Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:4037

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
21-004994-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 57 SrArt. 63 SrArt. 231b SrArt. 311 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor meervoudige babbeltruc oplichtingen bij oudere slachtoffers

Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor een reeks van elf strafbare feiten, waaronder meervoudige oplichtingen, identiteitsfraude en diefstal met valse sleutel. Hij voerde een babbeltruc uit waarbij hij zich voordeed als dakdekker of klusjesman en oudere slachtoffers benaderde met verzonnen verhalen over schade aan hun woning.

De modus operandi vertoonde sterke overeenkomsten, zoals het gebruik van een identiteitsbewijs, telefoongesprekken met een vermeende baas, het opmaken van handgeschreven bonnen en het vragen om contante betalingen of pinpassen met pincode. Het hof achtte het schakelbewijs overtuigend en verwierp de stelling van verdachte dat zijn identiteitsbewijs was verloren en door anderen werd misbruikt.

De straf werd vastgesteld op 34 maanden gevangenisstraf, gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg. Daarnaast werd de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden bevolen. De schadevergoedingsvorderingen van de slachtoffers werden grotendeels toegewezen, met uitzondering van immateriële schade en onvoldoende onderbouwde posten.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 34 maanden gevangenisstraf voor meervoudige babbeltruc oplichtingen en identiteitsfraude, met toewijzing van schadevergoedingen aan slachtoffers.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004994-25
Uitspraakdatum:18 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht , van 27 november 2025 met parketnummer 16-111772-23 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 20-002638-19, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1986 in [geboorteplaats] ,
op dit moment verblijvende in [verblijfsplaats] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 juni 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens verdachte door zijn raadsman, mr. T.J.F. Wassenaar, is aangevoerd.

Vonnis

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor:
  • oplichting, meermalen gepleegd (feiten 1, 2, 3, 4, 5, 7 primair, 8, 9, 10);
  • opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en de identiteit van de ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan (feit 6);
  • diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (feit 11).
De rechtbank heeft aan verdachte een gevangenisstraf van dertig maanden opgelegd. Daarnaast is de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van twee maanden (parketnummer 20-002638-19) bevolen. Ten slotte is beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , (de erfgenamen van) [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] .
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs, de straf en de vorderingen van de benadeelde partijen dan de rechtbank. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Op de zitting van 6 november 2025 bij de rechtbank Midden-Nederland is de tenlastelegging gewijzigd. De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
  • feit 1: op 7 juni 2022 te [pleegplaats 1] [slachtoffer 1] heeft opgelicht;
  • feit 2: op 24 augustus 2021 te [pleegplaats 2] [slachtoffer 2] heeft opgelicht;
  • feit 3: op 17 mei 2022 te [pleegplaats 3] [slachtoffer 6] heeft opgelicht;
  • feit 4: op 20 mei 2022 te [pleegplaats 4] , gemeente [pleegplaats 5] , [slachtoffer 7] heeft opgelicht;
  • feit 5: op 6 mei 2022 te [pleegplaats 6] [slachtoffer 3] heeft opgelicht;
  • feit 6: in de periode tussen 16 augustus 2021 en 19 augustus 2021 te [pleegplaats 7] misbruik heeft gemaakt van de identificerende persoonsgegevens van [slachtoffer 8] ;
  • feit 7 primair: op 24 februari 2022 te [pleegplaats 8] , gemeente [pleegplaats 9] , [slachtoffer 9] heeft opgelicht, dan wel subsidiair: een poging daartoe;
  • feit 8: op 24 januari 2022 te [pleegplaats 10] [slachtoffer 10] heeft opgelicht;
  • feit 9: op 16 augustus 2021 te [pleegplaats 7] [slachtoffer 4] heeft opgelicht;
  • feit 10: op 7 januari 2022 tot en met 17 januari 2022 te [pleegplaats 11] [slachtoffer 5] heeft opgelicht;
  • feit 11: op 24 januari 2022 te [pleegplaats 10] en/of [pleegplaats 12] een geldbedrag van [slachtoffer 10] heeft gestolen door middel van een valse sleutel (te weten een bankpas met bijbehorende pincode).
Voluit is aan verdachte ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks 7 juni 2022 te [pleegplaats 1] , althans in Nederland
meermalen althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een hoeveelheid geld, door:
- die [slachtoffer 1] te benaderen,
- die [slachtoffer 1] te vertellen dat hij met een collega als dakdekker bezig is bij de woningen aan de overkant en verderop aan de [straatnaam 1] en [straatnaam 2] ,
- in strijd met de waarheid te zeggen dat hij werkzaam was bij het bedrijf [bedrijf 1] , gevestigd aan de [adres 1] , [postcode] te [pleegplaats 1] ,
- die [slachtoffer 1] te vertellen dat hij vanaf het dak van de woningen aan de overkant het dak van die [slachtoffer 1] had gezien,
- die [slachtoffer 1] te vertellen dat zij stormschade heeft aan haar dak van de storm van afgelopen 2022 en dit verholpen moet worden anders kan er een lekkage en heel veel schade ontstaan,
- daarbij toe te voegen dat er haast geen dakdekkers te krijgen zijn in de periode, er een wachtlijst van maanden is en het gerepareerd moet worden,
- die [slachtoffer 1] te vertellen dat zij niet te lang moet wachten want dan worden de kosten steeds hoger, in plaats van 5000 of 6000 euro kan dat 30.000 euro worden,
- die [slachtoffer 1] te vertellen dat hij haar kan helpen want ze zijn toch al in de buurt bezig,
- die [slachtoffer 1] te vertellen dat hij zijn baas gaat bellen om te vragen of zij deze klus erbij kunnen doen, morgenochtend hebben ze waarschijnlijk wat ruimte en kunnen ze het dak repareren,
- ( zogenaamd) te overleggen met zijn baas en daarbij de woorden toe te voegen dat hij aanwezig is bij een mevrouw, zij al wat ouder is en of ze haar kunnen helpen want morgenochtend hebben zij de klus op de [straatnaam 2] afgesloten,
- die [slachtoffer 1] te vertellen dat de reparatie rond de 5000/6000 euro zou kosten,
- met de verzekeraar van die [slachtoffer 1] te bellen en daarbij de woorden toe te voegen dat hij een schaderapport zou maken met een zeer gespecificeerde rekening vanuit [bedrijf 1]
- tegen die verzekeraar te zeggen dat hij vanmiddag materialen moet kopen voor ongeveer 2600 euro plus werkloon het ongeveer 3706 euro gaat kosten en allemaal in orde komt,
- die [slachtoffer 1] te vertellen dat de kosten voor de reparatie 5297,30 euro zouden bedragen,
- en daarbij toe te voegen dat hij vanmiddag de materialen bij de groothandel moet halen en hij niet weet of die op voorraad zijn,
- ( zogenaamd) te bellen en daarbij te vragen of de materialen op voorraad zijn,
- die [slachtoffer 1] te vertellen dat hij de materialen zou halen maar dat contant betaald moest worden met een aanbetaling van 3000 euro,
- die [slachtoffer 1] te vertellen dat hij de materialen met een hoogwerker op dinsdag 7 juni 2022 omstreeks 13:30 zou komen brengen en op woensdag 8 juni 2022 omstreeks 07:30 zou beginnen met de werkzaamheden voor de schade en/of
- een bewijs van aanbetaling te schrijven en te ondertekenen,
waardoor die [slachtoffer 1] werd bewogen tot afgifte van 3000 euro, terwijl de overeengekomen werkzaamheden niet zijn uitgevoerd;
2.
hij op of omstreeks 24 augustus 2021 te [pleegplaats 2] , althans in Nederland,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een hoeveelheid geld, door:
- die [slachtoffer 2] te benaderen,
- die [slachtoffer 2] te vertellen dat hij aan het werk was op het dak van de overburen en had gezien dat er een gat in het dak van de woning van die [slachtoffer 2] zat,
- daarbij toe te voegen dat het snel gerepareerd moet worden en dat het heel urgent is en/of
- ( zogenaamd) zijn werkgever te bellen om te vragen of hij goedkeuring kreeg om nu materiaal voor de reparatie te halen en/of
- die [slachtoffer 2] te vragen een bedrag van 1200 euro over te maken naar rekeningnummer: [rekeningnummer 1] ten name van [verdachte] ,
waardoor die [slachtoffer 2] werd bewogen tot afgifte van 1200 euro, terwijl die overeengekomen werkzaamheden niet zijn uitgevoerd;
3.
hij op of omstreeks 17 mei 2022 te [pleegplaats 3] , althans in Nederland,
meermalen althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een hoeveelheid geld en/of bankpas en/of pincode, door:
- die [slachtoffer 6] te benaderen,
- die [slachtoffer 6] te vertellen dat hij bezig was met de daken in de buurt en had gezien dat die [slachtoffer 6] stormschade heeft aan haar dak,
- die [slachtoffer 6] te vertellen dat hij dit gelijk kon repareren want hij was al bezig bij de buren [buren] ,
- op een servet te schrijven dat de reparatie 2395,80 euro zou kosten,
- die [slachtoffer 6] te vertellen dat hij de klus wel wilde doen maar dan nu gelijk en daarbij toe te voegen dat hij anders pas in september weer in de buurt bezig was en/of
- die [slachtoffer 6] te vertellen dat hij materialen moest kopen en die meteen betaald moesten worden,
waardoor die [slachtoffer 6] werd bewogen tot afgifte van haar bankpas en/of pincode en/of enige hoeveelheid geld, terwijl de overeengekomen werkzaamheden niet zijn uitgevoerd;
4.
hij op of omstreeks 20 mei 2022 te [pleegplaats 4] , gemeente [pleegplaats 5] , althans in Nederland,
meermalen althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een hoeveelheid geld, door:
- die [slachtoffer 7] te benaderen,
- zich voor te stellen als dakdekker,
- die [slachtoffer 7] te vertellen dat het dak van haar woning is beschadigd,
- die [slachtoffer 7] te vertellen dat hij het vandaag kan repareren en daarbij toe te voegen 'want het weer begint al slechter te worden',
- in strijd met de waarheid te zeggen dat hij een medewerker is van het [bedrijf 2] ,
- ( zogenaamd) te overleggen met de leverancier,
- die [slachtoffer 7] te vertellen dat de reparatie 1223,80 euro zou kosten met de vraag aan die [slachtoffer 7] of zij dat bedrag kan voorschieten,
- vervolgens op een papier een bedrag van 1220 euro en voldaan te schrijven,
- het papier te ondertekenen met zijn naam en handtekening en/of
- tegen die [slachtoffer 7] te vertellen dat [naam 2] zou langskomen zodat zij de papieren aan hem kon geven,
waardoor die [slachtoffer 7] werd bewogen tot afgifte van 1220 euro, terwijl de overeengekomen werkzaamheden niet zijn uitgevoerd;
5.
hij op of omstreeks 6 mei 2022 te [pleegplaats 6] , althans in Nederland
meermalen althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een hoeveelheid geld, door:
- die [slachtoffer 3] te benaderen,
- zich voor te stellen als dakdekker en/of in strijd met de waarheid als medewerker van het bedrijf [bedrijf 3] ,
- die [slachtoffer 3] te vertellen dat het dak van haar woning is beschadigd,
- die [slachtoffer 3] te vertellen dat hij het dak kan repareren,
- dat de reparatie 1625 euro zou kosten en dat meteen contant moet worden betaald,
- ( zogenaamd) te overleggen met zijn baas over de prijs van de werkzaamheden,
- met die [slachtoffer 3] een overeenkomst te sluiten om de werkzaamheden voor 1000 euro uit te voeren en/of
- die [slachtoffer 3] het telefoonnummer van zijn baas te verstrekken,
waardoor die [slachtoffer 3] werd bewogen tot afgifte van 1000 euro, terwijl de overeengekomen werkzaamheden niet zijn uitgevoerd;
6.
hij in of omstreeks de periode tussen 16 augustus 2021 en 19 augustus 2021 te [pleegplaats 7] , althans in Nederland,
opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander, te weten de naam [slachtoffer 8] heeft gebruikt door, de naam te vermelden op een factuur, met het oogmerk om zijn/haar identiteit te verhelen en/of de identiteit van de ander te verhelen en/of te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan;
7 primair.
hij op of omstreeks 24 februari 2022 te [pleegplaats 8] , gemeente [pleegplaats 9] , althans in Nederland,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 9] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een hoeveelheid geld en/of bankpas en/of pincode, door:
- die [slachtoffer 9] te benaderen,
- die [slachtoffer 9] te vertellen dat hij het dak van de buren had gerepareerd en had gezien dat een raam bij die [slachtoffer 9] los was,
- die [slachtoffer 9] te vertellen dat hij het wel kon repareren,
- volhardend op die [slachtoffer 9] te blijven inpraten,
- met die [slachtoffer 9] naar het raam te kijken,
- die [slachtoffer 9] te vertellen dat zij hem geld moest geven zodat hij de spullen kon halen om het raam te repareren,
- dwingend tegen die [slachtoffer 9] te blijven praten en/of
- aan die [slachtoffer 9] voor te stellen om met hem mee te rijden en geld te pinnen,
waardoor die [slachtoffer 9] werd bewogen tot afgifte van haar bankpas en pincode en/of enige geldbedragen, terwijl die overeengekomen werkzaamheden niet zijn uitgevoerd;
7 subsidiair.
hij op of omstreeks 24 februari 2022 te [pleegplaats 8] , gemeente [pleegplaats 9] , althans in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 9] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een hoeveelheid geld en/of bankpas en/of pincode, door:
- die [slachtoffer 9] te benaderen,
- die [slachtoffer 9] te vertellen dat hij het dak van de buren had gerepareerd en had gezien dat een raam bij die [slachtoffer 9] los was,
- die [slachtoffer 9] te vertellen dat hij het wel kon repareren,
- volhardend op die [slachtoffer 9] te blijven inpraten,
- met die [slachtoffer 9] naar het raam te kijken,
- die [slachtoffer 9] te vertellen dat zij hem geld moest geven zodat hij de spullen kon halen om het raam te repareren,
- dwingend tegen die [slachtoffer 9] te blijven praten en/of
- aan die [slachtoffer 9] voor te stellen om met hem mee te rijden en geld te pinnen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
8.
hij op of omstreeks 24 januari 2022 te [pleegplaats 10] , althans in Nederland
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 10] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een hoeveelheid geld en/of bankpas en/of pincode, door:
- die [slachtoffer 10] te benaderen,
- die [slachtoffer 10] te vertellen dat ze hier in de buurt bezig zijn en hij zag dat er schade is aan het dak van die [slachtoffer 10] en zij deze schade moet laten maken,
- ( zogenaamd) met zijn baas te bellen,
- die [slachtoffer 10] te vertellen dat hij het dak wel kon maken en hij geld nodig had voor materialen en/of
- die [slachtoffer 10] te vertellen dat hij binnen 30 a 45 minuten terug zou komen,
waardoor die [slachtoffer 10] werd bewogen tot afgifte van haar bankpas en pincode en/of enige geldbedragen, terwijl die overeengekomen werkzaamheden niet zijn uitgevoerd;
9.
hij op of omstreeks 16 augustus 2021 te [pleegplaats 7] , althans in Nederland,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een hoeveelheid geld, door:
- die [slachtoffer 4] te benaderen,
- die [slachtoffer 4] te vertellen dat hij bij [adres 2] vanwege werkzaamheden op het dak bezig was en dat hij daardoor op het dak van die [slachtoffer 4] kon kijken,
- daarbij toe te voegen dat de dakbedekking bij haar woning schuin omhoog stond en dat er water onderdoor liep en als het niet gauw gerepareerd zou worden het heel kostbaar zou worden en het plafond nooit meer goed zal komen,
- daarbij toe te voegen dat als het vandaag niet gedaan kon worden er pas in november weer plek was of anders volgend jaar en dan zou de schade enorm zijn,
- daarbij toe te voegen dat het wel heel snel moest gebeuren omdat de schade best wel erg was en de kosten alleen maar zouden oplopen,
- ( zogenaamd) met zijn baas te bellen en te zeggen dat de schade aan het dak toch wel heel erg was en of de reparatie tussen de andere woningen in kon gebeuren,
- die [slachtoffer 4] te vertellen dat zijn baas toestemming had gegeven om de reparatie aan het dak uit te voeren,
- ( zogenaamd) de leverancier te bellen om te vragen of de materialen op voorraad waren,
- die [slachtoffer 4] te vertellen dat de materialen op voorraad waren maar dat deze wel contant betaald moesten worden,
- daarbij toe te voegen dat hij geen contant geld bij zich had en die [slachtoffer 4] het voor moest schieten, wat later verrekend zou worden,
- daarbij toe te voegen dat zijn baas om 15:00 uur langs zou komen om een factuur te maken en het verder met die [slachtoffer 4] zou oplossen,
- daarbij toe te voegen dat de materialen 842,13 euro kostte en/of
- een bon te maken waarbij hij zichzelf aanduidde als [slachtoffer 8] en deze ondertekende,
waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot afgifte van 850 euro, terwijl die overeengekomen werkzaamheden niet zijn uitgevoerd;
10.
hij op of omstreeks 7 januari 2022 tot en met 17 januari 2022 te [pleegplaats 11] , althans in Nederland
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een hoeveelheid geld, door:
- die [slachtoffer 5] te benaderen,
- die [slachtoffer 5] te vertellen dat hij voor een reparatie op het dak van de buren, wonend aan de [adres 3] , kwam en had geconstateerd dat er een scheur in de dakbedekking van de woning van [slachtoffer 5] zit,
- daarbij een foto van een scheur te tonen en de woorden bij te voegen dat de reparatie 1000 euro zou kosten,
- daarbij toe te voegen dat indien de kosten minder zouden zijn, zijn baas dat wel zou verrekenen,
- ( zogenaamd) met zijn baas te bellen,
- ( zogenaamd) met de leverancier te bellen,
- die [slachtoffer 5] te vertellen dat hij de scheur kon repareren maar wel extra materiaal moest halen en het materiaal direct moest afrekenen bij de leverancier,
- en daarbij aan die [slachtoffer 5] te vragen om de betaling van 765 euro contant te voldoen en/of
- in strijd met de waarheid te zeggen dat hij werkt bij het bedrijf [bedrijf 3] met het hoofdkantoor in [plaats] ,
waardoor die [slachtoffer 5] is gewogen tot het afgifte van 765 euro, terwijl die overeengekomen werkzaamheden niet zijn uitgevoerd;
11.
hij op of omstreeks 24 januari 2022 te [pleegplaats 10] en/of [pleegplaats 12] , althans in Nederland,
enige geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een bankpas met bijbehorende pincode, in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte niet gerechtigd was.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsoverwegingen [1]
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft overeenkomstig een door haar overgelegd schriftelijk requisitoir gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 primair, 8, 9, 10 en 11 tenlastegelegde. Het schakelbewijs vormt ondersteuning voor het overige bewijs en moet steeds in samenhang worden gebruikt met andere bewijsmiddelen. Uit de bewijsmiddelen als geheel volgt voldoende dat verdachte de dader is van alle tenlastegelegde feiten.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft overeenkomstig een door hem overgelegde pleitnota aangevoerd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken. Er kan geen gebruik worden gemaakt van schakelbewijs omdat de modus operandi bij de verschillende feiten onvoldoende uniek en onderscheidend is. De raadsman heeft in dit verband een voorwaardelijk verzoek ingediend om de betrokkenen uit de aflevering van “ [programma] ” omtrent een andere beweerdelijke oplichter uit [pleegplaats 13] te horen, namelijk de betreffende oplichter genaamd ‘ [verdachte] .’ en [persoon 1] .
De door de raadsman gevoerde (overige) verweren worden hierna, voor zover relevant voor de beoordeling, (per feit) besproken.
Oordeel van het hof
Het hof oordeelt dat de feiten zoals tenlastegelegd onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 primair, 8, 9, 10 en 11 wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Het hof baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen zoals verderop in dit arrest uitgewerkt. Inleidend overweegt het hof als volgt.
Modus operandi als schakelbewijs
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat het gebruik van aan andere, soortgelijke feiten ten grondslag liggende bewijsmiddelen (in de vorm van zogenaamd schakelbewijs) onder omstandigheden als steunbewijs is toegelaten. Voor de bewezenverklaring van een feit wordt in dat geval mede redengevend geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij moet het gaan om bewijsmateriaal voor die andere feiten dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten of kenmerkende gelijkenissen vertoont met het bewijsmateriaal van het te bewijzen feit en dat duidt op een herkenbaar en gelijksoortig patroon in de handelingen (modus operandi) van de verdachte.
Het hof stelt vast dat uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat de modus operandi bij de verschillende tenlastegelegde oplichtingen op essentiële punten belangrijke overeenkomsten en kenmerkende gelijkenissen vertoont:
  • De slachtoffers zijn allemaal van (hoog)bejaarde leeftijd;
  • Bij alle oplichtingen doet de oplichter zich voor als dakdekker of klusjesman die in de buurt aan het werk is en daarbij schade aan de woning (dak of raam) van het slachtoffer heeft geconstateerd;
  • De oplichter stelt zichzelf op enig moment in het gesprek voor als [verdachte] , waarbij hij zich desgevraagd identificeert als [verdachte] door een identiteitsbewijs op naam van verdachte te overhandigen;
  • De oplichter zegt dat de schade snel gerepareerd moet worden om erger te voorkomen en dat hij meteen de schade kan repareren;
  • De oplichter belt (zogenaamd) met zijn baas om te overleggen of de schade direct tussen de klussen door kan worden gerepareerd;
  • Vervolgens zegt de oplichter dat hij geld nodig heeft om materiaal te gaan halen. In meerdere gevallen wordt er gebeld met een leverancier om te overleggen over de materialen en de kosten;
  • De oplichter schrijft betalingsbewijzen uit, ondertekent deze en laat deze ondertekenen door de slachtoffers;
  • De slachtoffers geven vervolgens contant geld of hun pinpas met pincode, of ze maken het geld over naar een rekening op naam van verdachte;
  • Na het aannemen van het geld vertrekt de oplichter en komt hij niet meer terug om werkzaamheden te verrichten.
Het hof acht – anders dan de verdediging – voorgaande modus operandi voldoende specifiek om als schakelbewijs in de zin van steunbewijs in de bewijsconstructie van de verschillende feiten over en weer te bezigen. De oplichter stelt de slachtoffers steeds gerust en wint hun vertrouwen door een telefoongesprek te voeren met zijn baas/leverancier, een handgeschreven bon te ondertekenen en zichzelf desgevraagd te identificeren met een identiteitsbewijs van [verdachte] . Voorgaande elementen maken de modus operandi specifieker dan soortgelijke zaken waarbij malafide personen zich voordoen als aannemer, schade herkennen en geld in ontvangst nemen om vervolgens niet terug te keren. Bovendien overweegt het hof dat de modus operandi niet uniek hoeft te zijn, maar bovenal op essentiële onderdelen overeen moet komen of gelijkenissen moet vertonen. In dit kader wijst het hof ook op het feit dat de oplichter in verschillende van de tenlastegelegde zaken steeds handgeschreven bonnen heeft opgemaakt waarvan de inhoud steeds onderling een sterke gelijkenis vertoont, zoals hieronder nader uiteengezet.
Sterke gelijkenissen opgemaakte bon
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de oplichter meermaals een bon heeft opgemaakt, ondertekend, laten ondertekenen en achtergelaten bij de slachtoffers. Deze bonnen zijn blijkens de diverse aangiften steeds door de dader van de betreffende oplichtingen geschreven. Het hof overweegt dat de inhoud van deze bonnen telkens onderling sterke gelijkenissen vertoont, namelijk in de stijl van het handschrift (zowel de letters als de cijfers), de wijze van spelling en de daarop geplaatste handtekening van de oplichter. In het bijzonder wijst het hof op de terugkomende spelfout “matriaals” en “koste” op enkele bonnen. Het hof stelt op basis van de hiervoor omschreven kenmerken vast dat deze handgeschreven bonnen steeds door dezelfde persoon zijn opgemaakt.
Gebruik van het identiteitsbewijs
Het hof gaat voorbij aan de stelling van verdachte dat hij zijn identiteitsbewijs verloren was en dat iemand anders zijn identiteitsbewijs heeft gebruikt voor/getoond bij de tenlastegelegde oplichtingen. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat verdachte pas op de zitting bij de rechtbank heeft verklaard dat hij zijn identiteitsbewijs was verloren, en niet eerder bij de politie. De stelling is verder ook niet onderbouwd. Zo heeft verdachte geen aangifte gedaan van het verlies van zijn identiteitsbewijs, en geen ander bewijs aangeleverd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat hij zijn identiteitsbewijs daadwerkelijk had verloren. Daar komt bij, zoals het hof verderop in dit arrest nader uiteenzet, dat verdachte het onder feit 5 tenlastegelegde heeft gepleegd. Bij dat feit is verdachte herkend door een verbalisant op de camerabeelden van de ring-deurbel van de woning van de aangeefster [slachtoffer 3] en heeft aangeefster [slachtoffer 3] verklaard dat zij de persoon op het overgelegde identiteitsbewijs herkende als de oplichter die bij haar voor de deur stond en in huis was. Daaruit volgt dat verdachte op 6 mei 2022 zelf beschikte over zijn identiteitsbewijs. De stelling van verdachte dat hij zijn identiteitsbewijs vlak daarna is verloren en iemand anders zich vervolgens als hem zou hebben voorgedaan om kwetsbaren op te lichten (feit 4 op 20 mei 2022 en feit 1 op 7 juni 2022), acht het hof gelet op de ontbrekende onderbouwing van het verlies van het identiteitsbewijs, de modus operandi van de in chronologie opvolgende tenlastegelegde oplichtingsfeiten en de gelijkenissen die door de aangevers worden geconstateerd ten aanzien van de persoon op het identiteitsbewijs en de oplichter, volstrekt onaannemelijk.
Het hof zal de bewijsmiddelen voor de tenlastegelegde feiten nu opeenvolgend bespreken. De door de raadsman gevoerde verweren, die niet door de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen worden weerlegd, zullen opvolgend (per feit) worden besproken.
Feit 1
Op 7 juni 2022 omstreeks 11:00 uur kwam er een onbekende man aan de deur van aangeefster [slachtoffer 1] te [pleegplaats 1] . Deze man (die zich in de loop van het gesprek voorstelde als [verdachte] ) zei tegen [slachtoffer 1] dat hij werkzaam was bij het bedrijf [bedrijf 1] , gevestigd aan de [adres 1] , [postcode] te [pleegplaats 1] . Hij vertelde dat hij met een collega als dakdekker bezig was bij de woningen aan de overkant en verderop aan de [straatnaam 1] en [straatnaam 2] . Vanaf het dak van de woningen aan de overkant had hij het dak van [slachtoffer 1] gezien. [verdachte] vertelde dat [slachtoffer 1] stormschade had aan haar dak van de storm van afgelopen februari 2022 en dat dit verholpen moest worden, omdat er anders een lekkage en heel veel schade zou optreden. Ook zei hij dat er haast geen dakdekkers te krijgen zijn in deze periode, dat er een wachtlijst van maanden is en dat het meteen gerepareerd moest worden. [slachtoffer 1] zou niet te lang moeten wachten met de reparaties, want dan zouden de kosten steeds hoger worden. In plaats van € 5.000,- of € 6.000,-, zou het dan € 30.000,- kunnen worden. [verdachte] zei dat hij haar misschien kon helpen, omdat ze toch in de buurt bezig waren. Hij zou zijn baas bellen om te vragen of zij deze klus erbij kunnen doen, want de volgende ochtend hadden ze waarschijnlijk wat ruimte om het dak te repareren. [slachtoffer 1] hoorde dat [verdachte] zijn baas belde en zei dat hij aanwezig was bij een mevrouw die al wat ouder was en of ze haar konden helpen want morgenochtend hadden zij de klus op de [straatnaam 2] afgesloten. [verdachte] vertelde [slachtoffer 1] dat de reparatie rond de € 5.000,- of € 6.000,-, zou kosten. Vervolgens heeft [slachtoffer 1] haar verzekeringsmaatschappij gebeld en heeft [verdachte] dit telefoongesprek gevoerd. In dit gesprek zei [verdachte] dat hij een schaderapport zou maken met een zeer gespecificeerde rekening vanuit [bedrijf 1] , dat hij die middag materiaal zou kopen voor de reparatie, dat dit ongeveer € 2.600,- aan materialen en ongeveer € 3.706,- aan werkloon zou kosten en dat het allemaal in orde zou komen. Toen het telefoongesprek werd beëindigd maakte [verdachte] een berekening van de kosten en kwam hij op een totaalbedrag van € 5.297,30 uit. [verdachte] zei tegen [slachtoffer 1] dat hij die middag bij de groothandel materialen moest halen, maar dat hij niet wist of deze materialen op voorraad waren. [slachtoffer 1] hoorde [verdachte] toen bellen en in het telefoongesprek vragen of de materialen op voorraad waren. [verdachte] zou het materiaal gaan halen, maar dit moest contant betaald worden met een aanbetaling van € 3.000,-. [verdachte] zou dan de materialen met een hoogwerker op dinsdag 7 juni 2022 omstreeks 13:30 uur komen brengen en op woensdag 8 juni 2022 omstreeks 07:30 uur beginnen met de werkzaamheden voor de schade. [slachtoffer 1] is toen de € 3.000,- gaan pinnen en heeft dit geldbedrag aan [verdachte] gegeven. Terwijl [verdachte] het geld aan het tellen was, gaf hij desgevraagd zijn identiteitsbewijs aan [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] zag op het identiteitsbewijs de naam [verdachte] staan met als geboortedatum [geboortedatum] . [slachtoffer 1] herkende de persoon op het identiteitsbewijs als [verdachte] . [slachtoffer 1] heeft het identiteitsbewijs voor haar administratie gekopieerd. Na het kopiëren had [verdachte] op een papiertje zijn gegevens, de handtekeningen en een bewijs van aanbetaling geschreven. Op dezelfde dag omstreeks 13:30 uur was [verdachte] nog niet teruggekomen bij [slachtoffer 1] . Omstreeks 14:30 uur belde [slachtoffer 1] met [bedrijf 1] en toen hoorde [slachtoffer 1] dat [verdachte] daar niet werkzaam was. Op 11 juni 2022 was [verdachte] nog steeds niet langs geweest om het dak te repareren. [2]
Aangeefster [slachtoffer 1] heeft bij haar aangifte een kopie van het identiteitsbewijs gevoegd die tijdens de oplichting aan haar is overgelegd. Hierop is onder andere het volgende te lezen:
naam [verdachte] voornamen [verdachte] geboortedatum [geboortedatum] 1986. [3]
Ook heeft aangeefster [slachtoffer 1] bij haar aangifte de bon overgelegd die tijdens de oplichting is opgemaakt. Hierop is onder andere het volgende te lezen:
07-6-2022 [verdachte] contant betaald € 3000,- voldaan, samen met twee handtekeningen. [4]
Feit 2
[naam 1] heeft namens haar moeder [slachtoffer 2] aangifte gedaan van oplichting. Op 24 augustus 2021 was [slachtoffer 2] in haar woning te [pleegplaats 2] . Omstreeks 12:30 uur stond er een man voor de deur die tegen [slachtoffer 2] zei dat hij aan de overkant van de straat aan het werk was op het dak van de overburen en hij had gezien dat er een gat in het dak van de woning van [slachtoffer 2] zat. De man zei daarbij dat het snel gerepareerd moet worden en dat het heel urgent was. De man heeft met zijn werkgever gebeld om te vragen of hij goedkeuring kreeg om op dat moment de materialen voor de reparatie de halen. Hierna heeft [slachtoffer 2] € 1.200,- overgemaakt op het rekeningnummer: [rekeningnummer 1] ten name van [verdachte] . De man is weggegaan en nooit meer teruggekomen. [5]
Bij het verhoor van slachtoffer [slachtoffer 2] heeft de politie haar enkele foto’s laten zien. [slachtoffer 2] geeft aan dat foto 1 niet heel scherp is, maar dat de persoon op foto 1 wel erg lijkt op de man die haar had opgelicht. Als foto 2 wordt getoond zegt [slachtoffer 2] dat dit dezelfde man is als op foto 1. Zij herkent hem voor 100% als de persoon die haar heeft opgelicht. Zij herkent hem aan zijn houding en zijn gezicht en zij weet het heel zeker. [6]
Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat foto 1 afkomstig is van Facebook en dat op deze foto vermoedelijk de oplichter te zien is. Zijn naam is [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1986. Op foto 2 is een politiefoto van verdachte [verdachte] te zien (
gelet op de bijlagen bij het proces-verbaal van bevindingen en de bijlagen bij het proces-verbaal van verhoor slachtoffer, begrijpt het hof dat de nummers van de getoonde foto’s in beide processen-verbaal met elkaar overeenkomen). [7]
Uit een vordering verstrekking historische gegevens van de SNS-bankrekening met rekeningnummer: [rekeningnummer 1] bleek dat op 24 augustus 2021 bedrag van € 1.200,- was overgemaakt naar voornoemd rekeningnummer. Bij deze transacties stond als omschrijving: Reparatie TGV: [rekeningnummer 2] TNV: [verdachte] . De overboeking was afkomstig van de rekening op naam van [naam 1] . [8]
Feit 3
Op 17 mei 2022 werd er aangebeld bij de woning van aangeefster [slachtoffer 6] te [pleegplaats 3] . Nadat zij de deur opendeed, stapte er een man naar binnen die zei dat hij bezig was met de daken in de buurt. Hij had gezien dat [slachtoffer 6] stormschade had aan haar dak. De man gaf aan dat hij de schade gelijk kon repareren, omdat hij ook bij de buren en [buren] bezig was, die twee huizen verder woont. Hij berekende dat de schade ongeveer € 2.395,80 bedroeg en schreef dit op een servet, die [slachtoffer 6] ook aan de politie heeft getoond. De man gaf aan dat hij de klus wel wilde doen, maar dan wel gelijk, want hij was anders pas in september weer in de buurt bezig. De man vertelde vervolgens dat hij materialen moest kopen en dat die betaald moesten worden. [slachtoffer 6] heeft toen haar bankpas met de pincode aan de man gegeven zodat hij daarvan de materialen kon kopen. Hierop is de man vertrokken met de bankpas van [slachtoffer 6] . De man is niet meer teruggekomen. Na contact met de bank bleek dat er geld gepind was met de bankpas van [slachtoffer 6] . Op 17 mei 2022 om 12:04 uur heeft een afschrijving plaatsgevonden bij een pinautomaat bij [adres 4] van € 1.000,- en om 12:08 uur bij [bedrijf 4] voor € 725,-. Er zijn camerabeelden beschikbaar van de dader van de ring-deurbel. [9]
Aangeefster [slachtoffer 6] heeft het servet overgelegd waar tijdens de oplichting op is geschreven. Hierop is onder andere het volgende te lezen:
€ 2395,80 € 1462,19 polisnummer. [10]
Verbalisant [verbalisant 1] heeft bij het uitkijken van de beelden geconstateerd dat op alle geleverde beelden dezelfde persoon in beeld was, dus zowel bij de woning van aangeefster, als bij de pinautomaat van Geldmaat [adres 4] , als in de winkel [bedrijf 4] . Daarnaast heeft de verbalisant gezocht in het politiesysteem en hierin werden meerdere zaken aangetroffen die gelijkend waren qua modus operandi, waarbij steeds verdachte [verdachte] geboren op [geboortedag] 1986 stond vermeld. De verbalisant zag dat de persoon op de politiefoto van verdachte dezelfde persoon betrof als op de camerabeelden van de ring-deurbel. De verbalisant zag overeenkomsten in de vorm van het gelaat, de huidskleur, de haardracht (voorzijde kalend), de lichte baardgroei, de stand van de ogen, neus en ogen en het litteken/de oneffenheid aan de rechterzijde van het hoofd. [11]
Bovendien heeft verbalisant [verbalisant 2] gerelateerd dat zij zag dat de persoon op de politiefoto van verdachte sterke gelijkenissen vertoonde met de persoon die te zien is op de beelden van de ring-deurbel bij de woning van aangeefster. Ook relateert zij dat zij zag dat de persoon op de camerabeelden van de pinautomaat dezelfde persoon is als te zien is op de beelden van de ring-deurbel bij de woning van aangeefster. [12]
Feit 4
Op 20 mei 2022 omstreeks 12:30 uur kwam er een man aan de deur van aangeefster [slachtoffer 7] te [pleegplaats 4] , gemeente [pleegplaats 5] . Deze man (die zich later met een identiteitsbewijs identificeerde als [verdachte] ) vertelde [slachtoffer 7] dat hij dakdekker was en dat hij tijdens het repareren van het dak van de buren had gezien dat het dak van [slachtoffer 7] kapot was. Hij vertelde haar dat hij het vandaag nog voor haar zou kunnen repareren, waarbij hij opmerkte dat het weer al slechter te begon worden. Desgevraagd vertelde [slachtoffer 7] hem dat het dak door [bedrijf 2] was gelegd. [verdachte] zei dat hij bij dit bedrijf werkte. Nadat [verdachte] telefonisch had gesproken met de eigenaar van [bedrijf 2] (genaamd [naam 2] ), zei hij dat hij contact moest opnemen met een leverancier om na te gaan of de materialen nog op voorraad waren. [slachtoffer 7] zag dat [verdachte] een telefoongesprek voerde en hoorde hem de materialen die hij nodig had voor de reparatie van het dak noemen en daarbij vragen wat de inschatting van het bedrag was. Op een post-it schreef [verdachte] een bedrag van € 1.223,80 op. Hij vroeg of [slachtoffer 7] dit bedrag kon voorschieten. Vervolgens schreef hij op een papier zijn naam en telefoonnummer en een bedrag van € 1.220,-, waaronder hij voldaan opschreef. Rechtsboven op het papier schreef hij de datum op en onder zijn naam en het bedrag zette hij zijn handtekening. [verdachte] pakte een identiteitsbewijs en legde deze bij het papier neer. [slachtoffer 7] las op het identiteitsbewijs de naam [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1986. Vervolgens zette [slachtoffer 7] ook een handtekening op het papier en maakte zij een foto van het papier samen met het identiteitsbewijs. [verdachte] zei haar dat [naam 2] lang zou komen, zodat hij de papieren aan hem kon geven. [verdachte] zou de spullen gaan halen en daarna terugkomen om het dak te repareren. Hierop gaf [slachtoffer 7] € 1.220,- aan hem. Om 18:00 uur waren zowel [verdachte] als [naam 2] nog niet langs geweest. De zoon van [slachtoffer 7] heeft [naam 2] gebeld en hieruit bleek dat [naam 2] van niets wist. [13]
Aangeefster [slachtoffer 7] heeft bij haar aangifte een foto overgelegd die zij tijdens de oplichting heeft gemaakt. Hierop is een identiteitsbewijs te zien waarop het volgende te lezen is:
[verdachte] [geboortedatum] 1986. Ook is op de foto de handgeschreven bon te zien die tijdens de oplichting door [verdachte] werd opgemaakt. Hierop is onder andere het volgende te lezen:
20-5-2022 [verdachte] matriaals koste € 1220,- voldaan, samen met twee handtekeningen. [14]
Feit 5
Op 6 mei 2022 stond een man voor de deur van aangeefster [slachtoffer 3] die zich voorstelde als dakdekker (en zich later met een identiteitsbewijs identificeerde als [verdachte] ). Hij zei dat hij werkte voor [bedrijf 3] en dat hij had gezien dat het dak van [slachtoffer 3] beschadigd was. [verdachte] gaf aan dat hij het dak kon maken en stelde hiervoor een berekening op. Hij stelde voor om zijn baas te bellen, omdat hij die dag wat ruimte over had en dan zou hij het in orde kunnen maken. Hij zou dan spullen moeten gaan kopen. Nadat [verdachte] had gebeld met zijn baas zei hij tegen [slachtoffer 3] dat het € 1.625,- zou gaan kosten. Dit bedrag moest contant worden betaald, omdat [verdachte] contant moest betalen bij de firma waar hij de spullen in zou kopen. [slachtoffer 3] gaf aan dat ze maar € 1.000,- in huis had. Vervolgens heeft ze om het legitimatiebewijs van de man gevraagd en hier een foto van gemaakt. Op een kladblok schreef [verdachte] dat [slachtoffer 3] € 1.000,- had voldaan voor materiaal. Ook schreef hij de naam van het bedrijf op waar hij werkte, [bedrijf 3] , samen met het mobiele nummer van zijn baas. Dit blad is door [verdachte] , [slachtoffer 3] en de zoon van [slachtoffer 3] ondertekend. [slachtoffer 3] zag de naam [verdachte] op het blad staan en dit kwam overeen met de naam op het identiteitsbewijs. [slachtoffer 3] herkende de persoon op de foto op het identiteitsbewijs ook als zijnde de man die voor haar stond. Uiteindelijk heeft [verdachte] het geld meegenomen en is hij weggegaan. Nadat hij weg was, heeft [slachtoffer 3] het mobiele nummer gebeld dat op het kladblaadje stond genoteerd. Toen heeft [slachtoffer 3] via Google het nummer van [bedrijf 3] opgezocht en dit nummer gebeld. De medewerker aan de telefoon vertelde haar dat zij vaker worden gebeld door particulieren die slachtoffer zijn van oplichting waarbij hun bedrijfsnaam gebruikt is. Op de camerabeelden van de ring-deurbel van [slachtoffer 3] is de man die zich voordeed als dakdekker te zien. [15]
Aangeefster [slachtoffer 3] heeft bij haar aangifte een foto overgelegd die zij tijdens de oplichting heeft gemaakt. Hierop is een identiteitsbewijs te zien waarop het volgende te lezen is:
[verdachte] [geboortedatum] 1986. [16] Ook heeft zij de handgeschreven kladblaadjes overgelegd die tijdens de oplichting door [verdachte] zijn opgemaakt. Hierop is onder andere het volgende te lezen:
6-5-2022 matriaal betaald €1000,- voldaan, samen met drie handtekeningen, [17] en
[bedrijf 3], samen met een telefoonnummer. [18]
Op 23 januari 2023 is verdachte [verdachte] door verbalisant [verbalisant 3] verhoord. De verbalisant herkende daarbij verdachte op de foto’s (
gelet op de bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen, begrijpt het hof dat verbalisant hier spreekt over de foto’s van de ring-deurbel die ook als bijlage bij de aangifte zijn gevoegd) voor de volle 100% als verdachte [verdachte] . Deze herkenning is gebaseerd op de voorovergebogen stand van zijn nek, zijn haargrens, zijn blik en de vorm van zijn gezicht. [19]
Verdachte is blijkens het onherroepelijke arrest behorend bij de in de onderhavige zaak aanhangige vordering tot tenuitvoerlegging, welke onderdeel van het dossier maakt, op 2 september 2021 veroordeeld voor oplichting op 7 juli 2017 waarbij hij zich voordeed als een dakdekker werkzaam voor dakdekkersbedrijf “ [bedrijf 3] ”. [20]
Feiten 6 en 9
Op 16 augustus 2021 stond een man in de achtertuin van de woning van aangeefster [slachtoffer 4] aan de [adres 2] te [pleegplaats 7] . De man vertelde dat hij bij [adres 2] vanwege werkzaamheden op het dak bezig was en daardoor op het dak van [slachtoffer 4] kon kijken. Hij had gezien dat de dakbedekking van de woning van [slachtoffer 4] schuin omhoog stond en dat er water onderdoor liep. Hij zei dat als het niet gauw gerepareerd zou worden, het heel kostbaar zou worden en het nooit meer goed zou komen met het plafond. Als het vandaag niet zou worden gerepareerd, zou er pas weer in november plek zijn of ander volgend jaar. De schade zou dan enorm zijn. De man vertelde nogmaals dat het snel moest gebeuren, omdat de schade best wel erg was en de kosten anders alleen maar zouden oplopen. De man pakte zijn telefoon om zijn baas te bellen. [slachtoffer 4] hoorde dat hij zei dat de schade aan het dak van de woning toch wel heel erg was en hij vroeg aan zijn baas of de reparatie tussen de andere twee woningen door kon gebeuren. Nadat de man ophing, vertelde hij dat zijn baas toestemming had gegeven om de reparatie aan het dak uit te voeren. Vervolgens belde de man met de leverancier om na te gaan of de materialen voorradig waren. Nadat hij weer ophing, vertelde de man dat de benodigde materialen voorradig waren, maar dat deze wel contant betaald moesten worden. De man had zelf geen contant geld bij zich en zei dat [slachtoffer 4] het geld voor moest schieten wat dan later verrekend zou worden. De man zei dat zijn baas om 15:00 uur langs zou komen om een factuur te maken en het verder met [slachtoffer 4] op te lossen. De man gaf aan dat de benodigde materialen € 842,13 kostten. Hierop gaf [slachtoffer 4] € 850,- aan de man. Vervolgens maakte de man een zelfgemaakte bon waar de naam [slachtoffer 8] op stond met daaronder de kosten voor het materiaal en het resterende bedrag voor de reparatie die nog plaats moest gaan vinden. Onderaan de bon zetten de man en [slachtoffer 4] een handtekening. De buren van [slachtoffer 4] woonachtig op [huisnummer] hebben op hun camera bij de voordeur beelden van de man kunnen maken. [21]
Aangeefster [slachtoffer 4] heeft bij haar aangifte een kopie van de zelfgemaakte bon overgelegd. Hierop is onder andere het volgende te lezen:
[slachtoffer 8] 16-8-2 matriaals koste €840,- Betaald Voor matriaal Resteerende Bedrag € 1207,32 contant voldaan € 840,-, samen met twee handtekeningen. [22]
De politie heeft de camerabeelden van de beveiligingscamera bij [huisnummer] uitgekeken. Hierop is een man te zien die voorbij de woning loopt. Vervolgens loop deze man weer langs de woning en verdwijnt hij uit beeld. [23]
Op 23 augustus 2021 heeft [slachtoffer 8] aangifte gedaan van identiteitsfraude gepleegd tussen 16 augustus 2021 en 19 augustus 2021. Aangever [slachtoffer 8] is werkzaam in de [bedrijf 6] en enkele weken voor de aangifte was de gedetineerde [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1986, ontslagen uit de P.I. Op 19 augustus 2021 werd aangever erop geattendeerd dat zijn naam bij twee foto’s van [verdachte] stond op de site boevenspotters. De naam van aangever werd vermeld als de man die had opgelicht. De oplichter zou aan de [adres 2] te [pleegplaats 7] hebben aangeboden een reparatie van het dak te willen doen en dat hij hiervoor € 850,- aan materialen nodig had. De bewoonster moest dit bedrag vooraf betalen en de oplichter is toen weggegaan en niet meer teruggekomen. Hij had een zelf opgemaakte bon geschreven met de naam van aangever eronder. [24]
Verbalisant [verbalisant 4] heeft in het onderzoek naar de aangiftes van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 8] onderzoek in het politiesysteem verricht en foto’s van verdachte bekeken. Zij zag dat er veel overeenkomsten waren tussen de persoon op de beelden van de [adres 6] en de foto’s van verdachte, zoals huidskleur, haardracht, haarkleur, vorm van het gezicht en een bepaalde houding van zijn hoofd. [25]
Feit 7 primair
Op 24 februari 2022 stond een man voor de deur van de woning van aangeefster [slachtoffer 9] te [pleegplaats 8] . De man vertelde haar dat hij het dak van de buren had gerepareerd en dat hij had gezien dat een raam van de woning van [slachtoffer 9] los was. De man zei haar dat hij dit wel voor haar zou kunnen repareren. Nadat [slachtoffer 9] had gezegd dat het niet hoefde, bleef de man volhoudend op haar inpraten. Uiteindelijk is de man met [slachtoffer 9] meegelopen naar de tweede verdieping in de woning om naar het loszittende raam te kijken. De man zei haar dat ze hem geld moest geven zodat hij de spullen kon gaan halen om het raam te repareren. [slachtoffer 9] kreeg het gevoel dat de man dwingend op haar bleef inpraten. Uiteindelijk kreeg [slachtoffer 9] een handgeschreven bon van de man waar bedragen voor de kosten stonden opgeschreven. De man stelde aan [slachtoffer 9] voor dat zij met hem mee zou rijden om het geld te pinnen. Omdat de man bleef dringen heeft [slachtoffer 9] haar bankpas en pincode gegeven. De man zei haar dat hij snel terug zou komen met haar pasje en de spullen om de reparatie uit te voeren. [slachtoffer 9] heeft de man daarna niet meer teruggezien. De bank heeft de bankpas en rekening geblokkeerd zodat de bankpas niet meer gebruikt kon worden. Intussen was echter al duidelijk dat er meerdere bedragen waren gepind. Al deze bedragen zijn gepind bij een geldmaat die staat bij [adres 5] in [pleegplaats 8] tussen 15:15 uur en 15:18 uur. [26]
Op donderdag 24 februari 2022 tussen 15:15 uur en 15:18 uur werd er door een persoon viermaal € 500,- en eenmaal € 440,- gepind bij de geldmaat in de winkel van de Primera ( [adres 5] te [pleegplaats 8] ). Middels een vordering zijn de pinbeelden van de pinner veiliggesteld. [27]
De politie heeft nader onderzoek gedaan naar de mogelijke identiteit van de dader. Bij het landelijk zoeken in de daarvoor beschikbare informatiebronnen van de politie komt verdachte [verdachte] in beeld wanneer wordt gezocht op voorgaande werkwijze. Na vergelijking van de beschikbare foto van verdachte met de opgenomen pinbeelden van de pinner is zien dat dit dezelfde persoon betreft. De verbalisant ziet gelijkenissen wat zijn haarinplant, stand van de ogen en aan de put in de huid op het rechter voorhoofd betreft. [28] Het hof stelt vast dat de foto’s van voldoende kwaliteit en onderscheidend genoeg zijn om te vergelijken.
Feiten 8 en 11
Op 24 januari 2022 stond een man voor de deur van de woning van aangeefster [slachtoffer 10] te [pleegplaats 10] . De man vertelde [slachtoffer 10] dat ze in de buurt bezig waren en dat hij zag dat er schade was aan het dak van [slachtoffer 10] en dat zij deze schade moest laten maken. De man ging met zijn baas overleggen of hij de schade voor [slachtoffer 10] kon maken. [slachtoffer 10] zag dat de man met iemand ging bellen en even later vertelde de man dat hij het dak wel kon maken. Hij had dan wel geld nodig voor materialen. Hierop heeft [slachtoffer 10] haar pinpas en pincode aan de man meegegeven en hij zei dat hij binnen 30 à 45 minuten terug zou komen. Toen de man na één uur nog niet was teruggekomen heeft [slachtoffer 10] haar pas laten blokkeren. De bankmedewerker vertelde haar dat er € 1.500,- van de betaalrekening was afgeschreven. De IBAN van [slachtoffer 10] is [rekeningnummer 3] . [29]
Op het bankafschrift van de rekening van aangeefster [slachtoffer 10] is te zien dat er op 24 januari 2022 twee opnames zijn gedaan bij de geldmaat en één opname bij Apple [pleegplaats 12] . [30]
De politie heeft de camerabeelden bij de Geldmaat in de Albert Heijn te [pleegplaats 10] van 24 januari 2022 uitgekeken, waar op voornoemde datum een bedrag van € 1.000,- is gepind. Op de beelden is te zien dat een verdachte de Albert Heijn binnen komt lopen en rechtstreeks naar de Geldmaat loopt. Vervolgens loopt hij richting de uitgang en verlaat hij de Albert Heijn. Van deze beelden heeft de verbalisanten foto’s gemaakt. [31]
Ook heeft de politie de camerabeelden van de Applestore te [pleegplaats 12] van 24 januari 2022 uitgekeken, waar op voornoemde datum een bedrag van € 1.379,- is gepind. Op de beelden is te zien dat een verdachte de Applestore binnen komt lopen en tweemaal een product afrekent met pin. De tweede pintransactie is blijkbaar mislukt, omdat de verkoopster het tweede product uit de tas haalt. Vervolgens verlaat deze verdachte de winkel met één product in de tas. Van deze beelden heeft de verbalisanten foto’s gemaakt. [32]
Voornoemde foto’s zijn bekeken door de verbalisant die verdachte [verdachte] op 23 januari 2023 heeft verhoord. Verdachte wordt door verbalisant [verbalisant 3] op de foto’s in de Applestore herkend aan de voorovergebogen stand van zijn nek, zijn wipneus, zijn haargrens en de vorm van zijn gezicht. Ook komt het kledingsignalement van de persoon in de Applestore exact overeen met het signalement van de persoon in de Albert Heijn. [33]
Feit 10
Op 7 januari 2022 omstreeks 11:00 uur werd er aangebeld bij de woning van aangever [slachtoffer 5] te [pleegplaats 11] . De man bij de voordeur (die zichzelf later [verdachte] noemde) zei tegen [slachtoffer 5] en zijn vrouw dat hij kwam voor een reparatie op het dak van de buren wonend aan de [adres 3] en dat hij vanaf dat dak had geconstateerd dat er een scheur in de dakbedekking van de woning van [slachtoffer 5] zat. Daarbij toonde hij een foto van de scheur en vertelde hij dat de reparatie € 1.000,- zou kosten. Indien de kosten minder zouden zijn, dan zou de baas van [verdachte] dit wel met [slachtoffer 5] verrekenen. Nadat [slachtoffer 5] vroeg of [verdachte] het kon repareren gaf [verdachte] aan dat hij dit moest overleggen met zijn baas. [slachtoffer 5] zag dat [verdachte] met iemand belde, waarna hij ook nog een leverancier belde. Vervolgens vertelde [verdachte] dat hij de scheur kon repareren maar dat hij hier eerst extra materiaal voor moest halen. Dit materiaal moest direct bij de leverancier worden afgerekend en daarom vroeg [verdachte] of [slachtoffer 5] de betaling contant kon voldoen. [slachtoffer 5] had maar € 765,- contant in huis en heeft daarom dat contant geld als voorschot aan [verdachte] gegeven. [verdachte] vertelde desgevraagd dat hij bij een bedrijf [bedrijf 3] werkte met het hoofdkantoor in [plaats] . [verdachte] is vertrokken met het geld, maar niet meer teruggekomen. Hierop heeft [slachtoffer 5] contact gezocht met de directeur van [bedrijf 3] te [plaats] en die vertelde hem dat de man [verdachte] bij hem bekend was en dat hij meerdere meldingen had ontvangen van klanten die door [verdachte] waren opgelicht. De manager van [bedrijf 3] heeft een kopie van het identiteitsbewijs van deze [verdachte] opgestuurd naar [slachtoffer 5] en [slachtoffer 5] zag dat de man op de foto op het identiteitsbewijs gelijkend was aan de man die hem had opgelicht. [34]
Aangever [slachtoffer 5] heeft de van [bedrijf 3] ontvangen kopie van het identiteitsbewijs van [verdachte] overgelegd aan de politie. Op deze kopie is een identiteitsbewijs te zien waarop het volgende te lezen is:
[geboortedatum] 1986. [35]
Bij de politie hebben aangever [slachtoffer 5] en zijn vrouw bevestigd dat de persoon op de foto op het identiteitsbewijs zoals dat door [bedrijf 3] B.V. was doorgestuurd dezelfde persoon was als degen die hen heeft opgelicht. [36]
Verdachte is blijkens het onherroepelijke arrest behorend bij de in de onderhavige zaak aanhangige vordering tot tenuitvoerlegging, welke onderdeel van het dossier maakt, op 2 september 2021 veroordeeld voor oplichting op 7 juli 2017 waarbij hij zich voordeed als een dakdekker werkzaam voor dakdekkersbedrijf “ [bedrijf 3] ”. [37]
Bewijsoverwegingen feiten 1 en 4
De persoon die bij aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 7] aan de deur kwam heeft aan hen een identiteitsbewijs gegeven op naam van verdachte en met een foto van verdachte. Aangeefsters hebben daar een kopie/foto van gemaakt en aan de politie gegeven. Deze omstandigheid is redengevend voor de bewezenverklaring dat verdachte de persoon is geweest die bij de aangeefsters aan de deur was, terwijl verdachte – zoals hiervoor onder het kopje ‘Gebruik van het identiteitsbewijs’ al uiteengezet – geen redelijke die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven. Voorts acht het hof het, gelet op de inhoud van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, onaannemelijk dat een ander dan verdachte aan de deur van aangeefsters heeft gestaan en hen heeft opgelicht zoals door de verdediging is gesteld.
De raadsman heeft aangevoerd dat de modus operandi met betrekking tot feit 1 afwijkt, omdat de oplichter heeft gebeld met de verzekeringsmaatschappij van aangeefster. Naar het oordeel van het hof is dit echter een minimaal verschil in de modus operandi, dat bovendien verklaarbaar is omdat de aangeefster hier zelf met haar verzekeringsmaatschappij is gaan bellen toen verdachte bij haar stond. Bovendien is een onderdeel van de modus operandi dat verdachte de slachtoffers geruststelt door in hun bijzijn telefoongesprekken te voeren. Dat verdachte met betrekking tot feit 1 een vast te stellen telefoongesprek heeft gevoerd met een betrokken derde, maakt niet dat de handelswijze bij dit feit dermate afwijkt van de handelswijze bij de andere tenlastegelegde feiten, dat daarmee niet van een gelijke modus operandi kan worden gesproken.
Het hof acht dus, op grond van de inhoud van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien en gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, het tenlastegelegde onder 1 en 4 wettig en overtuigend bewezen.
Bewijsoverwegingen feit 2
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake zou zijn van identiteitsfraude van verdachte, en dat het niet onaannemelijk is dat een ander verdachte – onder gebruikmaking van het (verloren) identiteitsbewijs van verdachte – een bankrekening op zijn naam heeft geopend, die de dader in dit kader heeft gebruikt bij de oplichting. Het hof heeft in de inleidende bewijsoverwegingen reeds vastgesteld dat de verklaring van verdachte dat hij zijn identiteitsbewijs is verloren en dat er sprake zou zijn van identiteitsfraude volstrekt onaannemelijk is. Daarmee komt de grondslag aan het verweer van de verdediging te ontvallen, zodat het reeds op die grond faalt.
Het hof acht dus, op grond van de inhoud van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien en gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, het tenlastegelegde onder 2 wettig en overtuigend bewezen.
Bewijsoverwegingen feit 3
De raadsman heeft aangevoerd dat de herkenningen door de verbalisanten onvoldoende betrouwbaar zijn om te kunnen worden gebezigd als bewijs. Het hof stelt vast dat de gebezigde bewijsmiddelen geen processen-verbaal van herkenning behelzen. Desondanks zijn de beelden gelet op de stills in het dossier wel van voldoende kwaliteit en onderscheidend genoeg om op basis daarvan tot een vergelijking te komen. De vergelijkingen zijn daarmee bruikbaar voor het bewijs.
Het hof acht dus, op grond van de inhoud van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien en gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, het tenlastegelegde onder 3 wettig en overtuigend bewezen. Het hof is met de rechtbank wel van oordeel dat verdachte ten aanzien van dit feit partieel dient te worden vrijgesproken ten aanzien van de afgifte van een hoeveelheid geld door de aangeefster, aangezien verdachte dit geld zelf heeft gepind en aangeefster dus niet is bewogen tot afgifte van dit geldbedrag door de oplichting.
Bewijsoverwegingen feit 5
Ook bij aangeefster [slachtoffer 3] heeft de persoon die bij haar aan de deur kwam een identiteitsbewijs gegeven op naam van verdachte. Net als ten aanzien van de feiten 1 en 4 is overwogen, is deze omstandigheid redengevend voor de bewezenverklaring dat verdachte de persoon is geweest die bij de aangeefster aan de deur was, terwijl verdachte – zoals hiervoor onder het kopje ‘Gebruik van het identiteitsbewijs’ al uiteengezet – geen redelijke die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven. Voorts acht het hof het, gelet op de inhoud van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, onaannemelijk dat een ander dan verdachte aan de deur van aangeefster heeft gestaan en haar heeft opgelicht zoals door de verdediging is gesteld.
De raadsman heeft aangevoerd dat er onvoldoende causaal verband tussen de ten laste gelegde oplichtingsmiddelen en de afgifte van het geld bestaat. Uit de verklaringen van aangeefster blijkt dat er naast de ‘dakdekker’ ook een inspecteur van [bedrijf 5] en de zoon van aangeefster aanwezig waren en dat zij bepaalde uitlatingen jegens aangeefster hebben gedaan die volgens de raadsman (mede) hebben geleid tot afgifte van het geldbedrag. Het hof overweegt dat uit de aangifte duidelijk volgt dat mede door de leugenachtige mededelingen van verdachte, terwijl hij zich voordeed als iemand die het dak van de buren had gerepareerd, een onjuiste voorstelling in het leven is geroepen, waardoor aangeefster is bewogen tot de afgifte van het geldbedrag. Haar zoon en de inspecteur van [bedrijf 5] die later aan de deur kwam, hebben zich, naar het zich laat aanzien, net als aangeefster laten overtuigen door verdachte. De rol van verdachte in het geheel heeft daarin een grote – zo niet doorslaggevende – invloed gehad.
Het hof acht dus, op grond van de inhoud van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien en gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, het tenlastegelegde onder 5 wettig en overtuigend bewezen.
Bewijsoverwegingen feit 7
Volgens de raadsman past de modus operandi niet bij de modus operandi van de overige tenlastegelegde zaken omdat het hier om een raam ging dat niet goed vast zat, er geen contant geld maar een bankpas en pincode is afgegeven en de oplichter dwingend op aangeefster heeft ingepraat. Naar het oordeel van het hof zijn de verschillen in de modus operandi minimaal en bovendien zijn deze verschillen te verklaren vanuit de specifieke omstandigheden van dit specifieke geval. Weliswaar ging het hier om een raam en niet om een dak dat gerepareerd moest worden, maar de persoon die aanbelde gaf ook hier aan dat hij op het dak werkte (hij was op het dak van de buren bezig) en dat hij toen iets aan de woning van aangeefster zag (in dit geval het raam). Verder blijkt uit de aangifte dat het raam inderdaad niet goed vastzat, wat dus mogelijk van buiten duidelijk zichtbaar was. En omdat aangeefster, in tegenstelling tot de andere aangevers/aangeefsters, in eerste instantie niet mee leek te willen werken, en de persoon op haar bleef inpraten, is dit als dwingend op aangeefster overgekomen. Naar het oordeel van het hof is er dus sprake van dezelfde modus operandi als bij de andere feiten.
Naar het oordeel van het hof is sprake van (voltooide) oplichting, omdat uit de aangifte volgt dat aangeefster weliswaar angstig was, maar mede door de leugenachtige mededelingen van verdachte, terwijl hij zich voordeed als iemand die het dak kon repareren, is bewogen tot het afgeven van haar pinpas en pincode.
Het hof acht dus, op grond van de inhoud van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien en gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, het tenlastegelegde onder 7 primair wettig en overtuigend bewezen. Het hof is met de rechtbank wel van oordeel dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken van de afgifte van een hoeveelheid geld door de aangeefster, omdat verdachte dit geld zelf heeft gepind.
Voorwaardelijke verzoeken
De raadsman heeft verzocht om, indien geen integrale vrijspraak volgt, [verdachte] . en [persoon 1] als getuigen te horen, zoals eerder gemotiveerd verzocht bij appelschriftuur.
Het hof overweegt dat het dossier geen aanknopingspunten bevat dat een ander dan verdachte (volgens de verdediging [verdachte] ., mogelijk [persoon 2] ) de tenlastegelegde feiten heeft begaan. Om die reden ziet het hof geen belang van de verdediging om de verzochte getuigen te horen. Hierbij neemt het hof mede in aanmerking dat op 27 oktober 2025 reeds een aanvullend proces-verbaal van bevindingen is opgemaakt over de aflevering van [programma] waar de verdediging aan refereert in de onderbouwing van de getuigenverzoeken. De verbalisant heeft de betreffende aflevering gekeken en relateert in het aanvullende proces-verbaal dat de daarin voorkomende [verdachte] . een heel ander uiterlijk heeft dan de [verdachte] uit het onderhavige dossier. Zo is de huidskleur, de stand van de wenkbrauwen en de vorm van het gezicht heel anders.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 primair, 8, 9, 10 en 11 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op
in of omstreeks7 juni 2022 te [pleegplaats 1] ,
althans in Nederland
meermalen althans eenmaalmet het oogmerk om zich
en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van
een valse naam en/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,te weten een hoeveelheid geld, door:
- die [slachtoffer 1] te benaderen,
- die [slachtoffer 1] te vertellen dat hij met een collega als dakdekker bezig is bij de woningen aan de overkant en verderop aan de [straatnaam 1] en [straatnaam 2] ,
- in strijd met de waarheid te zeggen dat hij werkzaam was bij het bedrijf [bedrijf 1] , gevestigd aan de [adres 1] , [postcode] te [pleegplaats 1] ,
- die [slachtoffer 1] te vertellen dat hij vanaf het dak van de woningen aan de overkant het dak van die [slachtoffer 1] had gezien,
- die [slachtoffer 1] te vertellen dat zij stormschade heeft aan haar dak van de storm van afgelopen 2022 en dit verholpen moet worden anders kan er een lekkage en heel veel schade ontstaan,
- daarbij toe te voegen dat er haast geen dakdekkers te krijgen zijn in de periode, er een wachtlijst van maanden is en het gerepareerd moet worden,
- die [slachtoffer 1] te vertellen dat zij niet te lang moet wachten want dan worden de kosten steeds hoger, in plaats van 5000 of 6000 euro kan dat 30.000 euro worden,
- die [slachtoffer 1] te vertellen dat hij haar kan helpen want ze zijn toch al in de buurt bezig,
- die [slachtoffer 1] te vertellen dat hij zijn baas gaat bellen om te vragen of zij deze klus erbij kunnen doen, morgenochtend hebben ze waarschijnlijk wat ruimte en kunnen ze het dak repareren,
- ( zogenaamd) te overleggen met zijn baas en daarbij de woorden toe te voegen dat hij aanwezig is bij een mevrouw, zij al wat ouder is en of ze haar kunnen helpen want morgenochtend hebben zij de klus op de [straatnaam 2] afgesloten,
- die [slachtoffer 1] te vertellen dat de reparatie rond de 5000/6000 euro zou kosten,
- met de verzekeraar van die [slachtoffer 1] te bellen en daarbij de woorden toe te voegen dat hij een schaderapport zou maken met een zeer gespecificeerde rekening vanuit [bedrijf 1]
- tegen die verzekeraar te zeggen dat hij vanmiddag materialen moet kopen voor ongeveer 2600 euro plus werkloon het ongeveer 3706 euro gaat kosten en allemaal in orde komt,
- die [slachtoffer 1] te vertellen dat de kosten voor de reparatie 5297,30 euro zouden bedragen,
- en daarbij toe te voegen dat hij vanmiddag de materialen bij de groothandel moet halen en hij niet weet of die op voorraad zijn,
- ( zogenaamd) te bellen en daarbij te vragen of de materialen op voorraad zijn,
- die [slachtoffer 1] te vertellen dat hij de materialen zou halen maar dat contant betaald moest worden met een aanbetaling van 3000 euro,
- die [slachtoffer 1] te vertellen dat hij de materialen met een hoogwerker op dinsdag 7 juni 2022 omstreeks 13:30 zou komen brengen en op woensdag 8 juni 2022 omstreeks 07:30 zou beginnen met de werkzaamheden voor de schade en
/of
- een bewijs van aanbetaling te schrijven en te ondertekenen,
waardoor die [slachtoffer 1] werd bewogen tot afgifte van 3000 euro, terwijl de overeengekomen werkzaamheden niet zijn uitgevoerd;
2.
hij op
of omstreeks24 augustus 2021 te [pleegplaats 2] ,
althans in Nederland,
met het oogmerk om zich
en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van
een valse naam en/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,te weten een hoeveelheid geld, door:
- die [slachtoffer 2] te benaderen,
- die [slachtoffer 2] te vertellen dat hij aan het werk was op het dak van de overburen en had gezien dat er een gat in het dak van de woning van die [slachtoffer 2] zat,
- daarbij toe te voegen dat het snel gerepareerd moet worden en dat het heel urgent is en
/of
- ( zogenaamd) zijn werkgever te bellen om te vragen of hij goedkeuring kreeg om nu materiaal voor de reparatie te halen en
/of
- die [slachtoffer 2] te vragen een bedrag van 1200 euro over te maken naar rekeningnummer: [rekeningnummer 1] ten name van [verdachte] ,
waardoor die [slachtoffer 2] werd bewogen tot afgifte van 1200 euro, terwijl die overeengekomen werkzaamheden niet zijn uitgevoerd;
3.
hij op
of omstreeks17 mei 2022 te [pleegplaats 3] ,
althans in Nederland,
meermalen althans eenmaal,met het oogmerk om zich
en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van
een valse naam en/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,te weten een
hoeveelheid geld en/ofbankpas en
/ofpincode, door:
- die [slachtoffer 6] te benaderen,
- die [slachtoffer 6] te vertellen dat hij bezig was met de daken in de buurt en had gezien dat die [slachtoffer 6] stormschade heeft aan haar dak,
- die [slachtoffer 6] te vertellen dat hij dit gelijk kon repareren want hij was al bezig bij de buren [buren] ,
- op een servet te schrijven dat de reparatie 2395,80 euro zou kosten,
- die [slachtoffer 6] te vertellen dat hij de klus wel wilde doen maar dan nu gelijk en daarbij toe te voegen dat hij anders pas in september weer in de buurt bezig was en
/of
- die [slachtoffer 6] te vertellen dat hij materialen moest kopen en die meteen betaald moesten worden,
waardoor die [slachtoffer 6] werd bewogen tot afgifte van haar bankpas en
/ofpincode
en/of enige hoeveelheid geld, terwijl de overeengekomen werkzaamheden niet zijn uitgevoerd;
4.
hij op
of omstreeks20 mei 2022 te [pleegplaats 4] , gemeente [pleegplaats 5] ,
althans in Nederland,
meermalen althans eenmaal,met het oogmerk om zich
en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van
een valse naam en/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,te weten een hoeveelheid geld, door:
- die [slachtoffer 7] te benaderen,
- zich voor te stellen als dakdekker,
- die [slachtoffer 7] te vertellen dat het dak van haar woning is beschadigd,
- die [slachtoffer 7] te vertellen dat hij het vandaag kan repareren en daarbij toe te voegen 'want het weer begint al slechter te worden',
- in strijd met de waarheid te zeggen dat hij een medewerker is van het [bedrijf 2] ,
- ( zogenaamd) te overleggen met de leverancier,
- die [slachtoffer 7] te vertellen dat de reparatie 1223,80 euro zou kosten met de vraag aan die [slachtoffer 7] of zij dat bedrag kan voorschieten,
- vervolgens op een papier een bedrag van 1220 euro en voldaan te schrijven,
- het papier te ondertekenen met zijn naam en handtekening en
/of
- tegen die [slachtoffer 7] te vertellen dat [naam 2] zou langskomen zodat zij de papieren aan hem kon geven,
waardoor die [slachtoffer 7] werd bewogen tot afgifte van 1220 euro, terwijl de overeengekomen werkzaamheden niet zijn uitgevoerd;
5.
hij op
of omstreeks6 mei 2022 te [pleegplaats 6] ,
althans in Nederland
meermalen althans eenmaalmet het oogmerk om zich
en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van
een valse naam en/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,te weten een hoeveelheid geld, door:
- die [slachtoffer 3] te benaderen,
- zich voor te stellen als dakdekker en
/ofin strijd met de waarheid als medewerker van het bedrijf [bedrijf 3] ,
- die [slachtoffer 3] te vertellen dat het dak van haar woning is beschadigd,
- die [slachtoffer 3] te vertellen dat hij het dak kan repareren,
- dat de reparatie 1625 euro zou kosten en dat meteen contant moet worden betaald,
- ( zogenaamd) te overleggen met zijn baas over de prijs van de werkzaamheden,
- met die [slachtoffer 3] een overeenkomst te sluiten om de werkzaamheden voor 1000 euro uit te voeren en
/of
- die [slachtoffer 3] het telefoonnummer van zijn baas te verstrekken,
waardoor die [slachtoffer 3] werd bewogen tot afgifte van 1000 euro, terwijl de overeengekomen werkzaamheden niet zijn uitgevoerd;
6.
hij
in ofomstreeks de periode tussen 16 augustus 2021 en 19 augustus 2021 te [pleegplaats 7] ,
althans in Nederland,
opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander, te weten de naam [slachtoffer 8] heeft gebruikt door, de naam te vermelden op een factuur, met het oogmerk om zijn
/haaridentiteit te verhelen en
/ofde identiteit van de ander
te verhelen en/ofte misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan;
7 primair.
hij op
of omstreeks24 februari 2022 te [pleegplaats 8] , gemeente [pleegplaats 9] ,
althans in Nederland,
met het oogmerk om zich
en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van
een valse naam en/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 9] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,te weten een
hoeveelheid geld en/ofbankpas en
/ofpincode, door:
- die [slachtoffer 9] te benaderen,
- die [slachtoffer 9] te vertellen dat hij het dak van de buren had gerepareerd en had gezien dat een raam bij die [slachtoffer 9] los was,
- die [slachtoffer 9] te vertellen dat hij het wel kon repareren,
- volhardend op die [slachtoffer 9] te blijven inpraten,
- met die [slachtoffer 9] naar het raam te kijken,
- die [slachtoffer 9] te vertellen dat zij hem geld moest geven zodat hij de spullen kon halen om het raam te repareren,
- dwingend tegen die [slachtoffer 9] te blijven praten en
/of
- aan die [slachtoffer 9] voor te stellen om met hem mee te rijden en geld te pinnen,
waardoor die [slachtoffer 9] werd bewogen tot afgifte van haar bankpas en pincode
en/of enige geldbedragen, terwijl die overeengekomen werkzaamheden niet zijn uitgevoerd;
8.
hij op
of omstreeks24 januari 2022 te [pleegplaats 10] ,
althans in Nederland
met het oogmerk om zich
en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van
een valse naam en/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 10] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,te weten een
hoeveelheid geld en/ofbankpas en
/ofpincode, door:
- die [slachtoffer 10] te benaderen,
- die [slachtoffer 10] te vertellen dat ze hier in de buurt bezig zijn en hij zag dat er schade is aan het dak van die [slachtoffer 10] en zij deze schade moet laten maken,
- ( zogenaamd) met zijn baas te bellen,
- die [slachtoffer 10] te vertellen dat hij het dak wel kon maken en hij geld nodig had voor materialen en
/of
- die [slachtoffer 10] te vertellen dat hij binnen 30 à 45 minuten terug zou komen,
waardoor die [slachtoffer 10] werd bewogen tot afgifte van haar bankpas en pincode
en/of enige geldbedragen, terwijl die overeengekomen werkzaamheden niet zijn uitgevoerd;
9.
hij op
of omstreeks16 augustus 2021 te [pleegplaats 7] ,
althans in Nederland,
met het oogmerk om zich
en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,te weten een hoeveelheid geld, door:
- die [slachtoffer 4] te benaderen,
- die [slachtoffer 4] te vertellen dat hij bij [adres 2] vanwege werkzaamheden op het dak bezig was en dat hij daardoor op het dak van die [slachtoffer 4] kon kijken,
- daarbij toe te voegen dat de dakbedekking bij haar woning schuin omhoog stond en dat er water onderdoor liep en als het niet gauw gerepareerd zou worden het heel kostbaar zou worden en het plafond nooit meer goed zal komen,
- daarbij toe te voegen dat als het vandaag niet gedaan kon worden er pas in november weer plek was of anders volgend jaar en dan zou de schade enorm zijn,
- daarbij toe te voegen dat het wel heel snel moest gebeuren omdat de schade best wel erg was en de kosten alleen maar zouden oplopen,
- ( zogenaamd) met zijn baas te bellen en te zeggen dat de schade aan het dak toch wel heel erg was en of de reparatie tussen de andere woningen in kon gebeuren,
- die [slachtoffer 4] te vertellen dat zijn baas toestemming had gegeven om de reparatie aan het dak uit te voeren,
- ( zogenaamd) de leverancier te bellen om te vragen of de materialen op voorraad waren,
- die [slachtoffer 4] te vertellen dat de materialen op voorraad waren maar dat deze wel contant betaald moesten worden,
- daarbij toe te voegen dat hij geen contant geld bij zich had en die [slachtoffer 4] het voor moest schieten, wat later verrekend zou worden,
- daarbij toe te voegen dat zijn baas om 15:00 uur langs zou komen om een factuur te maken en het verder met die [slachtoffer 4] zou oplossen,
- daarbij toe te voegen dat de materialen 842,13 euro kostte en
/of
- een bon te maken waarbij hij zichzelf aanduidde als [slachtoffer 8] en deze ondertekende,
waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot afgifte van 850 euro, terwijl die overeengekomen werkzaamheden niet zijn uitgevoerd;
10.
hij op
of omstreeks7 januari 2022
tot en met 17 januari 2022te [pleegplaats 11] ,
althans in Nederland
met het oogmerk om zich
en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van
een valse naam en/ofeen valse hoedanigheid en
/ofdoor listige kunstgrepen en
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed
, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,te weten een hoeveelheid geld, door:
- die [slachtoffer 5] te benaderen,
- die [slachtoffer 5] te vertellen dat hij voor een reparatie op het dak van de buren, wonend aan de [adres 3] , kwam en had geconstateerd dat er een scheur in de dakbedekking van de woning van [slachtoffer 5] zit,
- daarbij een foto van een scheur te tonen en de woorden bij te voegen dat de reparatie 1000 euro zou kosten,
- daarbij toe te voegen dat indien de kosten minder zouden zijn, zijn baas dat wel zou verrekenen,
- ( zogenaamd) met zijn baas te bellen,
- ( zogenaamd) met de leverancier te bellen,
- die [slachtoffer 5] te vertellen dat hij de scheur kon repareren maar wel extra materiaal moest halen en het materiaal direct moest afrekenen bij de leverancier,
- en daarbij aan die [slachtoffer 5] te vragen om de betaling van 765 euro contant te voldoen en
/of
- in strijd met de waarheid te zeggen dat hij werkt bij het bedrijf [bedrijf 3] met het hoofdkantoor in [plaats] ,
waardoor die [slachtoffer 5] is bewogen tot de afgifte van 765 euro, terwijl die overeengekomen werkzaamheden niet zijn uitgevoerd;
11.
hij op
of omstreeks24 januari 2022 te [pleegplaats 10] en
/of[pleegplaats 12] ,
althans in Nederland,
enige geldbedragen,
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [slachtoffer 10]
, in elk geval aan een andertoebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte
zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/ofdat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een bankpas met bijbehorende pincode,
in elk geval een sleuteltot het gebruik waarvan hij, verdachte niet gerechtigd was.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1, 2, 3, 4, 5, 7 primair, 8, 9 en 10 bewezenverklaarde levert op:
telkens: oplichting.
Het onder 6 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en de identiteit van de ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan.
Het onder 11 bewezenverklaarde levert op:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf en/of maatregel

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich aangesloten bij de vordering van de officier van justitie. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft ten aanzien van de strafmaat onder andere gewezen op de ouderdom van de feiten, de overschrijding van de redelijke termijn, de medische situatie van verdachte, het overlijden van de moeder van verdachte en het reclasseringsadvies van 5 februari 2026 waar ruimte wordt gezien voor een voorwaardelijk kader.
Oordeel van het hof
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks ernstige feiten, te weten negen oplichtingen van oudere mensen door – kort gezegd – een babbeltruc, waarbij aan hem grote hoeveelheden geld zijn gegeven of pinpassen met pincode zijn afgegeven, waarmee hij vervolgens geld heeft gestolen. Hij maakte bij de oplichtingen steeds gebruik van dezelfde geraffineerde werkwijze. Hij deed zich voor als een dakdekker/klusjesman en wist bij de oudere – en soms hoogbejaarde – slachtoffers met verzonnen verhalen over een kapot dak of raam het vertrouwen te winnen, zodat zij aan hem geld of hun pinpas meegaven, zogenaamd om materialen te kopen. Door dit soort delicten wordt het vertrouwen van de slachtoffers in hun medemensen op grove wijze geschaad. Dat geldt temeer omdat de slachtoffers vaak al erg oud, alleenstaand en kwetsbaar waren. Verdachte heeft zijn eigen financiële belang boven het belang van deze slachtoffers gesteld. Hij heeft daarnaast ook een keer de naam van iemand anders gebruikt bij de oplichting. Het is evident dat door het misbruik van andermans naam ernstig nadeel kan ontstaan.
Uit het strafblad van verdachte van 4 mei 2026 blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld wegens soortgelijke feiten. Zo heeft verdachte op 5 september 2018 een gevangenisstraf van 36 maanden opgelegd kregen en op 21 november 2024 een gevangenisstraf van twee jaren, ook voor oplichtingen. Eerdere veroordelingen en langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraffen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden om wederom dit soort feiten te plegen. Bovendien heeft verdachte onderhavig feit gepleegd terwijl hij in een proeftijd liep van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor oplichting. Er is dus overduidelijk sprake van een consistent patroon van recidive. Dit alles weegt het hof in het nadeel van verdachte mee bij de strafmaat.
Uit de schorsingsrapportage van de reclassering van 5 februari 2026, die is opgemaakt in het kader van een andere strafzaak met betrekking tot oplichting en aanhangig is bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch , maakt het hof op dat sprake is van een hardnekkig en langdurige delictpatroon waarin verdachte willekeurig veelal kwetsbare mensen tot slachtoffer maakt. De reclassering ziet op veel gebieden delictgerelateerde factoren, waaronder zijn pro criminele houding. Bij enige tegenslag valt hij terug in delictgedrag. Verdachte ervaart op het moment dat hij de delicten pleegt geen schuldgevoel. Op een later moment zou hij zich er wel rot over voelen maar hij kiest toch keer op keer voor de snelle manier naar geld, waardoor er recidive plaatsvindt. Dit sluit sterk aan bij het strafblad van verdachte. De reclassering merkt bovendien op dat verdachte in het verleden meermaals heeft uitgesproken dat hij wil veranderen maar dat hij zich hier vervolgens niet voor heeft ingezet. Al met al komt de reclassering tot een gemiddeld-hoog recidiverisico en adviseert zij over (schorsings)voorwaarden. Het hof ziet op basis van zowel het strafblad van verdachte als de inhoud van het reclasseringsadvies onvoldoende aanleiding om bij verdachte te volstaan met een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf.
Gelet op de ernst van de feiten en het hardnekkige langdurige delictpatroon van verdachte ziet het hof geen andere mogelijkheid dan kale afstraffing van de strafbare feiten.
Het hof ziet in de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg – waarbij geen sprake is van enige bijzondere omstandigheid die deze mate van overschrijding verklaart – aanleiding om de in beginsel passend geachte straf te matigen, gelet op artikel 6, eerste lid, Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
Het hof acht, alles afwegende, in beginsel een gevangenisstraf van 36 maanden passend en geboden, maar zal deze, gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg matigen tot een gevangenisstraf van 34 maanden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.000,- aan materiële schade ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunten
De advocaat-generaal heeft gevorderd het gevorderde bedrag toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De raadsman heeft bepleit de vordering niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de bepleitte vrijspraak.
Oordeel van het hof
Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 1 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. De schadepost is voldoende onderbouwd. Voor deze schade is verdachte gelet op het bepaalde in artikel 6:96 van Pro het Burgerlijk Wetboek naar burgerlijk recht aansprakelijk. De vordering wordt daarom toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, te weten de pleegdatum 7 juni 2022. Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.
Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij ( [naam 3] en [naam 4] , de erfgenamen van) [slachtoffer 2]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.200,- aan materiële schade ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft de oorspronkelijke vordering bij leven ingediend. Nadien is de benadeelde komen te overlijden. Het strafgeding voorziet niet in de mogelijkheid dat in geval van overlijden van de benadeelde de erfgenaam zich in het geding voegt en de (proces)positie van de benadeelde partij overneemt. Dit betekent dat als de voeging in eerste aanleg heeft plaatsgehad, zij dan, voor zover de gevorderde schadevergoeding is toegewezen, op grond van artikel 421 tweede Pro lid van het Wetboek van Strafvordering van rechtswege voortduurt in hoger beroep (ECLI:NL:HR:2025:498 en ECLI:NL:HR:2024:439). Nu in eerste aanleg de vordering geheel is toegewezen, is deze ook weer in hoger beroep voor het gehele bedrag aan de orde.
Standpunten
De advocaat-generaal heeft gevorderd het gevorderde bedrag toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De raadsman heeft bepleit de vordering niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de bepleitte vrijspraak.
Oordeel van het hof
Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 2 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. De schadepost is voldoende onderbouwd. Voor deze schade is verdachte gelet op het bepaalde in artikel 6:96 van Pro het Burgerlijk Wetboek naar burgerlijk recht aansprakelijk. De vordering wordt daarom toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, te weten de pleegdatum 24 augustus 2021. Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.000,- aan materiële schade ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunten
De advocaat-generaal heeft gevorderd het gevorderde bedrag toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De raadsman heeft bepleit de vordering niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de bepleitte vrijspraak.
Oordeel van het hof
Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 5 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. De schadepost is voldoende onderbouwd. Voor deze schade is verdachte gelet op het bepaalde in artikel 6:96 van Pro het Burgerlijk Wetboek naar burgerlijk recht aansprakelijk. De vordering wordt daarom toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, te weten de pleegdatum 6 mei 2022. Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.684,90 ingediend, bestaande uit € 1.184,90 aan materiële schade en € 500,- aan immateriële schade. De rechtbank heeft dit bedrag deels toegewezen, te weten tot het bedrag van € 1.184,90 aan materiële schade. De rechtbank heeft voorgaand bedrag toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Standpunten
De advocaat-generaal heeft gevorderd het gevorderde bedrag toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De raadsman heeft bepleit de vordering niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de bepleitte vrijspraak.
Oordeel van het hof
Immateriële schade (smartengeld)
Een benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van Pro het Burgerlijke Wetboek recht op vergoeding van smartengeld in het geval verdachte het oogmerk had om immateriële schade toe te brengen aan de benadeelde partij, de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, de benadeelde partij is aangetast in zijn/haar eer of goede naam of de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast. Van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is in ieder geval sprake als de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Ook als het bestaan van geestelijk letsel niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders als de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de daaruit voor de benadeelde voortvloeiende nadelige gevolgen zozeer voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon (zonder meer) kan worden aangenomen.
Het hof stelt in deze zaak vast dat verdachte niet het oogmerk had om immateriële schade toe te brengen, er geen sprake is van lichamelijk letsel en de benadeelde partij ook niet in haar eer of goede naam is geschaad. Verder is ook niet onderbouwd dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze. Ten eerste is er niet naar objectieve maatstaven geestelijk letsel vastgesteld. En daarnaast is – hoe vervelend dit feit ook is – in het onderhavige geval geen sprake van een feit dat naar de aard en de ernst van de normschending de nadelige gevolgen daarvan voor het slachtoffer zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon op een andere wijze (zonder meer) kan worden aangenomen.
Het hof stelt op grond van het dossier dus vast dat geen sprake is van een van de hiervoor genoemde gronden. Daarom kan geen vergoeding voor immateriële schade worden toegekend, nu daartoe geen wettelijke grondslag bestaat. Het hof wijst de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schade daarom af. Verdachte hoeft dat bedrag niet te betalen.
Materiële schade
Omdat het hof niet kan vaststellen dat de gehele door de benadeelde partij gevorderde schade rechtstreeks is veroorzaakt door het handelen van verdachte, wijst het hof slechts een deel hiervan toe.
Op de zitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 9 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. De schadepost van de valse offerte tot een bedrag van € 840,- is voldoende onderbouwd. Voor deze schade is verdachte gelet op het bepaalde in artikel 6:96 van Pro het Burgerlijk Wetboek naar burgerlijk recht aansprakelijk. De vordering wordt daarom voor dat deel toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, te weten de pleegdatum 16 augustus 2021. Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.
Van de overige gevorderde materiële schade tot een bedrag van € 344,90 (betreffende schadeposten voor een videodeurbel en gordijnen) is naar het oordeel van het hof onvoldoende onderbouwd dat deze in een dermate rechtstreeks verband staan met de handelingen van verdachte, dat deze aan hem kunnen worden toegerekend. Een nader partijdebat hierover zou een onevenredige belasting van deze strafprocedure opleveren. Daarom kan de benadeelde partij in dat deel van de vordering nu niet worden ontvangen. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.

Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 765,- aan materiële schade ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunten
De advocaat-generaal heeft gevorderd het gevorderde bedrag toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De raadsman heeft bepleit de vordering niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de bepleitte vrijspraak.
Oordeel van het hof
Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 10 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. De schadepost is voldoende onderbouwd. Voor deze schade is verdachte gelet op het bepaalde in artikel 6:96 van Pro het Burgerlijk Wetboek naar burgerlijk recht aansprakelijk. De vordering wordt daarom toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, te weten de pleegdatum 7 januari 2022. Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Vordering tot tenuitvoerlegging (20-002638-19)

In de zaak met parketnummer 20-002638-19 is verdachte op 2 september 2021 door het gerechtshof [geboorteplaats] veroordeeld voor oplichting. Aan verdachte is toen een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd van twee maanden, met een proeftijd van twee jaren. Het Openbaar Ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van deze voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze vordering is in hoger beroep ook aan de orde.
Verdachte heeft meerdere nieuwe strafbare feiten gepleegd voor het einde van de hiervoor bedoelde proeftijd. Daarom beveelt het hof de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van twee maanden.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 36f, 57, 63, 231b, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 primair, 8, 9, 10 en 11 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 primair, 8, 9, 10 en 11 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 34 (vierendertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 3.000,- (drieduizend euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 3.000,- (drieduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 30 (dertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 7 juni 2022.
Vordering van de benadeelde partij ( [naam 3] en [naam 4] , de erfgenamen van) [slachtoffer 2]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij ( [naam 3] en [naam 4] , de erfgenamen van) [slachtoffer 2] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 1.200,- (duizend tweehonderd euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd ( [naam 3] en [naam 4] , de erfgenamen van) [slachtoffer 2] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.200,- (duizend tweehonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 12 (twaalf) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 24 augustus 2021.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3] ter zake van het onder 5 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 1.000,- (duizend euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 3] , ter zake van het onder 5 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.000,- (duizend euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 10 (tien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 6 mei 2022.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 4] ter zake van het onder 9 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 840,- (achthonderdveertig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van € 5.000,- (vijfduizend euro) aan immateriële schade af.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4] , ter zake van het onder 9 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 840,- (achthonderdveertig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 8 (acht) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 16 augustus 2021.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 5] ter zake van het onder 10 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 765,- (zevenhonderdvijfenzestig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 5] , ter zake van het onder 10 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 765,- (zevenhonderdvijfenzestig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 7 (zeven) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 7 januari 2022.
Beveelt de tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 september 2021, parketnummer 20-002638-19, voorwaardelijk opgelegde straf, te weten: een
gevangenisstrafvan
2 (twee) maanden.
Aldus gewezen door
mr. D.J. Stahlie, voorzitter,
mr. Th.C.M. Willemse en mr. S. Bek, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.S. Janssen, griffier,
en op 18 juni 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Voetnoten

1.Indien hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit (de doorgenummerde) pagina’s van het dossier van de politie Eenheid Midden-Nederland, zaakregistratienummer PL0900-2022094293, van 26 januari 2023 (aantal doorgenummerde pagina’s: 187). Steeds wordt verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal, tenzij hieronder anders wordt vermeld.
2.Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 11 juni 2022, p. 77-78.
3.Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering, inhoudende de tot het bewijs gebezigde kopie van een identiteitsbewijs, p. 81.
4.Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering, inhoudende de tot het bewijs gebezigde handgeschreven bon, p. 89.
5.Het proces-verbaal van aangifte van [naam 4] van 31 augustus 2021, p. 142.
6.Het proces-verbaal van verhoor slachtoffer [slachtoffer 2] van 14 oktober 2021, p. 147-148.
7.Het proces-verbaal van bevindingen van 14 oktober 2021, p. 153.
8.Het proces-verbaal van bevindingen van 4 januari 2022, p. 158.
9.Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] van 21 mei 2022, p. 56-57.
10.Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering, inhoudende de tot het bewijs gebezigde handgeschreven bon, p. 65.
11.Het proces-verbaal van bevindingen van 14 juni 2022, p. 58 en het proces-verbaal van bevindingen van 26 mei 2022, p. 68.
12.Het proces-verbaal van bevindingen van 13 juni 2022, p. 68.
13.Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] van 28 mei 2022, p. 49-51.
14.Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering, inhoudende de tot het bewijs gebezigde foto, p. 53.
15.Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 8 mei 2022, p. 11-13.
16.Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering, inhoudende de tot het bewijs gebezigde foto van een identiteitsbewijs, p. 15.
17.Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering, inhoudende de tot het bewijs gebezigde handgeschreven bon, p. 19.
18.Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering, inhoudende de tot het bewijs gebezigde handgeschreven bon, p. 20.
19.Het proces-verbaal van bevindingen van 26 januari 2023, p. 46.
20.Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering, inhoudende het tot het bewijs gebezigde arrest van het Gerechtshof [geboorteplaats] van 2 september 2021, parketnummer 20-002638-19, p. 2-4.
21.Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] van 20 augustus 2021, p. 128-130.
22.Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering, inhoudende de tot het bewijs gebezigde zelfgemaakte bon, p. 132.
23.Het proces-verbaal van bevindingen van 27 januari 2022, p. 133.
24.Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8] van 23 augustus 2021, p. 6.
25.Het proces-verbaal van bevindingen van 27 januari 2022, p. 135-138.
26.Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9] van 3 maart 2022, p. 92-93.
27.Het proces-verbaal van bevindingen van 9 maart 2022, p. 96.
28.Het proces-verbaal van bevindingen van 13 april 2022, p. 101.
29.Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 10] van 25 januari 2022, p. 104.
30.Het proces-verbaal van bevindingen van 7 februari 2022, p. 114, en bijbehorend ander geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering, inhoudende de tot het bewijs gebezigde bankafschriften, p. 115.
31.Het proces-verbaal van bevindingen van 2 februari 2022, p. 108-113.
32.Het proces-verbaal van bevindingen van 4 maart 2022, p. 116-126.
33.Het proces-verbaal van bevindingen van 26 januari 2023, p. 127.
34.Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] van 17 januari 2022, p. 171-172.
35.Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering, inhoudende de tot het bewijs gebezigde kopie van een identiteitsbewijs, p. 174.
36.Het proces-verbaal van bevindingen van 22 januari 2022, p. 176.
37.Een ander geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering, inhoudende het tot het bewijs gebezigde arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 2 september 2021, parketnummer 20-002638-19, p. 2-4.