Uitspraak
[verhuurder]
[huurder]
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De feiten en de bestreden beslissing van de kantonrechter
€ 157,30 +
€ 548,00 -
€ 10.273,81, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 8.845,78 en de proceskosten. Hierbij heeft [verhuurder] aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat [huurder] i) ten onrechte de huur over de maand november 2022 heeft verrekend met de borg, ii) de sleutel van de woning te laat heeft ingeleverd en daarom nog de huur over december is verschuldigd en iii) de woning in slechte en vieze staat heeft afgeleverd.
4.De beslissing van het hof
De bewijslastverdeling
Opleveringsgebreken
het schoonmaken van de woning. Hierover stelt [verhuurder] dat de woning bij aanvang schoon en in goede staat is opgeleverd en dat de woning door [huurder] vies is achtergelaten. [huurder] heeft dit gemotiveerd betwist en heeft aangevoerd dat de woning na het opzeggen van de huur bezemschoon is opgeleverd. De woning was volgens hem bij aanvang van de huur ook niet schoon. Hij verwijst hierbij naar het proces-verbaal van oplevering.
“niet echt schoon”is opgeleverd. [verhuurder] heeft ter zitting van het hof bevestigd dat hij dit heeft opgeschreven, maar heeft aangevoerd dat die opmerking slechts zag op de ramen. Dat blijkt echter nergens uit. Het had in dat geval ook op de weg van [verhuurder] gelegen om een en ander te specificeren. Dat betekent dat [verhuurder] ook in hoger beroep onvoldoende heeft gesteld dat de woning bij aanvang schoner was dan bij de oplevering in 2022. Het hof zal het vonnis van de kantonrechter op dit punt dan ook bekrachtigen.
het herstel van de wandenvanwege schimmelvorming en het als gevolg daarvan opnieuw moeten verven. [verhuurder] stelt dat [huurder] de woning onvoldoende heeft geventileerd en heeft verwarmd. [huurder] betwist dit met klem en stelt dat de woning een vochtprobleem heeft. [huurder] heeft naar eigen zeggen meermaals mondeling geklaagd bij [verhuurder] over de vochtproblemen. Ook heeft hij, zo zegt hij, de wanden meerdere keren schoongemaakt en overgesausd. De voorgaande en de opvolgend huurder kunnen de vochtproblemen in de woning allebei bevestigen, zoals ook een bevestiging is te lezen in het bouwkundig rapport van KBS+BTS van 21 november 2023 dat in opdracht van aannemer [naam1] is opgesteld.
de beschadigde keukenfronten. Het hof kan hier kort over zijn. Vast staat dat het laminaat op de keukenkastjes losliet. Vast staat ook dat dit bij de aanvang van de huur nog niet het geval was. Maar [huurder] heeft wel zeven jaar in de woning gewoond, en bij aanvang van de huur was de keuken al twintig tot vijfentwintig jaar oud. Dat er vervolgens na zeven jaar laminaat loslaat is het gevolg van normaal gebruik. Daarvoor is een huurder niet aansprakelijk, te meer niet omdat ook voldoende vast staat dat de woning vochtproblemen had. Ook deze vordering van [verhuurder] komt daarom niet voor toewijzing in aanmerking.
de overige oplevergebreken. [verhuurder] heeft vergoeding gevorderd van een aantal herstel- en vervangingskosten. De kantonrechter heeft geoordeeld dat [verhuurder] onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat de staat van de woning bij het begin van de huur anders was dan waarin [huurder] de woning heeft opgeleverd. Het hof neemt die beoordeling over en maakt die tot de zijne. [verhuurder] heeft ook in hoger beroep onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. Daar komt bij dat deze door [verhuurder] gestelde gebreken niet bij de inspectie zijn geconstateerd. Ten aanzien van de door [verhuurder] vervangen radiator in de douche merkt het hof nog op dat niet is te volgen dat [huurder] aansprakelijk zou zijn voor een radiator met roest als die door de verhuurder zelf (wegens ruimtegebrek)
inde douche is opgehangen. [4]
. [7]