Uitspraak
1.[appellant1]
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de incidentele vordering tot schorsing van de executie met producties;
- de conclusie van antwoord in het incident met producties.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak hebben appellanten hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter dat hen veroordeelde tot ontruiming van een woning. Appellanten vroegen incidenteel om schorsing van de uitvoerbaarheid van dit vonnis of, subsidiair, om zekerheidstelling voor eventuele schade.
De woning is eigendom van de geïntimeerde, die vanwege een licht verstandelijke beperking onder bewind is gesteld. Appellanten, die haar (stief)ouders zijn, hebben de woning sinds 2019 bewoond nadat de geïntimeerde verhuisde naar een huurwoning. De kantonrechter had de ontruimingsvordering toegewezen en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Het hof overwoog dat de uitvoerbaarheid van een vonnis ook tijdens hoger beroep kan worden geschorst als het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt dan dat van de wederpartij. Appellanten stelden emotionele en praktische belangen aan hun zijde, maar onderbouwden onvoldoende waarom zij niet elders konden wonen of waarom de schorsing de relatie met de geïntimeerde zou herstellen.
De geïntimeerde had belang bij spoedige ontruiming om financiële schade te beperken, aangezien zij nu hogere huurkosten betaalt dan de hypotheeklasten van haar eigen woning. Het hof vond het belang van de geïntimeerde zwaarder wegen en wees het verzoek tot schorsing en zekerheidstelling af. Appellanten werden veroordeeld in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak wordt voortgezet in de bestaande stand.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid en tot zekerheidstelling af en veroordeelt appellanten in de proceskosten.