Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De feiten
“The proprietary relationship selected by the spouses is the proprietary relationship of separateness of property.”. [appellante] had en heeft de nationaliteit van Estland. De echtgenoot van [appellante] was en is statenloos. In januari 2016 hebben [appellante] en haar echtgenoot zich gevestigd in Nederland.
Het geschil, de beslissing van de voorzieningenrechter en de vordering in hoger beroep
meer subsidiairvordert dat Bucolica wordt verboden verdere executiemaatregelen te treffen met betrekking tot de woning, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100.000 als dat verbod wordt overtreden, met veroordeling van Bucolica in de proceskosten.
5.De toelichting op de beslissing van het hof
. [4]
6.De beslissing in kort geding
- € 851 aan griffierecht
- € 2.580 aan salaris van de advocaat van Bucolica (2 procespunten × het toepasselijke tarief II à € 1.290)