ECLI:NL:GHARL:2026:4444

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
200.342.553/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:391 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing curatele na psychiatrisch onderzoek en toewijzing helft deskundigenkosten

In hoger beroep is de curatele van appellant aan de orde. Het hof heeft een deskundige benoemd die een psychiatrisch rapport heeft uitgebracht waarin wordt geconcludeerd dat appellant volledig wilsbekwaam is en in staat haar vermogensrechtelijke en persoonlijke belangen behoorlijk te behartigen. De curatoren waren het niet eens met deze conclusie en verzochten om een nieuwe deskundige, maar het hof oordeelde dat het rapport zorgvuldig was opgesteld en ook de visie van de behandelend psychiater betrok.

Het hof heeft de curatele daarom opgeheven en bepaald dat de curatoren binnen twee maanden rekening en verantwoording moeten afleggen. Tevens is bepaald dat de curatoren de helft van de kosten van de deskundige aan appellant moeten vergoeden, omdat appellant deze kosten had voorgeschoten. Het hof heeft de overige proceskosten gecompenseerd en het meer of anders verzochte afgewezen.

De beslissing is gebaseerd op het psychiatrisch rapport, de mondelinge behandeling en de overgelegde stukken. Het hof heeft geen aanleiding gezien om het rapport terzijde te leggen of een nieuwe deskundige te benoemen. De curatele wordt met ingang van de dag na de beschikking opgeheven en de griffier zal de beschikking bekendmaken in de Staatscourant en toezenden aan de griffier van de rechtbank voor doorhaling in het centraal curatele- en bewindregister.

Uitkomst: De curatele wordt opgeheven en de curatoren moeten de helft van de deskundigenkosten aan appellant vergoeden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.342.553
(zaaknummer rechtbank Gelderland 10826563)
beschikking van 9 juli 2026
inzake
[appellant],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: [appellant] ,
advocaat: eerst mr. J.J. Douwes, thans mr. K.C.G.M. Suijker
en
[geïntimeerde1],
wonende te [woonplaats] ,
en
[geïntimeerde2],
wonende te [woonplaats] ,
verweerders in hoger beroep,
hierna samen te noemen: de curatoren,
advocaat: mr. E.E. Frenken.

1.Het verloop van het geding in hoger beroep

1.1
Voor het verloop van het geding tot 5 juni 2025 verwijst het hof naar zijn tussenbeschikkingen van 25 februari 2025 en van 5 juni 2025.
1.2
In de tussenbeschikking van 25 februari 2025 heeft het hof het verzoek van [appellant] om een deskundige te benoemen om de geestelijke gesteldheid van [appellant] te onderzoeken toegewezen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige, de aan de deskundige voor te leggen vragen en de kosten van de deskundige.
1.3
In de tussenbeschikking van 5 juni 2025 heeft het hof drs. [de deskundige] tot deskundige (hierna ook: de deskundige) benoemd. Het hof heeft de deskundige verzocht de volgende vragen te beantwoorden:
Is [appellant] als gevolg van haar lichamelijke en/of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat om haar (vermogensrechtelijke en niet- vermogensrechtelijke) belangen behoorlijk waar te nemen, waaronder het verrichten van betalingen, het doen van belastingaangifte, het pinnen van geld enzovoort, of brengt zij als gevolg daarvan haar veiligheid of die van anderen in gevaar?
Is [appellant] in staat zelfstandig haar persoonlijke belangen behoorlijk te behartigen, zoals het maken van een afspraak bij de huisarts, het nakomen van zo’n afspraak en het tijdig en correct innemen van medicatie, zonder beïnvloeding/ misbruik van derden?
In hoeverre komen er uit het onderzoek bevindingen naar voren die niet aan de orde zijn gekomen in de onderzoeksvragen, maar die wel van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de voorliggende verzoeken?
1.4
Ook heeft het hof beslist dat bij een mondelinge behandeling de inhoud van het deskundigenrapport zal worden besproken.
1.5
Op 4 februari 2026 heeft het hof een psychiatrisch rapport van de deskundige ontvangen.
1.6
Van partijen heeft het hof de volgende stukken ontvangen:
  • een journaalbericht namens de curatoren van 26 februari 2026 met producties;
  • een journaalbericht namens [appellant] van 27 februari 2026;
  • een journaalbericht namens de curatoren van 6 maart 2026;
  • een brief namens de curatoren van 26 maart 2026 met een verzoek tot benoeming deskundige;
  • een journaalbericht namens de curatoren van 21 april 2026 en
  • een journaalbericht namens de curatoren van 7 mei 2026.
In de tussenbeschikking van 5 juni 2025 heeft het hof echter bepaald dat het partijen niet is toegestaan om nadere producties in het geding te brengen. Op de mondelinge behandeling heeft mr. Frenken toegelicht dat de overgelegde producties zien als onderbouwing van haar verzoek om een nieuwe deskundige te benoemen. Onder 3.5 zal het hof nader ingaan op de overgelegde producties.
1.7
Op 12 mei 2026 heeft het hof een beschikking gegeven waarin het loon van de deskundige is begroot.
1.8
Op 21 mei 2026 is de mondelinge behandeling voortgezet. Hierbij waren aanwezig:
  • [appellant] , bijgestaan door mr. Suijker en
  • de curatoren, bijgestaan door mr. Frenken.

2.Het rapport van de deskundige

2.1
De deskundige heeft in zijn rapport onder meer het volgende geschreven.
Bij onderzoek kan ik geen psychiatrische symptomatologie vaststellen. Ze is destijds
psychotisch geweest, maar de psychose is al langere tijd volledig in remissie. Betrokkene zegt de regie over haar leven terug te willen en haar eigen zaken te willen regelen en acht zich daartoe ook in staat. Ik ben tot de conclusie gekomen dat betrokkene volledig wilsbekwaam te achten is. Ze is goed in staat om haar eigen zaken te regelen. Ze verzorgt zichzelf goed, maakt afspraken die ze ook nakomt en heeft een goed sociaal netwerk. Ze kan de consequenties van haar handelen goed overzien, ze is actief en alert. Uit de informatie uit het dossier c.q. de voortgangsrapportages van de laatste tijd van [werkgever dokter] blijkt ook haar goede functioneren en collega [behandelend psychiater] , psychiater kan al langere tijd geen psychiatrische stoornis meer vaststellen. Ook blijkt dit uit de informatie die ik heb ingewonnen bij [behandelend psychiater] (zie zijn brief d.d. 09-12-2025). Ook hij acht haar goed in staat om haar eigen belangen te behartigen. Ondanks de stress die de verstoorde verhouding met haar zoons geeft, handhaaft ze zich goed. Er is dus ook sprake van een goede weerbaarheid. Ze is gemotiveerd om haar medicatie in te blijven nemen en de poliklinische bezoeken aan de psychiater voort te zetten. Het is dan ook aannemelijk dat ze stabiel zal blijven.

11. Conclusie

Een psychiatrische stoornis heb ik niet vast kunnen stellen. De psychoses die ze in het
verleden gehad heeft zijn volledig in remissie. Ze neemt trouw haar medicatie in, komt haar poliklinische afspraken met haar behandelend psychiater goed na en is ook van plan de medicatie te blijven gebruiken. Net als collega [behandelend psychiater] , behandelend psychiater, acht ik betrokkene volledig wilsbekwaam.

12. Beantwoording van de vraagstelling

1.Is [appellant] als gevolg van haar lichamelijke en/ of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat om haar (vermogensrechtelijke en niet- vermogensrechtelijke) belangen behoorlijk waar te nemen, waaronder het verrichten van betalingen, het doen van belastingaangifte, het pinnen van geld, enzovoort, of brengt zij als gevolg daarvan haar veiligheid of die van anderen in gevaat (het hof begrijpt dat hier gevaar is bedoeld)
Antwoord
Zoals ik in de beschouwing uiteengezet heb is de psychotische stoornis die er bij haar in het verleden is geweest, volledig in remissie en heb ik geen psychiatrische symptomatologie kunnen vaststellen, hetgeen bevestigd wordt door haar behandeld psychiater de heer [behandelend psychiater] . Ze neemt haar medicatie trouw in en komt ook de poliklinische afspraken met haar behandelend psychiater goed na. En ze is gemotiveerd om dit te blijven doen. Ze is goed in staat zaken te organiseren, te plannen en uit te voeren. Ik acht haar dan ook in staat om haar (vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke) belangen behoorlijk waar te nemen zoals het verrichten van betalingen, het doen van belastingaangifte, het pinnen van geld, enzovoort.

2. Is [appellant] in staat zelfstandig haar persoonlijke belangen behoorlijk te behartigen, zoals het maken van een afspraak met de huisarts, het nakomen van zo ’n afspraak en het tijdig en correct innemen van medicatie, zonder beïnvloeding/ misbruik van derden?

Antwoord
Ik acht betrokkene goed in staat om zelfstandig haar persoonlijke belangen behoorlijk te behartigen, zoals het maken van een afspraak met de huisarts en met haar behandelend psychiater, het nakomen van zo’n afspraak en tijdig en correct innemen van medicatie, zonder beïnvloeding/misbruik van derden.

3. In hoeverre komen er uit het onderzoek bevindingen naar voren die niet aan de orde zijn gekomen in de onderzoeksvragen maar die wel van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de voorliggende verzoeken?

Antwoord
Ik heb verder geen aanvullende opmerkingen.

13.Bespreking commentaar van de advocaten op het conceptrapport

(…)
Reactie d.d. 26-01-2026 van mw. mr. K.C.G.M. Suijker (zie bijlage 6)
Hierin schrijft zij dat betrokken zich volledig kan vinden in het rapport en geen commentaar heeft.
Reactie d.d. 30-01-2026 van mw. Mr. E.E. Frenken (zie bijlage 7) met email d.d. 10-07-2025 (zie bijlage 8) en email d.d. 09-01-2026 van [psychiater] . psychiater d.d. 09-01-2026 (zie bijlage 9).
(…)”.
Mr. Frenken geeft aan dat de curatoren zich niet kunnen vinden in de rapportage. Zij stellen dat het rapport is opgemaakt na een eenmalig gesprek en analyse van oude stukken. Zij wensen dat het hof deze rapportage terzijde legt en een nieuwe deskundige benoemt die de beide curatoren nadrukkelijk in het onderzoek betrekken.
De deskundige reageert hierop als volgt:
“Er staan vele zaken in die ook in procesdossier te vinden zijn. Ik kan me daarin als
deskundige-psychiater niet gaan mengen. Wel is duidelijk uit deze reactie, zoals ik ook al in mijn rapport heb vermeld, hoe ernstig de verhoudingen verstoord zijn tussen betrokkene en haar beide zoons, die curator zijn.
Ik heb zorgvuldig onderzoek gedaan en de beschikbare medisch psychiatrische informatie meegewogen in mijn onderzoek. Er is al langere tijd sprake van een stabiele situatie. De clozapine die ze gebruikte toen ik haar onderzocht op 01-12-2025 werd zorgvuldig langzaam afgebouwd en op die datum gebruikte ze nog 2 dd 25 mg, hetgeen een zeer lage dosering is. Ze is goed ingesteld op lithium en neemt haar medicatie trouw in, hetgeen blijkt uit de lithiumspiegels, die regelmatig worden gecontroleerd en die constant zijn. Ze reageert dus gelukkig goed op de lithium, die over het algemeen veel beter verdragen wordt dan clozapine. De beide broers twijfelen aan het oordeelsvermogen en de behandeling van collega [behandelend psychiater] , haar behandelend psychiater. Ik heb die twijfels niet. Hij kent betrokkene al lang en zijn behandeling is naar mijn menig weloverwogen en consistent.
Er wordt door de beide broers (curatoren, hof) ook geadviseerd om opnieuw een psychodiagnostisch onderzoek te laten doen. Daar is thans geen enkele indicatie voor.
Ook vragen beide broers nog om een gesprek met mij. Dit heeft geen meerwaarde. Hun visie is mij bekend.
Een feitelijke correctie is juist: op pagina 5, bij punt 3 staat dat ik in het rapport vermeld heb dat betrokkene 45 jaar getrouwd is geweest en dat dit niet klopt. Dat is juist. Ik heb 45 jaar genoteerd en dat moet een fout van mij geweest zijn. Omdat het precieze aantal jaren huwelijk verder niet relevant is, laat ik die 45 jaar huwelijk weg in mijn rapport.
Ik wil nog ingaan op de emailwisseling tussen zoon [geïntimeerde2] en collega [psychiater] , psychiater (zie bijlage 8). Hierin vraagt zoon [geïntimeerde2] aan collega [psychiater] of het verantwoord is de clozapine af te bouwen. Ik begrijp dat collega [psychiater] schrijft dat hem dat niet verstandig lijkt gezien de voorgeschiedenis van betrokkene. Zoon [geïntimeerde2] heeft echter vergeten te vermelden, dat betrokkene inmiddels goed is ingesteld op lithium, waarop ze stabiel is. Wellicht was zoon [geïntimeerde2] niet op de hoogte dat ze lithium gebruikt.
Uit bovenstaande moge blijken dat ik op naar aanleiding van bovengenoemd commentaar van mr. Frenken op mijn conceptrapport, geen wijzigingen in mijn rapport aanbreng (behalve het weglaten van de door mij genoemde 45 jaar huwelijk) en het rapport daarmee definitief is geworden.”

3.De motivering van de beslissing

3.1
Het hof blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in de tussenbeschikkingen van 25 februari 2025 en van 5 juni 2025, voor zover hierna niet anders wordt overwogen of beslist.
3.2
Het hof is op grond van de uitkomsten van het rapport door de deskundige van oordeel dat er geen noodzaak meer is voor de curatele en zal daarom de curatele opheffen. Het hof legt hieraan het volgende ten grondslag.
3.3
De deskundige heeft geconcludeerd dat hij geen psychiatrische stoornis bij [appellant] heeft kunnen vaststellen. Hij acht [appellant] volledig wilsbekwaam en in staat om haar vermogensrechtelijke en persoonlijke belangen behoorlijk te behartigen. De curatoren zijn het niet eens met deze conclusie. Zij voeren aan dat de deskundige vooringenomen en partijdig is. Zij verzoeken het hof daarom om een nieuwe deskundige te benoemen.
Volgens de curatoren is het onjuist en onnavolgbaar dat de deskundige op basis van een momentopname op 1 december 2025 heeft geoordeeld dat [appellant] in staat is om haar belangen behoorlijk te behartigen. Het hof overweegt dat uit het rapport volgt dat de deskundige niet alleen zijn eigen anamnese, maar ook de beschikbare medisch psychiatrische informatie van [appellant] heeft betrokken bij zijn oordeel. De deskundige schrijft dat ook in zijn reactie op het commentaar van mr. Frenken op het concept rapport. Daarbij, zo blijkt uit het rapport, heeft de deskundige ook de visie van dr. [behandelend psychiater] , de psychiater van [appellant] die haar al lang kent, betrokken in zijn oordeelsvorming. De stelling van de curatoren dat de deskundige zijn conclusie uitsluitend heeft gebaseerd op de momentopname van 1 december 2025 is naar het oordeel van het hof dus niet juist.
Dat het contact van dr. [behandelend psychiater] met [appellant] beperkt is, zoals de curatoren hebben gesteld, heeft [appellant] gemotiveerd betwist. Zij heeft op de mondelinge behandeling aan het hof verteld dat zij – vrijwillig – om de twee maanden naar hem toe gaat. Het hof heeft geen reden om hieraan te twijfelen, nu de curatoren dit ook niet kunnen betwisten vanwege het feit dat zij [appellant] al jaren niet hebben gezien of gesproken en ook vanuit het verslag van de deskundige niet blijkt dat dit anders is.
De curatoren hebben op de mondelinge behandeling nog verwezen naar een e-mail van de psychiater ( [psychiater] ) die de curatoren hebben geraadpleegd. Volgens de curatoren deelt [psychiater] hun zorgen over de afbouw van de Clozapine. Het hof is van oordeel dat de visie van [psychiater] de conclusie van de deskundige niet kan weerleggen. [psychiater] heeft [appellant] niet zelf gezien of gesproken. Daarbij heeft [psychiater] zijn visie slechts gebaseerd op wat één van de curatoren ( [geïntimeerde2] ) aan hem heeft geschreven. Ten slotte acht het hof van belang dat de deskundige in zijn rapport nog ingaat op de e-mailwisseling tussen de curator [geïntimeerde2] en [psychiater] en reageert dat [geïntimeerde2] heeft vergeten te vermelden, of hiervan niet op de hoogte was, dat [appellant] inmiddels goed is ingesteld op lithium, waarop ze stabiel is. De deskundige heeft de reactie van de curatoren dus meegewogen en geconcludeerd dat deze geen aanleiding geeft om het concept rapport aan te passen.
Het hof is van oordeel dat uit wat de curatoren hebben aangedragen niet volgt dat de deskundige vooringenomen en partijdig is. Het hof ziet ook anderszins geen reden om aan de conclusie van de deskundige te twijfelen.
3.4
Dat onder meer de leeftijd van de moeder en de afbouw van de Clozapine het noodzakelijk maken om – in plaats van een curatele – een bewind en mentorschap in te stellen, zoals de curatoren subsidiair aanvoeren, volgt het hof niet. Het hof volgt de conclusie van de deskundige die [appellant] in staat acht om haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. Een grond voor bewind en/of mentorschap is er naar het oordeel van het hof dan ook niet.
3.5
Op de mondelinge behandeling heeft het hof nog met de advocaten gesproken over de stukken die namens de curatoren zijn ingediend (zie r.o. 1.6). De advocaat van [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen de indiening van deze stukken, omdat het hof in de tussenbeschikking van 5 juni 2025 heeft bepaald dat het partijen niet is toegestaan om voorafgaand aan de mondelinge behandeling aanvullende stukken in te dienen. Zoals onder 1.6 al is weergegeven heeft mr. Frenken op de mondelinge behandeling toegelicht dat deze stukken (met uitzondering van de reacties op de factuur van de deskundige) ter onderbouwing van het verzoek tot benoeming van een nieuwe deskundige zijn. Het hof overweegt dat de reacties op de factuur van de deskundige door het hof zijn meegenomen in de beschikking van 12 mei 2026, zodat die in deze beschikking buiten beschouwing worden gelaten. De overige stukken zullen niet in behandeling worden genomen. Zoals het hof – na schorsing van de mondelinge behandeling – aan partijen heeft meegedeeld, zouden deze stukken pas aan de orde komen als het hof zou oordelen dat het rapport van de deskundige aanleiding zou geven om een nieuwe deskundige te benoemen. Hiervoor is – zoals het hof in r.o. 3.3 heeft geoordeeld – geen aanleiding, zodat het hof geen kennis zal nemen van deze stukken.
3.6
Zowel [appellant] als de curatoren hebben het hof om een beslissing over de proceskosten verzocht. De aard van de procedure en de onderlinge familiaire verhoudingen is voor het hof reden om de proceskosten, met uitzondering van de advocaatkosten, gelijkelijk te verdelen. [appellant] heeft de kosten van de deskundige van € 5.596,25 voorgeschoten, zodat de curatoren aan haar de helft, dus € 2.798,13, moeten vergoeden.

4.De slotsom

4.1
Het hof zal de curatele met ingang van de dag na deze beschikking opheffen.
4.2
Het hof zal bepalen dat de opheffing vanwege de griffier in de Staatscourant zal worden bekendgemaakt en zal de griffier van de rechtbank een afschrift van deze beschikking toezenden in verband met de doorhaling in het centraal curatele- en bewindregister.
4.3
Voorts zal het hof bepalen dat de curatoren binnen twee maanden na de datum van deze beschikking rekening en verantwoording moeten afleggen ten overstaan van de kantonrechter.

5.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 20 februari 2024 en, opnieuw beschikkende;
heft de curatele van [appellant] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , met ingang van de dag na deze beschikking op;
draagt de griffier krachtens het bepaalde in artikel 1:391 BW Pro op een afschrift van deze beschikking toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, in verband met doorhaling in het centraal curatele- en bewindregister;
bepaalt dat deze beschikking door de griffier binnen tien dagen na de datum van deze beschikking zal worden bekend gemaakt in de Staatscourant;
bepaalt dat de curatoren binnen twee maanden na de datum van deze beschikking ten overstaan van de bevoegde kantonrechter rekening en verantwoording afleggen;
veroordeelt de curatoren om de helft van de kosten van het deskundigenbericht, een bedrag van € 2.798,13, aan [appellant] te betalen en compenseert de kosten van het geding in hoger beroep voor het overige;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, S. Kuijpers en D.J.M. van de Voort, bijgestaan door de griffier, en is op 9 juli 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.