ECLI:NL:GHARL:2026:466

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
200.343.816
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:300 lid 1 BWArt. 3:300 lid 2 BWArt. 3:301 lid 2 BWArt. 7 EU ErfrechtverordeningArt. 4 Verordening huwelijksvermogensstelsels
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap en nalatenschap met grensoverschrijdende aspecten

Deze zaak betreft de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap en de nalatenschap van een overledene die woonachtig was in Nederland, Hongarije en Sierra Leone. De erflater was gehuwd in gemeenschap van goederen en heeft in 2022 twee testamenten gemaakt, één in Hongarije en één in Nederland, waarbij hij zijn dochter tot enige erfgenaam benoemde en zijn echtgenote uitdrukkelijk onterfde.

De rechtbank Midden-Nederland had de vorderingen van de dochter toegewezen en een wijze van verdeling gelast, waarbij het vonnis in de plaats trad van medewerking van de echtgenote aan de verdeling. De echtgenote stelde hoger beroep in met als doel de toegewezen vorderingen af te wijzen.

Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat Nederlands recht van toepassing is op de erfopvolging en het huwelijksvermogensregime. De echtgenote is ontvankelijk in het hoger beroep. De grieven over de nietigheid van de uiterste wilsbeschikkingen wegens wilsonbekwaamheid en de medewerking aan de verdeling falen, terwijl de grieven over de wijze van verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap slagen.

Partijen bereikten grotendeels overeenstemming over een aangepaste verdeling, waarbij de dochter bevoegd wordt gesteld om mede namens de echtgenote goederen te verkopen en de opbrengst te verdelen. Het hof vernietigt delen van het vonnis van de rechtbank en gelast de nieuwe wijze van verdeling. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het hof vernietigt delen van het vonnis en gelast een aangepaste verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap waarbij de echtgenote moet meewerken.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.343.816
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 567733
arrest van 27 januari 2026
in de zaak van
[appellant] ( [appellant] )
die woont in [woonplaats1]
advocaat: mr. F.C. van ‘t Hooft
en
[geïntimeerde] ( [geïntimeerde] )
als erfgenaam en als vereffenaar in de nalatenschap van [erflater] (erflater)
die woont in [woonplaats2]
advocaat: mr. B.W.J. Theunissen

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht (hierna: de rechtbank) op 17 april 2024 tussen partijen heeft uitgesproken.
1.2.
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep
  • de memorie van grieven
  • de memorie van antwoord
  • andere stukken (bijlagen 21-24 van de dochter)
  • de mondelinge behandeling die op 19 november 2025 is gehouden

2.De kern van de zaak

2.1.
Erflater is in 2001 in gemeenschap van goederen gehuwd met [appellant] . Zij wonen tijdens hun huwelijk afwisselend in Nederland, in Hongarije en in Sierra Leone.
2.2.
Het huwelijk en de huwelijksgemeenschap van erflater en [appellant] zijn ontbonden door zijn overlijden [in] 2022.
2.3.
Erflater heeft in een testament dat hij [in] 2022 in Hongarije heeft gemaakt [geïntimeerde] , zijn dochter, tot enig erfgename benoemd voor zijn goederen die zijn gelegen in Hongarije en bepaald dat de afwikkeling van de nalatenschap in Hongarije moet plaatsvinden.
2.4.
Erflater heeft vervolgens [in] 2022 in Nederland een testament gemaakt en daarin:
  • de uiterste wilsbeschikkingen die hij [in] 2022 in Hongarije heeft gemaakt in stand gelaten;
  • het Nederlandse recht gekozen als het recht dat van toepassing is op de vererving van zijn gehele nalatenschap en de afwikkeling daarvan;
  • zijn dochter [geïntimeerde] benoemd tot zijn enige erfgename;
  • [appellant] uitdrukkelijk onterfd;
  • [geïntimeerde] tot executeur benoemd.
2.5.
[geïntimeerde] heeft de nalatenschap van erflater [in] 2022 beneficiair aanvaard. De nalatenschap van erflater moet wettelijk worden vereffend omdat [geïntimeerde] als executeur niet kan aantonen dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden daarvan te voldoen.
2.6.
[geïntimeerde] en [appellant] zijn het niet eens geworden over de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap. [geïntimeerde] heeft gevorderd dat de rechtbank (1) voor recht verklaart dat zij de enig erfgename van erflater is, (2) de wijze van verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap gelast zoals [geïntimeerde] voorstelt en (3) bepaalt dat het vonnis in de plaats treedt van de medewerking van [appellant] aan alle verdelingshandelingen (reële executie in de zin van artikel 3:300 lid 2 BW Pro).
2.7.
De rechtbank heeft de vorderingen (1) en (2) van [geïntimeerde] toegewezen en bepaald dat het vonnis op grond van artikel 3:300 lid 1 BW Pro in de plaats komt van de verdelingshandelingen en vereiste rechtshandelingen van [appellant] als zij de veroordeling om aan de verdeling mee te werken niet nakomt.
2.8.
De bedoeling van het hoger beroep van [appellant] is dat de toegewezen vorderingen alsnog worden afgewezen.
2.9.
Het hof zal de wijze van verdeling gelasten en doet dat grotendeels op basis van de afspraken van partijen op de mondelinge behandeling bij het hof. Het hof licht dat hierna toe. Het hof laat het vonnis van de rechtbank deels in stand en beslist voor een deel anders.

3.De toelichting op de beslissing van het hof

bevoegdheid van de Nederlandse rechter en het toepasselijk recht
3.1.
Dit is een zaak met grensoverschrijdende aspecten. Erflater, [appellant] en [geïntimeerde] hebben elk de Nederlandse nationaliteit, maar bij de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap en de vererving en afwikkeling van de nalatenschap van erflater zijn verschillende rechtsstelsels betrokken.
3.2.
De Nederlandse rechter is in dit geval bevoegd een uitspraak te doen over de erfopvolging. Erflater heeft gekozen voor de toepasselijkheid van het Nederlandse recht op zijn erfopvolging en [geïntimeerde] en [appellant] hebben in dit geding de bevoegdheid van de Nederlandse rechter uitdrukkelijk aanvaard (artikel 7 letter Pro c EU Erfrechtverordening).
3.3.
Omdat deze zaak ter zake van de erfopvolging van erflater bij de daartoe internationaal bevoegde Nederlandse rechter aanhangig is gemaakt, is de Nederlandse rechter ook bevoegd om te beslissen over de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap (artikel 4 Verordening Pro huwelijksvermogensstelsels).
3.4.
Op de erfopvolging van erflater is het Nederlandse recht van toepassing vanwege de rechtskeuze die hij heeft gedaan. Het huwelijksvermogensregime van erflater en [appellant] wordt beheerst door het Nederlands recht (artikel 4 lid 1 Haags Pro Huwelijksvermogensverdrag 1987).
Is [appellant] ontvankelijk in haar hoger beroep?
3.5.
Volgens [geïntimeerde] is [appellant] (in elk geval deels) niet-ontvankelijk in haar hoger beroep omdat zij dat beroep niet heeft laten inschrijven in het rechtsmiddelenregister (artikel 3:301 lid 2 BW Pro), terwijl dat wel moest omdat de rechtbank een beslissing heeft gegeven met toepassing van artikel 3:300 lid 2 BW Pro. Op de mondelinge behandeling is besproken dat de rechtbank niet lid 2 van artikel 3:300 lid 2 BW Pro heeft toegepast, maar lid 1 van die bepaling. Artikel 3:301 lid 2 BW Pro bepaalt dat hoger beroep tegen een uitspraak waarin de rechter toepassing heeft gegeven aan artikel 3:300 lid 2 BW Pro (uitspraak vervangt notariële akte van levering) op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen acht dagen na het instellen van dat rechtsmiddel moet worden ingeschreven in het rechtsmiddelenregister van de griffie van de rechtbank. De wet verbindt die sanctie niet aan een beslissing in de zin van artikel 3:300 lid 1 BW Pro. [appellant] is dan ook ontvankelijk in haar hoger beroep.
de bezwaren (grieven) van [appellant]
grief 1: zijn de uiterste wilsbeschikkingen van erflater zijn nietig wegens wilsonbekwaamheid?
3.6.
Deze grief houdt in dat erflater [in] en [in] 2022 niet in staat was zijn wil te bepalen. [appellant] heeft op de mondelinge behandeling bij het hof deze grief ingetrokken.
Grieven 2/3: Hoe moet de ontbonden huwelijksgemeenschap worden verdeeld?
3.7.
Partijen hebben op de mondelinge behandeling bij het hof grotendeels overeenstemming bereikt over de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap. Deze verdeling wijkt af van de wijze van verdeling die de rechtbank heeft gelast. De grieven 2 en 3 slagen.
3.8.
Partijen hebben vastgesteld dat de ontbonden huwelijksgemeenschap is samengesteld als is opgenomen in onderdeel 5.48 van de memorie van antwoord van [geïntimeerde] .
3.9.
Partijen hebben de volgende verdeling afgesproken.
Aan [appellant] worden toegedeeld:
  • het saldo op de betaalrekening van [appellant] bij ABN Amro Bank met [banknummer1] van € 413,83;
  • het weeshuis in Sierra Leone ( [plaats] ) tegen een waarde van € 25.000;
Aan [geïntimeerde] worden toegedeeld:
  • het saldo op spaarrekening [banknummer2] van € 0,63
  • het saldo op de rekening bij de ING Bank met [IBANnummer] van € 86,96.
Verdeling netto-opbrengst na verkoop overige goederen
De overige goederen die tot de ontbonden huwelijksgemeenschap behoren zullen worden verkocht en partijen zullen de netto-opbrengst samen bij helfte verdelen. Het gaat om:
  • de wijnhuizen [nummer1] en [nummer2] ;
  • de woning [adres1] en daar aanwezige inboedel;
  • het campingperceel [adres2] met de daarop aanwezige inboedel en andere roerende zaken, voor zover verkoopbaar;
  • de [auto] .
Het hof zal bepalen dat [geïntimeerde] bevoegd en verplicht is om mede namens [appellant] deze goederen te verkopen en te voldoen aan alle eisen die de Hongaarse wet stelt aan de goederenrechtelijke eigendomsovergang op de koper/verkrijger. [geïntimeerde] is bevoegd de koopsom in ontvangst te nemen, kwijting te verlenen en de kosten die met de verkoop zijn verbonden te betalen. [geïntimeerde] dient de netto-opbrengst ter beschikking te stellen van de beide deelgenoten in de ontbonden huwelijksgemeenschap. [geïntimeerde] en [appellant] moeten beiden meewerken aan de verdeling van de netto-opbrengst op de wijze als hierna bepaald.
Liquidatie [bedrijf]
De personenvennootschap [bedrijf] wordt geliquideerd door een daartoe in Hongarije aangewezen curator. Partijen zullen het liquidatieoverschot samen bij helfte verdelen en een liquidatietekort voldoen uit de netto-opbrengst van de goederen die zullen worden verkocht.
Eindverdeling resterend bedrag
Het bedrag dat na verkoop en na voldoening van een mogelijk liquidatietekort resteert (x) zal bij helfte worden verdeeld en wel als volgt:
  • [geïntimeerde] ontvangt de helft van dat bedrag te vermeerderen met € 12.500 + € 206,95 (dat is de helft van de waarde van de aan [appellant] toegedeelde goederen) en verminderd met € 43,80 (dat is de helft van de waarde van de aan [geïntimeerde] toegedeelde goederen).
  • [appellant] ontvangt de helft van dat bedrag te vermeerderen met € 43,80 (dat is de helft van de waarde van de aan [geïntimeerde] toegedeelde goederen) en te verminderen met € 12.500 + € 206,95 (dat is de helft van de waarde van de aan [appellant] toegedeelde goederen).
  • Aldus ontvangt [geïntimeerde] ½ x + € 12.663,15 en ontvangt [appellant] ½ x – € 12.663,15.
Meer goederen?
Het hof kan niet vaststellen of [adres3] , Belterület ( [perceelnummer] ) en [adres4] tot de ontbonden huwelijksgemeenschap behoren. [geïntimeerde] betwist de stelling van [appellant] dat deze onroerende zaken tot de ontbonden huwelijksgemeenschap behoren; [appellant] biedt geen bewijs daarvan.
Grief 4: moet [appellant] meewerken aan de verdeling die is gelast?
3.10.
De verdeling die de rechtbank heeft gelast is volgens [appellant] niet redelijk en passend. Zij vindt dat zij daaraan niet hoeft mee te werken. Als er wel een passende en redelijke verdeling komt zal [appellant] sowieso meewerken. De grief slaagt in zoverre dat medewerking aan de verdeling zoals de rechtbank die heeft gelast niet meer aan de orde is. Het hof gaat ervan uit dat de verdeling zoals partijen die nu hebben afgesproken voor [appellant] redelijk en passend is en dat zij zich zal houden aan wat zij heeft afgesproken en daaraan zal meewerken. Het hof ziet in de gang van zaken rond de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap en de weinig coöperatieve houding van [appellant] wel aanleiding te bepalen dat zij moet meewerken aan de verdeling. Grief 4 faalt.
De conclusie
3.11.
De grieven 1 en 4 falen, de grieven 2 en 3 slagen. Het hof zal de beslissingen onder 4.2., 4.3. en 4.4. van de rechtbank Midden-Nederland in het vonnis van 17 april 2024 vernietigen en in plaats daarvan een andere wijze van verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap gelasten. De overige beslissingen in het bestreden vonnis blijven in stand.
3.12.
Het hof bepaalt dat elke partij zijn eigen kosten moet dragen (compensatie van proceskosten). Het gaat in dit geding om de verdeling van een ontbonden huwelijksgemeenschap tussen de weduwe en de dochter van erflater. Beide partijen hebben deels gelijk en deels ongelijk.
3.13.
De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).

4.De beslissing

Het hof:
4.1.
vernietigt de beslissingen onder 4.2., 4.3. en 4.4. in het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 17 april 2024;
4.2.
gelast de wijze van verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap als is opgenomen in 3.9. van dit arrest;
4.3.
bepaalt dat [appellant] onverkort moet meewerken aan de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap en op eerste verzoek van [geïntimeerde] alle daarvoor vereiste (rechts)handelingen moet verrichten;
4.4.
verklaart de beslissingen in dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
4.5.
compenseert de proceskosten, zodat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.6.
wijst wat meer of anders is gevorderd af.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Lieber, L. Hamer en M.J.P. Schipper en is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.