Uitspraak
1.De procedure bij de rechtbank
2.De procedure bij het hof
- het tijdig ingediend beroepschrift met producties;
- de brief van 19 juni 2026 van mr. Kuijlaars met producties.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De schuldenaar, die een Wajong-uitkering ontvangt vanwege psychische en lichamelijke klachten, had een verzoek tot toelating tot de wsnp ingediend nadat een eerdere minnelijke schuldsanering niet alle schulden omvatte. De rechtbank had dit verzoek afgewezen omdat de schuldenaar niet aannemelijk zou maken dat zij aan de arbeids- en sollicitatieplicht kon voldoen vanwege haar voltijdopleiding.
In hoger beroep stelde de schuldenaar dat haar opleiding flexibel en thuis gevolgd wordt, waardoor zij wel aan haar inspanningsverplichtingen kan voldoen. Ook wees zij op de Recofa-richtlijnen en haar Wajong-status, die geen betaalde arbeid vereist maar wel re-integratie. Het hof oordeelde dat de schuldenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij de wsnp-verplichtingen zal nakomen en zich zal inspannen om baten voor de boedel te verwerven.
Daarnaast stelde het hof vast dat de schuldenaar te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan van haar schulden en dat zij niet kan voortgaan met het betalen daarvan. Het alternatieve aanvangsmoment van de wsnp werd vastgesteld op 30 juni 2025, de dag waarop zij begon met sparen voor haar schuldeisers tijdens het minnelijke traject.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toelating tot de wsnp toe, waarna de zaak werd verwezen naar de rechtbank voor verdere afhandeling.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep toe en verleent toelating tot de wsnp met aanvangsmoment 30 juni 2025.