ECLI:NL:GHARL:2026:438

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
200.357.829/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1075 RvArt. 985 RvArt. 987 RvArt. 988 lid 2 RvArt. III Verdrag van New York 1958
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek erkenning en tenuitvoerlegging buitenlands arbitraal vonnis over niet geleverde rijst

Krupyaniy Dvir LLC, gevestigd in Oekraïne, verzoekt het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden om erkenning en verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland van een arbitraal vonnis gewezen door het International Commercial Arbitration Court van de Ukrainian Chamber of Commerce and Industry in Kiev. Dit vonnis veroordeelt AgriFood Trade B.V. tot betaling van €39.020,10 wegens niet geleverde rijst en bijkomende schadevergoeding en arbitragekosten.

AgriFood Trade heeft niet aan het arbitraal vonnis voldaan en is niet verschenen in de Nederlandse procedure. Het hof stelt vast dat het verzoek voldoet aan de formele vereisten, waaronder de juiste woonplaatskeuze, oproeping en betekening, en de overgelegde documenten voldoen aan de eisen van het Verdrag van New York 1958. Er zijn geen weigeringsgronden zoals strijd met de Nederlandse openbare orde of ongeschiktheid van het geschil voor arbitrage.

Het hof wijst het verzoek toe, erkent het arbitraal vonnis in Nederland, verleent verlof tot tenuitvoerlegging en veroordeelt AgriFood Trade in de proceskosten van Krupyaniy Dvir. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de kosten dienen binnen 14 dagen te worden voldaan, met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot erkenning en tenuitvoerlegging van het buitenlands arbitraal vonnis toe en veroordeelt AgriFood Trade in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.357.829
beschikking van 27 januari 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Krupyaniy Dvir LLC
die is gevestigd in Odesa (Oekraïne)
en woonplaats kiest in Eindhoven ten kantore van haar advocaat
hierna: Krupyaniy Dvir
advocaat: mr. T.G.L.M. Meevis
tegen
AgriFood Trade B.V.
die is gevestigd in Overberg
hierna: AgriFood Trade
niet verschenen

1.De kern van de zaak

Bij Oekraïens arbitraal vonnis van 26 december 2023, kenmerk 312/2023, is AgriFood Trade veroordeeld tot betaling van € 39.020,10 aan Krupyaniy Dvir. AgriFood Trade heeft niet aan het arbitraal vonnis voldaan. Krupyaniy Dvir verzoekt erkenning in Nederland van het arbitraal vonnis en verlof om dat vonnis in Nederland ten uitvoer te leggen. Het hof zal dat verzoek toewijzen en licht in deze beschikking toe hoe het tot zijn oordeel komt.

2.De achtergrond van het geschil

2.1.
Tussen partijen is een (internationale) koopovereenkomst gesloten op grond waarvan AgriFood Trade zich heeft verplicht een bepaalde hoeveelheid rijst aan Krupyaniy Dvir te leveren. AgriFood Trade heeft niet alle rijst geleverd waar Krupyaniy Dvir al voor had betaald. Krupyaniy Dvir wil om die reden het door haar vooruitbetaalde bedrag voor het niet geleverde deel van de rijst, vermeerderd met schadevergoeding, terug ontvangen.
2.2.
Op grond van artikel 9.3 van de koopovereenkomst heeft Krupyaniy Dvir de zaak voorgelegd aan de
International Commercial Arbitration Court(ICAC) van de
Ukrainian Chamber of Commerce and Industry(UCCI) in Kiev (Kyiv) in Oekraïne. Krupyaniy Dvir heeft in die arbitrageprocedure terugbetaling gevorderd van het door haar vooruitbetaalde bedrag voor de niet-geleverde rijst. Ook heeft zij een bedrag aan schadevergoeding gevorderd en heeft zij gevorderd dat AgriFood Trade wordt veroordeeld in de proceskosten van de arbitrageprocedure. AgriFood Trade is niet verschenen in die procedure. De voertaal van de procedure was Russisch.
2.3.
Uit de door Krupyaniy Dvir overgelegde Engelse vertaling van het (in de Russische taal gewezen) arbitraal vonnis van 26 december 2023
(“Court Judgement”) blijkt dat het ICAC AgriFood Trade heeft veroordeeld tot betaling van € 39.020,10 aan Krupyaniy Dvir in verband met terugbetaling van het vooruitbetaalde bedrag (
recovery), schadevergoeding (
losses) en arbitragekosten (
arbitration fees).
2.4.
AgriFood Trade heeft in Oekraïne een vernietigingsprocedure gevoerd bij het Kyiv Court of Appeal. Daarna heeft zij tegen die beslissing cassatie ingesteld bij de Supreme Court. Deze procedure heeft niet geleid tot vernietiging van het arbitraal vonnis.
2.5.
AgriFood Trade heeft niet aan het arbitraal vonnis voldaan.

3.Het verzoek en het verloop van de procedure bij het hof

3.1.
Het hof heeft een verzoekschrift met bijlagen van Krupyaniy Dvir ontvangen. Krupyaniy Dvir verzoekt het hof om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking het arbitraal vonnis van 26 december 2023 in Nederland te erkennen en haar verlof te verlenen tot tenuitvoerlegging van dat arbitraal vonnis in Nederland, met veroordeling van AgriFood Trade in de proceskosten. Krupyaniy Dvir baseert haar verzoek op artikel 1075 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) in samenhang met het Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken, ook wel: het Verdrag van New York 1958 (hierna: Verdrag van New York).
3.2.
Het hof heeft Krupyaniy Dvir bij brief van 9 oktober 2025 opgedragen om, overeenkomstig artikel 987 Rv Pro, AgriFood Trade bij deurwaardersexploot op te roepen voor de mondelinge behandeling, onder toezending van de in de brief genoemde stukken en onder vermelding van de in die brief genoemde vermeldingen. Krupyaniy Dvir heeft dat gedaan, zo blijkt uit het betekeningsexploot van 27 oktober 2025 dat zij heeft overgelegd.
3.3.
Op 9 januari 2026 is namens AgriFood Trade een niet gemotiveerd verzoek ingediend om de mondelinge behandeling te verplaatsen. Dit verzoek is door het hof afgewezen.
3.4.
Op 12 januari 2026 heeft een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Zoals daaruit blijkt, is op de mondelinge behandeling namens Krupyaniy Dvir de heer [naam1] (mede-eigenaar) aanwezig geweest, vergezeld van een beëdigde, in het tolkenregister opgenomen tolk.

4.De bevoegdheid van het hof

4.1.
Het Verdrag van New York is op het verzoek van Krupyaniy Dvir van toepassing, nu zowel Oekraïne als Nederland daarbij partij is. De Nederlandse rechter komt op grond van
artikel 3, aanhef en onder c, Rv steeds rechtsmacht toe om kennis te nemen van een verzoek om verlof te verlenen tot tenuitvoerlegging in Nederland van een in een vreemde staat gewezen arbitraal vonnis. Een dergelijke zaak (die ingevolge artikel 1075 lid 2 Rv Pro in verbinding met artikel IV Verdrag van New York en artikel 986 lid 1 Rv Pro, bij verzoekschrift moet worden ingeleid) is naar haar aard voldoende met de rechtssfeer van Nederland verbonden in de zin van artikel 3, aanhef en onder c, Rv. [1] De partij die in het buitenland een arbitraal vonnis heeft verkregen en zich wenst te verhalen op vermogensbestanddelen die zich in Nederland bevinden, dan wel zich op enig moment in Nederland zullen bevinden, is namelijk aangewezen op een geding ten overstaan van de Nederlandse rechter, voor het – op de voet van artikel 1075 Rv Pro – verkrijgen van erkenning en het vereiste verlof tot tenuitvoerlegging. [2]
4.2.
Op grond van artikel 1075 lid 2 Rv Pro, gelezen in samenhang met 985 Rv, is het gerechtshof van het ressort waar de wederpartij (AgriFood Trade) van de verzoeker (Krupyaniy Dvir) woonplaats heeft en die van het ressort waar de tenuitvoerlegging wordt verlangd bevoegd kennis te nemen van het verzoek. AgriFood Trade is gevestigd in Overberg (gemeente Utrechtse Heuvelrug), waardoor het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, bevoegd is de zaak te beoordelen.
5. Het verzoek van Krupyaniy Dvir voldoet aan de formele vereisten voor erkenning en verlofverlening
Aan ratio woonplaatskeuze binnen het ressort is voldaan
5.1.
Uit artikel 986 lid 1 Rv Pro volgt dat het verzoekschrift waarin de erkenning van een buitenlands arbitraal vonnis in Nederland en verlof om dat vonnis in Nederland ten uitvoer te leggen wordt gevraagd, door een advocaat dient te worden ingediend en dat de verzoeker woonplaats dient te kiezen binnen het ressort. Hoewel Krupyaniy Dvir (mede) woonplaats heeft gekozen in Eindhoven op het kantoor van mr. Meevis, wat buiten het ressort van dit hof valt, is aan de ratio van voornoemd artikel voldaan door woonplaats te kiezen op het kantoor van een in Nederland gevestigde advocaat. pDe ratio van deze verplichte woonplaatskeuze bestaat er immers in dat de verweerder moet kunnen beschikken over een makkelijk bereikbaar adres van verzoeker (en beoogd tenuitvoerlegger) in het land van tenuitvoerlegging. Daaraan is hier zonder meer voldaan, zodat het hof dit verzuim passeert.
Krupyaniy Dvir heeft voldaan aan de oproepings- en betekeningsvereisten
5.2.
Op grond van artikel 987 Rv Pro dient voor het verlenen van verlof de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt verlangd, te worden opgeroepen voor verhoor. Deze oproeping dient te geschieden door een vanwege de verzoeker uitgebracht deurwaardersexploot. Krupyaniy Dvir heeft aan het hof een kopie van het originele exploot van oproeping van AgriFood Trade overgelegd. Hiermee is voldaan aan het vereiste van artikel 1075 lid 2 Rv Pro gelezen in samenhang met artikel 987 lid 3 Rv Pro.
Krupyaniy Dvir heeft (behoorlijk) gewaarmerkte documenten overgelegd
5.3.
Uit artikel IV lid 1 sub a van het Verdrag van New York, in samenhang met artikel 1075 Rv Pro, volgt dat de verzoeker bij zijn verzoek een behoorlijk gelegaliseerd origineel van de arbitrale uitspraak of een behoorlijk gewaarmerkt afschrift daarvan dient over te leggen. Uit artikel IV lid 1 sub b (en artikel II) van het Verdrag van New York, in samenhang met artikel 1075 Rv Pro, volgt dat daarnaast het origineel van de arbitrageovereenkomst of een behoorlijk gewaarmerkt afschrift daarvan dient te worden overgelegd. Het Verdrag van New York bepaalt ook (in artikel IV lid 2) dat de partij die de erkenning en tenuitvoerlegging van de uitspraak verzoekt, een vertaling van deze documenten dient over te leggen indien de arbitrale uitspraak en/of de overeenkomst niet is gesteld in een officiële taal van het land waarin een beroep op de uitspraak wordt gedaan. Die vertaling moet worden gewaarmerkt door een officiële of beëdigde vertaler of door een diplomatiek of consulair ambtenaar. Het hof is bereid genoegen te nemen met een Engelse vertaling van de over te leggen documenten, omdat het de Engelse taal voldoende machtig is om van de inhoud van deze stukken te kunnen kennisnemen.
5.4.
Krupyaniy Dvir heeft een mede in de Engelse taal opgestelde versie van de originele arbitrage overeenkomst overgelegd, die voldoet aan de vereisten uit het Verdrag van New York.
5.5.
Krupyaniy Dvir heeft daarnaast het originele arbitrale vonnis van 26 december 2023 overgelegd met daarop een handtekening van de arbiter en stempels van het scheidsgerecht. Ook heeft zij een apostille (een legalisatiedocument) overgelegd. Daarnaast heeft Krupyaniy Dvir Engelse vertalingen overgelegd van het arbitraal vonnis en van een apostille. Het gaat om het overgelegde document dat samen met het originele arbitrale vonnis (in de Russische taal) is samengebonden en verzegeld door middel van een touwtje. De griffier heeft een kopie van die bundel documenten aan het proces-verbaal gehecht.
5.6.
Op de Engelse vertaling van het arbitraal vonnis staat een getypte aanvulling en een handgeschreven zin in de Oekraïense of Russische taal zonder dat daarvan een vertaling voorhanden is. De beëdigd tolk heeft op de mondelinge behandeling enkele passages, met name de getypte en handgeschreven aanvullingen, uit voornoemd document vertaald (zie pagina 2 en 3 van het proces-verbaal). Daardoor is duidelijk geworden dat het arbitraal vonnis door [naam2] (werkzaam bij een bij het ministerie van justitie van Oekraïne geregistreerd vertaalbureau) is vertaald van het Russisch en Oekraïens naar het Engels en dat de regionale notaris van de stad Odessa in Oekraïne de authenticiteit van de handtekening van [naam2] heeft bevestigd (zij heeft haar handtekening geplaatst in zijn bijzijn). Ook heeft deze notaris verklaard dat deze vertaler gemachtigd en gekwalificeerd is de vertaling te doen. De verklaring van de notaris is voorzien van diverse stempels. Krupyaniy Dvir heeft daarmee voldaan aan de wettelijke vereisten als genoemd in rov. 5.3.

6.De beoordeling van het verzoek

6.1.
Bij de beoordeling van het verzoek tot erkenning van een buitenlands arbitraal vonnis in Nederland en verlof om dat vonnis in Nederland ten uitvoer te leggen wordt de (arbitrale) zaak zelf niet aan een nieuw onderzoek onderworpen (artikel 985 Rv Pro).
6.2.
In artikel III in verbinding met artikel V van het Verdrag van New York ligt de hoofdregel besloten dat de rechter verplicht is om een buitenlands arbitraal vonnis te erkennen en van verlof tot tenuitvoerlegging te voorzien, tenzij sprake is van een weigeringsgrond. In artikel V lid 1 zijn weigeringsgronden opgenomen, waarop de verweerder zich kan beroepen. Deze opsomming is limitatief. De beoordeling of een weigeringsgrond in de zin van lid 1 zich voordoet, is niet aan de orde doordat AgriFood Trade niet in de procedure is verschenen en dus geen op lid 1 gebaseerd verweer heeft gevoerd.
6.3.
Op grond van artikel V lid 2 van het Verdrag van New York dient het hof de erkenning en tenuitvoerlegging van het arbitrale vonnis ambtshalve te weigeren indien het hof constateert dat het onderwerp van geschil volgens Nederlands recht niet vatbaar is voor een beslissing door arbitrage (sub a), of wanneer de erkenning of tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis in strijd zou zijn met de Nederlandse openbare orde (sub b). Het hof stelt vast dat geen sprake is van een situatie waarin het onderwerp van het arbitraal vonnis (in dit geval een geldvordering) volgens de Nederlandse rechtsorde niet vatbaar zou zijn voor arbitrage, of van strijd met de Nederlandse openbare orde. Ook overigens is het hof niet gebleken dat sprake zou zijn van strijd met de openbare orde.
Conclusie
6.4.
Het hof is niet gebleken van een grond voor weigering van de verzochte erkenning en verlof tot tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis. Dat brengt mee dat het verzoek tot erkenning en tenuitvoerlegging toewijsbaar is.
6.5.
Deze uitkomst rechtvaardigt dat AgriFood Trade overeenkomstig het verzoek van Krupyaniy Dvir zal worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Onder de proceskosten van deze exequaturprocedure vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening. [3]
6.6.
Conform de hoofdregel van artikel 988 lid 2 Rv Pro zal het hof de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Het hof ziet geen reden om hiervan af te wijken.

7.De beslissing

Het hof:
7.1.
verstaat dat het op 26 december 2023 in Kiev (Kyiv), Oekraïne, door het
International Commercial Arbitration Court(ICAC) van de
Ukrainian Chamber of Commerce and Industry(UCCI) tussen partijen gewezen arbitraal vonnis (met kenmerk 312/2023) in Nederland wordt erkend;
7.2.
verleent Krupyaniy Dvir verlof tot tenuitvoerlegging van het op 26 december 2023 in Kiev (Kyiv), Oekraïne, door het
International Commercial Arbitration Court(ICAC) van de
Ukrainian Chamber of Commerce and Industry(UCCI) tussen partijen gewezen arbitraal vonnis (met kenmerk 312/2023) in Nederland;
7.3.
veroordeelt Agrifood Trade tot betaling van de volgende proceskosten van Krupyaniy Dvir:
€ 827,00 aan griffierecht;
€ 144,47 aan explootkosten in verband met het exploot van 27 oktober 2025;
€ 2.428,00 aan salaris van de advocaat van Krupyaniy Dvir (2 punten x
tarief II);
7.4.
bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag. Als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;
7.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.M.E. Lagarde, M.S.A. van Dam en R. Verkijk en is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.

Voetnoten

1.HR 1 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1194.
2.Vgl. HR 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1077.
3.HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.