Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Aan de beoordeling van de cassatiemiddelen voorafgaande beschouwing
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen
4.Beslissing
1 december 2020.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 1 december 2020 arrest gewezen in een cassatiezaak over politiegeweld tijdens de insluiting van een verdachte en de toepassing van artikel 359a Wetboek van Strafvordering (Sv) betreffende vormverzuimen. De zaak betrof een veroordeling voor medeplegen van gekwalificeerde diefstal waarbij de verdediging onder meer strafvermindering en niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie (OM) wegens vormverzuimen en onmenselijke behandeling vorderde.
De Hoge Raad bevestigt het bestaande beoordelingskader voor vormverzuimen bij het voorbereidend onderzoek, zoals eerder uiteengezet in arresten HR 2004:AM2533 en HR 2013:BY5321, en nuanceert enkele maatstaven. Vormverzuimen moeten zijn begaan tijdens het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte om rechtsgevolgen te kunnen hebben. Politiegeweld tijdens insluiting valt hier niet automatisch onder. Onregelmatigheden bij aanhouding en insluiting leiden niet per definitie tot schending van het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro) en dus niet tot niet-ontvankelijkheid OM.
Het hof had het beroep op niet-ontvankelijkheid verworpen met het oordeel dat de klachten over mishandeling niet tot het voorbereidend onderzoek behoren en onvoldoende waren gekwalificeerd als ernstige schending. De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel begrijpelijk is en dat niet-ontvankelijkheid slechts in uitzonderlijke gevallen passend is bij ernstige, onherstelbare inbreuken op een eerlijk proces.
De Hoge Raad stelt echter vast dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het verweer tot strafvermindering is afgewezen, terwijl ernstig nadeel door schending van lichamelijke integriteit bij dwangmiddelen strafvermindering kan rechtvaardigen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de strafoplegging betreft en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting en beslissing over strafvermindering. De uitspraak bevat tevens uitgebreide toelichting op de toepassing van strafvermindering, bewijsuitsluiting en niet-ontvankelijkheid als sancties bij vormverzuimen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor strafoplegging en wijst terug voor hernieuwde beoordeling van strafvermindering wegens politiegeweld tijdens insluiting.