Uitspraak
[woonplaats](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Arnhem(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
3.Geschil
- Zijn de aanslagen 2017 tot en met 2021 juist vastgesteld? Het geschil spitst zich toe op de door belanghebbende voor de jaren 2017, 2018 en 2019 geclaimde giftenaftrek en op de vaststelling van het voordeel uit sparen en beleggen voor de belastingjaren 2017 tot en met 2021.
- Is belanghebbende – voor de jaren 2017 en 2018 – in de bezwaarfase ten onrechte niet gehoord?
- Heeft de Rechtbank terecht geen vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn toegekend?
4.Beoordeling van het geschil
5.Griffierecht en proceskosten
6.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, doch uitsluitend voor zover zij geen verbeurde dwangsom heeft vastgesteld;
- stelt de door de Inspecteur verbeurde dwangsom vast op een bedrag van € 1.442;
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank voor het overige;
- wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade in hoger beroep af;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 934.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).