Uitspraak
1.VOLKERRAIL PLANT & EQUIPMENT B.V.
1.PRORAIL B.V.
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep van 19 juni 2024
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep van ProRail
- de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep van Captrain
- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep van VolkerRail c.s.
- nagekomen stukken van Captrain van 8 januari 2026, te weten productie 9
- nagekomen stukken van ProRail van 8 januari 2026, te weten producties 57 tot en met 59
- nagekomen stukken van VolkerRail c.s. van 9 januari 2026, te weten producties 65 tot en met 67.
- de dagvaarding in hoger beroep van 1 juli 2024
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord
- nagekomen stukken van VolkerRail M&L van 9 januari 2026, te weten producties 15 tot en met 17.
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof in de hoofdzaak
Een belangrijk deel van het werk van de treindienstleider bestaat uit het aanbieden van veilige rijwegen voor treinen en het ter beschikking stellen van infra ten behoeve van werkzaamheden. In de meeste gevallen controleert het beveiligingssysteem de veilige rijweginstelling. Soms echter moet de treindienstleider terugvallen op procedures en/of zelf de dynamische voorwaarden controleren." Dat laatste is het geval bij rijwegen die handmatig moeten worden ingesteld. Dit wordt in het handboek aangeduid als een veiligheidskritische activiteit, die – indien niet, niet juist, te vroeg of te laat door de treindienstleider wordt uitgevoerd – kan leiden tot schade en/of letsel voor mens, dier of milieu. In het handboek staat ook wat de treindienstleider moet doen bij het handmatig instellen van een rijweg, namelijk: toetsen (i) of de rijweg beschikbaar is, (ii) of het materieel of vervoer is toegelaten, en (iii) of er bijzondere voorwaarden gelden voor de rijweg. Verder schrijft de werkwijze van ProRail voor dat de treindienstleider de actuele treinbezetting in een zogenoemd niet centraal bediend gebied (hierna: NCBG) (handmatig) moet registreren in het digitale Rail Management Systeem (hierna: RMS).
realtimegebeurt. Dat betekent dat zodra een trein ergens parkeert, dit spoor in het systeem handmatig wordt “geblokt”, maar alleen voor de duur van de bezetting. Zodra de trein vertrekt, wordt de melding dat deze trein er stond verwijderd. Deze is vervolgens ook niet meer terug te halen. Op de mondelinge behandeling bij het hof heeft ProRail toegelicht dat het controleren of treindienstleiders de vereiste registratie (correct) doorvoeren, zoals VolkerRail c.s. suggereert, meebrengt dat er iemand naast de betreffende treindienstleider moet gaan staan/zitten om dit ook
realtimete kunnen controleren. Dat een dergelijke controle op de registratie in RMS op het punt van veiligheid daadwerkelijk iets toevoegt aan de aandacht voor veiligheid en gebruik van de systemen die in de basisopleiding en het permanente opleidingsprogramma voor treindienstleiders bij ProRail wordt besteed, heeft VolkerRail c.s. onvoldoende onderbouwd. Bovendien is het realtime laten meekijken van een controleur zodanig arbeidsintensief dat dit naar het oordeel van het hof niet van ProRail gevergd kan worden.
een eerlijke, niet-discriminerende en transparante verdeling van de capaciteit van die infrastructuur (artikel 16 lid 1 sub b Spw Pro). Deze taak van ProRail brengt mee dat de ruimte om met verschillende spoorwegondernemingen andere voorwaarden in de toegangsovereenkomst op te nemen voor ProRail uiterst beperkt is. Ook op het punt van het aansprakelijkheidsregime valt niet in te zien dat ProRail veel ruimte heeft om met individuele spoorwegondernemingen uiteenlopende voorwaarden overeen te komen.
niet bijhoudt wat er allemaal op een locatie geplaatst wordt.” VolkerRail c.s. maakt daar uit op dat de treindienstleider gewoon is geparkeerde voertuigen niet te registreren, waarmee er geen sprake zou zijn van een “vergissing” maar van bewuste roekeloosheid. Maar de treindienstleider heeft over deze uitspraak later aanvullend verklaard dat hij hiermee bedoelde dat hij niet bijhoudt wat voor object (bv. een werktrein of een andersoortig spoorvoertuig) geplaatst is. Hij verklaart (nogmaals) dat als er iets (wat maakt dan niet uit) opgesteld staat, hij dit registreert in RMS. Dat is in lijn met zijn antwoorden gegeven direct na de aanrijding, waarin hij aangeeft dat de registratie van spoorbezetting in NCBG plaatsvindt in RMS. De treindienstleider geeft aan dat zijn woordkeuze destijds wellicht onduidelijk was, maar dat hij op dat moment ook was geschrokken en tegelijkertijd bezig was te bedenken hoe het incident verder afgehandeld moest worden. Het hof is van oordeel dat de enkele verklaring van de treindienstleider direct na het ongeval onvoldoende is om tot opzet of bewuste roekeloosheid te concluderen, omdat het hof het begrijpelijk acht dat hij dit uitgeroepen heeft in de stress direct na het ongeluk, zonder dat dit een accurate weergave is van hoe hij zijn werkzaamheden verrichte, zoals de treindienstleider naderhand aanvullend heeft verklaard. VolkerRail c.s. wijst er in dit kader ook nog op dat ProRail niet steekproefsgewijs controleert of treindienstleiders spoorbezetting in RMS registreren. Dat brengt het hof, onder verwijzing naar wat het daarover onder 3.9 hierboven heeft opgemerkt, niet tot een ander oordeel.
als eigenaar[onderstreping hof] van de meettrein komt (r.o. 2.2 en 2.3 van het bestreden eindvonnis). Dat VolkerRail P&E de herstelkosten niet daadwerkelijk zelf heeft betaald, omdat deze in eerste instantie zijn voldaan door VolkerRail M&L die deze kosten vervolgens vergoed heeft gekregen door Volker Stevin Nederland B.V. (hierna: Volker Stevin) uit de verzekeringsgelden die Volker Stevin als verzekeringnemer van verzekeraar [verzekeringsmaatschappij] voor dit schadegeval uitgekeerd heeft gekregen, kan hier niet aan afdoen. Het gaat hier om een interne structurering van betalingen dan wel schuldverhoudingen binnen de groep. Maar uiteindelijk is het nog steeds VolkerRail P&E die
als eigenaarschade heeft geleden doordat de Sherloc beschadigd is geraakt. Dat er een grondslag is op basis waarvan deze kosten voor rekening van een andere entiteit binnen het Volker-concern komen dan VolkerRail P&E heeft ProRail onvoldoende concreet gemaakt. Om die reden gaat het hof ook voorbij aan het betoog van ProRail dat VolkerRail P&E geen schade heeft geleden.
4.De beoordeling in de vrijwaringszaak
5.De beslissing
€ 149.545,90 vanaf 2 mei 2022 tot aan 26 april 2024;