ECLI:NL:GHARL:2026:4345

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
21-005020-25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 SrArt. 63 SrArt. 180 SrArt. 266 SrArt. 267 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wederspannigheid, belediging en vernieling politieagenten

Verdachte werd aangehouden op 11 augustus 2021 wegens openbare dronkenschap in een horecagebied te [plaats]. Tijdens de aanhouding verzette hij zich met geweld tegen politieagenten, beledigde hen met grove woorden en vernielde een portofoonkabel van de politie. De politierechter sprak verdachte vrij van een van de zaken, maar veroordeelde hem voor de overige feiten tot 6 weken gevangenisstraf.

In hoger beroep bevestigde het gerechtshof deze bewezenverklaring en straf, maar na cassatie door de Hoge Raad werd de zaak terugverwezen. Het hof oordeelde opnieuw dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan wederspannigheid, belediging en vernieling, en wees het verweer van de verdediging af dat de aanhouding onrechtmatig was en dat er geen opzet was op vernieling.

Gezien de ernst van de feiten, het eerdere strafblad van verdachte en zijn houding tegenover autoriteiten, legde het hof een gevangenisstraf van 2 weken op, met aftrek van het voorarrest. Een taakstraf achtte het hof niet haalbaar vanwege de houding van verdachte. Het arrest werd uitgesproken op 2 juli 2026 door het hof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 2 weken gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor wederspannigheid, belediging en vernieling van politie-eigendommen.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer:21-005020-25
Uitspraakdatum:2 juli 2026
TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 17 mei 2022 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, met parketnummers 18-216589-21 en 18-263916-21, tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] (toenmalig [land] ),
wonende te [postcode] [plaats] , [adres] .

Procesgang

Verdachte is door de politierechter vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer
18-263916-21 tenlastegelegde. De politierechter kwam tot een bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 18-216589-21 als feiten 1, 2 en 3 tenlastegelegde. De politierechter heeft een gevangenisstraf opgelegd van 6 weken, met aftrek van het door verdachte ondergane voorarrest.
Verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in hoger beroep bij arrest van 1 augustus 2023 het vonnis bevestigd met aanvulling en verbetering van de gronden.
Verdachte heeft tegen dit arrest beroep in cassatie ingesteld.
De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 2 december 2025 het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigd en heeft de zaak teruggewezen om de zaak opnieuw te berechten en af te doen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is – na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad – gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 18 juni 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering houdt in:
  • vernietiging van het vonnis van de politierechter;
  • veroordeling van verdachte tot een taakstraf van 20 uren, bij niet verrichten te vervangen door 10 dagen hechtenis.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. K.E. Wielenga, hebben aangevoerd.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep (18-263916-21)

Verdachte is door politierechter vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer
18-263916-21 ten laste gelegde. Verdachte heeft het hoger beroep onbeperkt ingesteld. Het hoger beroep is dus ook gericht tegen die vrijspraak. Verdachte kan tegen een beslissing tot vrijspraak geen hoger beroep instellen. Het hof verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover het hoger beroep is gericht tegen de in het vonnis gegeven vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 18-263916-21 ten laste gelegde.

Het vonnis

De politierechter heeft in het vonnis de volgende beslissingen genomen:
  • vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 18-263916-21 ten laste gelegde;
  • bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 18-216589-21 als feiten 1 (wederspannigheid), 2 (belediging) en 3 (vernieling) tenlastegelegde;
  • oplegging van een gevangenisstraf van 6 weken, met aftrek van het door verdachte ondergane voorarrest.
Het hof vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is – voor zover nog in hoger beroep aan de orde – ten laste gelegd dat:
zaak met parketnummer 18-216589-21:
1.
hij op of omstreeks 11 augustus 2021 te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een ambtena(a)r(en), [slachtoffer] (hoofdagent) en/of [slachtoffer] (hoofdagent), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, te weten, het aanhouden van verdachte op verdenking van openbare dronkenschap, op heterdaad ontdekt, en hem ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, door te bewegen in een andere richting dan die waarheen genoemde ambtenaren hem wilden geleiden;
2.
hij op of omstreeks 11 augustus 2021 te [plaats] , gemeente [gemeente]
opzettelijk (een) ambtenaar, te weten [slachtoffer] (hoofdagent) en/of [slachtoffer] (hoofdagent) en/of [slachtoffer] (hoofdagent) en/of [slachtoffer] (hoofdagent) en/of [slachtoffer] (hoofdinspecteur), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hun de woorden toe te voegen:
- “vuile flikker' en/of
- “homo's”, en/of
- “fuck off stelletje flikkers” en/of
- “vieze vuile homo's “ en/of
- “vieze vuile flikkers” en/of
- “kanker Nederlanders”
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
3.
hij op of omstreeks 11 augustus 2021 te [plaats] , gemeente [gemeente] opzettelijk en wederrechtelijk een portofoon(kabel), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Politie [eenheid] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan wederspannigheid (feit 1), aan belediging van politieagenten (feit 2) en vernieling van een portofoonkabel van de politie (feit 3).
Verdachte erkent dat hij heeft tegengestribbeld bij zijn aanhouding, dat hij de politieagenten heeft uitgescholden en dat bij het tegenstribbelen de portofoonkabel stuk is gegaan. Verdachte verklaart dat hij op deze wijze heeft gereageerd vanwege de manier waarop hij werd benaderd door de politie en omdat hij ten onrechte werd aangesproken door de politie.
De raadsman heeft aangevoerd dat vrijspraak moet volgen van feit 1 en bij feit 2 van de strafverzwarende omstandigheid dat het zou gaan om agenten in de rechtmatige uitoefening van hun bediening. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat bij de aanhouding van verdachte geen sprake is van een rechtmatige uitoefening van de bediening door de politie. Er was geen redelijk vermoeden van schuld van openbare dronkenschap en daarmee onvoldoende grond voor de aanhouding van verdachte. Voor feit 3 moet vrijspraak volgen omdat onvoldoende duidelijk is of het de portofoonkabel of de spreeksleutel is die kapot is gegaan en daarnaast omdat opzet op vernieling ontbreekt.
Het hof overweegt hierover als volgt.
De politie ontving op 11 augustus 2021 omstreeks 19:25 uur een melding dat een erg luid schreeuwende man voor een eetcafé in het horecagebied in [plaats] zou staan. De meldster [getuige] zat op het terras in dit horecagebied en zag een man staan. Hij stond midden op de weg, was aan het schreeuwen en liep zwalkend rond. Hij schreeuwde onder andere “hoer” en was aan het schreeuwen in een andere taal. Hij trok telkens de aandacht, ook van andere mensen op het terras. Hij tikte bij langsrijdende auto’s op de ramen. Meldster vond dat de man te ver ging en heeft de politie gebeld. Ze zag later dat hij door de politie werd aangehouden. De man blijkt verdachte te zijn. Verdachte is bekend bij de politieagenten die naar de melding gaan. De agenten die ter plaatse komen zien verdachte in zichzelf praten. De agenten kennen verdachten en beschrijven dat verdachte zeer vervelend wordt wanneer hij alcohol heeft gedronken. Dan veroorzaakt hij overlast en dan vertoont hij aanstootgevend gedrag. Vanwege dit gedrag heeft verdachte al meerdere verboden gehad om in het centrum van [plaats] te komen. De agenten zien bij aankomst dat verdachte onvast ter been staat. Zij spreken verdachte aan op het feit dat er een melding is gedaan dat hij staat te schreeuwen. Verdachte reageert met “ik stond helemaal niet fucking te schreeuwen”. De verbalisanten ruiken alcohol, horen dat verdachte met dubbele tong spreekt en niet uit zijn woorden kan komen. Op basis daarvan vermoeden zij dat verdachte onder invloed is, vermoedelijk van alcohol.
De agenten delen verdachte mede dat ze tegen hem een proces-verbaal opmaken voor openbare dronkenschap. Daarop begint verdachte te schelden en dreigen naar de agenten. Vervolgens geven de agenten verdachte verschillende keren een bevel om de [locatie] te verlaten vanwege zijn uitdagende gedrag. Verdachte gaf hieraan geen gehoor en bleef constant dezelfde vragen herhalen met het gebruik van scheldwoorden. Vervolgens is verdachte aangehouden voor openbare dronkenschap en het niet voldoen aan het bevel de locatie te verlaten. Daarna vonden de ten laste gelegde feiten plaats.
Uit de beelden van de bodycams van de agenten volgt naar het oordeel van het hof dat de discussie tussen verdachte en de agent(en) op een normale manier begint. De agenten spreken verdachte rustig aan. Eén van de agenten staat kalm tegen de politieauto aan. Verdachte staat daarentegen te provoceren. Uit de melding van [getuige] en de bevindingen van de politie volgt dat het aannemelijk is dat verdachte dronken en vervelend was. De agenten beschrijven ook dat verdachte dit overlastgevende gedrag vertoont wanneer hij alcohol gedronken heeft. Omdat ze het bekende overlastgevende gedrag signaleren, vermoeden ze dan ook dat verdachte alcohol heeft gedronken. Ook ruiken ze alcohol bij verdachte, zien ze dat verdachte onvast ter been staat en merken ze dat verdachte met dubbele tong spreekt en niet uit zijn woorden kan komen. Al met al kon de politie op basis hiervan het vermoeden hebben dat verdachte gedronken had.
Dat betekent dat de politie in zijn recht stond om verdachte aan te houden voor openbare dronkenschap. Dat deelt de politie op een nette en rustige manier mede en dan wordt verdachte kwaad. Verdachte wordt meerdere keren gevorderd om weg te gaan, waaraan verdachte niet voldoet en daarop scheldt verdachte de politie uit. De agenten waren dus in de rechtmatige uitoefening van hun bediening. Dit verweer wordt verworpen.
De raadsman heeft verder nog naar voren gebracht dat het bij feit 3 onduidelijk is of de portofoonkabel of spreeksleutel is vernield. Verder zou het opzet hebben ontbroken op vernieling, aldus de raadsman.
Hierover overweegt het hof dat uit de beelden van de bodycam volgt dat te horen is dat een van de agenten zegt “laat los, laat los”. Verder wordt beschreven door de agenten dat verdachte de portofoonkabel van één van de agenten vastpakt en kapot trekt. Op basis hiervan kan worden vastgesteld dat verdachte de kabel van de portofoon van één van de agenten heeft vastgepakt, dat hij deze niet los wilde laten en dat de kabel uiteindelijk kapot is getrokken. Het verweer wordt verworpen.
Het hof is al concluderend van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de feiten 1, 2 en 3. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Als cassatie wordt ingesteld, neemt het hof de bewijsmiddelen op in een aanvulling op dit arrest.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 18-216589-21 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
zaak met parketnummer 18-216589-21:
1.
hij op 11 augustus 2021 te [plaats] zich met geweld heeft verzet tegen ambtenaren, [slachtoffer] , hoofdagent en [slachtoffer] , hoofdagent, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten, het aanhouden van verdachte op verdenking van openbare dronkenschap, op heterdaad ontdekt, en hem ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, door te bewegen in een andere richting dan die waarheen genoemde ambtenaren hem wilden geleiden;
2.
hij op 11 augustus 2021 te [plaats] opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer] , hoofdagent en [slachtoffer] , hoofdagent en [slachtoffer] , hoofdagent en [slachtoffer] , hoofdagent en [slachtoffer] , hoofdinspecteur, gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hun de woorden toe te voegen:
- “vuile flikker' en
- “homo's”, en
- “fuck off stelletje flikkers” en
- “vieze vuile homo's “ en
- “vieze vuile flikkers” en
- “kanker Nederlanders”;
3.
hij op 11 augustus 2021 te [plaats] , gemeente [gemeente] opzettelijk en wederrechtelijk een portofoonkabel, die aan Politie [eenheid] toebehoorde, heeft vernield.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het in de zaak met parketnummer 18-216589-21 onder 1 bewezenverklaarde levert op:
wederspannigheid.
Het in de zaak met parketnummer 18-216589-21 onder 2 bewezenverklaarde levert op:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
Het in de zaak met parketnummer 18-216589-21 onder 3 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich verzet tegen politieagenten die slechts hun taak aan het uitoefenen waren, namelijk verdachte aanhouden voor openbare dronkenschap en het niet voldoen aan een bevel om de locatie waar verdachte was te verlaten. Hierbij heeft verdachte deze politieagenten ook nog beledigd door hun onder andere uit te schelden en heeft verdachte de portofoonkabel van één van de politieagenten vernield.
Dit zijn zeer kwalijke, ergerlijke feiten. Dat verdachte zich op deze manier heeft gedragen tegenover medewerkers van de politie, mensen die niets anders dan hun werk doen , getuigt van een ernstig gebrek aan respect.
Het hof heeft verder gelet op het strafblad van verdachte van 18 mei 2026, waaruit blijkt dat verdachte eerder veelvuldig onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof oplegging van een gevangenisstraf van 2 weken, met aftrek van het door verdachte ondergane voorarrest, passend en noodzakelijk. Anders dan de advocaat-generaal maakt het hof de inschatting dat het voor verdachte gelet op zijn houding momenteel richting anderen en in het bijzonder tegen autoriteiten, zeer lastig en misschien ook onmogelijk zal zijn om een taakstraf te verrichten. Het uitvoeren van een taakstraf vergt dat je je in contact met de reclassering meewerkend opstelt en dat wordt door het hof – gelet op de zitting bij het hof – op dit moment niet als haalbaar gezien.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 57, 63, 180, 266, 267 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-263916-21 tenlastegelegde.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-216589-21 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 18-216589-21 onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door mr. O. Anjewierden, mr. A.F. van Kooij en mr. F.E.J. Goffin, in aanwezigheid van de griffier mr. K.M. Diender en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 2 juli 2026.