Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader oefenden gezamenlijk het gezag uit over hun minderjarige kind, geboren in 2016. De moeder kampt met psychische problematiek en verslaving, wat leidt tot slechte bereikbaarheid en communicatieproblemen. Hierdoor is het gezamenlijk gezag niet effectief uit te oefenen.
De rechtbank Midden-Nederland besloot op 6 augustus 2025 het gezag aan de vader toe te wijzen. De moeder ging hiertegen in hoger beroep en verzocht het hof de beschikking te vernietigen. De vader verzocht het hof de beschikking te bekrachtigen.
Het hof overwoog dat gezamenlijk gezag vereist dat ouders in staat zijn tot behoorlijke communicatie en gezamenlijke besluitvorming. Door de problematiek van de moeder is dit niet het geval. Het risico bestaat dat het kind klem raakt tussen de ouders. Het hof achtte het in het belang van het kind noodzakelijk dat de vader voortaan alleen het gezag uitoefent en bekrachtigde de beschikking van de rechtbank.
De minderjarige is onder toezicht van een gecertificeerde instelling en woont bij de vader. De moeder heeft beperkt contact, mede vanwege haar problematiek. Het hof vond dat de moeder onvoldoende stabiel is om het gezag gezamenlijk uit te oefenen en dat de vader niet hoeft te wachten op verbetering van haar situatie.
De beslissing werd op 30 juni 2026 in het openbaar uitgesproken door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt het besluit om het gezamenlijk gezag te wijzigen in eenhoofdig gezag voor de vader vanwege de problematische situatie van de moeder.