Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De feiten
Dag meneer meen u op de hoogte te brengen van die uitzetting. Het gaat om een medewerker die na die uitzetting bij u is gaan werken. Hij verandert steeds van baan. Hij heeft tijdens de zitting valse uitspraken gedaan waardoor ik mijn woning binnen 2 weken moest verlaten. Terwijl ik altijd tijdig mijn huur heb betaald. Ben nu onterecht dakloos. Daarnaast had ik voor die tijd een zwaar ongeluk gehad arm en kaak gebroken. De verhuurder wilde de zaak niet opschorten moest er gelijk uit. De klachten gingen over de bovenbuurvrouw. Mijn klachten werden niet opgenomen. Het was doorgestoken kaart. De bovenbuurvrouw en die medewerker hadden nauw contact met elkaar en zo ben ik eruit gewerkt. (…) Die medewerker had dus nauw contact met die bovenbuurvrouw. Dat blijkt uit verklaringen mailverkeer dagvaarding. Ik zou de zaak graag nog aan u toelichten.(…)”
4.De toelichting op de beslissing van het hof
- de e-mail van [appellante] van 24 maart 2022 aan WSN waarin [appellante] schrijft dat zij is gebeld door een geluidsonderzoekbureau en dat zij geen onderzoek meer wil omdat de overlast minder is;
- de brief van WSN van 4 april 2023, waarin WSN schrijft te hebben aangeboden een professioneel bedrijf in te huren om geluidsonderzoek te laten doen, maar [appellante] hier niet aan wilde meewerken;
- de e-mail van 26 mei 2023 van WSN aan [appellante] waarin WSN schrijft geluidsonderzoek te willen gaan doen;
- de e-mail van dezelfde datum van WSN aan [appellante] waaruit blijkt dat WSN opdracht heeft gegeven voor een geluidsonderzoek maar WSN dit af zal zeggen omdat [appellante] afziet van geluidsopname;
- de brief van de gemachtigde van WSN van 8 juni 2023.
aangeboden” een professioneel bedrijf in te huren om objectief vast te stellen of de klachten van [appellante] gegrond waren. WSN heeft daarnaast tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep verklaard dat zij altijd de kosten voor haar rekening neemt van dit soort geluidsonderzoeken en dat [appellante] nooit heeft gezegd dat de kosten voor haar de reden waren om niet mee te werken aan het geluidsonderzoek, hetgeen [appellante] niet heeft weersproken. Dat [appellante] niet heeft mee willen werken aan het geluidsonderzoek komt naar het oordeel van het hof daarom voor haar rekening.
de heer [naam3] (…) goed fout (zit). Zeer ongepast en kwalijk te benoemen zijn optreden!”. Het hof verwijst verder naar de e-mail van [appellante] van 2 juni 2023, eveneens aan [naam4] , waarin zij ook klaagt over [naam3] . Daarnaast heeft [appellante] [naam3] zelf aangeschreven (bij brief van 5 juni 2023) waarin [naam3] onder meer wordt verweten zich te hebben misdragen. Ook heeft, zo blijkt uit de verklaring van [naam3] die niet betwist is door [appellante] , [appellante] telefonisch contact opgenomen met de werkgever van [naam3] en haar beklag over [naam3] gedaan. Zelfs na het bestreden vonnis is zij doorgegaan met het in diskrediet brengen van [naam3] . Het hof verwijst in dit verband naar de e-mail van 4 juni 2025 die zij heeft gestuurd aan een medewerker van [naam2] (de nieuwe werkgever van [naam3] , zie hiervoor onder 3.3). Deze handelwijze van [appellante] acht het hof in strijd met de verplichtingen die zij als goed huurster heeft (art. 7:213 BW Pro) en levert tevens strijd op met de artikelen 6.3 en 6.7 van de op de huurovereenkomst van toepassing zijnde algemene bepalingen. Deze gedragingen, tezamen met de geconstateerde overlast brengen mee dat [appellante] naar het oordeel van het hof ernstig en structureel tekortschiet in de nakoming van haar verplichting zich als goed huurster te gedragen, hetgeen ontbinding van de huurovereenkomst, met haar gevolgen, rechtvaardigt.