer 1] en/of een of meer medewerkers van de [gemeente] en [gemeente] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
2.
hij, op of omstreeks 31 juli 2023 te [plaats] , [gemeente] [naam] (aspirant bij de politie Eenheid [locatie ] ), [verbalisant] (brigadier bij de politie Eenheid [locatie ] ) en/of [verbalisant] (brigadier bij de politie Eenheid [locatie ] ) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door [naam] , [verbalisant] en/of [verbalisant] een dolk/zwaard, althans een scherp voorwerp te tonen en/of (vervolgens) met dat dolk/zwaard te richten op [naam] , [verbalisant] en/of [verbalisant] en/of door dreigend de woorden toe te voegen "Als jullie binnen komen maak ik jullie dood. Jullie gaan dood als jullie binnenkomen" en/of
"Als jullie een stap naar binnen komen maak ik jullie dood",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3.
hij, in of omstreeks de periode van 25 juli 2023 tot en met 28 juli 2023 te [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] schriftelijk dreigend de woorden toe te voegen:
- in de e-mail van 25 juli 2023: "Net zoals jullie mij ter dood hebben veroordeeld heb ik jullie ook ter dood veroordeeld. De doodvonnissen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] liggen hier klaar en ze zullen heel binnenkort worden bezorgd." en/of
- in de e-mail van 28 juli 2023: "Hun beveiligingscamera's en ingehuurde SA-troepen van [bedrijf] zullen hen niet helpen volgende week. Ik laat me niet 12 jaar verkrachten door een bende hersenloze nazi's. En ik ga ook niet wachten tot God hen straft. Ik ben bereid voor mijn zaak te sterven. En te moorden. Want [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] verdienen het leven niet nadat ze mij van alle levensgeluk beroofd hebben",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
4.
hij, op of omstreeks de periode van 24 april 2023 tot en met 25 november 2023 te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland opzettelijk (meermalen) een ambtenaar, te weten [slachtoffer 5] (commissaris van de Koning in [plaats] ) gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in toegezonden en/of aangeboden geschrift/email, heeft beledigd, door één of meerdere e-mail(s) te sturen met de tekst:
- In een e-mail van 24 april 2023 : "stop herbenoeming "hersenloze kneus achter een rollator" als commissaris van [plaats] ", en/of
"Herbenoeming van minkukels als [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] is dan ook een verkeerde beslissing"; en/of
- In een e-mail van 3 juli 2023: "Dan kan ik woensdag ook even een babbeltje maken met de geachte commissaris van de Koning [slachtoffer 5] . Je weet wel, die debiele spast achter de rollator. Die excuses maakt over het slavernijverleden maar de satanische beulen die mijn leven verwoest hebben de hand boven het hoofd houdt. Ik wacht geen 200 jaar [slachtoffer 5] "; en/of
- In een brief van 25 november 2023: "Aan de fascistische kwal achter de rollater" en/of "Gefeliciteerd met je onterechte herbenoeming lelijke heks" en/of
"Je bent een criminele geesteszieke nazihoer" en/of
"Het voordeel van je herbenoeming is dat ik je weet te vinden als ik vrijkom. Ook jij zult de rest van je leven met een alarmknop rond moeten blijven lopen" en/of
"Ik zou maar betalen gehandicapte grafkut"
Zaak met parketnummer 18-303460-22 (gevoegd):
hij, in de periode van 13 oktober 2022 tot en met 19 oktober 2022 te [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 2] (ambtenaar van de [gemeente] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in toegezonden en/of aangeboden geschrift, heeft beledigd, door een brief te sturen met de tekst 'vuile kankernazi's', 'omdat jullie een stel hersenloze imbecielen zijn', 'klopt en er zal worden opengedaan zei Jezus, maar Judas [slachtoffer 2] heeft de Bijbel natuurlijk nooit gelezen' en/of 'stelletje smerige kakkerlakken';
Zaak met parketnummer 18-226579-22 (gevoegd):
2.
hij op of omstreeks 7 september 2022 te [plaats] opzettelijk een ambtenaar, te weten [naam] , brigadier van de regiopolitie [locatie ] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, heeft beledigd, door naar die [naam] de /het Hitlergroet/Hitlergebaar te maken, althans een feitelijkheid van gelijke beledigende aard en/of strekking;
Zaak met parketnummer 18-327654-24:
1.
hij in de periode van 30 april 2024 tot en met 23 september 2024 te [plaats] , althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 4] en/of andere medewerkers van de [gemeente] , door vele malen, althans meermalen e-mails met een beledigende en/of bedreigende ( en/of intimiderende) strekking te sturen aan voornoemde [slachtoffer 4] en/of een of meer medewerkers van de [gemeente] , (onder meer)
(30 april 2024) Vrijheidsstrijder [verdachte] gearresteerd als [naam] , weer vrij man!" en/of
(7 mei 2024) "opnieuw aanvraag zwerversuitkering"!" en/of
(3 augustus 2024) " binnen een paar dagen ben ik dood" en/of
(16 augustus 2024)"complotdenker [naam] pleegt zelfmoord " en/of
(21 augustus 2024) "de [plaats] politieke elite in het Hiernamaals" en/of
(6 september 2024) " aankondiging verhaal over een kabouter " en/of
(10 september 2024 " maak niet dezelfde fout [naam] " en/of
(14 september 2024) " de kabouter met kleine pikkie die burgemeester van [plaats] werd " en/of
(17 september 2024) " en? Hoe bevalt de oorlog? Speciale nazomeraanbieding! " en/of
(18 september 2024) " waarom 1 miljoen euro niet veel is als schadevergoeding voor de verwoesting van mijn leven" en/of
(23 september 2024) " daklozenopvang MENSONTEREND"
(telkens) met het oogmerk die [slachtoffer 4] en/of (een) medewerker(s) van de [gemeente] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
2.
hij in de periode van 16 augustus 2024 tot en met 21 augustus 2024 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of enige andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of enige andere feitelijkhe(i)d(en, in ieder geval door het sturen van intimiderende en/of grievende en/of dwingende berichten en/of dreigende e-mails een ambtenaar, [slachtoffer 4] , coördinator ARBO en Interventie, heeft gedwongen tot het volvoeren van een ambtsverrichting of het nalaten van een rechtmatige ambtsverrichting, te weten het overmaken van een bijstandsuitkering aan verdachte, door e-mailberichten te sturen en daarin te vragen om onmiddellijke betaling van genoemde uitkering en/of daarbij te vermelden dat hij, verdachte zelfmoord gaat plegen als de uitkering niet wordt betaald en/of bij niet betaling van de bijstandsuitkering [slachtoffer 4] en/of andere collega's van de [gemeente] verantwoordelijk zullen zijn voor de dood van verdachte, terwijl de uitvoering van genoemde feit(en) niet is voltooid;
(artikel 179 wetboek Pro van strafrecht ivm artikel 45 wetboek Pro van strafrecht)
3.
hij in de periode 30 april 2024 tot en met 12 oktober 2024 te [plaats] en/of [plaats] , althans in de provincie [plaats] , althans in Nederland meermalen, op verschillende tijdstippen, althans eenmaal, (ondanks eerdere onherroepelijke veroordelingen en/of aanhoudingen en/of opgelegde civiele en strafrechtelijke contactverboden), (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of enige andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of enige andere feitelijkhe(i)d(en, in ieder geval telkens door het sturen van intimiderende en/of grievende en/of dwingende berichten en/of dreigende e-mails aan (onder meer)
- ( op 7 mei 2024) (medewerkers van) de [gemeente] met de tekst “aanvraag Zwerversuitkering” en/of de tekst “Ik verzoek deze aanvraag met spoed te behandelen en met spoed het geld op mijn rekening over te maken" en/of
- ( op 3 augustus 2024) (onder meer)het bestuurssecretariaat van de [gemeente] met de tekst "aan mijn moordenaars, dit is jullie jullie laatste kans om mijn leven te reden” en/of “als jullie geen geld storten zullen jullie nog heel lang moeten leven met de verantwoordelijkheid voor mijn dood” en/of
- ( op 16 augustus 2024) (onder meer) het bestuurssecretariaat van de [gemeente] met (onder meer) de tekst "Allerlaatste kans om een leven te redden aangezien de nazi- overheid het niet doet, stort gul en onbeheerst op rekeningnummer [nummer] tnv [verdachte] “ en/of
- ( in de periode 21 augustus 2024 tot en met 14 september) [naam] , burgemeester van de [gemeente] (onder meer) de tekst "je kunt de ruim 40.000 euro achterstallige uitkering storten op rekeningnummer [nummer] tnv [verdachte] . Ik zou het maar snel doen. Dan kunnen we het daarna hebben over de hoogte van de schadevergoeding" en/of
"ik roep je op om verstandig te zijn. Maak een eind aan deze zinloze oorlog. Geef eindelijk een keer jullie fouten toe, betaal de achterstallige uitkering, erken mij als slachtoffer van jullie machtsmisbruik en betaal een torenhoge schadevergoeding” en/of
“ik verwacht nog deze week de achterstallige uitkering op mijn rekening” en/of
- ( op 17 september 2024 )(onder meer) het bestuurssecretariaat van de [gemeente] de tekst “En hoe bevalt de oorlog waar JULLIE voor gekozen hebben. Zijn de verhalen een beetje in de smaak gevallen? Ik doe jullie vanwege het mooie weer een speciale nazomeraanbieding. Ik ben bereid mijn eis tot schadevergoeding eenmalig te verlagen tot 1 miljoen euro belastingvrij. Als dit bedrag uiterlijk vrijdag op mijn rekening staat is de oorlog voorbij. Jullie kunnen je nog zo machtig wanen...voor mij telt slechts de overwinning of de dood” en/of
- ( op 18 september 2024) (onder meer) het bestuurssecretariaat van de [gemeente] met de tekst “Dit is opnieuw een handreiking naar jullie toe om de oorlog te beëindigen” en/of “het is echt niet veel 1 miljoen euro....ik zou het doen. Al is het alleen maar om niet levenslang door jullie geweten geplaagd te worden als ik voor de trein spring” en/of
- ( in de periode 26 september 2024 t/m 2024 tot en met 11 oktober 2024) (onder meer) (medewerkers van) de [gemeente] , onder meer aan [naam] , ambtenaar openbare orde en Veiligheid bij de [gemeente] (onder meer) met de tekst “als ik dit overleef ga ik in [plaats] wonen en dan ga ik de gemeente, inclusief al die mongolen die in de gemeenteraad zitten, nog heel moeilijk maken. Jaren en jaren lang. Dat is de belofte. Ik ga mij ook kandidaat stellen voor de gemeenteraad en dan veeg ik met jullie de vloer aan. Je kunt de uitkering met terugwerkende kracht op mijn rekening storten. Met Spoed want anders weerhoudt niets of niemand mij ervan om over een paar dagen alsnog voor de trein te springen” en/of medewerkers van de [gemeente] en/of [naam] , kabinetchef van de Commissaris van de Koning van de provincie [plaats] (onder meer) met de tekst “mochten er aanstaande vrijdag geen geld op mijn rekening staan dan ga ik kampanje voeren tegen de Koning der Nazi’s en zijn familie. Tenslotte is mevrouw [slachtoffer 5] , van de satanische sekte De bende van [plaats] , de provinciale vertegenwoordiger van het Koningshuis” en/of
“Als jullie geen vrede willen maar mij liever uit willen hongeren dan zullen jullie daarvan de konsekwenties moeten dragen. Het is jullie keuze om oorlog te voeren, niet de mijne” en/of
“vanaf morgen heb ik geen onderdak meer. Ik zou maar betalen als ik jullie was” en/of
- ( op 12 oktober 2024) [naam] en/of [naam] , beiden raadslid van de [gemeente] een bericht stuurt met daarin de volgende eisen:
* onmiddellijke opvang in een Hotel in de [gemeente] op staatskosten en/of
* een uitkering met terugwerkende kracht van de [gemeente] en/of
* op korte termijn een woning binnen de [gemeente] en/of
* onmiddellijke betaling door het Zorg -en Veiligheidshuis van ingediende declaraties en/of * van de [gemeente] betaling van de uitkering met terugwerkende kracht over de afgelopen 4 jaren en schadevergoeding van 10 miljoen euro belastingvrij,
In ieder geval (telkens) genoemde ambtsdrager(s) en/of personen en/of medewerkers van genoemde gemeenten en/of overheidsinstanties (telkens) heeft gedwongen tot het volvoeren van een ambtsverrichting of het nalaten van een rechtmatige ambtsverrichting, te weten over te gaan tot uitbetaling van een bijstandsuitkering en/of tot het betalen van een schadevergoeding en/of een zwerversuitkering, althans (telkens) te vragen om over te gaan tot een geldelijke uitkering aan hem verdachte en/of het geven van woonruimte en/of plaatsing in een hotel, in ieder geval genoemde personen en/of instanties (telkens) te dwingen over te gaan tot betaling van een uitkering van geld aan verdachte en/of het geven van een woonaccommodatie en/of slaapplek, terwijl de uitvoering van genoemde feiten niet is voltooid;
4.
hij in de periode gelegen van 16 augustus 2024 tot en met 21 augustus 2024 te [plaats] , althans in Nederland, [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] , althans meerdere medewerkers en/of ambtenaren en/of ex-medewerkers van de [gemeente] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een e-mailbericht te sturen aan [slachtoffer 4] met (onder meer) de volgende tekst "Oud-burgemeester [slachtoffer 1] , gemeentesecretaris [slachtoffer 3] , AIVD-agent [slachtoffer 4] en oud Hoofd Sociale Zaken [slachtoffer 2] worden gedood bij een bomexplosie. Ze vinden elkaar terug in een dikke mist",
althans tekst van gelijke dreigende aard en/of strekking.
Zaak met parketnummer 18-143539-24 (gevoegd):
1.
hij, in of omstreeks de periode van 14 december 2023 tot en met 17 april 2024 te [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] schriftelijk en/of in een video dreigend de woorden toe te voegen:
- in de brief van 14 december 2023: "Een geweten had jij niet, ' T is daarom dat ik op je schiet, Een paraplu houdt mij niet tegen, Je krijgt van mij de kogelregen, De eerste komt uit mijn geweer Omdat je me niet respecteer, Geen uitkering 3 jaar lang, Daarom klink het nog eens BANG!, Al mijn aandelen verdwenen, Daarvoor schiet ik je in je benen, Nu kunnen ze je lijk gaan zoeken, Als gevolg van je verdiende straf, Lig je nu te stinken in je graf" en/of
- in de e-mail van 17 april 2024: "Oorlogen eindigen niet vanzelf, repressie werkt niet en de enige werkelijke manier om je veilig te voelen is de problemen op te lossen die je zelf hebt veroorzaakt. Of niet, [slachtoffer 2] ?" en/of
- in een video op 17 april 2024 waarop te zien is dat meerdere mensen doodgeschoten worden,
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
2.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 april 2024 tot en met 26 april 2024 te [plaats] , althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een ander, te weten [slachtoffer 6] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of derden, te weten die [slachtoffer 6] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten het verschaffen van een woning/onderdak en/of een uitkering, door intimiderende en/of dwingende uitlatingen te doen door de dreigende woorden toe te voegen:
"Ik wil geen nieuwe dreigementen uiten maar mijn geduld is al heel lang op en de consequenties van het niet ingaan op de eis om binnen een week een woning en een uitkering te regelen zijn geheel voor jullie rekening en jullie kunnen niet weten of ik het deze keer bij woorden laat of niet. Ga voor de zekerheid maar uit van niet. Ik wil dit conflict op vreedzame wijze oplossen maar de keus is aan jullie",
althans woorden van gelijke dreigende/intimiderende aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De voorvragen

De rechtbank heeft voor wat betreft de voorvragen onder meer het volgende overwogen, waarbij die overwegingen – voor zover het hof die onderschrijft - hierna cursief zijn weergegeven. Het hof neemt deze overwegingen over en maakt deze tot de zijne. Het hof vult de overwegingen op enkele punten – niet cursief – aan zoals hierna weergegeven.

De geldigheid van de dagvaarding

18/192191-23 onder 1
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de dagvaarding partieel nietig dient te worden verklaard,
omdat de zinsnede ‘en/of een of meer medewerkers van de [gemeente] en De
Wolden’ te onbepaald is.
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft geen standpunt ingenomen.
Oordeel van de rechtbank
Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het door de algemene aanduiding van
'medewerkers’ die zouden zijn belaagd voor verdachte in zoverre onduidelijk is waartegen
hij zich moet verdedigen, waardoor de tenlastelegging op dit onderdeel niet voldoet aan de
vereisten uit artikel 261 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv). De rechtbank verklaart ten aanzien van de in de tenlastelegging voorkomende zinssnede 'en/of een of meer
medewerkers van de [gemeente] en [gemeente] " de dagvaarding dan ook partieel
nietig.
18/327654-24 onder 1
Inzake de dagvaarding met parketnummer 18/327654-24 onder 1 komt de rechtbank ook tot
het oordeel dat de dagvaarding partieel nietig is voor wat betreft de zinsnede 'en/of andere
medewerkers van de [gemeente] ’. Dit omdat ook daarvoor geldt dat de algemene
aanduiding van ‘medewerkers’ die zouden zijn belaagd te onbepaald is, waardoor de
tenlastelegging ook hier niet voldoet aan de eisen die artikel 261 Sv Pro daar aan stelt.
18/327654-24 onder 3 (poging ambtsdwang)
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de dagvaarding nietig dient te worden verklaard omdat de tenlastelegging, inclusief gedachtestreepjes te onbepaald is. Onduidelijk is volgens de verdediging wie wat moet, of er sprake is van een ambtshandeling of sprake is van geweld/ andere feitelijkheid/ bedreiging met geweld, of sprake is oneigenlijke druk, of de geadresseerden wisten van het bestaan van alle berichten en wat het gevolg bij de genoemde personen was.
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft geen standpunt ingenomen.
Oordeel van het hof
Het hof verwerpt het verweer van de verdediging op de grond dat de tenlastelegging, bezien in combinatie met de inhoud van het procesdossier, naar het oordeel van het hof voldoende duidelijk is. Dat het gaat om een pluraliteit aan personen en ambtsdragers is inherent aan de hoeveelheid afzonderlijke pogingen tot ambtsdwang waarvan verdachte wordt verdacht en de telkens verschillende inhoud van die e-mails. Het hof stelt vast dat telkens in de tenlastelegging wordt genoemd om welke personen/ambtsdragers het gaat en welke uitingen er zijn gedaan, waardoor het voor verdachte helder is geweest welke concrete verdenkingen tegen hem bestaan en waartegen hij zich diende te verdedigen. Daarmee is de tenlastelegging noch onduidelijk noch te weinig specifiek.
Naar het oordeel van het hof wordt de verdediging door de wijze waarop het feit is beschreven in de tenlastelegging niet in zijn verdediging belemmerd en voldoet de dagvaarding aan de eisen die de wet daarvoor stelt. Het verweer wordt verworpen.

De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

18/192191-23 onder 1 (belaging)
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden
verklaard vanwege het ontbreken van een ingediende persoonlijke klacht die voldoende concreet is.
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging. De advocaat-generaal voert hiertoe aan dat er klachten zijn ingediend, die in samenhang met de gedane aangifte, voldoende duidelijk maken dat het slachtoffer vervolging wenst.
Oordeel van het hof
De rechtbank heeft hierover het volgende overwogen. Het hof neemt deze overwegingen over en maakt deze tot de zijne.
Blijkens artikel 285b, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) vindt de vervolging van de verdachte ter zake van belaging alleen plaats op een tegen hem gerichte klacht van
degene tegen wie het misdrijf is gepleegd. Bij de beoordeling van de ontvankelijkheidsvraag bij klachtdelicten moet worden nagegaan of er sprake is van een op de voorgeschreven wijze ingediende klacht. Volgens artikel 164, eerste lid Sv bestaat een klacht uit een aangifte met een verzoek tot vervolging. Over de precieze wijze zwijgt de wet, maar de klager zal moeten doen blijken dat hij bepaaldelijk een strafrechtelijke vervolging wil.
De rechtbank stelt in de onderhavige zaak het volgende vast. Door [slachtoffer 4] is op 1 augustus 2023 ter zake van belaging in de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 juli 2023 aangifte tegen verdachte gedaan. In deze aangifte wordt melding gemaakt van belaging door de verdachte ten aanzien van onder andere ‘burgemeester [slachtoffer 1] ’. In de aangifte staat vermeld: ‘Agressie tegen medewerkers is onderdeel van mijn werk, derhalve ben ik betrokken bij deze casus. Ik ben gerechtigd om vanuit deze hoedanigheid aangifte te doen van stalking / belaging. ’
Naar het oordeel van de rechtbank valt in deze aangifte te lezen dat de aangever bevoegd was om onder andere namens [slachtoffer 1] (burgemeester) aangifte te doen.
Door [slachtoffer 1] is daarnaast op 6 augustus 2023 een klacht ingediend ter zake stalking,
gepleegd tussen zaterdag 1 januari 2022 en maandag 31 juli 2023. Daarbij wordt door hem
uitdrukkelijk verzocht om tot vervolging van de mogelijke dader(s) over te gaan.
Het voorgaande leidt ertoe dat het verweer van de raadsman niet slaagt en het Openbaar
Ministerie ontvankelijk is in de vervolging van de verdachte ter zake van de onder 1 ten laste gelegde belaging.
18/327654-24 onder 1
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden
verklaard omdat de mondelinge klacht van aangever [slachtoffer 4] betrekking heeft op belediging
en niet op de ten laste gelegde belaging.
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar-ministerie ontvankelijk is in de vervolging. [slachtoffer 4] heeft op 4 september 2024 aangifte gedaan en op dezelfde dag een klacht ingediend. Uit de tekst van de klacht blijkt dat de klacht – hoewel in de aanhef wordt gesproken over belediging – betrekking heeft op de aangifte welke onder dat proces-verbaalnummer is opgenomen en dus een bredere strekking heeft dan alleen belediging.
Oordeel van het hof
De rechtbank heeft hierover het volgende overwogen. Het hof neemt deze overwegingen over en maakt deze tot de zijne.
Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat als een klacht een strafrechtelijke kwalificatie inhoudt, voor feiten met een andere kwalificatie kan worden vervolgd zolang die feiten kunnen worden begrepen in de in de klacht gegeven materiële omschrijving van hetgeen heeft plaatsgevonden. In het onderhavige geval is in de klacht weliswaar de kwalificatie ‘belediging’ opgenomen, maar in de zich onder de stukken van het geding bevindende aangifte, waarnaar in de klacht wordt verwezen, zijn tevens feitelijkheden opgenomen die onder feit 1 zijn ten laste gelegd. Daaruit kan worden afgeleid dat de klacht en daarmee de wens tot vervolging (mede) betrekking hebben op een vervolging ter zake van belaging. Het Openbaar Ministerie is daarom ontvankelijk in de vervolging.
In aanvulling op het bovenstaande merkt het hof nog op dat aangever [slachtoffer 4] op 4 september 2024 om 12:30 uur mondeling klacht heeft gedaan. De ontvangende hulpofficier van justitie vermeldt daarover in zijn proces-verbaal van bevindingen: “Op woensdag 4 september 2024 om 12:30 uur, heb ik een mondelinge klacht ontvangen van belediging. (..) De klager verzocht uitdrukkelijk om tot vervolging van de mogelijke dader(s) over te gaan.
Ik heb de klacht bij proces-verbaal laten opnemen door [verbalisant]
(GRN06878), inspecteur van politie Eenheid [locatie ] .” Het hof stelt vast dat aangever [slachtoffer 4] direct nadat hij deze klacht heeft gedaan, diezelfde dag vanaf 12:51 uur, aangifte doet bij verbalisant [verbalisant] . In deze aangifte vertelt [slachtoffer 4] concreet over verschillende feitelijkheden, waaronder door verdachte telkens gestuurde mails die door [slachtoffer 4] als kwetsend, bedreigend en intimiderend worden beschreven. Dat dat mailverkeer uiteindelijk als feitelijkheden in het kader van belaging in de tenlastelegging zijn opgenomen, maakt niet dat moet worden geoordeeld dat een klacht en daarmee de wens tot vervolging ontbreekt. Het hof verwijst hierbij naar de bovenstaande overwegingen van de rechtbank waarin het juiste juridische kader wordt geschetst. Het hof is van oordeel dat in de gegeven situatie de door [slachtoffer 4] beschreven feiten kunnen worden begrepen in de door hem gedane klacht direct voorafgaand aan zijn aangifte.
18/143539-24 onder 1
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk dient te worden
verklaard omdat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a
Sv. Dit omdat in strijd met de Ambtsinstructie na de aanhouding van verdachte ten behoeve
van het vervoer handboeien en een blinddoek zijn aangelegd. Niet is gebleken van enige
omstandigheid die zou duiden op vlucht of noodzaak hiertoe in verband met de veiligheid.
Ook is de noodzaak van de inzet van een Aanhoudings- en Ondersteuningsteam (AOT)
nauwelijks gemotiveerd.
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft betoogd dat geen sprake is van schending van voorschriften. Als iemand moet worden aangehouden wordt een veiligheidsinschatting gemaakt en verdachte werd er in een eerder stadium van verdacht de politie te hebben bedreigd met een
steekwapen. Ook is verdachte tot zijn aanhouding niet gestopt met het doen van dreigende uitingen zodat gevaar derhalve aanwezig moest worden geacht. De handboeien zijn, gelet op het bepaalde in artikel 22 van Pro de ambtsinstructie rechtmatig aangelegd. Indien wel voorschriften zouden zijn geschonden is er geen sprake van een onherstelbaar vormverzuim en kan hooguit worden volstaan met de vaststelling van het vormverzuim.
Oordeel van het hof
Juridisch kader
Ingevolge artikel 359a, eerste lid, Sv kan het hof, indien blijkt dat vormen zijn verzuimd die niet meer kunnen worden hersteld en waarvan de gevolgen niet uit de wet blijken, bepalen dat de straf wordt verminderd, het aldus verkregen bewijsmateriaal buiten beschouwing wordt gelaten of het openbaar ministerie niet ontvankelijk wordt verklaard. Ingevolge artikel 359a, tweede lid, Sv houdt het hof bij die beslissing rekening met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daarmee wordt veroorzaakt.
Niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging komt als in artikel 359a Sv voorzien rechtsgevolg slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking. Daarvoor is alleen plaats ingeval het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan (HR 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533).
De Hoge Raad heeft de toepassing van deze maatstaf als volgt verduidelijkt (zie ECLI:NL:HR:2020:1889 en ECLI:NL:HR:2020:1890).
De strekking van deze maatstaf is dat in het geval dat een zodanig ernstige inbreuk op het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak is gemaakt dat geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM Pro,
niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging plaatsvindt. Het moet dan gaan om een onherstelbare inbreuk op het recht op een eerlijk proces die niet op een aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging beantwoordende wijze is of kan worden gecompenseerd. Daarbij moet die inbreuk het verstrekkende oordeel kunnen dragen dat – in de bewoordingen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens – “the proceedings as a whole were not fair".
In het zeer uitzonderlijke geval dat op deze grond de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging in beeld komt, hoeft echter niet – in zoverre stelt de Hoge Raad de eerder gehanteerde maatstaf bij – daarnaast nog te worden vastgesteld dat de betreffende inbreuk op het recht op een eerlijk proces doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte heeft plaatsgevonden.
In artikel 22 Ambtsinstructie Pro politie (hierna: Ambtsinstructie) is bepaald:
“Ten behoeve van het vervoer of een verplaatsing kan de ambtenaar een persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, handboeien aanleggen indien op grond van de feiten of omstandigheden redelijkerwijs gevaar valt te vrezen voor:
a. ontvluchting, of
b. de veiligheid van de persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, van de ambtenaar of van derden.”
Artikel 23 Ambtsinstructie Pro schrijft voor dat de ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van een vrijheidsbeperkend middel als bedoeld in artikel 22 Ambtsinstructie Pro, dit onverwijld schriftelijk meldt aan de hulpofficier van justitie, onder vermelding van de redenen die tot het gebruik van handboeien hebben geleid.
Het hof stelt vast dat in de Ambtsinstructie niet is voorgeschreven dat die redenen ook in het proces-verbaal van bevindingen dan wel aanhouding moeten worden vermeld. Indien echter, zoals in onderhavige zaak, door de verdediging een beroep is gedaan op het onrechtmatig aanleggen van de handboeien, dient het hof - op zijn minst genomen - marginaal te toetsen of het voorschrift opgenomen in artikel 22 van Pro de Ambtsinstructie niet onjuist is toegepast.
Inhoudelijke beoordeling
In het licht van dat toetsingskader stelt het hof vast dat in het proces-verbaal van aanhouding is gerelateerd dat de inzet van het arrestatie- en ondersteuningsteam door de recherche-officier is goedgekeurd. De inzet was, zo staat beschreven in het proces-verbaal, noodzakelijk omdat redelijkerwijs mocht worden aangenomen dat levensbedreigende omstandigheden tegen de politie of anderen dreigden. Verder wordt gerelateerd dat conform artikel 22 van Pro de Ambtsinstructie ten behoeve van het vervoer handboeien zijn aangelegd omdat gezien de feiten en omstandigheden van het gepleegde strafbare feit er redelijkerwijs sprake was van gevaar voor de veiligheid van de politie ambtenaren. Over het gebruik van de blinddoek is beschreven dat conform artikel 23c eerste lid van de Ambtsinstructie ten behoeve van de aanhouding en vervoer een persoon, die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, en aan wie op grond van artikel 22 handboeien Pro zijn aangelegd, werd geblinddoekt, vanwege gevaar voor ontvluchting of vanwege de veiligheid van de persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, van de ambtenaar of van derden.
Uit het dossier blijkt dat de politie op 31 juli 2023, ruim 8 maanden voor de aanhouding van verdachte door het AOT, bij de verdachte thuis is geweest om hem aan te houden. De verbalisanten hebben daarover gerelateerd dat verdachte een zwaard in zijn hand had en riep dat hij de verbalisanten zou doden als ze dichterbij kwamen. Van het incident is aangifte gedaan en dit is als bedreiging ten laste gelegd als feit 2 onder parketnummer 18/192191-23.
Het hof acht het voorstelbaar dat de politie in de bovenvermelde feiten en omstandigheden in samenhang bezien met de verdenking die de grondslag vormde voor de aanhouding, aanleiding heeft gevonden om de aanhouding te laten verrichten door het AOT en om gebruikt te maken van de handboeien en de blinddoek. Aangezien dit echter niet blijkt uit een verfeitelijking in het proces-verbaal constateert het hof dat niet kan worden gecontroleerd op grond van welke feiten en omstandigheden het gebruik van handboeien en een blinddoek noodzakelijk werd gevonden en of dat gegronde redenen waren. Het hof oordeelt dat dit een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv oplevert.
Met inachtneming van het hiervoor geschetste juridische kader en de belangenafweging ten aanzien van het belang van de geschonden norm, de ernst van het verzuim en het geleden nadeel van de verdachte, komt het hof tot het oordeel dat er geen consequenties aan de normschending dienen te worden verbonden. Van een uitzonderlijke geval als hiervoor bedoeld is naar het oordeel van het hof geen sprake. Het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie wordt dan ook verworpen. Bewijsuitsluiting is in deze zaak evenmin aan de orde en het hof ziet ook geen aanleiding tot strafvermindering. Het hof neemt hierbij mede in aanmerking dat de verdachte op 26 april 2024 om 14.50 uur is aangehouden en is overgebracht naar het cellencomplex te [plaats] waar hij aankwam om 15.12 uur. Later op de dag is de verdachte vervoerd naar [plaats] en tijdens die rit droeg hij blijkens zijn eigen verklaring geen handboeien. Het hof stelt vast dat het gebruik van blinddoek en handboeien van beperkte duur is geweest en het nadeel van verdachte beperkt is gebleven.
Het hof zal, anders dan de rechtbank, volstaan met de enkele constatering van een vormverzuim.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat alle aan het hof voorliggende feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden conform het vonnis van de rechtbank.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder parketnummer 18/192191-23 onder 4 ten
laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en heeft betoogd dat verdachte voor het overige dient te worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe – samengevat weergegeven – het volgende aangevoerd.
18/192191-23
Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde ontbreekt in het dossier een schriftelijke
machtiging waaruit blijkt dat [slachtoffer 4] bevoegd is namens [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] aangifte te doen. Daarnaast vonden in de ten laste gelegde periode gesprekken plaats tussen verdachte en de gemeente, zodat de wederrechtelijkheid ontbreekt. Verder ontbreekt de vereiste
stelselmatigheid en tot slot is er geen sprake van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer
omdat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] via collega’s op de hoogte werden gebracht van de berichten en
geen berichten zijn verzonden naar hun privéadressen. Tot slot voert de raadsman aan dat ten aanzien van de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen onvoldoende over de inbreuk kan worden vastgesteld, de mate daarvan en of sprake is van een situatie waarin zij niet onbevangen zichzelf zouden kunnen zijn.
Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde geldt dat de verklaringen van de drie
verbalisanten onbetrouwbaar zijn, omdat zij op essentiële onderdelen van elkaar verschillen.
Daarnaast kan uit de uiterlijke verschijningsvorm niet het voorwaardelijk opzet op
bedreiging worden afgeleid.
Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde geldt dat het de uitlatingen ontbreekt aan een
bedreigend karakter, aangezien de gemeente op de hoogte is van de problematiek van
verdachte en verdachte nimmer tot uitvoering van feitelijk geweld is overgegaan.
18/303460-22
Verdachte heeft de brief geadresseerd aan de gemeente. De uitingen zijn in meervoud beschreven en richten zich niet expliciet aan [slachtoffer 2] . Verdachte beschrijft in zijn brief [slachtoffer 2] , maar noemt hem niet expliciet een vuile kankernazi of smerige kakkerlak. Wel zou er kunnen worden geoordeeld dat er een verband bestaat tussen [slachtoffer 2] en de naam Judas, maar dat is niet beledigend.
18/226579-22
Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde geldt dat het brengen van de Hitlergroet op zichzelf niet strafbaar hoeft te zijn, maar in een bepaalde context dat wel kan worden, daarbij kan het van belang zijn of tevens het één en ander wordt gezegd of getoond. In het onderhavige geval kan niet worden vastgesteld dat (andere) mensen deze Hitlergroet waargenomen hebben en of daarbij dingen zijn geroepen. Daarnaast kan niet worden vastgesteld of verdachte opzet had om iemand te beledigen.
18/327654-24
Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde ligt de frequentie te laag om de vereiste
stelselmatigheid te kunnen aannemen. Er is voorts geen sprake van stelselmatigheid nu
aangever niet privé wordt lastiggevallen omdat hij zelden de geadresseerde is.
Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde dient vrijspraak te volgen nu [slachtoffer 4] vanuit zijn hoedanigheid niet (on)rechtmatig de vereiste ambtshandelingen kan uitvoeren.
Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde geldt dat de genoemde ambtenaren niet zijn
gehoord over de druk die is uitgeoefend en niet duidelijk is of zij (on)rechtmatig in staat zijn
een ambtsverrichting te begaan.
Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde geldt dat geen sprake is van een concrete
bedreiging van de betreffende ambtenaren.
18/143539-24
Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde geldt dat het de uitlatingen ontbreekt aan een
bedreigend karakter, aangezien de gemeente op de hoogte is van de problematiek van
verdachte en verdachte nimmer tot uitvoering van feitelijk geweld is overgegaan.
Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde is geen sprake van strafbare dwang. Het gaat
om één e-mail en van opbouwende psychische druk is geen sprake geweest. Daarnaast is er geen sprake van dat de psychische druk zodanig is opgebouwd dat daartegen geen weerstand kon worden geboden.

Oordeel van het hof

Aanvulling bewijsmiddelen
Het hof vult de hieronder opgenomen bewijsmiddelen aan met:
1.
De door verdachte ter zitting bij het hof van 28 mei 2026 afgelegde verklaring, voor
zover inhoudend:
Het klopt dat ik vanaf 2011 in [plaats] woonde. De mails verstuurde ik vanuit mijn woning in [plaats] . Ik stuurde vanaf ongeveer februari 2024, toen ik mijn woning niet meer had, ook mails vanuit voornamelijk bibliotheken in [plaats] en ook aan de rand van [plaats] .
18/192191-23
Feit 1
De rechtbank heeft hierover het volgende overwogen. Het hof neemt deze overwegingen over en maakt deze tot de zijne.
De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals
hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen
toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte ter zitting van 4 februari 2025 afgelegde verklaring, voor zover

inhoudend:
Ik heb geprobeerd het conflict op een normale manier op te lossen, maar omdat dat niet lukt
probeer ik op deze manier druk op de gemeente uit te oefenen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte (met bijlagen) d.d. 1 augustus 2023, opgenomen op pagina 192 e.v. van het dossier van Politie [locatie ] met nummer PL0100-2023202816 d.d. 2 augustus 2023, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 4] :

De toon in zijn e-mails was op zijn zachts gezegd niet vriendelijk. Hij richtte de e-mails met
name naar het bestuurssecretariaat. Hij mailt naar dit adres, omdat dit zijn ingang is tot de
Burgemeester. Hij sprak in zijn e-mails veel over Burgemeester [slachtoffer 1] . Omdat de e-mails
dwingend, kwetsend, beledigend van aard waren hebben we als gemeente [verdachte]
een verbod opgelegd om nog met ons te bellen en e-mailen. De enige manier voor hem om
met ons als gemeente in contact te komen, was via een brief. Op 19 mei 2022 is dit
emailverbod ingegaan. Hij heeft dit verbod genegeerd. Wij hebben tot op de dag van
vandaag niet gereageerd op deze e-mails die hij verzendt naar ons. In een aantal emails is hij dwingend en eist hij zaken van ons. Hij eist met name geld, een schadevergoeding, ontslag van medewerkers en een achterstallige uitkering.
We hebben vanuit de gemeente dit jaar drie keer met [verdachte] gesproken. Het eerste
gesprek verliep goed. Het tweede gesprek verliep wat dwingender. Het derde gesprek was
binnen 10 minuten klaar. Hij verliep scheldend de ruimte. Hij e-mailt inmiddels dagelijks
berichten met beledigende, kwetsende berichten en hij probeert ons ook geregeld onder druk te zetten om zaken voor elkaar te krijgen. Doordat hij ook namen van mijn collega’s noemt en hen in de emails ook toespreekt, maakt hij het ook persoonlijk. Zoals ik al heb
aangegeven heb ik de emails aan u overhandigd. Dit zijn een paar honderd inmiddels.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (met bijlagen)

d.d. 2 augustus 2023, opgenomen op pagina 127 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als
relaas van verbalisant [verbalisant] :
(...) Vanuit de [gemeente] / [gemeente] en het [zorghuis] [plaats] ,
heb ik diverse documenten ontvangen. Waaronder een tijdslijn vanaf het eerste contact
moment met [verdachte] . Hierin is duidelijk de frequentie te zien ten aanzien van het contact wat gezocht wordt vanuit [verdachte] . Tevens is er ook een bijlage waarin omschreven wordt wat het gedrag van [verdachte] doet met de (medewerkers) de [gemeente] / [gemeente] van [verdachte] doet.
Vanuit de [gemeente] / [gemeente] en het [zorghuis] [plaats] , heb ik
toestemming gekregen om deze documenten bij het dossier te voegen.
Hieronder een overzicht van de bijlagen:
(...)
Bijlage 2 bevat een tijdslijn van 7 juni 2011 tot en met 25 november 2022.
Bijlage 3 bevat een tijdslijn van 8 september 2022 tot en met 20 juli 2023.
Bijlage 4 bevat de meegestuurde bijlages die horen bij de tijdslijn in bijlage 3.
Bijlage 5 bevat diverse emails.
Bijlage 6 bevat een aanmaning schadevergoeding binnen gekomen op 5 juni 2023.
(...)
[Rechtbank: onder andere:]
(p. 257) Van: [verdachte] [e-mail]
Verzonden: donderdag 15 september 2022
Aan: [naam] ; [e-mail] ; [naam] ; [e-mail] ;
Bestuurssecretariaat ( [plaats] )
[slachtoffer 1] : "Een Untermensch beledigt ons! Dit kan niet! Dit mag niet! Wat voor maatregelen
zitten er nog in de gereedschapskist?"
[slachtoffer 3] : "Niets meer, mein Führer. [verdachte] krijgt geen uitkering van ons en heeft al het
contact met ons verbroken."
[slachtoffer 1] : "Schrijf hem dan een brief dat voortaan alle beslissingen over hem collectief
genomen zullen worden en dat hij zijn post moet richten niet meer aan [naam] maar
aan 'de contactpersoon van de gemeente’. Dat zal hem leren brutaal te zijn! En zo
geschiedde. Zelf worden die nazi’s natuurlijk ook gelijk behandeld. Net als iedereen parkeren ze hun electrische Jaguar voor het gemeentehuis. Net als iedereen verdient [slachtoffer 1] 102.000 euro per jaar.
(p. 360) Van: [verdachte] [e-mail]
Verzonden: donderdag 2 maart 2023
Aan: Bestuurssecretariaat ( [plaats] ); [naam] ; [e-mail] ; [naam]
; Vrd Info; Zvhd Info
Mijn leven is verwoest en ik heb geen enkele hoop meer op een leefbare toekomst.
Verantwoordelijk voor mijn ondergang houd ik burgemeester [slachtoffer 1] , gemeentesecretaris
[slachtoffer 3] , hoofd [domein] [slachtoffer 2] , staatsagent [slachtoffer 4] , ambtenaar [domein] [naam] , de hele gemeenteraad, commissaris van de koning [slachtoffer 5] , het [zorghuis] [plaats] en het veiligheidsoverleg over mijn persoon.
(p. 500) Van: [e-mail]
Verzonden: dinsdag 25 juli 2023
Aan: Bestuurssecretariaat ( [plaats] )
Aan de nazi's,
Ik heb nauwelijks nog kwaliteit van leven en geen enkel uitzicht op een enigszins leefbare
toekomst. Net zoals jullie mij ter dood hebben veroordeeld heb ik jullie ook ter dood
veroordeeld. De doodvonnissen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] liggen hier klaar en ze zullen heel binnenkort worden bezorgd. Alleen al het feit dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] zichzelf en hun voltallige personeel van 1500 ambtenazi’s blootstellen aan een oorlog omdat ze niet de hersens hebben om een conflict met een bijstandsgerechtigde op te lossen laat zien dat ze volledig ongeschikt zijn voor hun vak.
(p. 510) Van: [e-mail]
Verzonden: vrijdag 28 juli 2023
Aan: Bestuurssecretariaat ( [plaats] )
Ik ben bereid voor mijn zaak te sterven. En te moorden. Want [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en van de
[slachtoffer 2] verdienen het leven niet nadat ze mij van alle levensgeluk beroofd hebben.
Aanvulling bewijsmiddelen
Het hof vult de bewijsmiddelen aan met:

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor slachtoffer d.d. 1 augustus 2023, opgenomen op pagina 38 e.v. van het dossier van Politie [locatie ] met nummer PL0 100-2023202816 d.d. 2 augustus 2023, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :

V: In een van de e-mails wordt het volgende gezegd: “Net zoals jullie mij ter dood
hebben veroordeeld heb ik jullie ook ter dood veroordeeld. De doodvonnissen van
[slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] liggen hier klaar en ze zullen heel binnenkort
worden bezorgd.” Wat vindt u hiervan?
A: Dat gaat veel te ver. De inhoud van zijn mails worden steeds extremer en
serieuzer.
V: Hoe voelt u zich hieronder?
A: Het maakt mij angstig dat hij op een dag echt iets geks gaat doen. Als ik weet dat
hij op vrije voeten is ben ik extra alert. Ik en een collega lopen elke dag met een
rode alarmknop mocht de situatie zich voordoen dat [verdachte] ons aanvalt. Dit valt
mij zwaar en heb ik in mijn lange loopbaan nog nooit meegemaakt dat dit nodig was.
Bewijsoverweging
Zoals de rechtbank in het voorgaande reeds heeft geoordeeld acht zij [slachtoffer 4]
bevoegd om namens [slachtoffer 1] aangifte te doen. De kern van de strafbepaling van artikel 285b Sr wordt gevormd door de stelselmatige inbreuk op iemands persoonlijke levenssfeer. Bij de beoordeling of sprake is van een stelselmatige inbreuk zijn van belang de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer. De stelselmatigheid moet van dien aard zijn dat zij de gedragingen een indringend karakter geeft en veronderstelt een herhaling van gedragingen. Waar zich de ondergrens van belaging laat trekken, valt niet in algemene bewoordingen te zeggen. Naast stelselmatig dienen de ten laste gelegde gedragingen ook wederrechtelijk te zijn. Het is tegen die achtergrond dat de beoordeling van de ten laste gelegde gedragingen van de verdachte dient plaats te vinden. De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat verdachte sinds 2020 een conflict heeft met de [gemeente] . In de periode van 19 mei 2022 tot en met 31 juli 2023 heeft
verdachte veelvuldig e-mails gestuurd aan onder andere het bestuurssecretariaat van de
[gemeente] , waarin [slachtoffer 1] onderwerp van gesprek was. Ook heeft verdachte
brieven gestuurd aan de gemeente, gericht aan [slachtoffer 1] . De teksten in deze e-mails en
brieven kunnen als beledigend en grievend worden beschouwd. Enkele e-mails waren daarbij ook bedreigend van aard. Gelet op de aard, duur, frequentie en de intensiteit van de
gedragingen van verdachte is de rechtbank van oordeel dat van de vereiste stelselmatigheid
sprake is.
Ook is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van inbreuk op de persoonlijke
levenssfeer van [slachtoffer 1] . Dat [slachtoffer 1] niet op zijn privé-(email)adres door verdachte is
benaderd maakt niet dat geen sprake kan zijn van een inbreuk op zijn persoonlijke
levenssfeer. Onder persoonlijke levenssfeer dient niet alleen het privédomein van iemand te
worden begrepen maar in zekere mate ook het domein van het werkzame leven. [slachtoffer 1] mag er aanspraak op maken dat hij tijdens zijn werkzaamheden niet telkens op impertinente wijze wordt benaderd door verdachte. Dat niet direct maar middellijk, via het bestuurssecretariaat, een inbreuk werd gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] staat aan een bewezenverklaring niet in de weg. Dit omdat [slachtoffer 1] het beoogde doelwit van verdachte was, [slachtoffer 1] ervan op de hoogte is geraakt en verdachte steeds heeft benadrukt dat hij door zijn handelwijze druk wilde zetten. Dat [slachtoffer 1] op de hoogte is geraakt van de handelingen van verdachte volgt uit de verschillende aangiftes namens [slachtoffer 1] .
Verdachte heeft door het versturen van e-mails aan het bestuurssecretariaat, ook gelet op de
inhoud daarvan, bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer 1] van die e-mails op de
hoogte zou worden gebracht. Daarnaast heeft verdachte ook brieven gestuurd die specifiek
aan [slachtoffer 1] waren gericht. Dat in de ten laste gelegde periode sprake was van een
mediationtraject laat onverlet dat in diezelfde periode tevens sprake kan zijn van belaging.
Anders dan de raadsman, is de rechtbank ook van oordeel dat uit de gedragingen van
verdachte volgt dat sprake was van een opzettelijke en wederechtelijke inbreuk op de
persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] . Verdachte wilde met zijn gedragingen immers invloed
(druk) uitoefenen.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de belaging van [slachtoffer 1] .
Aanvulling bewijsoverweging
Het hof overweegt aanvullend dat, anders dan de verdediging stelt, de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] kan worden vastgesteld op basis van de bewijsmiddelen. Hieruit volgt dat [slachtoffer 1] door de bedreigingen met een noodknop loopt, extra alert is en angstig is dat verdachte op een dag “echt iets geks zal doen”. Het hof oordeelt dat sprake is van een aanmerkelijke aantasting van de privésfeer die maakt dat het slachtoffer niet onbevangen zichzelf kan zijn.
Feit 2
De rechtbank heeft hierover het volgende overwogen. Het hof neemt deze overwegingen over en maakt deze tot de zijne.
De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals
hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen
toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 31 juli 2023,

opgenomen op pagina 183 e.v. van het dossier van Politie [locatie ] met nummer
PL0100-2023202816 d.d. 2 augustus 2023, inhoudend als verklaring van [naam] :
Op maandag 31 juli 2023 was ik verbalisant [naam] samen met collega [verbalisant] ,
belast met de noodhulp voor het gebied [plaats] en omstreken. Omstreeks 18:00 uur,
werden wij door hulp officier van justitie [naam] verzocht om een aanhouding buiten
heterdaad van bedreiging aan de [straat] voor de verdachte [verdachte] . Ik
hoorde [verbalisant] zeggen dat de verdachte de voordeur niet open wilde doen. Ik hoorde
collega [verbalisant] zeggen tegen de verdachte dat hij de deur open moest dan of anders de
deur eruit word geslagen. Ik hoorde de verdachte zeggen: "Als jullie binnen komen maak ik
jullie dood. Jullie gaan dood als jullie binnen komen". Ik zag dat de verdachte een groot en
lang voorwerp in zijn handen had en deze voor zijn bovenlichaam hield. Omstreeks 18:40
uur werd de deur open geslagen door collega [verbalisant] . Ik zag dat de verdachte in de hal
stond met een grote degen richting ons. Ik hoorde de verdachte zeggen: "Als jullie een stap
naar binnen komen maak ik jullie dood". Ik riep tegen de verdachte dat hij het degen moest
laten vallen of anders wordt de taser gebruikt. Ik zag dat de verdachte een stap dichterbij in
mijn richting zette. Ik zag dat de verdachte met het degen in mijn richting wees.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 juli

2023, opgenomen op pagina 48 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van
verbalisant [verbalisant] :
Op 31 juli 2023 kwamen mijn collega's [naam] , [verbalisant] en [slachtoffer 3] en ik aan op het
adres [straat] te [plaats] . Ik hoorde dat hij zei dat hij niet ging open doen. Hierop zei ik
door de brievenbus, dat we met geweld de voordeur er uit zouden halen. Ik zag dat hij zich
hierop verwijderde. Ik hoorde vervolgens gestommel boven. Kort hierop zag ik dat de man
weer achter de voordeur verscheen. Ik zag dat hij de vitrage opzij schoof. Ik zag dat hij mij
een (soort van) kris, althans een klein zwaardje, althans een steekwapen, toonde. Ik hoorde
dat de man zei: "als jullie binnenkomen, dan gebruik ik dit". Toen ik met de deur-bonk in de
hand bij de voordeur was, waarschuwde ik de man nog één keer dat de deur er uit ging Ik
zag andermaal dat de man genoemd wapen aan mij toonde van achter de opzij geschoven
vitrage. Toen er niet direct een reactie kwam waaruit bleek dat de man bezig was de
voordeur voor ons te openen, bonkte ik met drie krachtige stoten de voordeur los. Ik deed
een stap opzij en zag en hoorde het volgende:
- dat er een man in de gang stond met genoemde kris in zijn hand.
- dat de man in onze richting keek.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 1 juli

2023. opgenomen op pagina 51 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van
verbalisant [verbalisant] :
Ik vertelde hem dat hij de deur open moest doen en anders wij de deur gingen forceren en
geweld gingen gebruiken. Ik hoorde collega [verbalisant] zeggen dat verdachte op dat moment
naar boven rende en daarna direct terug kwam. Ik zag dat verdachte een soort lang mes /
zwaard voor zich hield. Ik hoorde verdachte zeggen dat hij ons dood maakte als we binnen
zouden komen. Ik zag dat collega [verbalisant] de deur na drie keer 'bonken' open had. Ik zag dat de verdachte het mes / zwaard nog in de handen had en riep dat hij die moest laten vallen of ik ging mijn pepperspray gebruiken.
Bewijsoverweging
De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de
verklaringen van de verbalisanten ten aanzien van het ten laste gelegde. Anders dan de
raadsman heeft betoogd, komen de verklaringen over de gedragingen van verdachte op
hoofdlijnen overeen. De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte
een scherp voorwerp in zijn handen had dat hij richtte op de verbalisanten en dat verdachte
dat scherpe voorwerp ook nadat de voordeur werd geforceerd heeft vastgehouden tot het
moment waarop verdachte overmeesterd werd. Verdachte heeft, terwijl hij dat scherpe
voorwerp vasthield, gezegd dat hij de verbalisanten zou doodmaken als zij zijn woning
zouden betreden. Gelet op het naar de verbalisanten blijven wijzen met het scherpe voorwerp in combinatie met hetgeen verdachte daarbij heeft gezegd kon naar het oordeel van de rechtbank bij de verbalisanten de redelijke vrees ontstaan dat zij slachtoffer zouden worden van enig misdrijf tegen het leven gericht.
Aanvullend overweegt het hof dat uit de gedragingen van verdachte en de daarbij gebezigde bewoordingen volgt dat de verdachte opzet heeft gehad de verbalisanten te bedreigen met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Feit 3
De rechtbank heeft hierover het volgende overwogen. Het hof neemt deze overwegingen over en maakt deze tot de zijne.
De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals
hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen
toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte ter zitting van 4 februari 2025 afgelegde verklaring, voor zover

inhoudend:
Het klopt dat de in de tenlastelegging opgenomen e-mails door mij zijn geschreven en
verzonden.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte (met bijlagen) d.d.

28 juli 2023, opgenomen op pagina 30 e.v. van het dossier van Politie [locatie ] met
nummer PL0100-2023202816 d.d. 2 augustus 2023, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 4] :
Op dinsdag 25 juli 2023 ontvingen wij wederom een email van de heer [verdachte] .
Van: [verdachte] < [e-mail] >
Verzonden: dinsdag 25 juli 2023
Aan: Bestuurssecretariaat ( [plaats] ) < [e-mail] >
Net zoals jullie mij ter dood hebben veroordeeld heb ik jullie ook ter dood veroordeeld. De
doodvonnissen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] liggen hier klaar en ze zullen heel
binnenkort worden bezorgd.
(p. 37) Erom: [verdachte] < [e-mail] >
Sent: Friday, July 28, 2023
To: [e-mail] >
Hun beveiligingscamera's en ingehuurde SA-troepen van [bedrijf] zullen hen niet
helpen volgende week. Ik laat me niet 12 jaar verkrachten door een bende hersenloze nazi's.
En ik ga ook niet wachten tot God hen straft. Ik ben bereid voor mijn zaak te sterven. En te
moorden. Want [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] verdienen het leven niet nadat ze mij
van alle levensgeluk beroofd hebben.
Bewijsoverweging
Anders dan de raadsman heeft betoogd, is voor een veroordeling niet vereist dat komt vast te staan dat bij de bedreigden daadwerkelijk de vrees voor aantasting van de persoonlijke
vrijheid is opgewekt. Voldoende is dat de bedreigingen van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geschied dat zij in het algemeen geschikt zijn de vrees voor een inbreuk op de persoonlijke vrijheid teweeg te brengen. Gelet op de inhoud van de e-mails is daar naar het oordeel van de rechtbank onmiskenbaar sprake van.
Feit 4
De rechtbank acht het onder 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:

1. de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 februari 2025;

2. een schriftelijk bescheid, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal van aangifte d.d.

11 augustus 2023, opgenomen op pagina 13 e.v. (digitaal) van aanvullend procesdossier 2,
behorend bij het dossier van Politie [locatie ] met nummer PL0100-2023202816 d.d. 2 augustus 2023, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 5] ;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (met bijlage op

pagina 31) d.d. 2 februari 2024, opgenomen op pagina 14 e.v. van aanvullend procesdossier
5, behorend bij voornoemd dossier van Politie [locatie ] , inhoudend het relaas van
verbalisant [verbalisant] .
18/303460-22
De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna
opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die
de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals
hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte ter zitting van 4 februari 2025 afgelegde verklaring, voor zover

inhoudend:
Het klopt dat de in de tenlastelegging opgenomen passages afkomstig zijn uit een brief die
door mij is geschreven. U, voorzitter, houdt mij voor dat in de brief onder meer staat ‘Judas
[slachtoffer 2] ’. Klopt. Judas betekent verrader en dat is hij ook. Ik had eigenlijk [naam]
willen citeren. Hij beschrijft de laagste laag van de hel en die laag is genoemd naar Judas. De andere uitlatingen in de brief zijn inderdaad beledigend en zo heb ik ze ook
bedoeld. U, jongste rechter, vraagt mij of het mijn bedoeling was om [slachtoffer 2] te
beledigen met de passage "Judas [slachtoffer 2] ’. Ik heb in mijn brief meervoudsvormen
gebruikt, dus blijkbaar wilde ik meerdere mensen beledigen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte (met bijlage) d.d. 16 november 2022, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie [locatie ] met nummer PL0100-2022308576 d.d. 22 november 2022, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 2] :

(...) Ik hoorde hem zeggen dat hij een brief, welke geschreven was door de heer [verdachte]
, en welke gericht was aan de [gemeente] , had onderschept. (...) Op
woensdag 19 oktober 2022 ontvingen wij op de postkamer van het gemeentehuis te
[plaats] , [straat] te [plaats] . Ik zag dat de brief geschreven is op 13-10-2022
te P.I. [plaats] . Ik zag dat de brief de aanhef: "Vuile Kankernazi's” had. Verder las ik dat hij in deze brief schrijft: "Omdat jullie een stel hersenloze imbecielen zijn hebben jullie mij als een hond voor de deur laten staan. "Klopt en u zal worden opengedaan" zei Jezus, maar Judas [slachtoffer 2] heeft de Bijbel natuurlijk nooit gelezen.... " Tevens lees ik in de brief: "jullie hebben voor oorlog gekozen. Ik niet. Ongeacht of ik win of niet, jullie zullen altijd de verliezer zijn. Ik laat mijn leven niet door jullie verwoesten omdat jullie geen zin hebben gemaakte afspraken na te komen. Ik zou maar betalen, stelletje smerige kakkerlakken!".
Bewijsoverweging
Verdachte heeft zich in de kern van zijn brief expliciet gericht tot [slachtoffer 2] door te
spreken over ‘Judas [slachtoffer 2] ’. Hoewel de in de tenlastelegging opgenomen
beledigende aanhef en afsluiting van de brief onbepaald zijn, kan uit het aanhalen van Van
de [slachtoffer 2] worden afgeleid dat die aanhef en afsluiting in ieder geval mede aan het adres
van [slachtoffer 2] waren gericht. Ten aanzien van de door verdachte gebezigde woorden
“vuile kankernazi's” en ‘‘smerige kakkerlakken” is de rechtbank van oordeel dat deze
beledigend moeten worden beschouwd. De rechtbank acht daarnaast het aanduiden van
iemand als Judas, dus als verrader, een uitlating die als beledigend dient te worden
beschouwd omdat zij, mede gelet op verdachtes verklaring ter terechtzitting, de strekking
heeft [slachtoffer 2] aan te randen in zijn eer en goede naam.
18/226579-22
Feit 2
De rechtbank heeft hierover het volgende overwogen. Het hof neemt deze overwegingen over en maakt deze tot de zijne.
De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals
hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen
toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 7

september 2022, opgenomen op pagina 18 e.v. van het dossier van Politie [locatie ]
met nummer PL0 100-2022236312 d.d. 7 september 2022, inhoudend als relaas van
verbalisant [naam] :
Op 7 september 2022 was ik samen met mijn collega [naam] aan het gemeentehuis
[plaats] , welke is gevestigd aan het [straat] te [plaats] . Ik, verbalisant toonde aan meneer [verdachte] vervolgens het formulier van het lokaalverbod wat in mei 2022 aan hem was uitgereikt. Meneer [verdachte] zei dat hij het pand niet ging verlaten. Hierop heb ik, verbalisant [naam] meneer [verdachte] medegedeeld dat hij was aangehouden te zake lokaalvredebreuk in verband met het niet voldoen aan bevel of vordering. Ik, verbalisant [naam] heb meneer [verdachte] medegedeeld dat hij met ons mee naar buiten moest lopen. Hierop zag ik dat meneer [verdachte] mij een Hitlergroet gaf. Ik. verbalisant hoorde dat meneer [verdachte] zei hier heb je de Hitlergroet, die krijg je er ook bij of woorden van gelijke strekking.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 7

september 2022, opgenomen op pagina 12 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als
verklaring van [verdachte] :
V: U heeft de Hitlergroet uitgebracht naar onze collega en zei hierbij: "hier heb je de
Hitlergroet, die krijg je er ook bij". Of woorden van gelijke strekking. Waarom deed u dat?
A: Na ja omdat ik het behoorlijk fascistisch vind dat mij de toegang ontzegd wordt om deel
te nemen aan zo'n bijeenkomst. Als de politie er zich voor leent om een naziregime in stand
te houden.
Aanvulling bewijsmiddelen
Het hof vult het hierboven genoemde bewijsmiddel, het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 september 2022, inhoudende als relaas van verbalisant [naam] aan:
In de hal van het gemeentehuis waren mijn collega [naam] en twee medewerkers van
de [gemeente] aanwezig.
Bewijsoverweging
De rechtbank is van oordeel dat verdachte opzettelijk verbalisant [naam] heeft beledigd.
Door naar [naam] een Hitlergroet te maken en daarbij te zeggen “die krijg je er ook bij”
heeft verdachte voldoende duidelijk gemaakt dat hij [naam] als (sympathisant van de)
nazi(’s) beschouwt en daarmee het opzet gehad op de aanranding van [naam] eer of
goede naam.
Aanvulling bewijsoverweging
Het hof overweegt aanvullend dat de stelling van de verdediging, dat niet kan worden vastgesteld dat (andere) mensen deze Hitlergroet waargenomen hebben en of daarbij dingen zijn geroepen, wordt weerlegd door de bewijsmiddelen. Immers in het proces-verbaal wordt gerelateerd dat er naast verbalisanten Breedeveld en zijn collega [naam] , nog twee medewerkers van de gemeente aanwezig waren.
18/327654-24
Feit 1
De rechtbank heeft hierover het volgende overwogen. Het hof neemt deze overwegingen over en maakt deze tot de zijne.
De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals
hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen
toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte ter zitting van 4 februari 2025 afgelegde verklaring, voor zover

inhoudend:
Het klopt dat de in de tenlastelegging opgenomen e-mails door mij zijn geschreven en
verzonden.

2. Een schriftelijk bescheid, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal van aangifte (met

bijlagen) d.d. 15 oktober 2024, opgenomen op pagina 11 e.v. van het dossier van Politie
[locatie ] met nummer PL0100-2024281780 d.d. 28 oktober 2024, inhoudend als
verklaring van [slachtoffer 4] :
Sinds ik contactpersoon van de heer [verdachte] ben geworden krijg ik ook mailtjes van
hem in mijn mailbox van de gemeenteraad [plaats] . De laatste twee e-mails zijn weer naar
mijn mailadres van de gemeenteraad [plaats] gestuurd en ik heb gezien ook naar veel andere instanties.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (met bijlagen)

d.d. 16 oktober 2024, opgenomen op pagina 17 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als
relaas van verbalisant [verbalisant] :
Dit proces-verbaal van bevindingen bevat een dossieropbouw van de emailberichten die
[verdachte] verstuurd naar de burgemeester van [plaats] en medewerkers van de
[gemeente] . In het proces-verbaal zal de datum waarop de mail verstuurd is worden opgenomen en het onderwerp van het emailbericht.
De emailberichten zullen als bijlage toegevoegd worden aan het PV.
Overzicht verstuurde emailberichten:
(p. 22) Van: [verdachte] < [e-mail]
Verzonden: dinsdag 7 mei 2024
Aan: [naam] < [e-mail] >
Onderwerp: Opnieuw aanvraag zwerversuitkering
(p. 23) Van: [verdachte] < [e-mail] >
Verstuurd: zaterdag, augustus 3, 2024
Aan: [e-mail] < [e-mail] >; [naam]
< [e-mail] >;
Onderwerp: Binnen een paar dagen ben ik dood
(p. 24) From: [verdachte] < [e-mail] >
Sent: Friday, August 16, 2024
To: [e-mail] < [e-mail] >: [naam]
[e-mail]
Subject: Complotdenker [naam] pleegt zelfmoord
(p. 27) Van: [verdachte] < [e-mail] >
Verzonden: woensdag 21 augustus 2024
Aan: [naam] [e-mail]
Onderwerp: De [plaats] politieke elite in het Hiernamaals
(p. 30) Van: [verdachte] [e-mail]
Verzonden: [naam] < [e-mail] >;
Onderwerp: Aankondiging verhaal overeen kabouter
(p. 31) Van: [verdachte] < [e-mail] >
Verzonden: dinsdag 10 september 2024
Aan: [naam] < [e-mail] >;
Onderwerp: Maak niet dezelfde fout [naam]
(p. 32) From: [verdachte] < [e-mail] >
To: [naam] < [e-mail] >; [e-mail]
< [e-mail] >
Subject: De kabouter met kleine pikkie die burgemeester van [plaats] werd
(p. 34) Van: [verdachte] < [e-mail] >
Verzonden: dinsdag 17 september 2024
Aan: [e-mail] : [naam] < [e-mail] >;
Onderwerp: En? Hoe bevalt de oorlog? Speciale nazomeraanbieding!
(p. 35) Van: [verdachte] < [e-mail] >
Verzonden: woensdag 18 september 2024
Aan: [naam] < [e-mail] >; [e-mail] ;
Onderwerp: Waarom 1 miljoen euro niet veel is als schadevergoeding voor de verwoesting
van mijn leven
(p. 37) From: [verdachte] < [e-mail] >
Sent: Monday, September 23, 2024
To: [naam] < [e-mail] >; [e-mail]
< [e-mail] >;
Subject: Daklozenopvang MENSONTEREND
Bewijsoverweging
De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat verdachte over een periode van bijna zes maanden meerdere e-mails aan [slachtoffer 4] heeft verstuurd. Anders dan de raadsman heeft
betoogd zijn deze e-mails telkens rechtstreeks gericht aan [slachtoffer 4] , zij het via het e-mailadres
dat [slachtoffer 4] beheert namens [gemeente] als contactpersoon van verdachte, zij het
via [slachtoffer 4] e-mailadres van de gemeenteraad in [plaats] . Uit de bewijsmiddelen volgt dat het aantal berichten in de loop van de ten laste gelegde periode intensiveert. Gelet op de aard, duur, frequentie en de oplopende intensiteit van de gedragingen van verdachte is de
rechtbank van oordeel dat van de vereiste stelselmatigheid sprake is. Dat [slachtoffer 4] niet op zijn
privé-(email)adres door verdachte is benaderd maakt niet dat geen sprake kan zijn van een
inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer. Zoals de rechtbank reeds heeft overwogen dient
onder persoonlijke levenssfeer niet alleen het privédomein van iemand te worden begrepen
maar in zekere mate ook het domein van het werkzame leven. Ook [slachtoffer 4] mag er aanspraak
op maken dat hij tijdens zijn werkzaamheden niet telkens op impertinente wijze wordt
benaderd door verdachte. De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken ten aanzien van de in de tenlastelegging opgenomen e-mail van 30 april 2024, nu dit niet een e-mail betreft die aan [slachtoffer 4] is verzonden.
Feit 2
De rechtbank heeft hierover het volgende overwogen. Het hof neemt deze overwegingen over en maakt deze tot de zijne.
De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals
hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen
toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte ter zitting van 4 februari 2025 afgelegde verklaring, voor zover

inhoudend:
Het klopt dat de in de tenlastelegging opgenomen e-mails door mij zijn geschreven en
verzonden. Het doel van mijn e-mails was om tot een einde aan het conflict te komen en een
schadevergoeding te ontvangen.

2. Een schriftelijk bescheid, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal van aangifte (met

bijlagen) d.d. 15 oktober 2024, opgenomen op pagina 11 e.v. van het dossier van Politie
[locatie ] met nummer PLO 100-2024281780 d.d. 28 oktober 2024, inhoudend als
verklaring van [slachtoffer 4] :
Sinds ik contactpersoon van de heer [verdachte] ben geworden krijg ik ook mailtjes van
hem in mijn mailbox van de gemeenteraad [plaats] . Daarnaast wil ook aangifte doen van
ambtsdwang. In de email berichten naar mij maar ook naar andere medewerkers van de
[gemeente] dreigt hij elke keer met zelfmoord als er geen geld overgemaakt wordt.
Hierbij dwingt hij mij en andere medewerkers van de [gemeente] , wetende vanuit
wel functie wij werken, om geld over te maken. Hij geeft in zijn emailberichten daarbij ook
aan dat wij verantwoordelijk zullen zijn voor zijn dood.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (met bijlagen)

d.d. 16 oktober 2024, opgenomen op pagina 17 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als
relaas van verbalisant [verbalisant] :
Dit proces-verbaal van bevindingen bevat een dossieropbouw van de emailberichten die
[verdachte] verstuurd naar de burgemeester van [plaats] en medewerkers van de
[gemeente] .
(...)
Overzicht verstuurde emailberichten:
(p. 24) Erom: [verdachte] < [e-mail] >
Sent; Friday, August 16, 2024
To: [e-mail] < [e-mail] >; [naam]
< [e-mail] >;
Subject: Complotdenker [naam] pleegt zelfmoord
Afschuwelijk nieuws. Ja, het is nu eenmaal zo datje volgens de regels gestraft wordt in dit
land als je geen woning hebt. Je moet wel binnen de gemeente verblijven als je een uitkering
wilt krijgen. Als je maar wat rondzwerft dan kan dat niet.
ALLERLAATSTE KANS OM EEN LEVEN TE REDDEN AANGEZIEN DE NAZI-
OVERHEID HET NIET DOET:
Stort gul en onbeheerst op rekeningnummer [nummer] tnv [verdachte] .
Bewijsoverweging
Uit het dossier blijkt dat [slachtoffer 4] was aangewezen als contactpersoon van verdachte en
daarmee als taak had de correspondentie van, over en aan verdachte te coördineren. Gelet
hierop is de rechtbank van oordeel dat de functie van [slachtoffer 4] hem de gelegenheid gaf, al dan
niet op onrechtmatige wijze, invloed uit te oefenen op de toekenning aan verdachte van een
uitkering. Door [slachtoffer 4] een e-mail te sturen, daarin duidelijk te maken dat hij een uitkering
wil krijgen en daarin zodanige psychische druk uit te oefenen, te weten dreiging met
zelfdoding als niet wordt overgegaan tot een gulle betaling, heeft verdachte gepoogd [slachtoffer 4]
ertoe te bewegen om (middellijk) over te gaan tot een betaling vanuit de gemeentekas.
Feit 3
De rechtbank heeft hierover het volgende overwogen. Het hof neemt deze overwegingen over en maakt deze tot de zijne.
De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals
hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen
toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte ter zitting van 4 februari 2025 afgelegde verklaring, voor zover

inhoudend:
Het klopt dat de in de tenlastelegging opgenomen e-mails door mij zijn geschreven en
verzonden. Het doel van mijn e-mails was om tot een einde aan het conflict te komen en een
schadevergoeding te ontvangen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (met bijlagen)

d.d. 16 oktober 2024, opgenomen op pagina 17 e.v. van het dossier van Politie [locatie ]
met nummer PL0100-2024281780 d.d. 28 oktober 2024. inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Dit proces-verbaal van bevindingen bevat een dossieropbouw van de emailberichten die
[verdachte] verstuurd naar de burgemeester van [plaats] en medewerkers van de
[gemeente] .
Overzicht verstuurde emailberichten:
(p. 23) Van: [verdachte] < [e-mail] >
Verstuurd: zaterdag, augustus 3, 2024.
Aan: Bestuurssecretariaat ( [plaats] ) [e-mail]
Onderwerp: Binnen een paar dagen ben ik dood
Aan mijn moordenaars, Dit is jullie laatste kans om mijn leven te redden. Binnen een paar
dagen leg ik mijn hoofd op de treinrails. Als jullie geen geld storten zullen jullie nog heel
lang moeten leven met de verantwoordelijkheid voor mijn dood.
(p. 24) From: [verdachte] < [e-mail] >
Sent: Friday, August 16, 2024
To: [e-mail] < [e-mail] >; [naam]
< [e-mail] >;
Subject: Complotdenker [naam] pleegt zelfmoord
Afschuwelijk nieuws. Ja, het is nu eenmaal zo datje volgens de regels gestraft wordt in dit
land als je geen woning hebt. Je moet wel binnen de gemeente verblijven als je een uitkering
wilt krijgen. Als je maar wat rondzwerft dan kan dat niet.
ALLERLAATSTE KANS OM EEN LEVEN TE REDDEN AANGEZIEN DE NAZI-
OVERHE1D HET NIET DOET:
Stort gul en onbeheerst op rekeningnummer [nummer] tnv [verdachte] .
(p. 34) Van: [verdachte] < [e-mail] >
Verzonden: dinsdag 17 september 2024
Aan: Bestuurssecretariaat ( [plaats] ) < [e-mail] >
En? Hoe bevalt de oorlog waar JULLIE voor gekozen hebben? Zijn de verhalen een beetje in de smaak gevallen? Ik doe jullie vanwege het mooie weer een speciale nazomeraanbieding. Ik ben bereid mijn eis tot schadevergoeding eenmalig te verlagen tot 1 miljoen euro belastingvrij. Als dit bedrag UITERLIJK AANSTAANDE VRIJDAG op mijn rekening staat is de oorlog voorbij. Jullie kunnen je nog zo machtig wanen.... voor mij telt slechts de overwinning of de dood.
(p. 35) Van: [verdachte] < [e-mail] >
Verzonden: woensdag 18 september 2024
Aan: Bestuurssecretariaat ( [plaats] ) < [e-mail] >
Dit is opnieuw een handreiking naar jullie toe om de oorlog te beëindigen. Het is echt niet
veel, 1 miljoen euro. Ik zou het doen. Al is het alleen maar om niet levenslang door jullie
geweten geplaagd te worden als ik voor de trein spring. Ik zie het bedrag graag uiterlijk
vrijdag op mijn rekening verschijnen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (met bijlagen)

d.d. 16 oktober 2024, opgenomen op pagina 95 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als
relaas van verbalisant [verbalisant] :
Sinds mei 2024, bevindt [verdachte] zich regelmatig in de [gemeente] . (...)
Vervolgens zijn er e-mailberichten verstuurd (...) 26-09 (...) Deze mails staan in de bijlage,
(p. 102) From: [verdachte] < [e-mail] >
To: [gemeente] Info < [e-mail] >
Sent: Thursday, September 26, 2024
Subject: Tav [naam] : Ik leef nog. Ondanks jullie.
Aan [naam] .
Als ik dit overleef ga ik in [plaats] wonen en dan ga ik het de gemeente, inclusief al die
mongolen die in de gemeenteraad zitten, nog heel heel moeilijk maken. Jaren en jaren lang.
Dat is een belofte. Ik ga me ook kandidaat stellen voor de gemeenteraad en dan veeg ik de
vloer met jullie aan. Je kunt de uitkering met terugwerkende kracht op mijn rekening storten. Met spoed. Want anders weerhoudt niets of niemand mij ervan om over een paar dagen alsnog voor de trein te springen.
Bewijsoverweging
De rechtbank is van oordeel dat verdachte door het dreigen met zelfmoord als niet zou worden overgegaan tot betaling van een geldsom zich (telkens) schuldig heeft gemaakt aan poging tot ambtsdwang. Verdachte heeft zich hierbij gewend tot het bestuurssecretariaat van de [gemeente] en een ambtenaar van de [gemeente] , wetende dat zijn e-mails daarmee terecht zouden komen bij personen binnen beide gemeenten die feitelijk zouden kunnen overgaan tot betaling van de door verdachte gewenste betalingen.
Feit 4
De rechtbank heeft hierover het volgende overwogen. Het hof neemt deze overwegingen over en maakt deze tot de zijne.
De rechtbank acht het onder 4 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals
hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen
toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte ter zitting van 4 februari 2025 afgelegde verklaring, voor zover

inhoudend:
Het klopt dat de in de tenlastelegging opgenomen e-mail door mij is geschreven en
verzonden.

2. Een schriftelijk bescheid, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal van aangifte (met

bijlagen) d.d. 15 oktober 2024, opgenomen op pagina 11 e.v. van het dossier van Politie
[locatie ] met nummer PL0100-2024281780 d.d. 28 oktober 2024, inhoudend als
verklaring van [slachtoffer 4] :
Ik wil aangifte doen van bedreiging.
(p. 14) Van: [verdachte] < [e-mail] >
Verzonden: woensdag 21 augustus 2024
Aan: Bestuurssecretariaat ( [plaats] ) < [e-mail] >; [naam]
< [e-mail] >;
Oud-burgemeester [slachtoffer 1] , gemeentesecretaris [slachtoffer 3] , AIVD-agent [slachtoffer 4]
en oud-Hoofd Sociale Zaken [slachtoffer 2] worden gedood bij een bomexplosie.
Ze vinden elkaar terug in een dikke mist.
Bewijsoverweging
Anders dan de raadsman heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat de uitlating van
verdachte van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is gedaan dat bij [slachtoffer 4] , Van
de [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] de redelijke vrees kon ontstaan dat zij slachtoffer zouden
worden van een misdrijf tegen het leven gericht. De rechtbank weegt hierin mee dat de wijze waarop voornoemde ambtenaren om het leven zullen komen zeer specifiek wordt benoemd en dat verdachte al eerder, op 25 en 28 juli 2023, gemeenteambtenaren met de dood heeft bedreigd, waaronder eveneens [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] .
18143539-24
Feit 1
De rechtbank heeft hierover het volgende overwogen. Het hof neemt deze overwegingen over en maakt deze tot de zijne.
De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals
hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen
toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte ter zitting van 4 februari 2025 afgelegde verklaring, voor zover

inhoudend:
Het klopt dat de in de tenlastelegging opgenomen brief en e-mail met video door mij zijn
geschreven en verzonden.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte (met bijlage) d.d. 10 januari 2024, opgenomen op pagina 27 e.v. van het dossier van Politie [locatie ] met nummer PL0100-2024106916 d.d. 13 juni 2024. inhoudend als verklaring van [slachtoffer 3]

[slachtoffer 3] :
Op donderdag 14 december 2023, liet een collega mij een brief lezen die gericht was aan mij. Ik zag boven aan de brief staan, opgedragen aan de [plaats] Gemeentesecretaris [slachtoffer 3] .Ik zag dat na de aanhef in de brief, het woord kogelregen stond. Het leek alsof dit als onderwerp weggezet is, dit voel ik zo. Ik las vervolgens het volgende in de brief: Een geweten had jij niet 'T is daarom dat ik op je schiet, Een paraplu houdt mij niet tegen, Je krijgt van mij de kogelregen, De eerste komt uit mijn geweer, Omdat je me niet respecteer, Geen uitkering 3 jaar lang, Daarom klink het nog eens BANG! Al mijn aandelen verdwenen, Daarvoor schiet ik je in je benen, Nu kunnen ze je lijk gaan zoeken, Als gevolg van je verdiende straf, Lig je nu te stinken in je graf.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte namens [slachtoffer 2] (met bijlage) d.d. 24 april 2024, opgenomen op pagina 39 e.v. van voornoemd

dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 4] ;
17 april 2024, kreeg ik een mail van [verdachte] onder ogen. Ik ben hier enorm van
geschrokken. Allereerst vanwege de inhoud van de mail met woorden en boodschappen, die
zwaar grensoverschrijdend en bedreigend zijn. Bovendien heeft [verdachte] een filmpje aan
de mail toegevoegd waarin rechtstreeks de link wordt gelegd met iemand, mij, te willen
vermoorden terwijl ik onderweg ben en dus het beeld oproepen dat ik nergens meer veilig
zou zijn.

4. Een schriftelijk bescheid, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal van bevindingen

(met bijlage) d.d. 23 april 2024, opgenomen op pagina 43 e.v. van voornoemd. inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] ;
Ik heb het emailbericht bekeken en zag dat deze de volgende inhoud had:
From: [verdachte] < [e-mail] >
To: [naam] Info < [e-mail] >
Sent: Wednesday, April 17, 2024 at 06:05:39 PM GMT+2
Subject: Het verhaal van de dwaas die zich veilig voelde
De moraal van dit verhaal: oorlogen eindigen niet vanzelf, repressie werkt niet en de enige
werkelijke manier om je veilig te voelen is de problemen op te lossen die je zelf hebt
veroorzaakt. Of niet, [slachtoffer 2] ?

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 april

2024, opgenomen op pagina 47 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Op donderdag 25 april 2024, was ik, verbalisant [verbalisant] , belast met het uitkijken van
camerabeelden. Het betrof een video die op de mail is toegestuurd vanaf de zender [verdachte]
, verzonden vanaf het email-adres: [e-mail] .
0:16; Ik zie de eerdergenoemde man, die achter in een voertuig zat, nu vanaf een
vooraanzicht. Ik zie dat hij naar voren en naar achteren beweegt. Ik zie vervolgens een shot,
gefilmd vanaf de voorruit van een voertuig. Vanuit de ruit zie ik de vrouw met de
kinderwagen, ik zie dat de vrouw zich voorover bukt in de kinderwagen, met haar rug naar
het voertuig. Ik zie vervolgens dat de vrouw zich om draait, waarbij ze een lang zwart wapen in haar handen heeft. Ik zie dat de vrouw het wapen richt op het voertuig en begint te
schieten. Ik hoor het geluid van schoten en glasgerinkel en zie dat het glas uit de ramen van
het voertuig wordt geschoten. Ik zie dat de vrouw meerdere keren inschiet op de bestuurder
van het voertuig.
0:27; Ik zie dat de vrouw vervolgens begint te schieten in de richting van het witgekleurde
voertuig. Ik zie een man achter het geelgekleurde voertuig zitten en zie dat hij een
vuurwapen in zijn hand heeft. Ik zie dat de man begint te schieten. Ik zie dat er vanuit de
bestuurderskant van het geelgekleurde voertuig een andere man uitstapt met een wapen, ik
zie dat de man begint te schieten, beide in de richting van het witte voertuig.
0:34: Ik zie wederom de vrouw met haar wapen schieten op het donkergekleurde voertuig en
zie dat hierbij de bestuurder en bijrijder worden beschoten. Ik zie de vrouw vervolgens
bukken, ter hoogte van het witgekleurde voertuig en zie dat zij haar wapen herlaadt. Ik zie en hoor dat er wordt geschoten.
0:42: Ik zie een man zitten op de achterbank van het witte voertuig. Ik zie de man, die vanuit
de bestuurderskant van het gele voertuig kwam, met zijn wapen staan aan de zijkant van het
witte voertuig en zie dat hij schiet in de richting van de man op de achterbank van het witte
voertuig. Ik zie vervolgens hoe de man op de achterbank de deur van het voertuig opendoet
en vervolgens op de grond valt. Ik zie en hoor dat er op hem wordt geschoten en dat hij
meerdere keren wordt geraakt. Ik zie vervolgens voorste de deur van de bijrijderskant van het witgekleurde voertuig opengaat. Ik zie vanuit de deurpost een man met een vuurwapen en zie en hoor dat deze begint te schieten.
0:50; Ik zie wederom de vrouw met haar wapen schieten op het donkergekleurde voertuig en
zie dat hierbij de bestuurder en bijrijder worden beschoten. Ik zie dat de man op de grond
naast het witgekleurde voertuig wordt beschoten en zie de man vanaf achter het
geelgekleurde voertuig schiet. Ik zie vervolgens hoe deze man zich verplaatst in de richting
van het blauwe en witte voertuig, waar de vrouw en andere man bezig zijn met het
beschieten van het voertuig. Ik zie dat hij over de voertuigen heen klimt en schiet op de man
die naast het witte voertuig op de grond ligt. Ik zie dat de man op de grond bebloed ligt en
meerdere keren wordt geraakt. Ik zie dat de man die op deze man inschiet zijn wapen leeg
schiet op deze man en zie dat hij op een gegeven moment de trekker overhaalt, maar er geen
munitie meer uit komt omdat deze leeg is.
Bewijsoverweging
De rechtbank is van oordeel dat de inhoud van de brief van 14 december 2023 moet worden
gezien als een strafbare bedreiging. In de brief omschrijft verdachte expliciet op welke wijze
[slachtoffer 3] om het leven zal worden gebracht en wat de reden daarvan is. Hierbij heeft verdachte het opzet gehad om [slachtoffer 3] vrees aan te jagen dat hij slachtoffer zou worden van een levensdelict. De rechtbank is van oordeel dat de inhoud van de e-mail van 17 april 2024, in samenhang met de video waarnaar in die e-mail wordt verwezen, eveneens een strafbare bedreiging oplevert. Hoewel de tekst van de e-mail op zichzelf niet bedreigend is, wordt de opmerking wel bedreigend van aard door de video die verdachte heeft meegestuurd. In de video waarmee [slachtoffer 2] wordt geconfronteerd is sprake van zeer expliciet vuurwapengeweld door een beruchte Duitse terroristengroepering.
Feit 2
De rechtbank heeft hierover het volgende overwogen. Het hof neemt deze overwegingen over en maakt deze tot de zijne.
De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals
hierna opgenomen in de bewezenverklaring. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen
toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte ter zitting van 4 februari 2025 afgelegde verklaring, voor zover

inhoudend:
Het klopt dat de in de tenlastelegging opgenomen woorden door mij in een e-mail zijn
geschreven en zijn verzonden.

2. Een schriftelijk bescheid, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal van aangifte d.d.

28 april 2024, opgenomen op pagina 55 e.v. van het dossier van Politie [locatie ]
met nummer PL0100-2024106916 d.d. 13 juni 2024, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 6]
:
Afgelopen week ontving ik de mail waarin [verdachte] met aanhef aan mij persoonlijk
opnieuw forse eisen stelt en dit onder dwang, intimidatie en dreigementen van geweld doet.
Door deze dreigementen probeert [verdachte] mij onder dwang te zetten door forse
eisen te stellen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (met bijlage)

d.d. 27 april 2024, opgenomen op pagina 58 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas
van verbalisant [verbalisant] :
Op woensdag 24 april 2024 om 11:13 uur is er door [e-mail] naar
[e-mail] & [e-mail] met in cc naar
[e-mail] & [e-mail] de volgende e-mail gestuurd.
[naam] , Ik wil geen nieuwe dreigementen uiten maar mijn geduld is al heel lang op en de consequenties van het niet ingaan op de eis om binnen een week een woning en een uitkering te regelen zijn geheel voor jullie rekening en jullie kunnen niet weten of ik het deze keer bij woorden laat of niet. Ga voor de zekerheid maar uit van niet. Ik wil dit conflict op vreedzame wijze oplossen maar de keus is aan jullie.
Aanvulling bewijsmiddelen
Het hof vult het onder 2 genoemde bewijsmiddel, te weten het proces-verbaal van aangifte van 28 april 2024, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 6] , als volgt aan:
In 2021 heb ik de functie overgenomen van mijn voorganger en ben ik betrokken geraakt
bij de casus van [verdachte] . In het eerste contact (Juli 2021) vertelde [verdachte]
over zijn conflict met de gemeente. Daarbij liepen de frustraties op en
begon [verdachte] te schreeuwen, schelden en bedreigingen te uiten richting de
gemeente. In dat telefoon gesprek heb ik duidelijk aangegeven dat ik begrijp dat er
sprake is van frustratie maar dat hij niet hoeft te schreeuwen, schelden en dat ik
van bedreigingen melding dien te maken bij politie. Ook na detentie (Juni 2022) zocht [verdachte] telefonisch contact met mij. Eind Juni 2022 lopen de spanningen tijdens een telefoongesprek op. [verdachte] maakt zich zorgen over de oplopende rekeningen en is in afwachting van een (mediation) gesprek met de gemeente. Dezelfde middag belt [verdachte] mij nogmaals en uit forse bedreigingen richting de gemeente waarin hij [slachtoffer 2] een kankerhond noemt en zegt dat hij ze het liefst een kogel door hun hoofd schiet. (…) Het leefgeld was voor hem de druppel en het gesprek eindigde dan ook met
de woorden, jij bent ook een vieze NAZI KUTHOER. Gevolgd door meerdere beledigende en bedreigende sms'jes. (…) Vervolgens refereerde [verdachte] uit het niets naar de oproep voor de getuigenverklaring. Dit kwam intimiderend op mij over. Dit was namelijk niet relevant in het gesprek. Ik heb daarop gereageerd door te zeggen dat ik daarvan op de hoogte ben en dat ik daar naar eer en geweten antwoord zal geven op de vragen maar dat graag in de rechtbank laat. Verder heb ik aangegeven dat aangezien [verdachte] mijn nazorg niet toereikend genoeg vind we het gesprek gaan beëindigen. (…) Dat [verdachte] mij door middel van dreiging met geweld, intimidatie en dwang
onder druk wil zetten maakt dat ik me bedreigd, onder druk gezet en geïntimideerd
voel in mijn functie van nazorg coördinator re-integratie (ex-)gedetineerden. Ik kan
op deze manier ook niet langer mijn functie als nazorg coördinator re-integratie
(ex-) gedetineerden vervullen in deze casus.
Bewijsoverweging
Anders dan de raadsman heeft betoogd is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een
strafbare poging tot dwang. In zijn e-mail stelt aangever Valkeneer een korte deadline om
een woning en uitkering te verschaffen en stelt hij dat als zij niet ingaat op zijn eis, de
rekening voor "jullie" is. Verdachte benadrukt daarbij dat er voor de zekerheid maar niet van moet worden uitgegaan dat verdachte het dan bij woorden zal laten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte hiermee een dreigende sfeer gecreëerd in een poging de
inwilliging van zijn eisen af te dwingen.
Aanvulling bewijsoverweging
Het hof overweegt aanvullend dat uit de aangifte van aangeefster Valkeneer volgt dat langdurig contact werd onderhouden tussen verdachte en aangeefster in het kader van haar functie als coördinator re-integratie en nazorg voor (ex-)gedetineerden. Uit de aangifte volgt dat er op verschillende momenten telefonisch en fysiek contact is geweest. Deze contacten zijn geregeld geëindigd in schelden, schreeuwen en dreigen door verdachte in de richting van aangeefster of andere medewerkers van de gemeente. Aangeefster verklaart dat zij zich onder druk gezet en geïntimideerd voelt en dat zij haar functie niet meer kan uitvoeren waar het verdachte betreft. Het hof is van oordeel dat niet enkel sprake is van één e-mail maar dat de in de tenlastelegging opgenomen tekst bezien moet worden tegen de achtergrond van diverse contacten over een langere periode waarbij sprake is van door verdachte opgebouwde psychische druk waaraan aangeefster geen weerstand kon bieden.

Bewezenverklaring

Het hof acht het onder parketnummers 18/192191-23, 18/303460-22, 18/226579-22
onder 2, 18/327654-24 en 18/143539-24 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen,
met dien verstande dat:
18/192191-23
1
hij, in de periode van 19 mei 2022 tot en met 31 juli 2023 in Nederland, wederrechtelijk
stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te
weten die van [slachtoffer 1] , door meermalen brieven en e-mails met een beledigende en/of
bedreigende strekking te sturen aan voornoemde [slachtoffer 1] met het oogmerk die [slachtoffer 1] te
dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
2
hij, op 31 juli 2023 te [plaats] , [gemeente] [naam] (aspirant bij de politie Eenheid [locatie ] ), [verbalisant] (brigadier bij de politie Eenheid [locatie ] ) en [verbalisant] (brigadier bij de politie Eenheid [locatie ] ) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door [naam] , [verbalisant] en [verbalisant] een scherp voorwerp te tonen en (vervolgens) dat scherpe voorwerp te richten op [naam] , [verbalisant] en [verbalisant] en door dreigend de woorden toe te voegen "Als jullie binnen komen maak ik jullie dood. Jullie gaan dood als jullie binnenkomen" en "Als jullie een stap naar binnen komen maak ik jullie dood";
3
hij, in de periode van 25 juli 2023 tot en met 28 juli 2023 in Nederland, [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2]
en [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,
door die [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] schriftelijk dreigend de woorden toe te
voegen:
- in de e-mail van 25 juli 2023: "Net zoals jullie mij ter dood hebben veroordeeld heb ik
jullie ook ter dood veroordeeld. De doodvonnissen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2]
liggen hier klaar en ze zullen heel binnenkort worden bezorgd." En
- in de e-mail van 28 juli 2023: "Hun beveiligingscamera's en ingehuurde SA-troepen van
[bedrijf] zullen hen niet helpen volgende week. Ik laat me niet 12 jaar verkrachten door
een bende hersenloze nazi's. En ik ga ook niet wachten tot God hen straft. Ik ben bereid voor
mijn zaak te sterven. En te moorden. Want [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] verdienen
het leven niet nadat ze mij van alle levensgeluk beroofd hebben";
4
hij, in de periode van 24 april 2023 tot en met 25 november 2023 in Nederland opzettelijk
meermalen een ambtenaar, te weten [slachtoffer 5] (commissaris van de Koning in [plaats] )
gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in toegezonden en
aangeboden geschrift en e-mail, heeft beledigd, door e-mails te sturen met de tekst:
- In een e-mail van 24 april 2023 : "stop herbenoeming "hersenloze kneus achter een rollator" als commissaris van [plaats] ", en/of
"Herbenoeming van minkukels als [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] is dan ook een verkeerde beslissing": en
- In een e-mail van 3 juli 2023: "Dan kan ik woensdag ook even een babbeltje maken met de
geachte commissaris van de Koning [slachtoffer 5] . Je weet wel. die
debiele spast achter de rollator. Die excuses maakt over het slavernijverleden maar de
satanische beulen die mijn leven verwoest hebben de hand boven het hoofd houdt. Ik wacht
geen 200 jaar [slachtoffer 5] "; en
- In een brief van 25 november 2023: "Aan de fascistische kwal achter de rollater" en/of
"Gefeliciteerd met je onterechte herbenoeming lelijke heks" en/of
"Je bent een criminele geesteszieke nazihoer" en/of
"Het voordeel van je herbenoeming is dat ik je weet te vinden als ik vrijkom. Ook jij zult de rest van je leven met een alarmknop rond moeten blijven
lopen" en/of "Ik zou maar betalen gehandicapte grafkut".
18/303460-22
hij, in de periode van 13 oktober 2022 tot en met 19 oktober 2022 te [plaats] en
[plaats] , opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 2] (ambtenaar van de
[gemeente] ), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van
zijn bediening, in toegezonden geschrift, heeft beledigd, door een brief te sturen met de tekst
'vuile kankernazi's', 'omdat jullie een stel hersenloze imbecielen zijn', 'klopt en er zal worden
opengedaan zei Jezus, maar Judas [slachtoffer 2] heeft de Bijbel natuurlijk nooit gelezen'
en/of 'stelletje smerige kakkerlakken'.
18/226579-22
2
hij op 7 september 2022 te [plaats] opzettelijk een ambtenaar, te weten [naam] ,
brigadier van de regiopolitie [locatie ] , gedurende of ter zake van de rechtmatige
uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, heeft beledigd, door naar die
[naam] de Hitlergroet te maken.
18/327654-24
1
hij in de periode van 30 april 2024 tot en met 23 september 2024 in Nederland,
wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke
levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 4] , door meermalen e-mails met een beledigende en/of
bedreigende en/of intimiderende strekking te sturen aan voornoemde [slachtoffer 4]
(7 mei 2024) "opnieuw aanvraag zwerversuitkering"!" en
(3 augustus 2024) "binnen een paar dagen ben ik dood" en
(16 augustus 2024) "complotdenker [naam] pleegt zelfmoord" en
(21 augustus 2024) "de [plaats] politieke elite in het Hiernamaals" en
(6 september 2024) "aankondiging verhaal over een kabouter" en
(10 september 2024 "maak niet dezelfde fout [naam] " en
(14 september 2024) "de kabouter met kleine pikkie die burgemeester van [plaats] werd"
en
(17 september 2024) "en? Hoe bevalt de oorlog? Speciale nazomeraanbieding!" en
(1 8 september 2024) "waarom 1 miljoen euro niet veel is als schadevergoeding voor de
verwoesting van mijn leven" en
(23 september 2024) " daklozenopvang MENSONTEREND"
met het oogmerk die [slachtoffer 4] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
2
hij op 16 augustus 2024 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen
misdrijf om door bedreiging met enige andere feitelijkheid, door het sturen van een
dwingende en dreigende e-mail aan ambtenaar. [slachtoffer 4] , coördinator ARBO en Interventie,
heeft gedwongen tot het volvoeren van een ambtsverrichting, te weten het overmaken van
een bijstandsuitkering aan verdachte, door een e-mailbericht te sturen en daarin te vragen om
onmiddellijke betaling en daarbij te vermelden dat hij, verdachte, zelfmoord gaat plegen als
niet wordt betaald, terwijl de uitvoering van genoemd feit niet is voltooid;
3
hij in de periode 30 april 2024 tot en met 12 oktober 2024 in Nederland meermalen, op
verschillende tijdstippen, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen
misdrijf om door bedreiging met enige andere feitelijkheid, telkens door het sturen van
intimiderende en/of grievende en/of dwingende berichten en/of dreigende e-mails aan:
-(op 3 augustus 2024) (onder meer) het bestuurssecretariaat van de [gemeente] met de tekst "‘aan mijn moordenaars, dit is jullie jullie laatste kans om mijn leven te reden” en/of
“als jullie geen geld storten zullen jullie nog heel lang moeten leven met de
verantwoordelijkheid voor mijn dood” en
-(op 16 augustus 2024) (onder meer) het bestuurssecretariaat van de [gemeente]
met (onder meer) de tekst “Allerlaatste kans om een leven te redden aangezien de nazi-
overheid het niet doet, stort gul en onbeheerst op rekeningnummer [nummer]
tnv [verdachte] " en
- ( op 17 september 2024) (onder meer) het bestuurssecretariaat van de [gemeente]
de tekst “ En hoe bevalt de oorlog waar JULLIE voor gekozen hebben. Zijn de verhalen een
beetje in de smaak gevallen? Ik doe jullie vanwege het mooie weer een speciale
nazomeraanbieding. Ik ben bereid mijn eis tot schadevergoeding eenmalig te verlagen tot 1
miljoen euro belastingvrij. Als dit bedrag uiterlijk vrijdag op mijn rekening staat is de oorlog voorbij. Jullie kunnen je nog zo machtig wanen... voor mij telt slechts de overwinning of de dood” en
- ( op 18 september 2024) (onder meer) het bestuurssecretariaat van de [gemeente]
met de tekst " Dit is opnieuw een handreiking naar jullie toe om de oorlog te beëindigen”
en/of “het is echt niet veel 1 miljoen euro....ik zou het doen. Al is het alleen maar om niet
levenslang door jullie geweten geplaagd te worden als ik voor de trein spring” en/of
- ( op 26 september 2024) (onder meer) (medewerkers van) de [gemeente] , onder
meer aan [naam] , ambtenaar openbare orde en Veiligheid bij de [gemeente]
(onder meer) met de tekst “als ik dit overleef ga ik in [plaats] wonen en dan ga ik de
gemeente, inclusief al die mongolen die in de gemeenteraad zitten, nog heel moeilijk maken.
Jaren en jaren lang. Dat is de belofte. Ik ga mij ook kandidaat stellen voor de gemeenteraad
en dan veeg ik met jullie de vloer aan. Je kunt de uitkering met terugwerkende kracht op
mijn rekening storten. Met Spoed want anders weerhoudt niets of niemand mij ervan om
over een paar dagen alsnog voor de trein te springen”,
in ieder geval (telkens) genoemde ambtsdrager(s) en medewerkers van genoemde gemeenten (telkens) heeft gedwongen tot het volvoeren van een ambtsverrichting, te weten over te gaan tot uitbetaling van een bijstandsuitkering en tot het betalen van een schadevergoeding, althans te vragen om over te gaan tot een geldelijke vergoeding, terwijl de uitvoering van genoemde feiten niet is voltooid;
4
hij op 21 augustus 2024 in Nederland, [slachtoffer 4] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1]
heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door een e-mailbericht te
sturen aan [slachtoffer 4] met (onder meer) de volgende tekst "Oud-burgemeester [slachtoffer 1] .
gemeentesecretaris [slachtoffer 3] , AIVD-agent [slachtoffer 4] en oud Hoofd Sociale Zaken [slachtoffer 2]
worden gedood bij een bomexplosie. Ze vinden elkaar terug in een dikke
mist".
18/143539-24
1
hij, in de periode van 14 december 2023 tot en met 17 april 2024 te Nederland, [slachtoffer 3]
en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,
door die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] schriftelijk en dreigend de woorden toe te voegen:
- in de brief van 14 december 2023: "Een geweten had jij niet, 'T is daarom dat ik op je
schiet, Een paraplu houdt mij niet tegen. Je krijgt van mij de kogelregen, De eerste komt uit
mijn geweer Omdat je me niet respecteer. Geen uitkering 3 jaar lang, Daarom klink het nog
eens BANG!, Al mijn aandelen verdwenen. Daarvoor schiet ik je in je benen, Nu kunnen ze
je lijk gaan zoeken, Als gevolg van je verdiende straf, Lig je nu te stinken in je graf' en/of
- in de e-mail van 17 april 2024: "Oorlogen eindigen niet vanzelf, repressie werkt niet en de
enige werkelijke manier om je veilig te voelen is de problemen op te lossen die je zelf hebt
veroorzaakt. Of niet, [slachtoffer 2] ?" en/of
- in een video op 17 april 2024 waarop te zien is dat meerdere mensen doodgeschoten
worden;
2
hij op 24 april 2024 in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen
misdrijf om een ander, te weten [slachtoffer 6] , door bedreiging met geweld of enige
andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of derden, te weten die [slachtoffer 6]
wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, te weten het verschaffen van een woning en
een uitkering, door intimiderende en dwingende uitlatingen te doen door de dreigende
woorden toe te voegen:
"Ik wil geen nieuwe dreigementen uiten maar mijn geduld is al heel lang op en de
consequenties van het niet ingaan op de eis om binnen een week een woning en een uitkering te regelen zijn geheel voor jullie rekening en jullie kunnen niet weten of ik het deze keer bij woorden laat of niet. Ga voor de zekerheid maar uit van niet. Ik wil dit conflict op vreedzame wijze oplossen maar de keus is aan jullie",
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezen verklaarde levert op:
18/192191-23
1. belaging
2. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd
3. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd
4. eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar
gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, niet zijnde
een lid van een algemeen vertegenwoordigend lichaam, meermalen gepleegd
Er is sprake van eendaadse samenloop ten aanzien van de feiten 1 en 3.
18/303460-22
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, niet zijnde een lid van een algemeen vertegenwoordigend lichaam
18/226579-22
2. eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar
gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, niet zijnde
een lid van een algemeen vertegenwoordigend lichaam
18/327654-24
1. belaging
2. poging tot door bedreiging met een feitelijkheid een ambtenaar dwingen tot het
volvoeren van een ambtsverrichting
3. poging tot door bedreiging met een feitelijkheid een ambtenaar dwingen tot het
volvoeren van een ambtsverrichting, meermalen gepleegd
4. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd
Er is sprake van eendaadse samenloop ten aanzien van feiten 1 en 4 en feiten 2 en 3.
18/143539-24
1. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd
2. poging tot een ander door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid,
gericht tegen die ander en derden, wederrechtelijk dwingen iets te doen

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf en/of maatregel

Bij het bepalen van de straf en maatregel houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft in hoger beroep primair bepleit om aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen. Subsidiair bepleit de raadsman alternatieve afdoeningen, te weten een gevangenisstraf in combinatie met artikel 38v Sr en 38z Sr, een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf, afdoening conform artikel 38v Sr en 38z Sr, een zorgmachtiging of tbs met voorwaarden, onder een beperkt aantal voorwaarden. Oplegging van de maatregel van tbs met dwangverpleging is gelet op de ernst van de onderhavige feiten disproportioneel en het is onvoldoende duidelijk dat een maatregel van tbs met dwangverpleging effect sorteert. Beide gedragsdeskundigen twijfelen in het geval van verdachte immers aan de effectiviteit van de maatregel. Alternatieven, zoals een voorwaardelijk strafkader met als bijzondere voorwaarde een ambulante behandeling, zijn niet eerder geprobeerd.
De rechtbank heeft ten aanzien van de motivering van de straf en de maatregel het volgende overwogen. Het hof neemt deze overwegingen (cursief) over en maakt deze tot de zijne.
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst
van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de
persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting,
uit het advies van Reclassering Nederland d.d. 14 januari 2025 en uit de pro Justitia-
rapportages, te weten het rapport van [psychiater] d.d. 1 januari 2025
en het rapport van [psycholoog] d.d. 14 oktober 2024 en hun toelichting
daarop ter terechtzitting van 19 mei 2025, het uittreksel uit de justitiële documentatie,
alsmede de eis van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich in een periode van ruim twee jaren schuldig gemaakt aan diverse
strafbare feiten, te weten belaging, bedreiging, belediging en pogingen tot ambtsdwang. Uit
het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat deze feiten voortkomen uit een
langslepend conflict dat verdachte heeft met met name de [gemeente] . In een
poging een uitkering en een schadevergoeding te ontvangen en, later in tijd, een woning
toegewezen te krijgen, heeft verdachte veelvuldig e-mails en brieven aan met name
gemeenteambtenaren verzonden. Hiermee heeft verdachte inbreuk gemaakt op de
persoonlijke levenssfeer van twee ambtenaren en in zijn correspondentie heeft hij
ambtenaren bedreigd en beledigd. Daarnaast heeft verdachte geprobeerd een zodanige
psychische druk op gemeenteambtenaren uit te oefenen dat zij zouden overgaan tot het
betalen van een schadevergoeding, door te schrijven dat hij, verdachte, bij het uitblijven van
die schadevergoeding zelfmoord zou plegen en hen daar verantwoordelijk voor te houden.
Dit alles heeft bij de betrokkenen gezorgd voor grote gevoelens van angst en heeft hen
belemmerd in hun werkzaamheden en hun dagelijks leven. Verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan het bedreigen met de dood van drie politieagenten door tijdens een aanhouding op 3 1 juli 2023 een scherp voorwerp op deze agenten te richten en daarbij te zeggen dat hij hen zou doodmaken als zij zijn woning zouden betreden.
Hoewel de rechtbank niet voorbijziet aan het recht van verdachte op communicatie met de
overheid en de frustraties die verdachte heeft ervaren en nog steeds heeft, rechtvaardigt dit
geenszins het plegen van strafbare feiten. Verdachte heeft tot op heden nauwelijks inzicht
getoond in het laakbare van zijn handelen en van enige zelfreflectie is nauwelijks sprake.
Persoon van verdachte
Over verdachte zijn pro Justitia-rapportages opgesteld, te weten het rapport [psychiater]
d.d. 1 januari 2025 en het rapport van [psycholoog] d.d. 14 oktober 2024. Zowel de psychiater als de psycholoog hebben ter terechtzitting van 19 mei 2025 hun rapportages nader toegelicht. Daarnaast heeft Reclassering Nederland op 14 januari 2025 een adviesrapport uitgebracht.
Aanvulling met betrekking tot de Pro Justitia-rapportages
Het hof overweegt dat op de pro-forma zitting bij het hof van 17 november 2025 met verdachte en zijn raadsman uitvoerig is gesproken over het gebruik van de persoonlijkheidsrapportages na overschrijding van de 1-jaartermijn. De verdediging heeft er niet mee ingestemd dat de rapportages gebruikt mogen worden na het verstrijken van de termijn. Hierop is met de verdediging gesproken over de twee mogelijke opties, te weten een aanvullende rapportage door de eerdere rapporteurs of nieuwe rapportages door andere deskundigen. De verdachte heeft hierop ter zitting geantwoord niet meer mee te werken aan rapportages omdat er volgens hem alleen maar leugens worden opgeschreven. Volgens de verdachte heeft hij enkel financiële hulp nodig en mankeert hem verder niks. Hij heeft geen vertrouwen meer in de deskundigen en wil niet opnieuw met ze in gesprek. Het hof constateert dat verdachte weigert om mee te werken aan het tot stand komen van nieuwe of aanvullende rapportages. Tijdens de zitting in hoger beroep op 28 mei 2026 heeft verdachte herhaald nooit meer ergens aan mee te zullen werken.
Het hof merkt op dat ook door Reclassering Nederland veelvuldig is gerapporteerd. Het dossier bevat 8 rapporten, de laatste van 12 mei 2025. Daarnaast is over verdachte gerapporteerd in twee andere Pro Justitia onderzoeken d.d. 20 januari 2022 ( [naam] ) en 4 januari 2022 ( [naam] en [naam] ). Aangezien het dossier voldoende onderzoeken bevat waaraan verdachte zijn medewerking heeft verleend, is er geen sprake van een situatie die noopt tot klinische observatie.
De verdachte heeft op de terechtzitting gelegenheid gehad om te reageren op de conclusies van de rapporteurs en heeft zijn visie uiteengezet inhoudende dat hij zich niet kan vinden in de conclusies en dat hij vraagtekens plaatst bij de kwaliteit van de rapporten. Het hof constateert echter dat de rapporten verschillende opties en alternatieve straffen en behandelingen uiteenzetten en uiteindelijk tot conclusies komen die navolgbaar zijn. Van innerlijke tegenstrijdigheid is geen sprake. Het hof volgt de verdediging niet in de stelling dat de rapporten niet concludent zijn. Het hof stelt vast dat de rapporteurs melding hebben gemaakt van enkele voorbehouden, zoals het niet hebben gesproken van de ouders van verdachte of anderen in zijn netwerk, omdat verdachte daar geen toestemming voor wilde geven. Het hof is van oordeel dat de beide Pro Justitia-rapportages bruikbaar zijn bij de beoordeling.
De rechtbank heeft ten aanzien van de persoon van de verdachte het volgende overwogen. Het hof neemt dat over.
De psychiater diagnosticeert bij verdachte een narcistische persoonlijkheidsstoornis met
schizo-typische en antisociale kenmerken. Klinisch-psychiatrisch gezien lijkt er
waarschijnlijk sprake te zijn van een autistische spectrum stoornis gecombineerd met een
non-verbale leerstoornis, waar volgens de psychiater ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde sprake van was. De psychiater acht het recidiverisico erg groot. Een interventie-advies is volgens het rapport van de psychiater lastig te geven omdat
verdachte geen ziekte-inzicht heeft. Verdachte vindt dat hij in zijn recht staat en dat anderen
ongelijk hebben, aldus de psychiater. Mogelijk zou een gesprekstherapie kunnen helpen om
zijn eigen denken, gevoelens en gedrag tegen het licht te houden, systematisch uit te pluizen
en zodoende tot andere inzichten te komen. Ook andere vormen van psychotherapie zouden
kunnen helpen. Daarvoor moet iemand wel enig vermogen hebben voor zelfreflectie en dit
lijkt bij verdachte niet sterk ontwikkeld. Behandeling zal dan ook klinisch moeten volgens de psychiater aangezien verdachte in het geval van ambulante behandeling onmiddellijk weer zal vervallen in oud gedrag. Er is geen sprake van een waan in het kader van schizofrenie waarbij medicatie zou kunnen helpen. Vanwege het ontbreken van ziekte-inzicht bij verdachte is behandeling binnen het kader van een voorwaardelijk strafdeel of het kader van de maatregel van tbs met voorwaarden niet aangewezen. Verdachte zal niet mee willen werken. De problematiek bij verdachte lijkt evenmin geschikt voor een zorgmachtiging. Volgens de psychiater is een tbs met dwangverpleging dan aangewezen voor behandeling. De psychiater merkt op dat verdachte, zeker in eerste instantie, de hakken in het zand zal gaan zetten en niet zal meewerken aan behandeling. Het zou hem zelfs kunnen bekrachtigen in ideeën dat de overheid onbetrouwbaar is. Omdat behandeling moeilijk zal zijn acht de psychiater oplegging van alleen een gevangenisstraf met daarbij de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel eveneens een optie. Met de oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel zou het recidiverisico enigszins binnen de perken kunnen worden gehouden volgens de psychiater, maar uiteindelijk geen oplossing bieden. Alles overwegende lijkt een tbs met dwangverpleging volgens de psychiater het meest doelmatig.
De psychiater heeft haar rapport ter terechtzitting van 19 mei 2025 toegelicht en
gepersisteerd in haar advies dat de maatregel van tbs met dwangverpleging het meest
doelmatig is. Binnen deze behandeling zou cognitieve gedragstherapie moet plaatsvinden
waarbij verdachte reflecteert op zijn manier van denken en redeneren en de gevolgen daarvan voor anderen, met als doel dat hij minder rigide en milder wordt in zijn denken en gedrag. Dit zal een intensief traject van jaren zijn. Het zal geen eenvoudige behandeling worden, maar behandeling is niet onmogelijk. De problematiek bij verdachte is niet passend bij verplichte zorg op grond van een zorgmachtiging en in de situatie waarin verdachte kaal
wordt afgestraft is het risico op het plegen van nieuwe strafbare feiten hoog. Omdat
verdachte het probleem buiten zichzelf legt, is een voorwaardelijk strafkader met
voorwaarden waaraan verdachte zich moet houden, niet aangewezen.
De psycholoog diagnosticeert bij verdachte een narcistische- en schizo-typische
persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken en een paranoïde waanstoornis
(querulantenwaan), waar volgens de psycholoog ten tijde van het plegen van het ten laste
gelegde sprake van was. Verdachte valt volgens de psycholoog te beschouwen als een
rancuneuze stalker die overtuigd is dat hem onrecht is aangedaan en dat hij is vernederd. Het primaire motief is volgens de psycholoog wraak. De psycholoog heeft in haar rapport geconcludeerd dat sprake is van een hoog recidiverisico en acht in principe een klinische behandeling aangewezen. De behandeling dient zich te richten op het verkrijgen van enige vorm van samenwerking met verdachte. Dit met als doel het verkrijgen van voldoende kwaliteit van leven voor hem in de toekomst, gebaseerd op een realistische grondslag. Mogelijk dat een langdurig klinisch verblijf (medicamenteus en/of via psychotherapie) enig perspectief biedt.
De psycholoog beschrijft dat er twee opties resteren. De eerste is geen behandeling, maar
afstraffen. Feitelijk is dat wat er tot nog toe steeds is gebeurd en wat niet heeft geleid tot
recidivevermindering, aldus de psycholoog. De tweede optie is behandeling in een tbs-kader. De psycholoog verwacht op grond van de psychische stoornis van en de ervaringen met verdachte dat verdachte niet in staat is zich binnen een tbs met voorwaarden aan
voorwaarden te houden, zodat de behandeling zal moeten plaatsvinden binnen het kader van de dwangverpleging en met oplegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel. Tegelijkertijd merkt de psycholoog op dat er weinig redenen zijn om al te positieve verwachtingen te hebben over de behandeling. Er is namelijk sprake van een groot gebrek aan ziektebesef en ziekte-inzicht en verdachte ziet geen noodzaak voor behandeling en is daartoe niet gemotiveerd. Voorts kenmerkt de persoonlijkheids- en psychiatrische problematiek van verdachte zich intrinsiek door het rigide karakter ervan en door de geringe ontvankelijkheid voor medicatie van de waanstoornis.
De psycholoog heeft haar rapport ter terechtzitting van 19 mei 2025 toegelicht en
gepersisteerd in haar advies dat de maatregel van tbs met dwangverpleging het meest
doelmatig is. Binnen deze behandeling zou schematherapie of cognitieve gedragstherapie
moeten plaatsvinden, met als doel dat verdachte op een andere manier naar problemen en
oplossingen leert kijken dan hij nu doet en waarin hij op dit moment vastloopt. Gelet op de
rigiditeit van verdachte en het recidiverisico moet dit een intensief traject van vele jaren zijn, wil er enige kans zijn op gedragsverandering. De maatregel ziet niet alleen op het volgen van therapie, maar ook op het leven in een groep en het gedrag dat iemand in een groep vertoont. Gelet op de rigiditeit van denken en handelen van verdachte is een ander kader niet aangewezen. De psychiater en psycholoog concluderen dat de gediagnostiseerde stoornissen bij verdachte (duidelijk) hebben doorgewerkt in het ten laste gelegde en adviseren het ten laste gelegde respectievelijk verminderd en sterk verminderd aan verdachte toe rekenen.
De psychiater overweegt:
Betrokkene is cognitief goed in staat om zich te realiseren dat hetgeen hij deed - de ten laste
gelegde feiten grensoverschrijdend zijn en mensen angstig kunnen maken. (...) Zijn
oplossingsvaardigheden zijn beperkt tot het nog harder of op nog grovere wijze roepen van
hetzelfde.
De psycholoog overweegt:
Vanuit zijn kwetsbare gevoel van eigenwaarde is betrokkene uiterst gevoelig voor afwijzing.
(...) Hij roept deze afwijzing telkens weer over zich af door het stellen van irreële
onhaalbare eisen. Het lukt betrokkene niet om vanuit een adequate realiteitstoetsing te
komen tot overeenstemming (...). Vanuit de beperkte gewetensontwikkeling is betrokkene in
het algemeen gericht op eigen behoeftebevrediging en heeft hij nauwelijks oog voor de
rechten van de ander. Het rigide en wraakzuchtige denken leidt er mede toe dat hij niet
wil/kan stoppen en tot op de dag van vandaag blijft doorgaan met zijn gelijk te bevechten.
De rechtbank neemt voormelde conclusies van de PJ-rapporteurs ten aanzien van de
toerekeningsvatbaarheid van verdachte over en maakt deze tot de hare.
De rechtbank rekent het bewezenverklaarde verminderd aan verdachte toe.
Straf en maatregelen
Straf
Bij het bepalen van de op te leggen straf houdt het hof in strafverzwarende zin rekening met het strafblad van de verdachte van 1 mei 2026. Hieruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld wegens bedreiging, belediging en poging tot ambtsdwang.
Het hof ziet anders dan de rechtbank, zoals hiervoor overwogen, geen reden in strafverminderende zin rekening te houden met het geconstateerde vormverzuim.
Bij de berechting van een zaak in eerste aanleg heeft als uitgangspunt te gelden dat de
behandeling van de zaak ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen
twee jaar na de start van de redelijke termijn. De redelijke termijn in de zaak met parketnummer 18-303460-22 is op 20 november 2022 gaan lopen, op welke datum verdachte is aangehouden en in verzekering is gesteld. Verdachte heeft in de periode vanaf die datum tot de uitspraak van de rechtbank verschillende periodes in voorlopige hechtenis doorgebracht, maar niet meer dan 16 maanden. Dit betekent dat de redelijke termijn van twee jaar geldt en dat deze in eerste aanleg met ruim zes maanden is overschreden. Het hof constateert dat de redelijke termijn in hoger beroep niet is overschreden gelet op het feit dat verdachte hoger beroep heeft aangetekend op 16 juni 2025 en het arrest zal worden uitgesproken binnen de termijn van twee jaar. Het hof zal gelet op de overschrijding in eerste aanleg evenals de rechtbank een maand gevangenisstraf in mindering brengen op de op te leggen straf.
Het hof acht, alles afwegende, de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.
Maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging
De rechtbank heeft hierover het volgende overwogen. Het hof neemt deze overwegingen (cursief) over en maakt deze tot de zijne.
Gelet op de hierboven genoemde pro Justitia-rapportages, de toelichting daarop ter
terechtzitting en de informatie over de persoon van verdachte zoals deze naar voren is
gekomen uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting, is de rechtbank van oordeel dat
er is sprake van complexe en hardnekkige problematiek waarvoor verdachte een langdurige
en intensieve klinische behandeling nodig heeft om de samenleving te beschermen en om
gevaar voor recidive te beperken. Om de problematiek van verdachte zo doelmatig mogelijk
te kunnen behandelen en ter optimale bescherming van de maatschappij, is de rechtbank van oordeel dat alleen kan worden volstaan met een tbs-maatregel met dwangverpleging.
De rechtbank overweegt in dit verband dat de gedragsdeskundigen het risico op recidive
hoog achten indien verdachte onbehandeld blijft.
Het hof overweegt aanvullend het volgende. Het hof onderschrijft de overwegingen van de rechtbank, te meer nu verdachte ter zitting in hoger beroep volhardt in zijn visie dat hij het gelijk aan zijn zijde heeft. Verdachte verklaarde onder meer dat bij invrijheidstelling de strijd door gaat tot verdachte een torenhoge schadevergoeding heeft gehad. Daarnaast verklaarde verdachte dat de “oorlog” met de gemeente zichzelf niet oplost en dat de gemeente weigert de “oorlog” te beëindigen. Daarnaast meldt de reclassering in een brief van 12 mei 2025 dat verdachte onverminderd doorgaat met het sturen van dreigbrieven die bol staan van lasterlijke uitspraken. De advocaat-generaal heeft ter zitting bevestigd dat er minimaal zes brieven vanuit de penitentiaire instelling door verdachte zijn verstuurd na januari 2026 en dat aan verdachte een postmaatregel is opgelegd. Daarnaast beschrijft de brief van de reclassering een incident waarbij verdachte fysiek agressief is geweest tegen het afdelingshoofd van de penitentiaire inrichting.
Uit de rapportages en het onderzoek ter terechtzitting blijkt dat het verdachte ontbreekt aan probleeminzicht en zelfreflectie en dat, gelet op verdachtes rigide wijze van denken en handelen, behandeling in een vrijwillig kader geen reëel en effectief alternatief is. Hierdoor vallen lichtere maatregelen, zoals tbs met voorwaarden of een klinische behandeling in het kader van een voorwaardelijke straf, af. Aan de voorwaarden voor het opleggen van de maatregel van tbs met dwangverpleging, zoals opgenomen in de artikelen 37a en 37b Sr, is voldaan. De rechtbank stelt vast dat verdachte een misdrijf heeft gepleegd waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf is gesteld van vier jaar. Daarbij stelt de rechtbank op grond van de hiervoor weergegeven rapportages van deskundigen vast dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens die bestond ten tijde van het strafbare feit. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de stoornissen van verdachte zodanig zijn dat het vanuit veiligheidsoogpunt onverantwoord is om verdachte onbehandeld terug te laten keren in de maatschappij.
De rechtbank zal daarom de terbeschikkingstelling gelasten met een bevel tot verpleging van overheidswege, nu de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen dit eist.
De rechtbank is van oordeel dat het door de gedragsdeskundigen geschetste (mogelijk)
ontbreken van veel behandelperspectief op korte termijn aan oplegging van de tbs-maatregel met dwangverpleging niet in de weg staat. De psychiater en psycholoog schetsen beiden dat juist een langdurig en intensief traject nodig zal zijn, waarbij verdachte (mogelijk) (eerst) de hakken in het zand zal zetten. Daarbij weegt de rechtbank verder mee dat de deskundigen enig perspectief op gedragsverandering in een ander kader dan tbs met dwangverpleging zo goed als uitsluiten.
Op grond van artikel 38e, eerste lid, Sr mag de totale duur van de maatregel een periode van vier jaren niet te boven gaan, tenzij de maatregel is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De bewezenverklaarde feiten zijn niet zonder meer aan te merken als een
geweldsmisdrijf in de zin van artikel 38e Sr, maar onder omstandigheden kan echter ook in
het geval van een bewezenverklaring van bijvoorbeeld bedreiging een ongemaximeerde tbs-
maatregel worden opgelegd.
De rechtbank moet in dat kader alle relevante omstandigheden in aanmerking nemen en kan
daarbij onder meer betrekken of de bedreiging werd voorafgegaan, vergezeld of gevolgd
door niet-verbaal agressief gedrag ten opzichte van de bedreigde dan wel op enigerlei
(andere) wijze werd ondersteund, alsmede of destijds aannemelijk was dat de bedreiging zou worden uitgevoerd. De rechtbank heeft op basis van de bewijsmiddelen vastgesteld dat verdachte op 31 juli 2023 toen hij zou worden aangehouden een scherp voorwerp in zijn handen heeft gehad dat hij richtte op de verbalisanten en dat verdachte dat scherpe voorwerp ook nadat zijn voordeur werd geforceerd en er een taser op verdachte was gericht heeft vastgehouden tot het moment waarop verdachte overmeesterd werd. Hierbij heeft verdachte, terwijl hij dat scherpe voorwerp op hen richtte, zich bewogen richting de verbalisanten en gezegd dat hij de verbalisanten zou doodmaken als zij zijn woning zouden betreden. Gelet op het naar de verbalisanten blijven wijzen met het scherpe voorwerp tot dit voorwerp met geweld van hem werd afgenomen, in combinatie met hetgeen verdachte daarbij heeft gezegd, was naar het oordeel van de rechtbank destijds aannemelijk dat verdachte zijn bedreiging zou uitvoeren. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, als bedoeld in artikel 38e Sr. De duur van de tbs-maatregel kan daarom een periode van vier jaren te boven gaan.
Maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr
De verdediging heeft geen verweer gevoerd tegen de oplegging van de maatregel van 38v Sr, te weten het contactverbod. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de maatregel wordt opgelegd conform de beslissing van de rechtbank.
Het hof is, gelet op het hoge recidiverisico, van oordeel dat oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten door verdachte passend en geboden is. Deze maatregel bestaat uit een contactverbod, inhoudende dat verdachte gedurende 5 jaren op geen enkele wijze direct of indirect contact mag opnemen met (voormalig) (gemeente)ambtenaren die door verdachte (in het bijzonder) zijn beledigd, belaagd of bedreigd, te weten [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] .
Het hof zal bepalen dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6
maanden. Het hof zal bevelen dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen.

Beslag

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat op het beslag kan worden beslist conform de beslissing van de rechtbank te weten: verbeurdverklaring van de degen en teruggave van de telefoon en tablet aan de verdachte.
Standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt opheffing van het beslag ten aanzien van de tablet en de telefoon. Ten aanzien van de degen refereert de verdediging zich aan het oordeel van het hof.
Oordeel van het hof
Het hof zal de inbeslaggenomen degen verbeurd verklaren, omdat dit een voorwerp is
met betrekking tot welke het onder parketnummer 18/192191-23 onder 2 bewezenverklaarde is begaan.
Het hof zal de teruggave gelasten van de mobiele telefoon en tablet, aangezien deze
voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het
belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 24, 33, 33a, 37a, 37b, 38v, 38w, 55, 57, 63, 179, 266, 267, 284, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigthet vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaartde dagvaarding partieel nietig in de zaak met parketnummer 18/192191-23 onder 1 met betrekking tot het onderdeel 'en/of een of meer medewerkers van de [gemeente] en [gemeente] .
Verklaartde dagvaarding partieel nietig in de zaak met parketnummer 18/327654-24 onder 1 met betrekking tot het onderdeel 'en/of andere medewerkers van de [gemeente] '.
Verklaartzoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-327654-24 onder 1, 2, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 18-226579-22 onder 2 en in de zaak met parketnummer 18-303460-22 en in de zaak met parketnummer 18-192191-23 onder 1, 2, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 18-143539-24 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaartniet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaarthet in de zaak met parketnummer 18-327654-24 onder 1, 2, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 18-226579-22 onder 2 en in de zaak met parketnummer 18-303460-22 en in de zaak met parketnummer 18-192191-23 onder 1, 2, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 18-143539-24 onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeeltde verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
Beveeltdat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gelastdat de verdachte
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
Legt opde maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 5 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met:
  • [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum ] 1958;
  • [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum ] 1979;
  • [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum ] 1959;
  • [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum ] 1964;
  • [slachtoffer 5] , geboren op [geboortedatum ] 1957.

Beveelt dat deze opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Beveeltdat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een gezamenlijk maximum van 6 maanden. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.
Beveeltdat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van het arrest onderworpen is geweest aan een dadelijk uitvoerbaar verklaarde vrijheidsbeperkende maatregel bij de uitvoering van de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel in mindering zal worden gebracht.
Verklaart verbeurdhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
I STK Degen (goednummer: 1628620).
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1. STK Samsung telefoon (goednummer 1628618);
1. STK Samsung tablet (goednummer 1628619).