Uitspraak
[verzoeker] ,
€ 1.440,00+
€ 1.830,00 (duizend achthonderddertig euro).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker had een strafonderbreking op grond van artikel 40a van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting aangevraagd, die aanvankelijk was toegekend maar later werd ingetrokken vanwege een geweldsincident waarvan verzoeker werd verdacht. Na vrijspraak van dit incident werd verzoeker alsnog niet toegekend wat leidde tot voortzetting van de executie van de straf.
De rechtbank kende verzoeker een schadevergoeding toe voor de langere detentieperiode, maar het hof vernietigt deze beslissing. Het hof oordeelt dat de detentie na het niet-verlenen van strafonderbreking moet worden gezien als executie van een onherroepelijke straf en niet onder artikel 533 Sv Pro valt, dat alleen schadevergoeding regelt voor vrijheidsbeneming voorafgaand aan een strafoplegging.
Het hof wijst erop dat verzoeker zich bij onrechtmatige detentie tot de burgerlijke rechter moet wenden en kent slechts vergoeding toe voor de drie dagen inverzekeringstelling. Tevens worden de kosten van het verzoek deels vergoed.
Uitkomst: Het hof vernietigt de toekenning van schadevergoeding voor detentie na niet-verleende strafonderbreking en kent alleen vergoeding toe voor drie dagen inverzekeringstelling en kosten.